HOOFDSTUK 1: WAT IS ‘BELEID’
WAT IS BELEID?
Beleid = het geheel van doelstellingen die men wil bereiken (wat) én de maatregelen die men neemt om die doelen te realiseren (hoe).
® Wat? Welke doelen willen we halen (bv. leerachterstand wegwerken, studieduur verkorten, personeel aantrekken in kinderopvang, zelfregie bij
studenten vergroten, participatie in jeugdhulp verhogen, …)
® Hoe? De aanpak of beleidsmaatregelen (bv. zomerscholen, drempeldecreet, …)
Elke keuze heeft (on)gewenste gevolgen → TINA-principe (There Is No Alternative).
® Kwetsbare kinderen kunnen zich geviseerd voelen.
® Drempeldecreet benadeelt studenten die moeten werken naast hun studies.
® Zelfregie: leidt dit echt tot betere studieresultaten?
® Participatie: bereikt dit niet vooral mondige jongeren?
TO E P A S S IN G : JE U G D H U LP B E LE ID
® Decreet IJH (art. 5): hulp op maat, sectoroverschrijdende samenwerking, respect voor kinderrechten.
® Tekort personeel: doel = voldoende medewerkers → campagnes.
® Wachtlijsten: doel = verminderen → vroeginterventie + meer budget.
® Vroeg & Nabij: geïntegreerd gezins- en jeugdbeleid via trajectbegeleider, vroegdetectie, netwerken.
D R IE N IV E A U S V A N B E LE ID (M -M -M )
Macro: samenleving (bv. decreten, nationaal beleid).
Meso: organisaties (bv. scholen, jeugdhulpinstellingen).
Micro: individuen (bv. leerkracht en leerling).
Druppelwerking: macro beïnvloedt meso en micro; meso beïnvloedt micro.
HOOFDSTUK 2: ACTUELE BELEIDSTENDENSEN BINNEN DE (JEUGD)HULPVERLENING
VERMAATSCHAPPELIJKING VAN DE (JEUGD)HULPVERLENING
IN LE ID E N D : IN D E B E LE ID S N O TA ’S
Wat zeggen de beleidsnota’s?
® De overheid wil vermaatschappelijking van de zorg verder versterken: kwetsbare mensen moeten een zinvolle plek in de samenleving kunnen
innemen.
® Er wordt ingezet op sociale netwerken, buurtwerking, verenigingsleven en mantelzorgers om gezinnen met kinderen en jongeren te ondersteunen.
® Krachtgericht werken wordt een basishouding binnen de versterkte jeugdhulp (de nadruk ligt op mogelijkheden en sterktes, niet enkel op
problemen).
® In het geïntegreerd gezins- en jeugdhulpbeleid staan eigen regie, kracht, verantwoordelijkheid, participatie en co-creatie centraal.
Belangrijke doelstellingen van de Integrale Jeugdhulp (IJH):
1. Vermaatschappelijking van de jeugdhulp
2. Tijdige toegang tot hulp
3. Continuïteit van hulp garanderen
4. Gepast omgaan met verontrusting
5. Crisisjeugdhulp voorzien
6. Maximale participatie van de minderjarige en het gezin
Kernprincipe:
® Subsidariteitsprincipe = hulp zoveel mogelijk bieden binnen de leefomgeving van het kind of gezin; pas gespecialiseerde hulp inschakelen wanneer
dat echt nodig is = getrapte zorg
W A T IS V E R M A A TSC H A P P E LIJK IN G ?
Definitie:
® Zorg in de samenleving (inclusie) én door de samenleving (informele zorg, mantelzorg, vrijwilligers).
® Ontstaan in de jaren 1960–1970.
® In de jeugdhulp: één van de zes doelstellingen van de Integrale Jeugdhulp (IJH).
1
,Kernidee:
® Zorg zo dicht mogelijk bij de leefwereld van het kind/gezin.
® Getrapte zorg (volgens concentrische cirkels van de WHO): eerst inzetten op eigen krachten en netwerk,
daarna pas gespecialiseerde hulp.
® Krachtgericht werken: versterken van de cliënt en zijn omgeving.
