THEMA 1: INDIVIDUALISME
INLEIDING
H E T O N A FH A N K E LIJK S U B JE C T
In onze samenleving is het de norm (het ideaalbeeld) om als onafhankelijk individu te functioneren = zelf keuzes maken = keuzesamenleving
® Beslissingen maken gebeurt via een afweging van argumenten; dit proces vormt wie we zijn.
® Historisch gezien is onafhankelijkheid uitzonderlijk: keuzes maken was vroeger beperkt.
® Onafhankelijkheid kan ook bedreigd worden; niet iedereen waardeert volledige vrijheid (bv. restricties zoals in Boedapest met vlaggen tonen).
Maar dat is niet altijd zo geweest:
® Als kind ben je afhankelijk van je ouders, je maakt amper zelf beslissingen
® In oudere generaties was er ook niet zoveel keuzevrijheid (ook bij 18+) door verwachtingen en opgelegde levenstrajecten (als jouw vader een dokter
was, jij later ook)
® Als wij nu te veel leunen op anderen voor keuzes te maken, worden we als zwak gezien
H E T V E R D IE N STE-S C H U LD M O D E L
Voordeel van zelf keuzes maken (onafhankelijkheid) = Je keuze levert iets gewenst op = Verdienste
Nadeel van zelf keuzes maken = Je keuze levert iets ongewenst op = Schuld
® We accepteren dat schuld een deel uitmaakt van keuzes: wie bewust handelt, moet ook de gevolgen dragen, zoals bij misdadigers
Een belangrijk probleem van het verdienste- en schuldmodel is dat schuld soms wordt toegeschreven aan mensen die er niets mee te maken hebben,
zoals bij armoede of sociale ongelijkheid.
V E R H U LS T E N C E O ’S
Volgens Gert Verhulst en veel CEO’s zijn wij volledig onafhankelijke individuen: wie hard werkt en de juiste keuzes maakt, zal vanzelf succesvol zijn
® Dit wereldbeeld houdt echter geen rekening met andere belangrijke factoren, zoals de plaats waar je opgroeit, de cultuur waarin je leeft of de
omstandigheden waarin je start.
® Het ideaalbeeld van succes gebaseerd op individuele verdienste staat bekend als meritocratie, waarbij men denkt dat iedereen precies krijgt
wat hij of zij verdient. Dit leidt vaak tot wat men noemt meritocratische hoogmoed.
® Kristof Calvo wijst op de keerzijde: sommige dingen in het leven kun je niet zelf kiezen, waardoor we ook een afhankelijk subject zijn.
HET ONAFHANKELIJKE INDIVIDU (INDIVIDUALISME)
D E S C A R TE S E N D E O N TD E K K IN G V A N H E T IN D IV ID U
René Descartes (1596-1650):
® Vader van de moderne filosofie.
® Introduceerde een breuk met traditie en geloof: men moest zelf denken en niet vertrekken van overgeleverde waarheden.
® Zijn denken legde de basis voor de latere Verlichting (cf. Kant).
® Methode: vertrekken van zekerheden (vb. axioma’s in de wiskunde) en daar verdere beweringen op bouwen.
Vooruitgang in de wetenschappen:
® Geneeskunde: Vesalius observeerde het lichaam zelf, niet enkel via boeken.
® Astronomie: Copernicus ‘de aarde draait rond de zon, niet de zon rond de aarde’
® Wiskunde: Descartes
Belangrijk: zelf waarnemen en kritisch onderzoeken werd centraal; theorieën werden niet meer blind overgenomen.
Rationalisme: alleen mensen beschikken over ratio; denken is universeel.
Universalisme: logisch denken leidt wereldwijd tot vergelijkbare resultaten, los van cultuur.
Antropocentrisme: mens centraal t.o.v. natuur en God.
IN D IV ID U A LIS M E
Neutrale betekenis: handelen vanuit zichzelf; keuzes en handelingen komen van het individu zelf (niet egoïstisch).
Waardegeladen betekenis: kan egoïstisch zijn → eigenbelang steeds vooropstellen.
Basis van Verlichting: Kant → SAPERE AUDE (“durf te denken”).
Universeel verdrag van de rechten van de mens (UVRM) beschermt zelfstandig denken en handelen.
Voor 1968: eigen keuzes maken beperkt tot een kleine groep. Studentenprotesten ’68 → pleidooi voor autonomie en keuzevrijheid in dagelijks leven.
Individualisme maakt loskomen van tradities mogelijk → ontwikkeling van wetenschap, economie, mensenrechten.
1
, Economische toepassingen:
1. Ayn Rand (Atlas Shrugged): “denk aan jezelf”; win-win situatie; invloed op economisch beleid (bijv. Alan Greenspan).
2. Adam Smith: onzichtbare hand van vraag en aanbod → individueel belang kan collectief evenwicht creëren.
Probleem: individuele winstdenken kan waarden zoals eerlijkheid negeren → minder evenwicht.
