DEEL 1
Doel: CTG interpreteren: beoordelen of foetus voldoende geoxygeneerd is, of er
stress / hypoxie/ decompensatie optreedt, ingrijpen waar nodig. Altijd de context
bekijken!
1. Basislijn (FHT)
Vragen:
- Basislijn conform de zwangerschapsduur?
(Hoe langer, hoe lager dit oiv parasympaticus ZS, normaal: 110-160 bpm)
- Is de basislijn stabiel of instabiel? (Hart kindje ontregeld, geen duidelijke
lijn)
- Is er een basislijnstijging? (Soorten hypoxie)
Bij stijging T° mama + basislijn niet conform zwsduur + stijging =
rapporteren.
Oorzaken basislijnveranderingen:
- Temperatuurstijging moeder nakijken (kan ontwikkeling chorio-
amnionitis zijn).
- Toename cathecholamines moeder (hormoon in arbeid, stijging <10% is
oké).
- Ziektes moeder (bv hyperthyreoïdie) anamnese moeder bekijken.
- Medicatiegebruik moeder (bv B-blokker, atropine, cocaïne).
- Foetale ritmestoornissen, congenitale of metabolische problemen vorig
CTG.
Begrippen:
- Compenseren = baby moet extra zijn best doen om te overleven, maar
kan volgen.
- Decompenseren = baby heeft niet genoeg E meer om zijn best te doen
voor overleving.
- Wandering baseline = zeer slechte foetale conditie = abnormale
variabiliteit = foetus decompenseert = vermindering perfusie hersenen =
instabiele basislijn.
- !! BV onstabiele basislijn (+ bleek, pijn, lage RR, harde buik) =>
placentaloslating?
- !!! < 100 bpm is pathologisch!!
2. Variabiliteit
Variabiliteit:
- = de variatie van het hartritme over de basislijn = bandbreedte.
, - Bekijken over maximum 1 minuut (1cm) buiten een contractie zonder
extreme stijgingen of dalingen. Hoogste punt in deze minuut – laagste =
variabiliteit bpm. Deze schommeling is de amplitude.
- Sinusoidaal: patroon zonder slagvariatie (kan door bv foetale anemie), S-
vorm
- Pseudo sinusoidaal patroon = normaal, iets hoekiger dan sinusoidaal
Normaal: 5-25 bpm = foetus
goed geoxygeneerd.
Vermeerderd >25 bpm =
onevenwicht PS en OS = acute
stress / hypoxie
Saltatoir patroon >25 bpm
gedurende 30 minuten
Verminderd <5 bpm = slaap
(fysiologisch) of hypoxie
(onderdrukking CZS path!!)
Volledig verlies <2 bpm = preterminaal
- Bv: variabiliteit <5 bpm, RR 178/105 mmHg, geen KB, basislijn hoger
Pre-eclampsie? => eiwitten in 24u urine onderzoeken, bloedonderzoek,
Eclampsie? Kniepeesreflex?
Oplossing: bloeddruk dalende medicatie, MgSO4 (om geen eclampsie te
krijgen)
Oorzaak pathologie variabiliteit: verstoring tussen para en
orthosympaticus:
- Medicatie (sedativa, bètablokkers, parasympaticolytica).
- Schade CZS.
- Hartgeleidingsstoornis.
- Congenitale afwijkingen (CZS of hart).
- Bij toediening foetale longrijping (corticoïden) kan er (de eerste 24-48u na
toediening) daling in variabiliteit zijn.
- Verminderde variabiliteit in arbeid kan wijzen op foetale hypoxie.
- Saltatoir: (20 min lang) kan wijzen op acute foetale hypoxie tijdens arbeid.
Pathologie op het CTG:
- Verminderde variabiliteit > 50 min
- Verminderde variabiliteit in decceleratie gedurende > 3 min
- Saltatoir patroon > 30 min
- Sinusoidaal patroon > 30 min
Cycling:
- = na inspanning is hartslag gedaald, hierna past neurologisch toestel zich
aan.
- Bekijken over 40 min.
- Belangrijke indicator foetaal welzijn: foetale slaap-waakcycli
- !! Afwezigheid cycling altijd verdacht.
- Afwezigheid door: chorio-amnionitis, chronische hypoxie,
decompenserende hypoxie, sinusoidaal, medicatie / drugs, hyponatriëmie
3. Acceleraties