WIJZIGINGEN IN DE ORGANISATIE VAN DE ZORG
Periode Kenmerken
Oprichting grote instellingen (“asielen”),stijging residentiële bedden, focus op controle, weinig behandeling,
1880–1950: Totale instituties
beperkte rol familie, enkel medisch personeel.
Vanaf 1950: Afbouw Afbouw asielen, minder residentiële bedden, meer ambulante en semi-residentiële hulp, meer inbreng van familie,
instellingen opkomst humane wetenschappen, focus op sociale rehabilitatie.
Evenwicht tussen residentiële en ambulante hulp, kleinschalige voorzieningen, nadruk op mantelzorg en
Vanaf 2000: Balanced care
vrijwilligerswerk, multidisciplinair team in thuiszorg, evenwicht tussen controle en zelfbeschikking.
WIJZIGINGEN IN DE INHOUD VAN DE ZORG
1. Verschuiving van het medisch model naar het cliëntgericht ondersteuningsmodel
® Vroeger: medisch model → de arts of hulpverlener beslist wat goed is voor de cliënt.
- De cliënt was vooral “patiënt” of “probleemgeval”.
- Focus lag op diagnose, behandeling en controle.
® Nieuw: cliëntgericht ondersteuningsmodel → de persoon staat centraal.
- Hulp vertrekt vanuit behoeften, krachten en doelen van de cliënt zelf.
- De hulpverlener ondersteunt bij wat iemand ZELF WIL EN KAN.
2. Zorg is meer dan behandeling
® Niet alleen medische of psychologische hulp, maar ook sociale rehabilitatie:
- Mensen helpen opnieuw een plaats te vinden in de samenleving (bv. werk, school, vrije tijd, relaties).
® Zorg moet bijdragen aan kwaliteit van leven en maatschappelijke participatie.
AANLEIDINGEN TOT VERMAATSCHAPPELIJKING
1. Maatschappelijke evoluties
® Zorgvragen veranderen: mensen willen meer autonomie en zorg in hun eigen omgeving.
® Nieuwe visies op “goede zorg”: niet alleen genezen, maar ook ondersteunen en versterken.
® Meer aandacht voor rechten van cliënten en participatie.
2. Medische en therapeutische ontwikkelingen
® Nieuwe technologieën en therapieën maken thuiszorg en ambulante begeleiding mogelijk.
® Mensen hoeven niet langer langdurig opgenomen te worden in instellingen
3. Kostenbeheersing
® Grote instellingen zijn duur: residentiële zorg kost veel meer dan hulp aan huis.
® Vermaatschappelijking bespaart middelen en maakt de zorg efficiënter.
® Meer inzet van informele zorg (familie, vrijwilligers) verlaagt de druk op professionele hulp.
B E LA N G V A N H E T SO C IA A L N E TW E R K
Kernidee:
® Het sociaal netwerk is een belangrijk onderdeel van vermaatschappelijking.
® Zorg gebeurt niet alleen VOOR mensen, maar ook DOOR hun omgeving en netwerk.
® Krachtgericht werken betekent dat men de krachtbronnen van het individu en zijn omgeving activeert → empowerment.
® Doel: professioneel ingrijpen voorkomen of verminderen door eerst het eigen netwerk te versterken.
WAT IS EEN SOCIAAL NETWERK?
® “Alle mensen met wie iemand min of meer duurzaam een relatie heeft.”
® Engere definitie: enkel familieleden.
® Ruimere definitie: familie, vrienden, buren, leerkrachten, hulpverleners, verenigingen...
® Formeel netwerk: professionele hulpverleners, organisaties.
® Informeel netwerk: familie, vrienden, buren, vrijwilligers — dit is het belangrijkste binnen vermaatschappelijking.
FUNCTIES VAN HET SOCIAAL NETWERK
® Praktische ondersteuning: helpen met opvang, vervoer, boodschappen...
® Emotionele ondersteuning: luisteren, troosten, aanmoedigen.
® Normatieve functie: rolmodellen, voorbeeldgedrag, normen en waarden doorgeven.
2
, METHODIEKEN OM HET SOCIAAL NETWERK TE VERSTERKEN
1. Eigen Kracht Conferentie (EKC)
® Ontstaan uit Family Conferences (Nieuw-Zeeland).
® Gezin + netwerk maken samen ondersteuningsplan voor kinderen.
