Complexe wondzorg- wondverbanden
De lokale
wondbehandeling______________________________________________________
Ø Doel wondverband: optimale omgeving creëren voor wondheling
Ø Verbandkeuze: één klein onderdeel van behandelplan
!! belangrijkste is behandeling van de oorzaak
Factoren verbandkeuze
- Wondgerelateerde factoren
- Productgerelateerde factoren
- Patiëntgerelateerde factoren
- Kostprijs
1. Het ideale verband
Verbandkeuze obv TIME-CDST
Kenmerken ter optimalisatie wondgenezing
- T: granulatie bevorderen, debridement bevorderen
- I: barrière tegen vocht en kiemen van buitenaf, infectie bestrijden
indien nodig
- M: optimale vochtbalans
- E: epithelialisatie bevorderen
Kenmerken om comfort te verhogen
Kenmerken om uitvoering wondzorg te vergemakkelijken
2. Soorten verbanden
Primaire en secundaire verbanden
• Primaire wondverbanden:
- Rechtstreeks in contact met het wondbed
• Secundaire wondverbanden:
- Boven op het primair verband
- Doel:
- Fixatie primair verband
- Absorptie exsudaat
Actieve en passieve verbanden
• Actieve verbanden:
- Actieve werking in het wondbed
- Bevorderen en behoud van optimaal vochtig wondmilieu
• Passieve verbanden:
- Wonde afdekken
- Niet-inklevende eigenschappen of absorptie exsudaat
Verschil?: Passief wondverband beschermt en absorbeert, terwijl actief
wondverband de genezing bevordert door een vochtig klimaat te
scheppen, wondvocht te beheren, en soms antimicrobiële of andere
therapeutische stoffen af te geven, met als doel sneller herstel, vaak
gebruikt bij chronische wonden.
,Kortom: passief = beschermen; actief = genezing actief ondersteunen en
versnellen.
2.1 Passieve wondverbanden
a. Gaaskompres
• Reinigen en afdekken van droge, zuivere wonden
• Soorten
- Katoenen gaaskompres
- Non-woven of viscose
kompressen
• Zowel steriel als niet steriel verpakt
• Veel afmetingen
• Beperkt absorptievermogen
• Doorlaatbaar voor bacteriën en water
b. Absorberend verband
• Gewatteerd gaaskompres met absorptiekern van watten of
cellulose
• Afdekken van matig tot sterk exsuderende wonden
• Geen antiseptische werking, vormt barrière voor bacteriën
van buitenaf
• Mag niet verknipt worden
c. Superabsorbers
• Technologie incontinentiemateriaal
• Absorptie van grote hoeveelheden exsudaat
• Opbouw verband:
- Vochtdoorlatende
wondcontactlaag
- Distributielaag
- Superabsorberende laag
- Buitenste laag luchtdoorlatend, niet doorlaatbaar voor vocht
• Mag niet verknipt worden
• Vervangen bij verzadiging
• Bijv. Curea®, Mextra®, Vliwasorb®
d. Wondrandbeschermers
• Barrièremiddelen: film, crème of pasta
• Doel:
- Bescherming wondrand tegen maceratie, irritatie of frictie
• Soorten:
- Dimeticone, semipermeabele filmlaag
- Bevat geen alcohol, mag op beschadigde huid
- Transparant, observatie mogelijk
- Frequentie: om de 24 tot 48 u.
- Bijv. Cavilon® spray, Cutimed® Protect
• Soorten:
, - Hydrofobe pasta’s, zalven, crèmes of lotions
- Zinkoxidepasta
- Niet transparant, geen observatie mogelijk
- Moeilijk te verwijderen (amandelolie)
• Niet effectief als preventie van decubitus
- Reduceren wrijving
- Nemen geen druk- en schuifkrachten weg
e. Vetgaas
• Wat is het?
- Katoenen gaaskompres geïmpregneerd met
vaseline of paraffine
- Voorkomt dat zalf geabsorbeerd wordt in
bedekkend verband
- Vaak gebruikt als secundair verband (zalf =
primair verband)
• Aandachtspunten
- Mag verknipt worden
- Niet dubbel leggen zodat wondvocht er nog doorheen kan
- Bedekkend verband nodig
• Bijv. Jelonet®, Cutticel® Classic, Adaptic®
f. Niet-inklevend siliconenverband
• Wat is het?
