KENNISMAKING MET DE SOCIOLOGIE
,Inhoudsopgave
,H1: Wat is sociologie?
Sociologie = systematisch onderzoek naar mens & samenleving ⟶ kern =
sociologisch perspectief
Technieken van Berger om sociologische bril op
te zetten:
Algemene in bijzondere zien (generalisatie)
bv. Naar unief gaan en dat bijzonder vinden,
maar als je naar het grote plaatje kijkt wordt
duidelijk dat het niet zo vreemd is om naar
unief te gaan
Het vreemde in het bekende zien
(defamiliarisatie) bv. Iedereen wordt stil als
prof praat en neemt notities: is dat vreemd?
Sociologische bril ⟶ sociologische
verbeelding (C Wright Mills)
De gave onszelf (en anderen) te zien
als knooppunt van sociale bindingen
en maatschappelijke structuren die
ons denken, handelen en dus leven
vormgeeft.
Persoonlijke problemen verbinden met
maatschappelijke issues
bv. Werkloos: individu geeft zichzelf de schuld
MAAR sociologische verbeelding ⟶ uitkomst
groter & maatschappelijker probleem
⟶ samenleven = web aan
interdependenties: iedereen is aan elkaar
verbonden & afhankelijk van elkaar C Wright Mills
Vier basisvragen van sociologie (anders dan die van het boek):
1.Hoe is de samenleving geordend & georganiseerd?
2.Hoe wordt het individuele beïnvloed door het
maatschappelijke?
3.Hoe is sociale (on)gelijkheid mogelijk?
4.Hoe onderzoeken we dat allemaal op een wetenschappelijke
manier?
, Mondiale visie
Mondiaal perspectief = het bestuderen van de wereld in
zijn geheel & de plaats die onze samenleving daarin neemt
Landen opdelen:
Hoge-inkomstlanden: landen met de hoogste
algemene levensstandaard
Middeninkomenslanden: gemiddelde levensstandaard
(als we wereld in zijn geheel bekijken) ⟶ Oost-
Europese, Latijns-Amerikaanse landen
Lage-inkomstlanden: landen met een lage
levensstandaard, waarvan de meeste inwoners arm
zijn ⟶ sommige landen in Afrika, Azië (sommige
landen extreem rijk, maar overgrote bevolking arm)
Moderniteit
Moderniteit = sociale patronen die het
resultaat zijn van industrialisering
19de eeuw: veel verandering:
1.Industrialisatie: handwerk ⟶ grote machines ⟶ mensen
verlieten vertrouwde omgeving & er was scheiding tussen
werk & privé
2.Groei van steden
3.Politieke verandering: mensen denken anders (binnen
filosofie nadruk op nastreven van eigen belang) ⟶
veranderingen zoals Franse Revolutie
⟶ Sociologie ontstaat (term in 1838 door Auguste Comte)
Ideeën sociologen over moderniteit
Belangrijke kenmerken van Ferdinand Tönnies
modernisering (Peter Berger):
Gemeinschaft = onderlinge
voor IR
1.Het verdwijnen van saamhorigheid: mensen vormden
kleine, traditionele hechte eenheid (kleine groepen)
gemeenschappen
Gesellschaft = berekend
individualisme: iedereen wil het
Na IR
beste uit het leven halen & is
meer met zichzelf bezig
(globalisering)