® Gezin/netwerk neemt de beslissingen, professional faciliteert alleen.
® Doelgroep: vooral jeugdhulp, kan breder.
2. Familienetwerkberaad (FNB)
® Lijkt op EKC, maar professionele hulpverlener volgt gesprek op en ondersteunt waar nodig.
® Gezin/netwerk beslist, met iets meer begeleiding van professional.
® Oorspronkelijk voor pleegzorg, nu breder toepasbaar.
3. Persoonlijke Toekomstplanning (PTP)
® Cliënt + netwerk maken plan voor de toekomst.
® Vrijwilliger volgt proces, cliënt/netwerk beslist zelf.
® Doelgroep: vooral mensen met een beperking.
® Nadruk op wat cliënt wil, netwerk helpt doelen uitvoeren.
4. Signs of Safety (SoS)
® Hulpverlener en gezin delen de beslissingen.
® Focus op veiligheid van kinderen: wat loopt goed, wat niet, wat veranderen.
® Werkt met kerngezin en betrokken netwerk.
® Doelgroep: gezinnen met zorgen over welzijn of veiligheid.
KENMERKEN VAN DEZE METHODIEKEN
® Krachtgericht: men vertrekt vanuit mogelijkheden, niet problemen.
® Participatief: gezin en netwerk beslissen actief mee.
® Vraaggestuurd: hulp sluit aan bij wat de betrokkenen nodig en wenselijk vinden.
Drie fasen in elke methodiek:
® Voorbereidingsfase: netwerk in kaart brengen en uitnodigen.
® Conferentiefase: gezin en netwerk stellen samen een plan op (professionals toetsen dit op veiligheid en haalbaarheid).
® Implementatiefase: plan uitvoeren en opvolgen.
VOORDELEN VAN NETWERKGERICHT WERKEN
® Minder uithuisplaatsingen en snellere terugplaatsingen bij ouders.
® Verhoogt het welzijn en zelfvertrouwen van gezinnen.
® Stimuleert autonomie en samenredzaamheid.
KNELPUNTEN EN UITDAGINGEN
® Mattheüseffect: sterke gezinnen hebben vaak een groot netwerk; kwetsbare gezinnen niet.
® Kwetsbare gezinnen hebben: Klein netwerk, Moeite om hulp te vragen (schaamte of wantrouwen).
® Vraag: rond wie wordt het netwerk opgebouwd? (het kind of de ouder?)
® Veiligheid van het netwerk moet steeds worden bewaakt.
® Niet iedereen wil met zijn netwerk werken (schaamte, conflicten, wantrouwen).
WAT ALS IEMAND GEEN (STERK) NETWERK HEEFT? → LUS VZW
® Organisatie die sociale netwerken herstelt en versterkt.
® Zet in op verbondenheid en betrokkenheid tussen mensen (“lussen”).
® Extra aandacht voor mensen in een kwetsbare positie, o.a.: Minderjarigen in de jeugdhulp, Ex-gedetineerden, Personen met een beperking,
Psychiatrische patiënten.
TO E P A S S IN G E N V A N V E R M A A TS C H A P P E LIJK IN G IN D E JE U G D H U LP
VOORBEELDEN VAN VORIG JAAR (ITJ):
Pleegzorg, leersteundecreet, buddywerking, meer focus op ambulante en mobiele hulp, bv. crisishulp aan huis (cah), residentiële hulp in kleinschalige
initiatieven in de samenleving, outreachend werken (professionals gaan actief de leefwereld in)
TOEPASSING 1: VLAAMS MANTELZORGPLAN (2022–2024)
® Doel: ondersteunen en erkennen van mantelzorgers in Vlaanderen.
® Mantelzorgers leveren een belangrijke bijdrage, maar ervaren soms emotionele of fysieke belasting.
® Plan zet in op (3): Herkennen en waarderen van mantelzorgers (1), Ondersteuning bieden, zowel emotioneel, praktisch als financieel (2),
Specifieke aandacht voor jonge en kwetsbare mantelzorgers (3)
® Samenwerking tussen informele zorg (familie, netwerk) en professionele zorg wordt benadrukt.
® Initiatieven zoals Samenspraak en zorgzame buurten verbinden mantelzorgers, zorgvragers en professionals als evenwaardige partners.