- Ondergrond polyamide met laagje silicone
- Niet-inklevende eigenschappen
- Hechten aan droge wondomgeving
- Hechten niet aan natte open wonde
- Wijdmazige structuur, permeabel
- Drainage exsudaat naar secundair
verband
• Bijv.: Mepitel® One, Cutticel® Contact, Adaptic® Touch
• Indicaties
- Inkleving voorkomen
- Skin tears categorie 1 en 2 fixatie huidflap
- Fixatie blaardak
- Interface bij negatieve druktherapie
• Contra-indicaties
- Geïnfecteerde wonden
- Skin tears categorie 3
Categorie 1: skin tear zonder weefselverlies
2: skin tear met gedeeltelijk weefselverlies
3: skin tear met volledig weefselverlies
De lokale
wondbehandeling______________________________________________________
Ø Doel wondverband: optimale omgeving creëren voor wondheling
Ø Verbandkeuze: één klein onderdeel van behandelplan
!! belangrijkste is behandeling van de oorzaak
Factoren verbandkeuze
- Wondgerelateerde factoren
- Productgerelateerde factoren
- Patiëntgerelateerde factoren
- Kostprijs
1. Het ideale verband
Verbandkeuze obv TIME-CDST
Kenmerken ter optimalisatie wondgenezing
- T: granulatie bevorderen, debridement bevorderen
- I: barrière tegen vocht en kiemen van buitenaf, infectie bestrijden
indien nodig
- M: optimale vochtbalans
- E: epithelialisatie bevorderen
Kenmerken om comfort te verhogen
Kenmerken om uitvoering wondzorg te vergemakkelijken
2. Soorten verbanden
Primaire en secundaire verbanden
• Primaire wondverbanden:
- Rechtstreeks in contact met het wondbed
• Secundaire wondverbanden:
- Boven op het primair verband
- Doel:
- Fixatie primair verband
- Absorptie exsudaat
Actieve en passieve verbanden
• Actieve verbanden:
- Actieve werking in het wondbed
- Bevorderen en behoud van optimaal vochtig wondmilieu
• Passieve verbanden:
- Wonde afdekken
- Niet-inklevende eigenschappen of absorptie exsudaat
Verschil?: Passief wondverband beschermt en absorbeert, terwijl actief
wondverband de genezing bevordert door een vochtig klimaat te
scheppen, wondvocht te beheren, en soms antimicrobiële of andere
therapeutische stoffen af te geven, met als doel sneller herstel, vaak
gebruikt bij chronische wonden.
,Kortom: passief = beschermen; actief = genezing actief ondersteunen en
versnellen.
2.1 Passieve wondverbanden
a. Gaaskompres
• Reinigen en afdekken van droge, zuivere wonden
• Soorten
- Katoenen gaaskompres
- Non-woven of viscose
kompressen
• Zowel steriel als niet steriel verpakt
• Veel afmetingen
• Beperkt absorptievermogen
• Doorlaatbaar voor bacteriën en water
b. Absorberend verband
• Gewatteerd gaaskompres met absorptiekern van watten of
cellulose
• Afdekken van matig tot sterk exsuderende wonden
• Geen antiseptische werking, vormt barrière voor bacteriën
van buitenaf
• Mag niet verknipt worden
c. Superabsorbers
• Technologie incontinentiemateriaal
• Absorptie van grote hoeveelheden exsudaat
• Opbouw verband:
- Vochtdoorlatende
wondcontactlaag
- Distributielaag
- Superabsorberende laag
- Buitenste laag luchtdoorlatend, niet doorlaatbaar voor vocht
• Mag niet verknipt worden
• Vervangen bij verzadiging
• Bijv. Curea®, Mextra®, Vliwasorb®
d. Wondrandbeschermers
• Barrièremiddelen: film, crème of pasta
• Doel:
- Bescherming wondrand tegen maceratie, irritatie of frictie
• Soorten:
- Dimeticone, semipermeabele filmlaag
- Bevat geen alcohol, mag op beschadigde huid
- Transparant, observatie mogelijk
- Frequentie: om de 24 tot 48 u.
- Bijv. Cavilon® spray, Cutimed® Protect
• Soorten:
, - Hydrofobe pasta’s, zalven, crèmes of lotions
- Zinkoxidepasta
- Niet transparant, geen observatie mogelijk
- Moeilijk te verwijderen (amandelolie)
• Niet effectief als preventie van decubitus
- Reduceren wrijving
- Nemen geen druk- en schuifkrachten weg
e. Vetgaas
• Wat is het?
- Katoenen gaaskompres geïmpregneerd met
vaseline of paraffine
- Voorkomt dat zalf geabsorbeerd wordt in
bedekkend verband
- Vaak gebruikt als secundair verband (zalf =
primair verband)
• Aandachtspunten
- Mag verknipt worden
- Niet dubbel leggen zodat wondvocht er nog doorheen kan
- Bedekkend verband nodig
• Bijv. Jelonet®, Cutticel® Classic, Adaptic®
f. Niet-inklevend siliconenverband
• Wat is het?
- Ondergrond polyamide met laagje silicone
- Niet-inklevende eigenschappen
- Hechten aan droge wondomgeving
- Hechten niet aan natte open wonde
- Wijdmazige structuur, permeabel
- Drainage exsudaat naar secundair
verband
• Bijv.: Mepitel® One, Cutticel® Contact, Adaptic® Touch
• Indicaties
- Inkleving voorkomen
- Skin tears categorie 1 en 2 fixatie huidflap
- Fixatie blaardak
- Interface bij negatieve druktherapie
• Contra-indicaties
- Geïnfecteerde wonden
- Skin tears categorie 3
Categorie 1: skin tear zonder weefselverlies
2: skin tear met gedeeltelijk weefselverlies
3: skin tear met volledig weefselverlies