Samenvatting LOB 3
WERKEN AAN DE COMPENENT RELATIE – PPT 1
1. Kunnen het belang van kennismakingsactiviteiten toelichten vanuit
de visie van het ervaringsgericht lager onderwijs (welbevinden,
betrokkenheid, basisbehoeften).
Het belang van kennismaken:
Kennismaken op eigen niveau:
Positief leefklimaat positief leerklimaat
o
Klimaat in de klas = bepalend voor de wijze waarop leerkrachten
lesgeven en de wijze waarop leerlingen leren
o Een positieve groepssfeer laat het lesgeven vlotter verlopen
o Een negatief klimaat weegt vlug door bij leerkrachten en leerlingen
Welbevinden als voorwaarde van betrokkenheid
Kennismaken op niveau van het kind:
Welbevinden is een voorwaarde voor betrokkenheid (voor leren)
2 vragen centraal:
Is er welbevinden? Voelen kinderen zich goed, veilig, zelfbekwaam?
Is er betrokkenheid? Zijn kinderen uitgedaagd op het maximale van hun
kunnen uitgaande van wat hen triggert
… zodat ze de maximale groei kennen in hun leren die voor hun op dat ogenblik
haalbaar en wenselijk is.
Wat is welbevinden:
Welbevinden komt voort uit bevrediging van de basisbehoeften
Hoe kun je welbevinden herkennen:
1
,Welbevinden van een kind wordt opgebouwd vanuit goede relaties met zijn
omgeving. Je kan deze observeren. Ze bepalen mee het beeld dat je vormt van
een kind.
We onderscheiden volgende relatievelden:
Relatie medeleerlingen
Relatie leerkrachten
Relatie klas- en schoolwereld
Relatie gezinsleden
Relatie spel- en ontspanningswereld
2. Kunnen de fasen van groepsvorming benoemen, in de juiste volgorde
plaatsen en verklaren.
Eerste fase: FORMING (tot stand komen/vormen)
Forming = oriëntatiefase
Eerste verkenning van de groepsleden
Veiligheid creëren (dagplanning, oogcontact, connecteren met elkaar)
Tweede fase: STORMING (onrustig/conflict)
Storming = regeling van ieders invloed binnen de groep
Invloed heeft betrekking op de doelen van de groep en de wijze waarop
groepsleden met elkaar omgaan
Positieverdeling = hiërarchie
In deze fase gaan leerlingen op zoek naar gelijkenissen en sluit ze
verbonden.
Tegelijkertijd zoeken leerling naar hun eigen positie in de klas.
Resultaat = samenhangende groep of subgroepen
De uitkomst van de stormingsfase kan verschillend zijn:
1. Er groeit een samenhangende, positief samenwerkende groep.
2. De klas wordt een negatieve groep waarin concurrentie en machtsstrijd de
boventoon voert.
2
, 3. De klas wordt niet één groep. Er ontwikkelen zich twee of drie subgroepen
die ieder een eigen groepsproces doorstaan.
4. De klas is verdeeld in een hoofdgroep en enkele outsiders. In een
negatieve hoofdgroep lopen de outsiders het risico de zondebok te
worden.
Derde fase: NORMING (normeren/samenwerken)
Norming = de ongeschreven regels worden vastgelegd.
Op het einde van deze fase liggen de ongeschreven groepsrollen en normen vast.
Die regels kennen en je eraan houden, biedt lidmaatschap van een groep.
Ongeschreven groepsdoel, vb. wij vinden school maar stom, wij vinden dat
onze klas een toffe groep is…
Ongeschreven groepsregels, vb. wij helpen elkaar, wij luisteren naar
elkaar, bij ons heeft Fred het voor het zeggen…
Vierde fase: PERFORMING (presenteren/productiviteit)
Performing = uitvoering van het groepdoel.
Hier ziet men hoe de klas in elkaar zit, welke functies en onderlinge relaties er
bestaan.
Positief leefklimaat?
Negatief leefklimaat?
In een dergelijke klasgroep maken leerlingen zich geen zorgen meer over
afwijzing. Ze kennen elkaar verschillen en waarderen die. Leerlingen vullen elkaar
aan en de groep wordt meer dan de optelsom van individuele kwaliteiten.
3
, Vijfde fase: TERMINATION (beëindigen/uiteengaan)
Termination = treedt in als het einde van het groepsbestaan in zicht komt.
