Karlijn Corthals
Studente 1ste bachelor communicatiewetenschappen
Samenvatting Politicologie H11
Hoofdstuk 11: De Europese Unie
Centrale vragen begin hoofdstuk
Hoe begon het Europese integratieproject?
Het Europese integratieproject begon na de Tweede Wereldoorlog, met het doel
om een duurzame vrede en samenwerking tussen Europese landen te
garanderen. Robert Schuman gaf op 9 mei 1950 tijdens een persconferentie het
startschot door voor te stellen dat de kolen- en staalsector van Frankrijk en
Duitsland onder gemeenschappelijk beheer van een onafhankelijke instelling, de
Hoge Autoriteit, geplaatst zou worden. Dit was revolutionair omdat deze
instelling bindende beslissingen kon nemen, onafhankelijk van de lidstaten, en
het eerste voorbeeld van een supranationale macht in Europa vormde.
De onmiddellijke uitwerking was de oprichting van de Europese Gemeenschap
voor Kolen en Staal (EGKS) met zes oprichters: Frankrijk, België, Nederland,
Italië, Luxemburg en West-Duitsland. Het idee was aanvankelijk om dit model ook
toe te passen op defensie en politiek (Europese Defensiegemeenschap en
Europese Politieke Gemeenschap), maar dit stuitte op het veto van Frankrijk,
waardoor de focus verschoof naar economische integratie als eerste stap naar
politieke samenwerking.
Daarom kwamen dezelfde zes landen overeen om een gemeenschappelijke
markt te ontwikkelen (Europese Economische Gemeenschap, EEG) en samen te
werken op gebied van atoomenergie (Euratom). Beide verdragen werden in
Rome ondertekend, waarbij de term Hoge Autoriteit vervangen werd door de
Europese Commissie.
Stap voor stap werd de integratie uitgebreid:
1970: afschaffing grenscontroles binnen de EEG
Douane-unie: gezamenlijke afspraken over invoer van producten van
buiten de EEG
1999: oprichting Europese Monetaire Unie, met sommige landen die niet
deelnamen (bijv. Zweden, Denemarken)
Economische integratietheorieën zoals de neofunctionalisten benadrukken dat
de integratie in fasen verliep:
1. Vrijhandelszone
2. Douane-unie
3. Interne markt
4. Economische unie
5. Monetaire unie
1
,Karlijn Corthals
Studente 1ste bachelor communicatiewetenschappen
Samenvatting Politicologie H11
Het doel was dus eerst economische samenwerking, later politieke
samenwerking.
Is het mogelijk om uit de Europese Unie te stappen?
Ja, lidstaten kunnen vrijwillig uittreden, zoals geregeld in het Verdrag van
Lissabon. Lidstaten worden echter niet uit de EU gezet; dit gebeurt alleen met
wederzijdse toestemming bij uittreding.
Een concreet voorbeeld is Brexit:
2016: referendum onder premier David Cameron, 51,9% stemde voor
vertrek
De Britse regering probeerde het uittreden uit te stellen, maar in 2020
werd het VK officieel geen lid meer
Er werd een akkoord gemaakt om de handel te regelen, zodat goederen
zonder invoerheffingen konden blijven, maar het VK verliet de douane-unie
en interne markt
Hieruit blijkt dat uittreden mogelijk is, maar complex en afhankelijk van
onderhandelingen.
Hoe werkt de Unie? Wat is de rol van de diverse Europese
instellingen?
