SAMENVATTING LESSEN KLINISCHE NEUROPSYCHOLOGIE
Draaiboek: alles kennen, ook details -> grondig doorlezen en samenvatting voor verbanden
INTRODUCTIE KLINISCHE NEUROPSYCHOLOGIE
LOKALISATIE
Klinische neuropsychologie = de psychologie waarin de relatie tussen hersenstoornissen en gedrag bestudeerd wordt
2 soorten:
- 1. Functie (zie Brodmann)
- 2. Functiestoornis -> klinische neuropsychologie
Luria (1902-1977): hersenen 1 complex functioneel systeem
KLINISCHE NEUROPSYCHOLOGIE
Snelle ontwikkeling
- Literatuur:
o Brain
o Brain injury
o Behavioral and brain sciences
o Tijdschrift voor neuropsychologie: diagnostiek, behandeling en onderzoek
- Vervolgopleiding
o Postgraduaat Neuropsychologische Diagnostiek & Counseling;
- VVNP & VVKP Divisie Neuropsychologie
WERKVELDEN
Somatische, geestelijke gezondheidszorg & ouderenzorg
Patiëntgroepen:
- Aangeboren & Niet-aangeboren hersenletsels
o Zuurstofgebrek
o Ruimte-innemende processen
o CVA
o Traumatische hersenletsels
- Progressieve aandoeningen
o Multiple sclerose
o Parkinson
o Dementie
o Psychiatrische beelden (ADHD, Schizofrenie)
KADERING
Restverschijnselen
Evaluatie behandeling
Monitoring verandering
Indicatiestelling revalidatie
1
,Advisering taakhervatting:
- Analyse werk/taak
- Analyse vd (cognitieve) veranderingen/tekorten
- Analyse v mogelijkheden tot compensatie
- Analyse van risico bij niet optimale taakuitvoering
- Analyse van emotionele betekenis
Redenen diagnostiek
- Diagnose
- Evaluatie
- Dagelijks functioneren
DIAGNOSTIEK
Afhankelijk van in welke fase men zich bevindt:
- Beeldvorming
o CT-scan
▪ acute fase
▪ goed voor bloedingen
o MRI
▪ gedetailleerde structuren
▪ geen straling
o fMRI
▪ activatie tijdens taken
o PET / SPECT
▪ metabolisme (glucoseverbruik)
o DTI
▪ witte-stofbanen
o WADA-test
▪ uitschakelen van 1 hemisfeer
o TMS
▪ tijdelijke verstoring/stimulatie functies
- Glasgow Corna Scale
- Interdisciplinair
Procesmodel:
- Intake/vooronderzoek: gesprek, heteroanamnese gesprek, observatiegegevens
o => hypothesen afleiden
o => hypothesen toetsen: neuropsychologisch testbilan / aanvullend onderzoek
Intake/ Anamnese
- Klachten
o Aard: met welke klacht komt de patient?
o Verloop: ook wat heeft die al geprobeerd?
o Ernst
o Gevolgen dagelijks leven: wat betekent dat voor jou dat je moe bent? Zijn er dingen die je dan niet meer
doet?
- => ICF-model
2
, o
▪ Stoornis = functieverlies
▪ Beperking = probleem in activiteit
▪ Participatieprobleem = probleem in maatschappij
▪ Externe factoren
▪ Persoonlijke factoren
▪ relatie met ICD-10 (ziekteclassificatie)
o ICF-model ook gebruiken bij eigen taak, is echt de start altijd
o Zoek link tussen stoornissen, …
o Gevolgen voor dagelijks leven kunnen inschatten
- Anamnese: zie lijst -> bij proefpersoon het laatste stuk gebruiken als start, gebruiken om gesprek mee te starten
o Ontwikkelingsanamnese moet je niet doen voor je taak, doe je ook niet standaard
Observatiegegevens
- Observatie: zie lijst
- Obv observatie bepaalde dingen verklaren die inconsistent zijn in testresultaten
- Validiteit
- Inconsistenties
- Beïnvloedende factoren
- Beoordeling werkhouding: heeft die strategie gebruikt of trial and error, wnr geeft die op?
- Corrigeerbaarheid: nadat we beetje helpen, gebruikt die die tips of blijft die hangen in de vorige niet-helpende
strategie? Staat die open voor hulp?
