Sociaal recht
1. Inleiding
1.1. Wat?
Sociaal recht valt uiteen in twee grote deelgebieden:
Arbeidsrecht
o Regelt de verhoudingen tussen werkgevers en werknemers
o Geheel van rechtsregels die de verhoudingen regelt tussen werkgevers en werknemers,
zowel individueel als collectief
o Privaatrecht (overeenkomst tussen werkgever en werknemer)
Socialezekerheidsrecht
o Voorziet een aantal waarborgen en minimale garanties voor wie te maken krijgt met
werkloosheid, ziekte, invaliditeit, enz.
o Maatregelen waardoor aan de werknemers, het overheidspersoneel en zelfstandigen de
mogelijkheid wordt gegeven om in alle omstandigheden in hun levensonderhoud te
voorzien
o Publiek recht (verhouding tussen de overheid en de gerechtigde van een sociale
uitkering)
1.2. Globaal overzicht van het arbeidsrecht
Individueel:
Tussen individuele werknemer en de werkgever
Gaat over de bescherming van de werknemer tegen misbruik van de werkgever
Rechten en plichten worden hierin geregeld
o Arbeidsovereenkomstenwet (1978)
Hoelang mogen die duren?
Wat is het minimumloon?
Ontslagbescherming: bescherming tegen onrechtmatig ontslag
o Wet op het Eenheidsstatuut (2014)
o Arbeidswet (1971)
o Loonbeschermingswet (1965)
o Welzijnswet (1996)
Collectief
Gaat over de collectieve afspraken tussen werkgevers en werknemers: afspraken op
groepsniveau, rechten en plichten van vakbonden, minimumlonen, arbeidstijden die voor een
hele sector geregeld zijn
o Wet op de CAO’s (Collectieve Arbeidsovereenkomsten) (1968)
o Bedrijfsorganisatiewet (1948)
1.3. Het socialezekerheidsstelsel in België
Drie klassieke stelsels:
Stelsel loontrekkenden/werknemers (RSZ)
Grootste van de drie en dekt het grootste deel van de bevolking van België
RSZ = Rijksdienst voor Sociale Zekerheid
o Pensioenen
o Werkloosheid
o Arbeidsongevallen
o Beroepsziekten
o Ziekte- en invaliditeit
1
, o Jaarlijkse vakantie
o (Gezinsbijslag)
Stelsel zelfstandigen (RSVZ)
Zelfstandige = iemand die een beroepsactiviteit uitoefent zonder verbonden te zijn met een
werkgever via een arbeidscontract
RSVZ = Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen
o Pensioenen
o Ziekte- en invaliditeit
o Moederschapsrust
o Overbruggings-recht
o (Gezinsbijslag)
Stelsel ambtenaren
Ambtenaar = iemand die onderworpen is aan het statuut van openbare dienst
Meer info: https://bosa.belgium.be/nl/themas/werken-bij-de-overheid
Doel
Bestaanszekerheid van een burger waarborgen
Wanneer komt dit in gedrang?
o Inkomen vermindert of valt weg (bv. ongeval, ziekte, zwangerschap, werkloosheid etc.)
o Uitgaven verhogen (bv. opvoeden van kinderen, ziekten)
De klassieke stelsels gaan over het veiligstellen van arbeidsinkomen
Wat gebeurt er als je geen beroep kan doen op de drie klassieke takken?
o Sociale bijstand = residuaire stelsels
Uitbreiding van de sociale bescherming van personen die niet in de andere drie takken
terecht kunnen
Het wordt niet zomaar toegekend, je moet het voldoende kunnen bewijzen
Maatschappelijke dienstverlening en integratie (OCMW-leefloon)
Inkomensgarantie voor ouderen (bv. pension is te laag)
Tegemoetkoming aan personen met een handicap
1.4. Contracten en tewerkstelling: verschil tussen werknemer en zelfstandigen
Tewerkstelling
In het kader van je beroep prestaties leveren en/of activiteiten uitvoeren tegen betaling:
Loontrekkende
o = contractueel
Ambtenaar
o = statutair
o Gebonden aan overheidsstatuut
Zelfstandige
o = aannemingsovereenkomst
Overeenkomsten
Algemeen
Overeenkomsten moeten beantwoorden aan de geldigheidsvoorwaarden van een burgerlijk
recht
Basisprincipes voor arbeidsovereenkomsten en aannemingsovereenkomsten:
o Consensueel: beide partijen moeten bekwaam zijn om een overeenkomst aan te gaan
(wilsbekwaamheid) EN moeten hun toestemming geldig geven (wilsovereenkomst)
o Geoorloofd: onderwerp/activiteit mag niet indruisen tegen de wet (bv. geen
overeenkomst afsluiten om drugs te leveren)
2
, o Taalwet dient gerespecteerd te worden: taal van de exploitatiezetel van de werkgever
! Basisrecht om de overeenkomst te ontbinden!