De EU werkt via een complex systeem van instellingen met verschillende
bevoegdheden:
a. Europese Raad
Bestaat uit staats- en regeringsleiders, de Hoge Vertegenwoordiger voor
Buitenlands- en Veiligheidsbeleid, en de voorzitter van de Europese
Commissie
Voorzitter: Antonio Costa
Bepaalt grote lijnen en prioriteiten, beslissingen via consensus
Weinig directe beslissingsbevoegdheid, vooral strategie en verdragen
b. Europese Commissie
Vergelijkbaar met een federale regering, één commissaris per lidstaat,
voorzitter Ursula von der Leyen
Dagelijks bestuur van de EU, initiatiefrecht voor wetgeving, controleert
naleving door lidstaten
Administratie verdeeld in directoraten-generaal (DG's), bv. DG Milieu, DG
Interne Markt
c. Raad van Ministers / Raad
2
,Karlijn Corthals
Studente 1ste bachelor communicatiewetenschappen
Samenvatting Politicologie H11
Vergadert per beleidsterrein (milieu, landbouw, defensie)
Beslissingsbevoegdheid, stemmen met gekwalificeerde meerderheid of
unanimiteit in gevoelige domeinen
Roterend voorzitterschap elke 6 maanden (uitzondering: Raad
Buitenlandse Zaken)
Voorbereid door COREPER en comités
d. Europees Parlement
705 leden, rechtstreeks gekozen, onderverdeeld in fracties (Europese
Volkspartij, Sociaaldemocraten, groene, eurosceptische)
Medebeslissingsrecht sinds Verdrag van Lissabon, controlefunctie op
Commissie en Raad
Begroting vaststellen, moties van wantrouwen
e. Hof van Justitie
Toezicht op naleving EU-wetgeving, kan boetes opleggen, geeft adviezen
1 rechter per lidstaat
f. Adviesorganen
Europees Economisch en Sociaal Comité: vertegenwoordigt
maatschappelijke middenveld
Comité van de Regio’s: vertegenwoordigt lokale/regionele overheden
Beperkte invloed op besluitvorming
g. Europese Dienst voor Extern Optreden
Gecreëerd door Verdrag van Lissabon, netwerk van afgevaardigden
Hoofd: Hoge Vertegenwoordiger Kaja Kallas, onder leiding voor externe
betrekkingen
Soorten beslissingen
1. Historische beslissingen: verdragen, uitbreiding, begroting
2. Europese wetgeving: voorstel door Commissie, goedkeuring Raad en
Parlement
3. Uitvoering van wetgeving: lidstaten verantwoordelijk, gecontroleerd door
Hof
4. Open coördinatiemethode (OCM): doelstellingen, scorebord, niet bindend
Hoe zien de Europese integratietheorieën de ontwikkelingen van
de Unie?
3
, Karlijn Corthals
Studente 1ste bachelor communicatiewetenschappen
Samenvatting Politicologie H11
a. Neofunctionalisme / supranationalisme
Werk van Haas, later Monnet
Staten starten met economische samenwerking, geleidelijk naar politieke
samenwerking
Spillovers: bevoegdheden verschuiven naar EU om samenwerking te
versterken
Rol van Europese Commissie als policy entrepreneur, nationale actoren
worden pro-EU gesocialiseerd
Voorbeeld: douane-unie, interne markt
b. Intergouvernementalisme
Werk van Hoffman, tegenpool van neofunctionalisme
Benadrukt high politics vs low politics, nationale staten houden laatste
woord
Europese samenwerking is onzeker, EU-landen werken samen door druk
van internationale omgeving
Rol nationale staten centraal, Commissie heeft beperkte invloed
Conclusie: integratie verloopt niet automatisch, maar is afhankelijk van macht,
nationale belangen en internationale druk.
Wat is de impact van de EU op de nationale politiek?
De EU beïnvloedt lidstaten via Europeanisering, met focus op top-down en
bottom-up dimensies:
a. Policy (beleidsinhoud)
Lidstaten passen hun beleid aan EU-wetgeving
Voorbeeld: milieu, werkgelegenheid, begroting
Hard law: bindende regels (milieuwetgeving)
Soft law: niet-bindend (OCM, werkgelegenheid)
b. Polity (politieke instellingen)
Machtsbalans tussen centrale en regionale overheden verandert
Nationale parlementen krijgen minder autonomie, lidstaten moeten
aansluiten bij EU-agenda
c. Politics (politieke strijd)
Lobbygroepen en maatschappelijke actoren beïnvloeden beleid via EU
4
Studente 1ste bachelor communicatiewetenschappen
Samenvatting Politicologie H11
Hoofdstuk 11: De Europese Unie
Centrale vragen begin hoofdstuk
Hoe begon het Europese integratieproject?