Prisoner’s Dilemma: conflict tussen individueel en collectief belang; rationeel eigenbelang leidt soms tot slechter gezamenlijk resultaat.
Positieve gevolgen van individualisme
1. Basis voor Verlichting, rationalisme en universalisme.
2. Ontwikkeling van wetenschap, economie en mensenrechten.
3. Vergroot autonomie, vrijheid en zelfbepaling (tegen slavernij, lijfeigenschap, onderdrukking).
Zygmunt Bauman – Liquid Modernity: identiteiten zijn vloeibaar; individuen stellen zelf hun identiteit samen.
Sinds jaren ’60-’70: zoektocht naar authentiek, innerlijk ‘ik’ dat losstaat van tradities.
Onafhankelijkheid vandaag lijkt vanzelfsprekend, maar blijft uitzonderlijk en kan bedreigd worden.
P O S ITIE V E E N N E G A TIE V E G E V O LG E N V A N IN D IV ID U A LIS M E
Positieve gevolgen van individualisme
1. Basis voor Verlichting, rationalisme en universalisme.
2. Ontwikkeling van wetenschap, economie en mensenrechten.
3. Vergroot autonomie, vrijheid en zelfbepaling (tegen slavernij, lijfeigenschap, onderdrukking).
Kritiek op individualisme
1. Verantwoordelijkheid en schuld
® In de keuzesamenleving krijgt elk individu volledige verantwoordelijkheid over zijn keuzes.
® Individuele verdienstenmodel + individuele schuldmodel → succes = jouw verdienste, mislukking = jouw schuld.
® Op zich niet fout (bv. strafrecht: dader = verantwoordelijk).
® Probleem: dit veronderstelt een volledig onafhankelijk individu, terwijl niemand volledig onafhankelijk is.
2. Keuzestress en keuzevermoeidheid
® Keuzestress: te veel opties binnen één keuze (“kiezen = verliezen”).
® Keuzevermoeidheid: voortdurende beslissingen maken → uitputtend (“Wat eten we vandaag?”).
® Keuzesamenleving creëert druk en vermoeidheid, ondanks het ideaal van vrijheid.
3. Traditie in diskrediet
® ‘Traditie’, ‘gewoonte’ en ‘afhankelijkheid’ worden in een slecht daglicht geplaatst.
® Het moderne Europese denken ziet zijn eigen culturele bepaaldheid niet.
® Universalistische aanspraak: “De echte mens” = ‘naakte mens’, los van cultuur of geschiedenis.
® Gevolg: kolonisatie als “beschavingsmissie” – men dacht anderen te moeten ‘leren denken’ als het Westen.
® Achter kolonisatie zaten ook religieuze en economische motieven (messianisme, plundering).
DE AFHANKELIJKHEID (CONTINGENTIES)
TE N A A N Z IE N V A N Z IC H Z E LF (C O N TIN G E N TIE V A N Z IC H ZE LF)
Contingentie = toevalligheid: we zijn wie we zijn door omstandigheden (lichaam, talenten, beperkingen, gender, etc.).
We willen toevalligheid vaak beheersen → “maakbaarheid” van de mens
1. Esthetische chirurgie: lichaam aanpassen aan normatief ideaal.
2. Reproductieve geneeskunde: vroeger wisten we het gender van de baby niet voor bevalling – nu weten we veel adhv de NIPT test – geeft wat
voorspelbaarheid in de toevalligheid
3. Trainingslogica: “je kan alles worden als je maar wil” (10.000 uur-regel).
Grenzen aan maakbaarheid:
® Lichaam stelt grenzen (bv. man kan niet zwanger worden).
® Niet alles is controleerbaar.
® We zijn afhankelijk van onszelf, maar die afhankelijkheid negeren we door de drang naar beheersing.
TE N A A N Z IE N V A N A N D E R E N (S O C IA A L ZE LF)
® Het ‘zelf’ is door en door sociaal; we kennen onszelf enkel via de spiegel van de ander (G.H. Mead).
® Zonder sociale erkenning weten we niet wie we zijn → identiteit is relationeel.
® “Wie ben ik?” = misleidende vraag → alsof er al een ‘zelf’ bestaat vóór de relatie met anderen.
® Hannah Arendt:
o We zijn pas onszelf in de wijze waarop we verschijnen aan anderen.
o Zelfbeeld ≠ beeld dat anderen van ons hebben.
o Reflectie = aftoetsing van hoe anderen ons zien.
o Individualiteit en socialiteit zijn symbiotisch, geen tegenpolen = Zonder sociale interactie ‘bestaat’ iemand niet echt als persoon.