3
WAT IS BELEID?
Beleid = het geheel van doelstellingen die men wil bereiken (wat) én de maatregelen die men neemt om die doelen te realiseren (hoe).
® Wat? Welke doelen willen we halen (bv. leerachterstand wegwerken, studieduur verkorten, personeel aantrekken in kinderopvang, zelfregie bij
studenten vergroten, participatie in jeugdhulp verhogen, …)
® Hoe? De aanpak of beleidsmaatregelen (bv. zomerscholen, drempeldecreet, …)
Elke keuze heeft (on)gewenste gevolgen → TINA-principe (There Is No Alternative).
® Kwetsbare kinderen kunnen zich geviseerd voelen.
® Drempeldecreet benadeelt studenten die moeten werken naast hun studies.
® Zelfregie: leidt dit echt tot betere studieresultaten?
® Participatie: bereikt dit niet vooral mondige jongeren?
TO E P A S S IN G : JE U G D H U LP B E LE ID
® Decreet IJH (art. 5): hulp op maat, sectoroverschrijdende samenwerking, respect voor kinderrechten.
® Tekort personeel: doel = voldoende medewerkers → campagnes.
® Wachtlijsten: doel = verminderen → vroeginterventie + meer budget.
® Vroeg & Nabij: geïntegreerd gezins- en jeugdbeleid via trajectbegeleider, vroegdetectie, netwerken.
D R IE N IV E A U S V A N B E LE ID (M -M -M )
Macro: samenleving (bv. decreten, nationaal beleid).
Meso: organisaties (bv. scholen, jeugdhulpinstellingen).
Micro: individuen (bv. leerkracht en leerling).
Druppelwerking: macro beïnvloedt meso en micro; meso beïnvloedt micro.
HOOFDSTUK 2: ACTUELE BELEIDSTENDENSEN BINNEN DE (JEUGD)HULPVERLENING
VERMAATSCHAPPELIJKING VAN DE (JEUGD)HULPVERLENING
IN LE ID E N D : IN D E B E LE ID S N O TA ’S
Wat zeggen de beleidsnota’s?
® De overheid wil vermaatschappelijking van de zorg verder versterken: kwetsbare mensen moeten een zinvolle plek in de samenleving kunnen
innemen.
® Er wordt ingezet op sociale netwerken, buurtwerking, verenigingsleven en mantelzorgers om gezinnen met kinderen en jongeren te ondersteunen.
® Krachtgericht werken wordt een basishouding binnen de versterkte jeugdhulp (de nadruk ligt op mogelijkheden en sterktes, niet enkel op
problemen).
® In het geïntegreerd gezins- en jeugdhulpbeleid staan eigen regie, kracht, verantwoordelijkheid, participatie en co-creatie centraal.
Belangrijke doelstellingen van de Integrale Jeugdhulp (IJH):
1. Vermaatschappelijking van de jeugdhulp
2. Tijdige toegang tot hulp
3. Continuïteit van hulp garanderen
4. Gepast omgaan met verontrusting
5. Crisisjeugdhulp voorzien
6. Maximale participatie van de minderjarige en het gezin
Kernprincipe:
® Subsidariteitsprincipe = hulp zoveel mogelijk bieden binnen de leefomgeving van het kind of gezin; pas gespecialiseerde hulp inschakelen wanneer
dat echt nodig is = getrapte zorg
W A T IS V E R M A A TSC H A P P E LIJK IN G ?
Definitie:
® Zorg in de samenleving (inclusie) én door de samenleving (informele zorg, mantelzorg, vrijwilligers).
® Ontstaan in de jaren 1960–1970.
® In de jeugdhulp: één van de zes doelstellingen van de Integrale Jeugdhulp (IJH).
1
,Kernidee:
® Zorg zo dicht mogelijk bij de leefwereld van het kind/gezin.
® Getrapte zorg (volgens concentrische cirkels van de WHO): eerst inzetten op eigen krachten en netwerk,
daarna pas gespecialiseerde hulp.
® Krachtgericht werken: versterken van de cliënt en zijn omgeving.