Het Europese integratieproject begon na de Tweede Wereldoorlog, met het doel
om een duurzame vrede en samenwerking tussen Europese landen te
garanderen. Robert Schuman gaf op 9 mei 1950 tijdens een persconferentie het
startschot door voor te stellen dat de kolen- en staalsector van Frankrijk en
Duitsland onder gemeenschappelijk beheer van een onafhankelijke instelling, de
Hoge Autoriteit, geplaatst zou worden. Dit was revolutionair omdat deze
instelling bindende beslissingen kon nemen, onafhankelijk van de lidstaten, en
het eerste voorbeeld van een supranationale macht in Europa vormde.
De onmiddellijke uitwerking was de oprichting van de Europese Gemeenschap
voor Kolen en Staal (EGKS) met zes oprichters: Frankrijk, België, Nederland,
Italië, Luxemburg en West-Duitsland. Het idee was aanvankelijk om dit model ook
toe te passen op defensie en politiek (Europese Defensiegemeenschap en
Europese Politieke Gemeenschap), maar dit stuitte op het veto van Frankrijk,
waardoor de focus verschoof naar economische integratie als eerste stap naar
politieke samenwerking.
Daarom kwamen dezelfde zes landen overeen om een gemeenschappelijke
markt te ontwikkelen (Europese Economische Gemeenschap, EEG) en samen te
werken op gebied van atoomenergie (Euratom). Beide verdragen werden in
Rome ondertekend, waarbij de term Hoge Autoriteit vervangen werd door de
Europese Commissie.
Stap voor stap werd de integratie uitgebreid:
1970: afschaffing grenscontroles binnen de EEG
Douane-unie: gezamenlijke afspraken over invoer van producten van
buiten de EEG
1999: oprichting Europese Monetaire Unie, met sommige landen die niet
deelnamen (bijv. Zweden, Denemarken)
Economische integratietheorieën zoals de neofunctionalisten benadrukken dat
de integratie in fasen verliep:
1. Vrijhandelszone
2. Douane-unie
3. Interne markt
4. Economische unie
5. Monetaire unie
1
,Karlijn Corthals
Studente 1ste bachelor communicatiewetenschappen
Samenvatting Politicologie H11
Het doel was dus eerst economische samenwerking, later politieke
samenwerking.
Is het mogelijk om uit de Europese Unie te stappen?
Ja, lidstaten kunnen vrijwillig uittreden, zoals geregeld in het Verdrag van
Lissabon. Lidstaten worden echter niet uit de EU gezet; dit gebeurt alleen met
wederzijdse toestemming bij uittreding.
Een concreet voorbeeld is Brexit:
2016: referendum onder premier David Cameron, 51,9% stemde voor
vertrek
De Britse regering probeerde het uittreden uit te stellen, maar in 2020
werd het VK officieel geen lid meer
Er werd een akkoord gemaakt om de handel te regelen, zodat goederen
zonder invoerheffingen konden blijven, maar het VK verliet de douane-unie
en interne markt
Hieruit blijkt dat uittreden mogelijk is, maar complex en afhankelijk van
onderhandelingen.
Hoe werkt de Unie? Wat is de rol van de diverse Europese
instellingen?
