AANGEBOREN AFWIJKINGEN OORSCHELP (AFSTAANDE OREN, MICROTIA, • Preauriculaire sinus
PRE-AURICULAIRE SINUS) o Klein putje voorboven tragus, vaak onschuldig
o Bij recidiverende ontsteking: complete excisie enige manier
• Embryologie (kort) om recidief te voorkomen
o Oorschelp: 1e + 2e kieuwboog o BOR-syndroom: preauriculaire sinus + halsfistels + gemengd
o Gehoorgang: 1e kieuwspleet (ectodermaal → huidkenmerken) gehoorverlies + nierafwijkingen
o Tragus + helix uit 1e kieuwboog; rest oorschelp uit 2e
o Oorschelp volledig rond 20e zwangerschapsweek OTOSCOPIE
o Classificatie
o Deformaties: mechanische krachten (in uterus/extern) • Uitvoering: oor naar boven en achter trekken
o Malformaties: abnormale embryologische ontwikkeling → • Bevindingen
tekort/overschot huid/vet/kraakbeen o Pars tensa en pars flaccida (membraan van Schrapnell)
• Microtia / anotie o 4 kwadranten, met lichtreflex in voor-onder kwadrant
o Microtia = misvormde oorschelp; anotie = afwezig o Hamersteel
o Kan samengaan met (partiële/complete) • Ceruminose / cerumenprop
gehoorgangatresie + vaak ook middenoorafwijkingen o Meest frequente “aandoening” gehoorgang; cerumen kan
o Cochlea meestal intact → conductief gehoorverlies max ± zacht/vast/hard
50–60 dB o Hard cerumen: enkele dagen slaolie of water druppelen
o Syndroomassociaties gehoorgangatresie: Goldenhar, Pierre → verweken
Robin, Crouzon, Treacher Collins o Daarna uitspuiten met water op lichaamstemperatuur
o Behandeling: (voorzichtig: trauma gehoorgang/trommelvlies)
§ Oorschelpreconstructie met ribkraakbeen (complex) o Bij trommelvliesperforatie of vroeger oorchirurgie:
of epithese (kunstoor) met titanium verankering liever cerumenhaak/zuig bij KNO
§ Beperkte atresie: gehoorgang openen kan gehoor • Corpora aliena (vreemd voorwerp)
verbeteren o Verwijderen door uitspuiten of cerumenhaakje
§ Uitgebreide atresie + middenoor: vaak botimplantaat o Pincet afraden (duwt object dieper)
(percutaan/transcutaan) + beengeleidingshoortoestel • Exostosen
• Afstaande oren (flapoor) o Gladde geelwitte botuitwassen in gehoorgang
o Operatief relatief eenvoudig te corrigeren (“surfers-/zwemmersoren”) door herhaalde
§ Otoplastie canaf 5/6 jaar blootstelling aan koud water
o Taping/spalken in eerste weken na geboorte kan o Cerumenophoping lateraal → ↑ risico otitis externa
soms corrigeren → start binnen enkele weken cruciaal o Kan leiden tot (partiële/complete) verworven
• Pre-auriculair aanhangseltje gehoorgangatresie → conductief gehoorverlies
o Bij gehoorverlies/recidiverende otitiden: chirurgie overwegen
,HET KIND MET OORPIJN o Roodheid, zwelling en drukpijn retro-auriculair
(antrum/mastoïdpunt)
OTITIS MEDIA ACUTA (OMA) o Oorschelp naar voor-onder verplaatst (afstaand oor)
• Epidemiologie
• Kliniek o Zeldzaam: ± 4–5/100.000 kinderen/jaar
o Acuut ontstane oorpijn • Beleid
o Algemeen ziekzijn ± koorts o Altijd ziekenhuisopname
o Soms loopoor o IV antibiotica
• Otoscopie o Zo nodig mastoïdectomie (chirurgische reiniging mastoïd +
o Rood, bomberend en/of niet-doorschijnend trommelvlies middenoor)
• Evolutie
o Soms spontane trommelvliesperforatie en
Zeldzame infectieuze complicaties
loopoor met op dat moment vaak beterschap
pijn/koorts
• Komen nu minder vaak voor (maar nog in lage-inkomenslanden)
• Epidemiologie
• Mogelijke complicaties:
o Zeer frequent: 50–75% krijgt ooit OMA
o Sinus sigmoïdeus trombose
o Bij >80% van de kinderen verbeteren de ergste
o Meningitis
klachten binnen 2–3 dagen zonder antibiotica
o Extra-/subduraal abces
• Differentiaal
o Hersenabces
o OMA ≠ OME
o Petrositis: n. abducens uitval → syndroom van Gradenigo
§ OME: vocht in middenoor zonder pijn of koorts
o Abces van Bezold (doorbraak mastoïd → hals)
§ OMA: acute infectie, vaak bij bovenste-
o Labyrintitis
luchtweginfectie/kinderziekte
• Recidiverend?