WIJZIGINGEN IN DE ORGANISATIE VAN DE ZORG
Periode Kenmerken
Oprichting grote instellingen (“asielen”),stijging residentiële bedden, focus op controle, weinig behandeling,
1880–1950: Totale instituties
beperkte rol familie, enkel medisch personeel.
Vanaf 1950: Afbouw Afbouw asielen, minder residentiële bedden, meer ambulante en semi-residentiële hulp, meer inbreng van familie,
instellingen opkomst humane wetenschappen, focus op sociale rehabilitatie.
Evenwicht tussen residentiële en ambulante hulp, kleinschalige voorzieningen, nadruk op mantelzorg en
Vanaf 2000: Balanced care
vrijwilligerswerk, multidisciplinair team in thuiszorg, evenwicht tussen controle en zelfbeschikking.
WIJZIGINGEN IN DE INHOUD VAN DE ZORG
1. Verschuiving van het medisch model naar het cliëntgericht ondersteuningsmodel
® Vroeger: medisch model → de arts of hulpverlener beslist wat goed is voor de cliënt.
- De cliënt was vooral “patiënt” of “probleemgeval”.
- Focus lag op diagnose, behandeling en controle.
® Nieuw: cliëntgericht ondersteuningsmodel → de persoon staat centraal.
- Hulp vertrekt vanuit behoeften, krachten en doelen van de cliënt zelf.
- De hulpverlener ondersteunt bij wat iemand ZELF WIL EN KAN.
2. Zorg is meer dan behandeling
® Niet alleen medische of psychologische hulp, maar ook sociale rehabilitatie:
- Mensen helpen opnieuw een plaats te vinden in de samenleving (bv. werk, school, vrije tijd, relaties).
® Zorg moet bijdragen aan kwaliteit van leven en maatschappelijke participatie.
AANLEIDINGEN TOT VERMAATSCHAPPELIJKING
1. Maatschappelijke evoluties
® Zorgvragen veranderen: mensen willen meer autonomie en zorg in hun eigen omgeving.
® Nieuwe visies op “goede zorg”: niet alleen genezen, maar ook ondersteunen en versterken.
® Meer aandacht voor rechten van cliënten en participatie.
2. Medische en therapeutische ontwikkelingen
® Nieuwe technologieën en therapieën maken thuiszorg en ambulante begeleiding mogelijk.
® Mensen hoeven niet langer langdurig opgenomen te worden in instellingen
3. Kostenbeheersing
® Grote instellingen zijn duur: residentiële zorg kost veel meer dan hulp aan huis.
® Vermaatschappelijking bespaart middelen en maakt de zorg efficiënter.
® Meer inzet van informele zorg (familie, vrijwilligers) verlaagt de druk op professionele hulp.
B E LA N G V A N H E T SO C IA A L N E TW E R K
Kernidee:
® Het sociaal netwerk is een belangrijk onderdeel van vermaatschappelijking.
® Zorg gebeurt niet alleen VOOR mensen, maar ook DOOR hun omgeving en netwerk.
® Krachtgericht werken betekent dat men de krachtbronnen van het individu en zijn omgeving activeert → empowerment.
® Doel: professioneel ingrijpen voorkomen of verminderen door eerst het eigen netwerk te versterken.
WAT IS EEN SOCIAAL NETWERK?
® “Alle mensen met wie iemand min of meer duurzaam een relatie heeft.”
® Engere definitie: enkel familieleden.
® Ruimere definitie: familie, vrienden, buren, leerkrachten, hulpverleners, verenigingen...
® Formeel netwerk: professionele hulpverleners, organisaties.
® Informeel netwerk: familie, vrienden, buren, vrijwilligers — dit is het belangrijkste binnen vermaatschappelijking.
FUNCTIES VAN HET SOCIAAL NETWERK
® Praktische ondersteuning: helpen met opvang, vervoer, boodschappen...
® Emotionele ondersteuning: luisteren, troosten, aanmoedigen.
® Normatieve functie: rolmodellen, voorbeeldgedrag, normen en waarden doorgeven.
2
, METHODIEKEN OM HET SOCIAAL NETWERK TE VERSTERKEN
1. Eigen Kracht Conferentie (EKC)
® Ontstaan uit Family Conferences (Nieuw-Zeeland).
® Gezin + netwerk maken samen ondersteuningsplan voor kinderen.