De groepsnormen vervagen
De groep wordt losgelaten
Er komt een nieuw perspectief
4
WERKEN AAN DE COMPENENT RELATIE – PPT 1
1. Kunnen het belang van kennismakingsactiviteiten toelichten vanuit
de visie van het ervaringsgericht lager onderwijs (welbevinden,
betrokkenheid, basisbehoeften).
Het belang van kennismaken:
Kennismaken op eigen niveau:
Positief leefklimaat positief leerklimaat
o
Klimaat in de klas = bepalend voor de wijze waarop leerkrachten
lesgeven en de wijze waarop leerlingen leren
o Een positieve groepssfeer laat het lesgeven vlotter verlopen
o Een negatief klimaat weegt vlug door bij leerkrachten en leerlingen
Welbevinden als voorwaarde van betrokkenheid
Kennismaken op niveau van het kind:
Welbevinden is een voorwaarde voor betrokkenheid (voor leren)
2 vragen centraal:
Is er welbevinden? Voelen kinderen zich goed, veilig, zelfbekwaam?
Is er betrokkenheid? Zijn kinderen uitgedaagd op het maximale van hun
kunnen uitgaande van wat hen triggert
… zodat ze de maximale groei kennen in hun leren die voor hun op dat ogenblik
haalbaar en wenselijk is.
Wat is welbevinden:
Welbevinden komt voort uit bevrediging van de basisbehoeften
Hoe kun je welbevinden herkennen:
1
,Welbevinden van een kind wordt opgebouwd vanuit goede relaties met zijn
omgeving. Je kan deze observeren. Ze bepalen mee het beeld dat je vormt van
een kind.
We onderscheiden volgende relatievelden:
Relatie medeleerlingen
Relatie leerkrachten
Relatie klas- en schoolwereld
Relatie gezinsleden
Relatie spel- en ontspanningswereld
2. Kunnen de fasen van groepsvorming benoemen, in de juiste volgorde
plaatsen en verklaren.
Eerste fase: FORMING (tot stand komen/vormen)
Forming = oriëntatiefase
Eerste verkenning van de groepsleden
Veiligheid creëren (dagplanning, oogcontact, connecteren met elkaar)
Tweede fase: STORMING (onrustig/conflict)
Storming = regeling van ieders invloed binnen de groep
Invloed heeft betrekking op de doelen van de groep en de wijze waarop
groepsleden met elkaar omgaan
Positieverdeling = hiërarchie
In deze fase gaan leerlingen op zoek naar gelijkenissen en sluit ze
verbonden.
Tegelijkertijd zoeken leerling naar hun eigen positie in de klas.
Resultaat = samenhangende groep of subgroepen
De uitkomst van de stormingsfase kan verschillend zijn:
1. Er groeit een samenhangende, positief samenwerkende groep.
2. De klas wordt een negatieve groep waarin concurrentie en machtsstrijd de
boventoon voert.
2
, 3. De klas wordt niet één groep. Er ontwikkelen zich twee of drie subgroepen
die ieder een eigen groepsproces doorstaan.
4. De klas is verdeeld in een hoofdgroep en enkele outsiders. In een
negatieve hoofdgroep lopen de outsiders het risico de zondebok te
worden.
Derde fase: NORMING (normeren/samenwerken)
Norming = de ongeschreven regels worden vastgelegd.
Op het einde van deze fase liggen de ongeschreven groepsrollen en normen vast.
Die regels kennen en je eraan houden, biedt lidmaatschap van een groep.
Ongeschreven groepsdoel, vb. wij vinden school maar stom, wij vinden dat
onze klas een toffe groep is…
Ongeschreven groepsregels, vb. wij helpen elkaar, wij luisteren naar
elkaar, bij ons heeft Fred het voor het zeggen…
Vierde fase: PERFORMING (presenteren/productiviteit)
Performing = uitvoering van het groepdoel.
Hier ziet men hoe de klas in elkaar zit, welke functies en onderlinge relaties er
bestaan.
Positief leefklimaat?
Negatief leefklimaat?
In een dergelijke klasgroep maken leerlingen zich geen zorgen meer over
afwijzing. Ze kennen elkaar verschillen en waarderen die. Leerlingen vullen elkaar
aan en de groep wordt meer dan de optelsom van individuele kwaliteiten.
3
, Vijfde fase: TERMINATION (beëindigen/uiteengaan)
Termination = treedt in als het einde van het groepsbestaan in zicht komt.
De groepsnormen vervagen
De groep wordt losgelaten
Er komt een nieuw perspectief
4