Cholesteatoom (langetermijncomplicatie)
o Spontane evolutie
o Behandelen van opstoten
• Definitie
o Trommelvliesbuisjes indien vocht achter de trommelvliezen
o Ingroei van gehoorganghuid of trommelvliesepitheel
en minstens 5x OMA per jaar
in middenoor/mastoïd
• Ontstaanswijze
COMPLICATIES VAN OMA
o Via pars flaccida of pars tensa
Acute mastoiditis o Vorming van retractiepocket
o Ophoping van afgestorven epitheel → druk + boterosie
• Definitie • Belang
o Osteitis van het celsysteem van het mastoïd o Relatief zeldzaam
• Ontstaat als complicatie van otitis media acuta of chronica o Kan ernstige destructieve complicaties veroorzaken
• Kliniek • Altijd tijdig herkennen en chirurgisch behandelen
o Persisterende OMA
o Oedeem huid + periost gehoorgang → achterwand naar voren
,DE VOLWASSENE MET OORPIJN HERPES ZOSTER OTICUS
FURUNKEL
• Start vaak met pijn, ± koorts/malaise/lymfeklierzwelling
• Unilaterale, segmentaal gegroepeerde blaasjes (± 1 mm)
• Gehoorgangsfurunkel = steenpuist (haarwortelinfectie op erythemateuze bodem; dermatomale verdeling
met S. aureus), vaak na manipulatie (wattenstokjes) • Locaties: op/achter oorschelp, gehoorgang, tong,
• Hevige pijn, ↑ bij kauwen/spreken gehemelte
• Druk op tragus en tractie oorschelp pijnlijk
• Ramsay Hunt = zoster oticus + uitval n. VII en/of n. VIII
• Rood/zwelling, regionale klieren vergroot
o N. VII: facialisparese (40% blijvend)
• Behandeling: pijnstilling + lokale ontsmettende oordruppels;
o N. VIII: gehoorverlies (bijna 100% blijvend)
antibiotica meestal niet nodig
• Complicatie: postherpetische neuralgie (5–30%)
• Behandeling: aciclovir (snel!) + pijnstilling
OTITIS EXTERNA (+ MYCOSE) o bij n. VII/VIII-uitval ook systemische corticosteroïden
(± decompresie n. VII bij volledige uitval)
• Otitis externa: ontsteking huid gehoorgang, geneest meestal
binnen 1–3 weken MYRINGITIS BULLOSA
• Risicofactoren: nauwe gehoorgang, waterblootstelling, warm/vochtig,
slechte beluchting (oordoppen/hoortoestel), manipulatie, • Definitie: acute ontsteking van het trommelvlies met
contactallergie, chloor/haarspray, eczeem/psoriasis blaarvorming (bullae)
• Otitis externa sicca: jeuk door droge schilferende huid (lichte lokale • Etiologie: meestal viraal
vorm van eczeem) • Pathofysiologie: vocht/blaarvorming tussen epitheel (buitenzijde)
o Tx/ oortoilet + triggers vermijden; evt zwak corticosteroïd (zure
en bindweefselige laag van het trommelvlies
druppels met triamcinolon of hydrocortisoncrème) • Kliniek:
• Natte otitis externa: pijn/jeuk + wittig debris, gezwollen gehoorgang,
o hevige otalgie
loopoor o soms licht gehoorverlies
o Tx/ (herhaald) oortoilet + vermijden triggers + AB-oordruppels
o meestal geen perforatie
+ lokaal corticosteroïd (indien gezwollen)