® Gezin/netwerk neemt de beslissingen, professional faciliteert alleen.
® Doelgroep: vooral jeugdhulp, kan breder.
2. Familienetwerkberaad (FNB)
® Lijkt op EKC, maar professionele hulpverlener volgt gesprek op en ondersteunt waar nodig.
® Gezin/netwerk beslist, met iets meer begeleiding van professional.
® Oorspronkelijk voor pleegzorg, nu breder toepasbaar.
3. Persoonlijke Toekomstplanning (PTP)
® Cliënt + netwerk maken plan voor de toekomst.
® Vrijwilliger volgt proces, cliënt/netwerk beslist zelf.
® Doelgroep: vooral mensen met een beperking.
® Nadruk op wat cliënt wil, netwerk helpt doelen uitvoeren.
4. Signs of Safety (SoS)
® Hulpverlener en gezin delen de beslissingen.
® Focus op veiligheid van kinderen: wat loopt goed, wat niet, wat veranderen.
® Werkt met kerngezin en betrokken netwerk.
® Doelgroep: gezinnen met zorgen over welzijn of veiligheid.
KENMERKEN VAN DEZE METHODIEKEN
® Krachtgericht: men vertrekt vanuit mogelijkheden, niet problemen.
® Participatief: gezin en netwerk beslissen actief mee.
® Vraaggestuurd: hulp sluit aan bij wat de betrokkenen nodig en wenselijk vinden.
Drie fasen in elke methodiek:
® Voorbereidingsfase: netwerk in kaart brengen en uitnodigen.
® Conferentiefase: gezin en netwerk stellen samen een plan op (professionals toetsen dit op veiligheid en haalbaarheid).
® Implementatiefase: plan uitvoeren en opvolgen.
VOORDELEN VAN NETWERKGERICHT WERKEN
® Minder uithuisplaatsingen en snellere terugplaatsingen bij ouders.
® Verhoogt het welzijn en zelfvertrouwen van gezinnen.
® Stimuleert autonomie en samenredzaamheid.
KNELPUNTEN EN UITDAGINGEN
® Mattheüseffect: sterke gezinnen hebben vaak een groot netwerk; kwetsbare gezinnen niet.
® Kwetsbare gezinnen hebben: Klein netwerk, Moeite om hulp te vragen (schaamte of wantrouwen).
® Vraag: rond wie wordt het netwerk opgebouwd? (het kind of de ouder?)
® Veiligheid van het netwerk moet steeds worden bewaakt.
® Niet iedereen wil met zijn netwerk werken (schaamte, conflicten, wantrouwen).
WAT ALS IEMAND GEEN (STERK) NETWERK HEEFT? → LUS VZW
® Organisatie die sociale netwerken herstelt en versterkt.
® Zet in op verbondenheid en betrokkenheid tussen mensen (“lussen”).
® Extra aandacht voor mensen in een kwetsbare positie, o.a.: Minderjarigen in de jeugdhulp, Ex-gedetineerden, Personen met een beperking,
Psychiatrische patiënten.
TO E P A S S IN G E N V A N V E R M A A TS C H A P P E LIJK IN G IN D E JE U G D H U LP
VOORBEELDEN VAN VORIG JAAR (ITJ):
Pleegzorg, leersteundecreet, buddywerking, meer focus op ambulante en mobiele hulp, bv. crisishulp aan huis (cah), residentiële hulp in kleinschalige
initiatieven in de samenleving, outreachend werken (professionals gaan actief de leefwereld in)
TOEPASSING 1: VLAAMS MANTELZORGPLAN (2022–2024)
® Doel: ondersteunen en erkennen van mantelzorgers in Vlaanderen.
® Mantelzorgers leveren een belangrijke bijdrage, maar ervaren soms emotionele of fysieke belasting.
® Plan zet in op (3): Herkennen en waarderen van mantelzorgers (1), Ondersteuning bieden, zowel emotioneel, praktisch als financieel (2),
Specifieke aandacht voor jonge en kwetsbare mantelzorgers (3)
® Samenwerking tussen informele zorg (familie, netwerk) en professionele zorg wordt benadrukt.
® Initiatieven zoals Samenspraak en zorgzame buurten verbinden mantelzorgers, zorgvragers en professionals als evenwaardige partners.
3