HOOFDSTUK 1: OPVOEDING
1.1 Vakjargon in de pedagogiek
Term Uitleg
Pedagogische Een kind is een ‘hulpeloos’ wezen en kan niks alleen. De opvoeder kan niet om zijn
verantwoordelijkheid verantwoordelijkheid heen. Ze kunnen niet-niet opvoeden.
Als volwassene heb je de verantwoordelijkheid op kinderen met de wereld waarin ze terecht komen
te laten kennismaken en hen hierin de introduceren. (= initiëren in de wereld)
De ouder neemt ook de verantwoordelijkheid voor het gedrag van het kind over.
Pedagogische relatie 1. Definitie (Spiecker, 1994)
Als het kind wordt aangesproken alsof het een persoon is, wordt het jonge kind in de relatie
met die anderen tot een persoon in wording. Dit ‘aanspreken’ is wat we opvoeding noemen
en gebeurt dus meteen na de geboorte.
2. Definitie (Gieles, 1981)
De pedagogische relatie is als een driehoeksrelatie (kind-opvoeder-wereld), en de relatie
ontstaat doordat het kind en de opvoeder samen naar de wereld kijken en samen bezig zijn.
Opvoeder Een opvoeder is slechts een opvoeder ten opzichte van het kind dat opgevoed wordt.
- Opvoeden is niet uitsluitend een taak van de ouders
Opvoedingsmilieu Verwijst naar de omgeving waarin het kind opgroeit en die invloed heeft op zijn ontwikkeling. Dit
omvat de fysieke omgeving, zoals het huis en de school, maar ook de sociale en culturele context
waarin het kind opgroeit.
Primaire opvoedingsmilieu Gezin
Secundaire opvoedingsmilieu De school
Tertiaire opvoedingsmilieu Vrije tijd, buurt en leeftijdsgenoten
Quartaire opvoedingsmilieu De wereld
Sociale media als Soms wordt sociale media als 5de opvoedingsmilieu benoemd, maar soms wordt er ook gezegd
opvoedingsmilieu dat sociale media meespeelt in alle andere opvoedingsmilieus (en dus niet perse een apart
milieu).
Opvoeden Kinderen initiëren in de wereld (= functie van pedagogische verantwoordelijkheid)
Intergenerationele karakter Opvoeden door het doorgeven van ervaringen en wijsheid aan de volgende generaties.
van opvoeden
Weerstand Het uitdagen van een kind om buiten zijn comfortzone te kijken en zijn wereld te verbreden.
Pedagogische basis Bestaat uit alle contacten, relaties en leefomgevingen die bijdragen aan het opgroeien en
opvoeden van kinderen.
Pedagogische leefomgeving Bestaat uit plekken in de buurt waar kinderen en opvoeders naartoe kunnen, zowel fysiek en
online. (Bv. Speeltuin, whatsapp groep van de school, plaatselijke voetbalclub, etc.)
Pedagogische sociale relaties De mensen waarmee kinderen opgroeien (=medeopvoeders).
Pedagogisch leefklimaat De fysieke, sociale en emotionele omgeving waarin een kind opgroeit, zoals een school of gezin.
Het omvat materiële omstandigheden, interacties, normen, waarden en ondersteuning naar
zelfstandigheid.
Pedagogisch handelen Het handelen van de opvoeder staat niet op zich, maar in relatie tot het kind. Het wordt verder
aangestuurd door en krijgt verder vorm via de (re)acties van het kind.
! Er is geen ‘juist’ pedagogisch handelen, eerder adequaat!
Gedeelde wereld Opvoeding vindt plaats in een gemeenschappelijke ruimte waarin kinderen en volwassenen
samenleven, leren en ontwikkelen.
Traditie Een gewoonte, gebruik of geloof dat binnen een cultuur of groep van generatie op generatie wordt
doorgegeven. Het biedt stabiliteit in tijden van weinig verandering, maar staat onder druk tijdens
tijden van snelle ontwikkelingen, zoals digitalisering
Intuïtie Het aanvoelen wat nodig is zonder precies te kunnen zeggen waarom.
