Chemie 1
Leerinhoud
Veiligheid in een chemisch labo
*De belangrijkste veiligheidsvoorzieningen en -begrippen. (EU-GHS)
Basisbegrippen Chemie + naamgeving
*Anorganische stoffen klasseren volgens hun verbindingsklasse.
*Een IUPAC (en triviale) benaming aan chemische verbindingen
geven en de chemische formule afleiden uit de IUPAC (triviale)
benaming .
*Zuren, basen, oxides en zouten en hun naamgeving.
*Samenstelling van een atoom.
*Kwantumgetallen van de elektronen in een atoom.
*Elektronenconfiguratie /aufbau principe
*Eigenschappen van een element linken aan zijn plaats in het
periodiek systeem.
*Trends in karakteristieke eigenschappen van een atoom : relatieve
grootte van de radius van een atoom of ion , de ionisatie-energie ,
de elektronenaffiniteit , de elektronegatieve waarde. eigenschappen
van een element gelinkt aan zijn plaats in het periodiek systeem.
*Samenstelling van een molecule
*Chemische intramoleculaire bindingstypes.
*Chemische intermoleculaire interacties.
*Het verschil tussen ionaire en covalente verbinding
*De Lewis structuur voor een molecule.
*De ruimtelijke structuur van een molecule.
*Gebruik makend van de ruimtelijke structuur; de
hybridisatietoestand , de bindingshoek, de bindingslengte en het
dipoolmoment van de molecule afleiden
*Verschil tussen intra- en intermoleculaire interacties. de fysische
eigenschappen (aggregatietoestand, dampspanning, kookpunt,
smeltpunt, oplosbaarheid, viscositeit,....) van een stof theoretisch
toelichten/verklaren.
*Concentratiebegrippen, concentratieberekeningen en
verdunningsvraagstukken
,Hoofdstuk 1 Rekenen in de Chemie
Deel 1
Atoommassa A & Atoomnummer Z
- Atoomnummer of Z
Protonen in kern of elektronenen in mantel
- Atoommassa of A
Protonen + Neutronen in kern
Als we neutronen in de kern willen bereken:
A afronden = 23
23 – 11 protonen (halen van atoomnummer) = 12
+/-12 neutronen in de kern van Na
Isotopen
- Wanneer
17 17
een element niet meer dezelfde A heeft, door
vermeerdering
35 37
van neutronen
Cl & Cl 2 neutronen meer dan normaal
Relatieve atoommassa Ar
- Is een onbenoemd getal dat uitdrukt hoeveel keer de massa van een
atoom groter is dan de atomaire massa-eenheid (u) (= 1,66 x 10^-
27kg)
- Ar=𝑚a(𝑋)/ u
Absolute atoommassa Aa
- Ar x u = ma
Relatieve moleculemassa Mr
- De som te maken van alle relatieve atoommassa’s
Absolute moleculemassa Ma
- Mr x u = ma
Hoeveelheid materie of deeltjes
- N = NA x n
- N = deeltjes
- NA = getal van Avogadro (6,023 x 10^23)
- n = mol
, Molair gasvolume
- symbool = Vm
- eenheid = L/mol of m³/mol
V
Vm =n
bij normale omstandigheden (0°C en 1013mbar) = altijd 22,4 L/mol
Ideale gaswet
- Wanneer er geen normale omstandigheden zijn:
pV = n x R x T
p = druk van het gas in Pa (Pa = N x m²)
V = volume van het gas in m³
n = mol
R = ideale gasconcentratie 8,31 J/K x mol (J = N x m)
T = temperatuur in K (= 0°C = 273 K)
Voorbeeld oef: Hoeveel bedraagt het molaire gasvolume van
ozongas bij een temperatuur van 30°C en 1025mbar? (1 mbar = 1
x 10² Pa)
Nxm
V = 1mol x 8,31 J/K x mol x 303 K = 0.0246 m³ /1mol =
0.0246m³/mol
1025 x 10² Pa (N xm²)