2
INLEIDING
H E T O N A FH A N K E LIJK S U B JE C T
In onze samenleving is het de norm (het ideaalbeeld) om als onafhankelijk individu te functioneren = zelf keuzes maken = keuzesamenleving
® Beslissingen maken gebeurt via een afweging van argumenten; dit proces vormt wie we zijn.
® Historisch gezien is onafhankelijkheid uitzonderlijk: keuzes maken was vroeger beperkt.
® Onafhankelijkheid kan ook bedreigd worden; niet iedereen waardeert volledige vrijheid (bv. restricties zoals in Boedapest met vlaggen tonen).
Maar dat is niet altijd zo geweest:
® Als kind ben je afhankelijk van je ouders, je maakt amper zelf beslissingen
® In oudere generaties was er ook niet zoveel keuzevrijheid (ook bij 18+) door verwachtingen en opgelegde levenstrajecten (als jouw vader een dokter
was, jij later ook)
® Als wij nu te veel leunen op anderen voor keuzes te maken, worden we als zwak gezien
H E T V E R D IE N STE-S C H U LD M O D E L
Voordeel van zelf keuzes maken (onafhankelijkheid) = Je keuze levert iets gewenst op = Verdienste
Nadeel van zelf keuzes maken = Je keuze levert iets ongewenst op = Schuld
® We accepteren dat schuld een deel uitmaakt van keuzes: wie bewust handelt, moet ook de gevolgen dragen, zoals bij misdadigers
Een belangrijk probleem van het verdienste- en schuldmodel is dat schuld soms wordt toegeschreven aan mensen die er niets mee te maken hebben,
zoals bij armoede of sociale ongelijkheid.
V E R H U LS T E N C E O ’S
Volgens Gert Verhulst en veel CEO’s zijn wij volledig onafhankelijke individuen: wie hard werkt en de juiste keuzes maakt, zal vanzelf succesvol zijn
® Dit wereldbeeld houdt echter geen rekening met andere belangrijke factoren, zoals de plaats waar je opgroeit, de cultuur waarin je leeft of de
omstandigheden waarin je start.
® Het ideaalbeeld van succes gebaseerd op individuele verdienste staat bekend als meritocratie, waarbij men denkt dat iedereen precies krijgt
wat hij of zij verdient. Dit leidt vaak tot wat men noemt meritocratische hoogmoed.
® Kristof Calvo wijst op de keerzijde: sommige dingen in het leven kun je niet zelf kiezen, waardoor we ook een afhankelijk subject zijn.
HET ONAFHANKELIJKE INDIVIDU (INDIVIDUALISME)
D E S C A R TE S E N D E O N TD E K K IN G V A N H E T IN D IV ID U
René Descartes (1596-1650):
® Vader van de moderne filosofie.
® Introduceerde een breuk met traditie en geloof: men moest zelf denken en niet vertrekken van overgeleverde waarheden.
® Zijn denken legde de basis voor de latere Verlichting (cf. Kant).
® Methode: vertrekken van zekerheden (vb. axioma’s in de wiskunde) en daar verdere beweringen op bouwen.
Vooruitgang in de wetenschappen:
® Geneeskunde: Vesalius observeerde het lichaam zelf, niet enkel via boeken.
® Astronomie: Copernicus ‘de aarde draait rond de zon, niet de zon rond de aarde’
® Wiskunde: Descartes
Belangrijk: zelf waarnemen en kritisch onderzoeken werd centraal; theorieën werden niet meer blind overgenomen.
Rationalisme: alleen mensen beschikken over ratio; denken is universeel.
Universalisme: logisch denken leidt wereldwijd tot vergelijkbare resultaten, los van cultuur.
Antropocentrisme: mens centraal t.o.v. natuur en God.
IN D IV ID U A LIS M E
Neutrale betekenis: handelen vanuit zichzelf; keuzes en handelingen komen van het individu zelf (niet egoïstisch).
Waardegeladen betekenis: kan egoïstisch zijn → eigenbelang steeds vooropstellen.
Basis van Verlichting: Kant → SAPERE AUDE (“durf te denken”).
Universeel verdrag van de rechten van de mens (UVRM) beschermt zelfstandig denken en handelen.
Voor 1968: eigen keuzes maken beperkt tot een kleine groep. Studentenprotesten ’68 → pleidooi voor autonomie en keuzevrijheid in dagelijks leven.
Individualisme maakt loskomen van tradities mogelijk → ontwikkeling van wetenschap, economie, mensenrechten.
1
, Economische toepassingen:
1. Ayn Rand (Atlas Shrugged): “denk aan jezelf”; win-win situatie; invloed op economisch beleid (bijv. Alan Greenspan).
2. Adam Smith: onzichtbare hand van vraag en aanbod → individueel belang kan collectief evenwicht creëren.
Probleem: individuele winstdenken kan waarden zoals eerlijkheid negeren → minder evenwicht.