Gezond verstand De capaciteit om realistische en logische beslissingen te nemen op basis van dagelijkse ervaring
en eenvoudige redenering, zonder complexe of gespecialiseerde kennis.
Existentiële kennis Betreft alles wat te maken heeft met het bestaan en fundamenten van het
menselijk leven.
1
, 1.2 Theoretische kaders in de pedagogiek
Term Uitleg
Handelingswetenschap Wetenschap gericht op het verbeteren van praktische handelingen, zoals opvoeding en
onderwijs, door theorie en praktijk te verbinden.
Model van Hellinckx Orthopedagogisch model dat opvoeding als een dynamisch afstemproces tussen de behoeften
van het kind (vraag) en het aanbod van de opvoeder beschrijft, ingebed in een bredere context.
Holistische benadering Kijken naar het geheel van factoren en hun samenhang in plaats van naar afzonderlijke delen.
Pedagogische vraag Specifieke behoeften van een kind in zijn ontwikkeling.
Pedagogisch aanbod Wat opvoeders doen om in de behoeften van het kind te voorzien, beïnvloed door hun
kenmerken, geschiedenis en waarden.
Kindkenmerken Eigenschappen van een kind, zoals temperament en vaardigheden, die de opvoeding
beïnvloeden.
Pedagogisch besef Het vermogen van een opvoeder om verantwoordelijkheid te nemen en de behoeften van het kind
af te stemmen op eigen waarden en doelen.
Wederzijdsheid De opvoedingsrelatie waarbij kind en opvoeder elkaar wederzijds beïnvloeden.
Opvoeding als Kind en opvoeder dragen samen bij aan het opvoedingsproces.
complementair proces
Eigen vormprincipe Het unieke vermogen van een kind om zichzelf te ontwikkelen, met ruimte voor eigen initiatief.
Opvoeding als circulair Opvoeder en kind beïnvloeden elkaars gedrag in een voortdurende wisselwerking.
proces
Opvoeding als functioneel Gericht op het aanleren van vaardigheden, gedragingen en waarden die nodig zijn om te
proces functioneren in de samenleving.
Ontwikkelingsopgaven Taken die kinderen leren beheersen tijdens specifieke levensfasen, zoals taalontwikkeling of
zelfstandigheid
Opvoedingstaken Wat opvoeders doen om kinderen te helpen hun ontwikkelingsopgaven te behalen.
Ondersteuning bieden als Zorgen voor het fysieke en emotionele welzijn van het kind.
basishandeling
Instructie geven als Uitleg geven over wat verwacht wordt en verantwoordelijkheid aanleren.
basishouding
Controle uitoefenen als Richting geven aan acceptabel gedrag.
basishandeling
Grenzen stellen als Gedrag stimuleren of ontmoedigen om het kind te begeleiden.
basishandeling
1.3 Opvoeding is van alle tijden
Term Uitleg
Kindbeelden Ideologische ideeën in de samenleving over wat een kind is en hoort te zijn worden. Bevat een
descriptief en prescriptief aspect.
Kindbeeld van het Kinderen werden geboren met een zuiverheid die onmogelijk te handhaven was en die ze kwijt
onschuldige kind zouden spelen wanneer ze volwassen werden.
- ‘De opvoeder moet de onschuld van het kind beschermen’
Jeugdland Een fictief land ver weg van de volwassen realiteit, en pleit om in opvoeding kinderen en jongeren
niet kunstmatig weg te houden van de realiteit.
- Opvoeden van een kind ‘grootbrengen door klein te houden’
Pedagogisering Het formaliseren van de opvoeding door het institutionaliseren van het leven van kinderen, het
professionaliseren van volwassenen in hun opvoedrol en de toename van ouderlijke
betrokkenheid.
Opvoeden Het gedrag van een kind in een (voor volwassene) wenselijk geachte richting beïnvloeden.
Opvoeding Het geheel van activiteiten en praktijken vanaf de vroege kindertijd tot jongvolwassenheid,
Gericht op de ontwikkeling van het kind tot een volwassen persoon.