• Verloop: bullae verdwijnen spontaan na enkele dagen
o Forse zwelling: tampon met 12% aluminiumacetotartraat
• Behandeling:
o Koorts/algeheel ziek: lokale tx + systemische antibiotica
o symptomatisch: pijnstilling (paracetamol ± NSAID)
• Maligne otitis externa bij diabetespatiënten
o Osteomyelitis rondom de gehoorgang
o Destructie van bot/kraakbeen en necrose van weefsels
o Door infectie met pseudomonas aerginosa
o Tx/ Langdurige IV AB
• DD/ otomycosis: presenteert zich ook als natte gehoorgang met
oorloop; jeuk iets meer op de voorgrind
o Denk hieraan als behandeling niet aanslaat
o Neem cultuur
o Tx/ zure of antifugale oordruppels
, CHONDRODERMATITIS NODULARIS HELICIS (DD BASOCELLULAIR Trommelvliesperforatie
CARCINOOM)
• Ontstaan
• Kliniek: klein, zeer pijnlijk, vast knobbeltje op o Na herhaalde OMA of bij chronische otitis media
rand helix (vooral ouderen) o Kan gepaard gaan met defect van de
• Benigne epitheelverdikking met kraakbeenaantasting; gehoorbeenketen
spontaan of chronisch trauma (klassiek: slapen op aangedane oor) • Types perforaties
• Tx: druk vermijden; indien persisterend → (intra)lesionale o Centraal
corticosteroïden, cryotherapie/coagulatie/excisie § Rondom nog een rand trommelvlies aanwezig
• Recidive vaak § Vaak niervormig
• DD/ basaalcelcarcinoom: ulcererende/progressieve § Meestal in onderste twee kwadranten
laesie aan oorschelp, vaak zonder pijn → biopt (zie o Randstandig
tumoren) § Deel van het defect grenst aan de gehoorgang
§ Risico op ingroei van huidepitheel → cholesteatoom
TRAUMA: OTHEMATOOM, TROMMELVLIESPERFORATIE • Gehoorverlies
o Kleine perforatie: geen of gering gehoorverlies
Othematoom o Duidelijk gehoorverlies pas bij verlies van > ⅓ van het
trommelvlies
• Ontstaan o Bij bijkomend gehoorbeenketendefect: meestal >30 dB
o Traumatische bloeduitstorting gehoorverlies
tussen perichondrium en kraakbeen o Meest kwetsbaar: lange been van de incus, vooral processus
• Pathofysiologie lenticularis
o Verstoorde voeding van het kraakbeen (normaal via diffusie uit § Defect → discontinuïteit incus–stapesgewricht
perichondrium) → kraakbeennecrose o Bij uitgebreid cholesteatoom: volledige destructie
• Gevolg zonder behandeling gehoorbeenketen
o Frommeloor / bloemkooloor / boksersoor • Risico’s
• Behandeling o Licht verhoogde kans op recidiverende middenoorinfecties
o Evacuatie van hematoom (punctie of incisie) • Beleid
o Fixatie perichondrium op kraakbeen o Patiënt terugzien na enkele weken want meerderheid sluit
o Aanleggen van een drukverband vanzelf
• Advies aan patiënt
o Water in het oor vermijden
o Vooral zeep en shampoo ↑ risico otorroe
o Beschermen met vette watten of oordopjes
o Plotse instroom van koud water (bv. zwemmen)
→ labyrintprikkeling en duizeligheid
→ risico op verdrinking