Samenstelling testbilan (= samenstelling van testen, afh van vraag cliënt)
- Hele spectrum vaardigheden dekken
o Hele spectrum: wat is de oorzaak van het probleem? Concentratie, executieve functies, …
- Goede normgegevens (bv moedertaal, opleidingsniveau)
- Ecologisch valide
- Volgorde van plaatsing tests (bv aandachtstaak in het begin)
Vergelijking met premorbide prestatieniveau
- Vgl met normgegevens doen we sws, nu ook vgl met hoe die persoon nu is en voor het hersenletsel was: bvb,
testresultaten leggen naast die van voor het letsel MAAR die hebben we soms niet bvb bij auto-ongeval is kans
klein, dus kijk ook naar opleidingsniveau, hobby’s, … van daarvoor -> hoe zat het toen met cognitieve prestaties?
Zou je verwachten dat die toen boven gem presteerde, nu mss gem, dan is er wel verschil
- Premorbide = voor oplopen van het letsel -> we kunnen enkel spreken over een stoornis als je de persoon
vergelijkt met hoe hij zelf was voor het letsel
BIG FIVE (IN DE KLINISCHE NEUROPSYCHOLOGIE)
= 5 belangrijkste dingen die je in je achterhoofd moet houden
1. Analyseren gestoorde EN intacte gedragsmogelijkheden
a. Motivatie!! Revalideren is heel vermoeiend
2. Consequenties dagelijks leven
a. Wat is relevant met zijn dagdagelijkse leven?
b. Bvb. Oefenen op terug wandelen en niet focussen op fietsen als die nooit fietste
3
, 3. Relatie met hersenstoornis
a. Komt gedrag overeen met aarde, grootte en ligging van letsel?
b. Samenwerking radiologen: hersenscans
4. Bestuderen veranderlijkheid
a. Is het iets dat altijd hetzelfde is (=> prognose maken), beter wordt of weten we dat het verergert/klachten
toenemen? => personen daarop voorbereiden!
5. Behandeling & begeleiding
a. Diagnostiek als voorbode van behandeling en bgl
b. Prigatano: kernideeën
i. subjectieve ervaring patiënt centraal
ii. aandacht voor emotionele verwerking
iii. omgaan met verlies
iv. anosognosie erkennen
v. evidence-based + klinische ervaring
VEEL GEMAAKTE FOUTEN NEUROPSYCHOLOGISCHE DIAGNOSTIEK
Symptoom is geen bewijs voor oorzaak
- We mogen er niet altijd vanuit gaan dat een symptoom bewijs is voor oorzaak, sommige mensen blijven
vasthangen bij oplossingen zoeken, blijven in oplossingsstrategie hangen
- Komt vaak voor bij mensen met frontaal letsel MAAR is niet per se oorzaak gevolg
- Problemen in geheugen is niet per se door NAH in dat breinonderdeel bvb
Meting heeft een vaststaande betekenis
- Bv slechte prestatie op subtest WAIS wil niet zeggen dat die niet kan rekenen, kan zijn dat die het niet goed
gehoord heeft (aangezien de test verbaal is) of niet begrepen heeft
Subjectieve cliëntgegevens die betrouwbaar functiestoornis weergeven
- Mag je niet vanuit gaan (die discrepantie willen we in kaart brengen: kan die zichzelf juist inschatten? Is geen
objectieve meting, dus vgl met testresultaten)
- Let hierop bij woordkeuze in verslag: is dit subjectief (bvb: van de huisarts) of zijn die gegevens feitelijk bevestigd?
Problemen niet in normale populatie voorkomen
- Bij hvl % van bevolking komt dit probleem voor?
- Ook in gezonde populatie komen problemen voor, niet direct aan alarmbel trekken
- Vb. mensen met letsel in temporale kwab => geheugenproblemen
DIAGNOSTIEK
- Basis voor advies voor behandeling: welke behandeling? Is behandeling mogelijk?