2
1.1 Vakjargon in de pedagogiek
Term Uitleg
Pedagogische Een kind is een ‘hulpeloos’ wezen en kan niks alleen. De opvoeder kan niet om zijn
verantwoordelijkheid verantwoordelijkheid heen. Ze kunnen niet-niet opvoeden.
Als volwassene heb je de verantwoordelijkheid op kinderen met de wereld waarin ze terecht komen
te laten kennismaken en hen hierin de introduceren. (= initiëren in de wereld)
De ouder neemt ook de verantwoordelijkheid voor het gedrag van het kind over.
Pedagogische relatie 1. Definitie (Spiecker, 1994)
Als het kind wordt aangesproken alsof het een persoon is, wordt het jonge kind in de relatie
met die anderen tot een persoon in wording. Dit ‘aanspreken’ is wat we opvoeding noemen
en gebeurt dus meteen na de geboorte.
2. Definitie (Gieles, 1981)
De pedagogische relatie is als een driehoeksrelatie (kind-opvoeder-wereld), en de relatie
ontstaat doordat het kind en de opvoeder samen naar de wereld kijken en samen bezig zijn.
Opvoeder Een opvoeder is slechts een opvoeder ten opzichte van het kind dat opgevoed wordt.
- Opvoeden is niet uitsluitend een taak van de ouders
Opvoedingsmilieu Verwijst naar de omgeving waarin het kind opgroeit en die invloed heeft op zijn ontwikkeling. Dit
omvat de fysieke omgeving, zoals het huis en de school, maar ook de sociale en culturele context
waarin het kind opgroeit.
Primaire opvoedingsmilieu Gezin
Secundaire opvoedingsmilieu De school
Tertiaire opvoedingsmilieu Vrije tijd, buurt en leeftijdsgenoten
Quartaire opvoedingsmilieu De wereld
Sociale media als Soms wordt sociale media als 5de opvoedingsmilieu benoemd, maar soms wordt er ook gezegd
opvoedingsmilieu dat sociale media meespeelt in alle andere opvoedingsmilieus (en dus niet perse een apart
milieu).
Opvoeden Kinderen initiëren in de wereld (= functie van pedagogische verantwoordelijkheid)
Intergenerationele karakter Opvoeden door het doorgeven van ervaringen en wijsheid aan de volgende generaties.
van opvoeden
Weerstand Het uitdagen van een kind om buiten zijn comfortzone te kijken en zijn wereld te verbreden.
Pedagogische basis Bestaat uit alle contacten, relaties en leefomgevingen die bijdragen aan het opgroeien en
opvoeden van kinderen.
Pedagogische leefomgeving Bestaat uit plekken in de buurt waar kinderen en opvoeders naartoe kunnen, zowel fysiek en
online. (Bv. Speeltuin, whatsapp groep van de school, plaatselijke voetbalclub, etc.)
Pedagogische sociale relaties De mensen waarmee kinderen opgroeien (=medeopvoeders).
Pedagogisch leefklimaat De fysieke, sociale en emotionele omgeving waarin een kind opgroeit, zoals een school of gezin.
Het omvat materiële omstandigheden, interacties, normen, waarden en ondersteuning naar
zelfstandigheid.
Pedagogisch handelen Het handelen van de opvoeder staat niet op zich, maar in relatie tot het kind. Het wordt verder
aangestuurd door en krijgt verder vorm via de (re)acties van het kind.
! Er is geen ‘juist’ pedagogisch handelen, eerder adequaat!
Gedeelde wereld Opvoeding vindt plaats in een gemeenschappelijke ruimte waarin kinderen en volwassenen
samenleven, leren en ontwikkelen.
Traditie Een gewoonte, gebruik of geloof dat binnen een cultuur of groep van generatie op generatie wordt
doorgegeven. Het biedt stabiliteit in tijden van weinig verandering, maar staat onder druk tijdens
tijden van snelle ontwikkelingen, zoals digitalisering
Intuïtie Het aanvoelen wat nodig is zonder precies te kunnen zeggen waarom.
