DIDACTISH HANDELEN
HOOFDSTUK 1 COMPONENTEN VH DIDACTISH HANDELEN
Het model is rond want er is geen
volgorde maar je begint wel altijd in
het midden.
Begin vanuit de doelstelling en
beginsituatie, daarna kan je zelf
kiezen waarmee je begint.
Keuze van 1 stuk zorgt voor
beïnvloeding van de andere
stukken.
DIDACTISH/DIDACTIEK
Didaskein-> grieks voor onderwijzen
In nederlandstalige literatuurdidactiek gebruikt als aanduiding voor theorie
van het intentioneel en systematische onderwijzen van:
- Kennis
- Vaardigheden
- Attitudes
Door een leerkracht in een ingerichte setting
Synoniem= onderwijskunde
Het is een praktijktheorie die weerslag heeft op praktijk maar ook zelf
oriëntaties krijgt vanuit de praktijk.
1
,Door analyse van de praktijkervaringen kan me ondervinden wat werkt en
niet werkt, het beoogt vooral praktisch handelen. Het gaat over de kunst
van het onderwijzen.
1. COMPONENTEN VH DIDACTISCH HANDELEN.
Centraal-> doelstellingen ( die je tijdens de les wilt
bereiken) en de beginsitueatie ( wie zijn de lln en wat
kunnen ze al.) van waaruit je vertrekt)
Elke beginsituatie = anders
Er is ook een wisselwerking tussen de doelstelling en beginsituatie:
De beginsituatie beïnvloedt de keuze van een hoeveelheid doelen
die je wil of kan bereiken na een lestijd
Het bereiken van doelstellingen maakt dat de beginsituatie
voortuderend veranderd
1.1 DOELSTELLINGEN
Definitie: doelen zijn waardevolle en gewenste
gedragsveranderingne bij de lln als gevolg van leerervaringen.
Het is een afbakening van wat je wilt dat de lln op het einde van
de les kennen en/of kunnen.
Je bent op de eerste plaats gericht op wat je met de activiteiten wilt
bereiken.
We kunnen een onderscheid maken tussen psychomotorische,
dynamische-affectieve en cognitieve leerprocessen. :
1 cognitieve doelen -> kennis of vaardigheden (dingen die je kan) (bv
ik ken de 10 provincies van het land, ik ken mijn franse woordjes…)
2 dynamisch-affectieve doelen-> doelen die gaan over houding en
emoties (bv ik wil dat mijn kinderen respect overbrengen naar elkaar, ik
wil dat ze nauwkeurig kunnen werken, ik wil toneel geven en dat ze veel
mimiek dit voortbrengen…)
2
, 3 psychomotorische-> motoriek (bv mooi schrijven, pen goed
vasthouden…)
1.2 BEGINSITUATIE
Def: = geheel van bepalende factoren die een invloed hebben op
de keuze van doelstellingen en op het lesgebeuren zelf
We delen de aspecten als volgt in:
- 1. niveau (wat kan hij al of wat kan hij niet)
- 2.leerprofiel ( de manier waarop iemand leert)
- 3. intresse (meer motivatie wanneer ze meer intresse hebben)
1.3 DIDACTISCNHE PRINCIPES
Def: noodzakelijke kenmerken vh didactisch handelen. Het zijn
grondbeginselen, algemene voorschriften, krachtlijnen en
vuistregels voor het didactisch handelen in de dagelijkse praktijk.
Focus op:
- Motivatieprincipe ( motiveren MAAR niet elke les moet leuk zijn)
- Activiteitsprincipe ( zorg er maximaal voor dat ze ALLEMAAL bezig
zijn, niet dat ze altijd maar iets aan het moeten doen zijn fysiek
maar denken is ook een activiteit )
- Aanschouwlijkheidspricnipe ( gebruik verschillende zintuigen niet
alleen dingen vertellen dit is minder effectief dan laten zien of
voelen.
- Gelijdelijkheidsprincipe (rustig opbouwen, stap voor stap volgens de
juiste stappen, van punt a naar punt b)
- Differentatieprincipe (proberen zo dicht mogelijk bij de naasten
ontwikkeling te zetten, bij iedereen persoonlijk. Aanpassen aan de
noden vh kind)
- Herhalingsprincipe ( veel herhalen.)