De EU werkt via een complex systeem van instellingen met verschillende
bevoegdheden:
a. Europese Raad
Bestaat uit staats- en regeringsleiders, de Hoge Vertegenwoordiger voor
Buitenlands- en Veiligheidsbeleid, en de voorzitter van de Europese
Commissie
Voorzitter: Antonio Costa
Bepaalt grote lijnen en prioriteiten, beslissingen via consensus
Weinig directe beslissingsbevoegdheid, vooral strategie en verdragen
b. Europese Commissie
Vergelijkbaar met een federale regering, één commissaris per lidstaat,
voorzitter Ursula von der Leyen
Dagelijks bestuur van de EU, initiatiefrecht voor wetgeving, controleert
naleving door lidstaten
Administratie verdeeld in directoraten-generaal (DG's), bv. DG Milieu, DG
Interne Markt
c. Raad van Ministers / Raad
2
,Karlijn Corthals
Studente 1ste bachelor communicatiewetenschappen
Samenvatting Politicologie H11
Vergadert per beleidsterrein (milieu, landbouw, defensie)
Beslissingsbevoegdheid, stemmen met gekwalificeerde meerderheid of
unanimiteit in gevoelige domeinen
Roterend voorzitterschap elke 6 maanden (uitzondering: Raad
Buitenlandse Zaken)
Voorbereid door COREPER en comités
d. Europees Parlement
705 leden, rechtstreeks gekozen, onderverdeeld in fracties (Europese
Volkspartij, Sociaaldemocraten, groene, eurosceptische)
Medebeslissingsrecht sinds Verdrag van Lissabon, controlefunctie op
Commissie en Raad
Begroting vaststellen, moties van wantrouwen
e. Hof van Justitie
Toezicht op naleving EU-wetgeving, kan boetes opleggen, geeft adviezen
1 rechter per lidstaat
f. Adviesorganen
Europees Economisch en Sociaal Comité: vertegenwoordigt
maatschappelijke middenveld
Comité van de Regio’s: vertegenwoordigt lokale/regionele overheden
Beperkte invloed op besluitvorming
g. Europese Dienst voor Extern Optreden
Gecreëerd door Verdrag van Lissabon, netwerk van afgevaardigden
Hoofd: Hoge Vertegenwoordiger Kaja Kallas, onder leiding voor externe
betrekkingen
Soorten beslissingen
1. Historische beslissingen: verdragen, uitbreiding, begroting
2. Europese wetgeving: voorstel door Commissie, goedkeuring Raad en
Parlement
3. Uitvoering van wetgeving: lidstaten verantwoordelijk, gecontroleerd door
Hof
4. Open coördinatiemethode (OCM): doelstellingen, scorebord, niet bindend
Hoe zien de Europese integratietheorieën de ontwikkelingen van
de Unie?
3
, Karlijn Corthals
Studente 1ste bachelor communicatiewetenschappen
Samenvatting Politicologie H11
a. Neofunctionalisme / supranationalisme
Werk van Haas, later Monnet
Staten starten met economische samenwerking, geleidelijk naar politieke
samenwerking
Spillovers: bevoegdheden verschuiven naar EU om samenwerking te
versterken
Rol van Europese Commissie als policy entrepreneur, nationale actoren
worden pro-EU gesocialiseerd
Voorbeeld: douane-unie, interne markt
b. Intergouvernementalisme
Werk van Hoffman, tegenpool van neofunctionalisme
Benadrukt high politics vs low politics, nationale staten houden laatste
woord
Europese samenwerking is onzeker, EU-landen werken samen door druk
van internationale omgeving
Rol nationale staten centraal, Commissie heeft beperkte invloed
Conclusie: integratie verloopt niet automatisch, maar is afhankelijk van macht,
nationale belangen en internationale druk.
Wat is de impact van de EU op de nationale politiek?
De EU beïnvloedt lidstaten via Europeanisering, met focus op top-down en
bottom-up dimensies:
a. Policy (beleidsinhoud)
Lidstaten passen hun beleid aan EU-wetgeving
Voorbeeld: milieu, werkgelegenheid, begroting
Hard law: bindende regels (milieuwetgeving)
Soft law: niet-bindend (OCM, werkgelegenheid)
b. Polity (politieke instellingen)
Machtsbalans tussen centrale en regionale overheden verandert
Nationale parlementen krijgen minder autonomie, lidstaten moeten
aansluiten bij EU-agenda
c. Politics (politieke strijd)
Lobbygroepen en maatschappelijke actoren beïnvloeden beleid via EU
4