Gezond verstand De capaciteit om realistische en logische beslissingen te nemen op basis van dagelijkse ervaring
en eenvoudige redenering, zonder complexe of gespecialiseerde kennis.
Existentiële kennis Betreft alles wat te maken heeft met het bestaan en fundamenten van het
menselijk leven.
1
, 1.2 Theoretische kaders in de pedagogiek
Term Uitleg
Handelingswetenschap Wetenschap gericht op het verbeteren van praktische handelingen, zoals opvoeding en
onderwijs, door theorie en praktijk te verbinden.
Model van Hellinckx Orthopedagogisch model dat opvoeding als een dynamisch afstemproces tussen de behoeften
van het kind (vraag) en het aanbod van de opvoeder beschrijft, ingebed in een bredere context.
Holistische benadering Kijken naar het geheel van factoren en hun samenhang in plaats van naar afzonderlijke delen.
Pedagogische vraag Specifieke behoeften van een kind in zijn ontwikkeling.
Pedagogisch aanbod Wat opvoeders doen om in de behoeften van het kind te voorzien, beïnvloed door hun
kenmerken, geschiedenis en waarden.
Kindkenmerken Eigenschappen van een kind, zoals temperament en vaardigheden, die de opvoeding
beïnvloeden.
Pedagogisch besef Het vermogen van een opvoeder om verantwoordelijkheid te nemen en de behoeften van het kind
af te stemmen op eigen waarden en doelen.
Wederzijdsheid De opvoedingsrelatie waarbij kind en opvoeder elkaar wederzijds beïnvloeden.
Opvoeding als Kind en opvoeder dragen samen bij aan het opvoedingsproces.
complementair proces
Eigen vormprincipe Het unieke vermogen van een kind om zichzelf te ontwikkelen, met ruimte voor eigen initiatief.
Opvoeding als circulair Opvoeder en kind beïnvloeden elkaars gedrag in een voortdurende wisselwerking.
proces
Opvoeding als functioneel Gericht op het aanleren van vaardigheden, gedragingen en waarden die nodig zijn om te
proces functioneren in de samenleving.
Ontwikkelingsopgaven Taken die kinderen leren beheersen tijdens specifieke levensfasen, zoals taalontwikkeling of
zelfstandigheid
Opvoedingstaken Wat opvoeders doen om kinderen te helpen hun ontwikkelingsopgaven te behalen.
Ondersteuning bieden als Zorgen voor het fysieke en emotionele welzijn van het kind.
basishandeling
Instructie geven als Uitleg geven over wat verwacht wordt en verantwoordelijkheid aanleren.
basishouding
Controle uitoefenen als Richting geven aan acceptabel gedrag.
basishandeling
Grenzen stellen als Gedrag stimuleren of ontmoedigen om het kind te begeleiden.
basishandeling
1.3 Opvoeding is van alle tijden
Term Uitleg
Kindbeelden Ideologische ideeën in de samenleving over wat een kind is en hoort te zijn worden. Bevat een
descriptief en prescriptief aspect.
Kindbeeld van het Kinderen werden geboren met een zuiverheid die onmogelijk te handhaven was en die ze kwijt
onschuldige kind zouden spelen wanneer ze volwassen werden.
- ‘De opvoeder moet de onschuld van het kind beschermen’
Jeugdland Een fictief land ver weg van de volwassen realiteit, en pleit om in opvoeding kinderen en jongeren
niet kunstmatig weg te houden van de realiteit.
- Opvoeden van een kind ‘grootbrengen door klein te houden’
Pedagogisering Het formaliseren van de opvoeding door het institutionaliseren van het leven van kinderen, het
professionaliseren van volwassenen in hun opvoedrol en de toename van ouderlijke
betrokkenheid.
Opvoeden Het gedrag van een kind in een (voor volwassene) wenselijk geachte richting beïnvloeden.
Opvoeding Het geheel van activiteiten en praktijken vanaf de vroege kindertijd tot jongvolwassenheid,
Gericht op de ontwikkeling van het kind tot een volwassen persoon.
2