1.4 DIDACTISCHE WERKVORM
Def: diverse manieren waarop het onderwijsproces op gang wordt
gebracht en gehouden. Het gaat om een geheel van handelingen
3
HOOFDSTUK 1 COMPONENTEN VH DIDACTISH HANDELEN
Het model is rond want er is geen
volgorde maar je begint wel altijd in
het midden.
Begin vanuit de doelstelling en
beginsituatie, daarna kan je zelf
kiezen waarmee je begint.
Keuze van 1 stuk zorgt voor
beïnvloeding van de andere
stukken.
DIDACTISH/DIDACTIEK
Didaskein-> grieks voor onderwijzen
In nederlandstalige literatuurdidactiek gebruikt als aanduiding voor theorie
van het intentioneel en systematische onderwijzen van:
- Kennis
- Vaardigheden
- Attitudes
Door een leerkracht in een ingerichte setting
Synoniem= onderwijskunde
Het is een praktijktheorie die weerslag heeft op praktijk maar ook zelf
oriëntaties krijgt vanuit de praktijk.
1
,Door analyse van de praktijkervaringen kan me ondervinden wat werkt en
niet werkt, het beoogt vooral praktisch handelen. Het gaat over de kunst
van het onderwijzen.
1. COMPONENTEN VH DIDACTISCH HANDELEN.
Centraal-> doelstellingen ( die je tijdens de les wilt
bereiken) en de beginsitueatie ( wie zijn de lln en wat
kunnen ze al.) van waaruit je vertrekt)
Elke beginsituatie = anders
Er is ook een wisselwerking tussen de doelstelling en beginsituatie:
De beginsituatie beïnvloedt de keuze van een hoeveelheid doelen
die je wil of kan bereiken na een lestijd
Het bereiken van doelstellingen maakt dat de beginsituatie
voortuderend veranderd
1.1 DOELSTELLINGEN
Definitie: doelen zijn waardevolle en gewenste
gedragsveranderingne bij de lln als gevolg van leerervaringen.
Het is een afbakening van wat je wilt dat de lln op het einde van
de les kennen en/of kunnen.
Je bent op de eerste plaats gericht op wat je met de activiteiten wilt
bereiken.
We kunnen een onderscheid maken tussen psychomotorische,
dynamische-affectieve en cognitieve leerprocessen. :
1 cognitieve doelen -> kennis of vaardigheden (dingen die je kan) (bv
ik ken de 10 provincies van het land, ik ken mijn franse woordjes…)
2 dynamisch-affectieve doelen-> doelen die gaan over houding en
emoties (bv ik wil dat mijn kinderen respect overbrengen naar elkaar, ik
wil dat ze nauwkeurig kunnen werken, ik wil toneel geven en dat ze veel
mimiek dit voortbrengen…)
2
, 3 psychomotorische-> motoriek (bv mooi schrijven, pen goed
vasthouden…)
1.2 BEGINSITUATIE
Def: = geheel van bepalende factoren die een invloed hebben op
de keuze van doelstellingen en op het lesgebeuren zelf
We delen de aspecten als volgt in:
- 1. niveau (wat kan hij al of wat kan hij niet)
- 2.leerprofiel ( de manier waarop iemand leert)
- 3. intresse (meer motivatie wanneer ze meer intresse hebben)
1.3 DIDACTISCNHE PRINCIPES
Def: noodzakelijke kenmerken vh didactisch handelen. Het zijn
grondbeginselen, algemene voorschriften, krachtlijnen en
vuistregels voor het didactisch handelen in de dagelijkse praktijk.
Focus op:
- Motivatieprincipe ( motiveren MAAR niet elke les moet leuk zijn)
- Activiteitsprincipe ( zorg er maximaal voor dat ze ALLEMAAL bezig
zijn, niet dat ze altijd maar iets aan het moeten doen zijn fysiek
maar denken is ook een activiteit )
- Aanschouwlijkheidspricnipe ( gebruik verschillende zintuigen niet
alleen dingen vertellen dit is minder effectief dan laten zien of
voelen.
- Gelijdelijkheidsprincipe (rustig opbouwen, stap voor stap volgens de
juiste stappen, van punt a naar punt b)
- Differentatieprincipe (proberen zo dicht mogelijk bij de naasten
ontwikkeling te zetten, bij iedereen persoonlijk. Aanpassen aan de
noden vh kind)
- Herhalingsprincipe ( veel herhalen.)
1.4 DIDACTISCHE WERKVORM
Def: diverse manieren waarop het onderwijsproces op gang wordt
gebracht en gehouden. Het gaat om een geheel van handelingen
3