- Behandeleffect nagaan
VELE DIVERSE GEVOLGEN VAN HERSENLETSEL
Locomotorisch
- Fysieke: w snel opgemerkt, willen ze vaak eerst revalideren, grote motivatie voor
Communicatie
- Taal, spraak, …, vaak 2e vraag die gesteld wordt
Cognitief
- Niet snel opgemerkt in ziekenhuis
4
Draaiboek: alles kennen, ook details -> grondig doorlezen en samenvatting voor verbanden
INTRODUCTIE KLINISCHE NEUROPSYCHOLOGIE
LOKALISATIE
Klinische neuropsychologie = de psychologie waarin de relatie tussen hersenstoornissen en gedrag bestudeerd wordt
2 soorten:
- 1. Functie (zie Brodmann)
- 2. Functiestoornis -> klinische neuropsychologie
Luria (1902-1977): hersenen 1 complex functioneel systeem
KLINISCHE NEUROPSYCHOLOGIE
Snelle ontwikkeling
- Literatuur:
o Brain
o Brain injury
o Behavioral and brain sciences
o Tijdschrift voor neuropsychologie: diagnostiek, behandeling en onderzoek
- Vervolgopleiding
o Postgraduaat Neuropsychologische Diagnostiek & Counseling;
- VVNP & VVKP Divisie Neuropsychologie
WERKVELDEN
Somatische, geestelijke gezondheidszorg & ouderenzorg
Patiëntgroepen:
- Aangeboren & Niet-aangeboren hersenletsels
o Zuurstofgebrek
o Ruimte-innemende processen
o CVA
o Traumatische hersenletsels
- Progressieve aandoeningen
o Multiple sclerose
o Parkinson
o Dementie
o Psychiatrische beelden (ADHD, Schizofrenie)
KADERING
Restverschijnselen
Evaluatie behandeling
Monitoring verandering
Indicatiestelling revalidatie
1
,Advisering taakhervatting:
- Analyse werk/taak
- Analyse vd (cognitieve) veranderingen/tekorten
- Analyse v mogelijkheden tot compensatie
- Analyse van risico bij niet optimale taakuitvoering
- Analyse van emotionele betekenis
Redenen diagnostiek
- Diagnose
- Evaluatie
- Dagelijks functioneren
DIAGNOSTIEK
Afhankelijk van in welke fase men zich bevindt:
- Beeldvorming
o CT-scan
▪ acute fase
▪ goed voor bloedingen
o MRI
▪ gedetailleerde structuren
▪ geen straling
o fMRI
▪ activatie tijdens taken
o PET / SPECT
▪ metabolisme (glucoseverbruik)
o DTI
▪ witte-stofbanen
o WADA-test
▪ uitschakelen van 1 hemisfeer
o TMS
▪ tijdelijke verstoring/stimulatie functies
- Glasgow Corna Scale
- Interdisciplinair
Procesmodel:
- Intake/vooronderzoek: gesprek, heteroanamnese gesprek, observatiegegevens
o => hypothesen afleiden
o => hypothesen toetsen: neuropsychologisch testbilan / aanvullend onderzoek
Intake/ Anamnese
- Klachten
o Aard: met welke klacht komt de patient?
o Verloop: ook wat heeft die al geprobeerd?
o Ernst
o Gevolgen dagelijks leven: wat betekent dat voor jou dat je moe bent? Zijn er dingen die je dan niet meer
doet?
- => ICF-model
2
, o
▪ Stoornis = functieverlies
▪ Beperking = probleem in activiteit
▪ Participatieprobleem = probleem in maatschappij
▪ Externe factoren
▪ Persoonlijke factoren
▪ relatie met ICD-10 (ziekteclassificatie)
o ICF-model ook gebruiken bij eigen taak, is echt de start altijd
o Zoek link tussen stoornissen, …
o Gevolgen voor dagelijks leven kunnen inschatten
- Anamnese: zie lijst -> bij proefpersoon het laatste stuk gebruiken als start, gebruiken om gesprek mee te starten
o Ontwikkelingsanamnese moet je niet doen voor je taak, doe je ook niet standaard
Observatiegegevens
- Observatie: zie lijst
- Obv observatie bepaalde dingen verklaren die inconsistent zijn in testresultaten
- Validiteit
- Inconsistenties
- Beïnvloedende factoren
- Beoordeling werkhouding: heeft die strategie gebruikt of trial and error, wnr geeft die op?
- Corrigeerbaarheid: nadat we beetje helpen, gebruikt die die tips of blijft die hangen in de vorige niet-helpende
strategie? Staat die open voor hulp?