Prisoner’s Dilemma: conflict tussen individueel en collectief belang; rationeel eigenbelang leidt soms tot slechter gezamenlijk resultaat.
Positieve gevolgen van individualisme
1. Basis voor Verlichting, rationalisme en universalisme.
2. Ontwikkeling van wetenschap, economie en mensenrechten.
3. Vergroot autonomie, vrijheid en zelfbepaling (tegen slavernij, lijfeigenschap, onderdrukking).
Zygmunt Bauman – Liquid Modernity: identiteiten zijn vloeibaar; individuen stellen zelf hun identiteit samen.
Sinds jaren ’60-’70: zoektocht naar authentiek, innerlijk ‘ik’ dat losstaat van tradities.
Onafhankelijkheid vandaag lijkt vanzelfsprekend, maar blijft uitzonderlijk en kan bedreigd worden.
P O S ITIE V E E N N E G A TIE V E G E V O LG E N V A N IN D IV ID U A LIS M E
Positieve gevolgen van individualisme
1. Basis voor Verlichting, rationalisme en universalisme.
2. Ontwikkeling van wetenschap, economie en mensenrechten.
3. Vergroot autonomie, vrijheid en zelfbepaling (tegen slavernij, lijfeigenschap, onderdrukking).
Kritiek op individualisme
1. Verantwoordelijkheid en schuld
® In de keuzesamenleving krijgt elk individu volledige verantwoordelijkheid over zijn keuzes.
® Individuele verdienstenmodel + individuele schuldmodel → succes = jouw verdienste, mislukking = jouw schuld.
® Op zich niet fout (bv. strafrecht: dader = verantwoordelijk).
® Probleem: dit veronderstelt een volledig onafhankelijk individu, terwijl niemand volledig onafhankelijk is.
2. Keuzestress en keuzevermoeidheid
® Keuzestress: te veel opties binnen één keuze (“kiezen = verliezen”).
® Keuzevermoeidheid: voortdurende beslissingen maken → uitputtend (“Wat eten we vandaag?”).
® Keuzesamenleving creëert druk en vermoeidheid, ondanks het ideaal van vrijheid.
3. Traditie in diskrediet
® ‘Traditie’, ‘gewoonte’ en ‘afhankelijkheid’ worden in een slecht daglicht geplaatst.
® Het moderne Europese denken ziet zijn eigen culturele bepaaldheid niet.
® Universalistische aanspraak: “De echte mens” = ‘naakte mens’, los van cultuur of geschiedenis.
® Gevolg: kolonisatie als “beschavingsmissie” – men dacht anderen te moeten ‘leren denken’ als het Westen.
® Achter kolonisatie zaten ook religieuze en economische motieven (messianisme, plundering).
DE AFHANKELIJKHEID (CONTINGENTIES)
TE N A A N Z IE N V A N Z IC H Z E LF (C O N TIN G E N TIE V A N Z IC H ZE LF)
Contingentie = toevalligheid: we zijn wie we zijn door omstandigheden (lichaam, talenten, beperkingen, gender, etc.).
We willen toevalligheid vaak beheersen → “maakbaarheid” van de mens
1. Esthetische chirurgie: lichaam aanpassen aan normatief ideaal.
2. Reproductieve geneeskunde: vroeger wisten we het gender van de baby niet voor bevalling – nu weten we veel adhv de NIPT test – geeft wat
voorspelbaarheid in de toevalligheid
3. Trainingslogica: “je kan alles worden als je maar wil” (10.000 uur-regel).
Grenzen aan maakbaarheid:
® Lichaam stelt grenzen (bv. man kan niet zwanger worden).
® Niet alles is controleerbaar.
® We zijn afhankelijk van onszelf, maar die afhankelijkheid negeren we door de drang naar beheersing.
TE N A A N Z IE N V A N A N D E R E N (S O C IA A L ZE LF)
® Het ‘zelf’ is door en door sociaal; we kennen onszelf enkel via de spiegel van de ander (G.H. Mead).
® Zonder sociale erkenning weten we niet wie we zijn → identiteit is relationeel.
® “Wie ben ik?” = misleidende vraag → alsof er al een ‘zelf’ bestaat vóór de relatie met anderen.
® Hannah Arendt:
o We zijn pas onszelf in de wijze waarop we verschijnen aan anderen.
o Zelfbeeld ≠ beeld dat anderen van ons hebben.
o Reflectie = aftoetsing van hoe anderen ons zien.
o Individualiteit en socialiteit zijn symbiotisch, geen tegenpolen = Zonder sociale interactie ‘bestaat’ iemand niet echt als persoon.
2