Samenstelling testbilan (= samenstelling van testen, afh van vraag cliënt)
- Hele spectrum vaardigheden dekken
o Hele spectrum: wat is de oorzaak van het probleem? Concentratie, executieve functies, …
- Goede normgegevens (bv moedertaal, opleidingsniveau)
- Ecologisch valide
- Volgorde van plaatsing tests (bv aandachtstaak in het begin)
Vergelijking met premorbide prestatieniveau
- Vgl met normgegevens doen we sws, nu ook vgl met hoe die persoon nu is en voor het hersenletsel was: bvb,
testresultaten leggen naast die van voor het letsel MAAR die hebben we soms niet bvb bij auto-ongeval is kans
klein, dus kijk ook naar opleidingsniveau, hobby’s, … van daarvoor -> hoe zat het toen met cognitieve prestaties?
Zou je verwachten dat die toen boven gem presteerde, nu mss gem, dan is er wel verschil
- Premorbide = voor oplopen van het letsel -> we kunnen enkel spreken over een stoornis als je de persoon
vergelijkt met hoe hij zelf was voor het letsel
BIG FIVE (IN DE KLINISCHE NEUROPSYCHOLOGIE)
= 5 belangrijkste dingen die je in je achterhoofd moet houden
1. Analyseren gestoorde EN intacte gedragsmogelijkheden
a. Motivatie!! Revalideren is heel vermoeiend
2. Consequenties dagelijks leven
a. Wat is relevant met zijn dagdagelijkse leven?
b. Bvb. Oefenen op terug wandelen en niet focussen op fietsen als die nooit fietste
3
, 3. Relatie met hersenstoornis
a. Komt gedrag overeen met aarde, grootte en ligging van letsel?
b. Samenwerking radiologen: hersenscans
4. Bestuderen veranderlijkheid
a. Is het iets dat altijd hetzelfde is (=> prognose maken), beter wordt of weten we dat het verergert/klachten
toenemen? => personen daarop voorbereiden!
5. Behandeling & begeleiding
a. Diagnostiek als voorbode van behandeling en bgl
b. Prigatano: kernideeën
i. subjectieve ervaring patiënt centraal
ii. aandacht voor emotionele verwerking
iii. omgaan met verlies
iv. anosognosie erkennen
v. evidence-based + klinische ervaring
VEEL GEMAAKTE FOUTEN NEUROPSYCHOLOGISCHE DIAGNOSTIEK
Symptoom is geen bewijs voor oorzaak
- We mogen er niet altijd vanuit gaan dat een symptoom bewijs is voor oorzaak, sommige mensen blijven
vasthangen bij oplossingen zoeken, blijven in oplossingsstrategie hangen
- Komt vaak voor bij mensen met frontaal letsel MAAR is niet per se oorzaak gevolg
- Problemen in geheugen is niet per se door NAH in dat breinonderdeel bvb
Meting heeft een vaststaande betekenis
- Bv slechte prestatie op subtest WAIS wil niet zeggen dat die niet kan rekenen, kan zijn dat die het niet goed
gehoord heeft (aangezien de test verbaal is) of niet begrepen heeft
Subjectieve cliëntgegevens die betrouwbaar functiestoornis weergeven
- Mag je niet vanuit gaan (die discrepantie willen we in kaart brengen: kan die zichzelf juist inschatten? Is geen
objectieve meting, dus vgl met testresultaten)
- Let hierop bij woordkeuze in verslag: is dit subjectief (bvb: van de huisarts) of zijn die gegevens feitelijk bevestigd?
Problemen niet in normale populatie voorkomen
- Bij hvl % van bevolking komt dit probleem voor?
- Ook in gezonde populatie komen problemen voor, niet direct aan alarmbel trekken
- Vb. mensen met letsel in temporale kwab => geheugenproblemen
DIAGNOSTIEK
- Basis voor advies voor behandeling: welke behandeling? Is behandeling mogelijk?
- Behandeleffect nagaan
VELE DIVERSE GEVOLGEN VAN HERSENLETSEL
Locomotorisch
- Fysieke: w snel opgemerkt, willen ze vaak eerst revalideren, grote motivatie voor
Communicatie
- Taal, spraak, …, vaak 2e vraag die gesteld wordt
Cognitief
- Niet snel opgemerkt in ziekenhuis
4