Verschillen loontrekkenden en zelfstandigen
Arbeidsovereenkomst (loontrekkenden)
Wat?
o Het verrichten van prestaties staat centraal
Arbeid van de werknemer
Het werk moet goed uitgevoerd worden, maar er hangt geen specifiek resultaat
aan vast
o Loon
Kan in natura, maar de waarde moet kunnen bepaald worden (bv. bedrijfswagen)
o (Juridisch) gezagsverband
Onder gezag van werkgever
Werkgever controleert niet constant, maar is wel altijd in staat om te controleren
Er bestaan regels op vlak van controle
Wie?
o Tussen de werkgever en werknemer
Betaaldocument: loonbrief
Inhouding en doorstorting van:
o RSZ
o Bedrijfsvoorheffing
o BBSZ (Bijzondere Bijdrage Sociale Zekerheid)
Aannemingsovereenkomst (zelfstandigen)
Wat?
o Leveren van goederen of presteren van diensten
Resultaat staat centraal
Wie?
o Tussen de klant en leverancier
o Tussen de aannemer en onderaannemer
Betaaldocument: factuur
Inhouding en doorstorting van:
o BTW
Kwartaalbijdragen betalen
Zelfstandigheid
Wat? Beroepsmatig karakter van de activiteit weegt door:
o Doel = winst maken
o Meerdere klanten
o Eigen beslissingsrecht
o Eigen materiaal
Criteria:
o Sociologisch: iemand die in België een beroepsactiviteit uitoefent zonder dat hij of zij
daarvoor gebonden is door een arbeidsovereenkomst of een statuut
o Fiscaal: aard van de inkomsten, bijvoorbeeld:
Winsten uit handels-, nijverheids- of landbouwbedrijf
Baten van een vrij beroep (paramedici, apothekers, boekhouders, advocaten,
artsen, enz.)
Bezoldiging van bedrijfsleiders
! Het fiscaal criterium kan weerlegd worden!
3
1. Inleiding
1.1. Wat?
Sociaal recht valt uiteen in twee grote deelgebieden:
Arbeidsrecht
o Regelt de verhoudingen tussen werkgevers en werknemers
o Geheel van rechtsregels die de verhoudingen regelt tussen werkgevers en werknemers,
zowel individueel als collectief
o Privaatrecht (overeenkomst tussen werkgever en werknemer)
Socialezekerheidsrecht
o Voorziet een aantal waarborgen en minimale garanties voor wie te maken krijgt met
werkloosheid, ziekte, invaliditeit, enz.
o Maatregelen waardoor aan de werknemers, het overheidspersoneel en zelfstandigen de
mogelijkheid wordt gegeven om in alle omstandigheden in hun levensonderhoud te
voorzien
o Publiek recht (verhouding tussen de overheid en de gerechtigde van een sociale
uitkering)
1.2. Globaal overzicht van het arbeidsrecht
Individueel:
Tussen individuele werknemer en de werkgever
Gaat over de bescherming van de werknemer tegen misbruik van de werkgever
Rechten en plichten worden hierin geregeld
o Arbeidsovereenkomstenwet (1978)
Hoelang mogen die duren?
Wat is het minimumloon?
Ontslagbescherming: bescherming tegen onrechtmatig ontslag
o Wet op het Eenheidsstatuut (2014)
o Arbeidswet (1971)
o Loonbeschermingswet (1965)
o Welzijnswet (1996)
Collectief
Gaat over de collectieve afspraken tussen werkgevers en werknemers: afspraken op
groepsniveau, rechten en plichten van vakbonden, minimumlonen, arbeidstijden die voor een
hele sector geregeld zijn
o Wet op de CAO’s (Collectieve Arbeidsovereenkomsten) (1968)
o Bedrijfsorganisatiewet (1948)
1.3. Het socialezekerheidsstelsel in België
Drie klassieke stelsels:
Stelsel loontrekkenden/werknemers (RSZ)
Grootste van de drie en dekt het grootste deel van de bevolking van België
RSZ = Rijksdienst voor Sociale Zekerheid
o Pensioenen
o Werkloosheid
o Arbeidsongevallen
o Beroepsziekten
o Ziekte- en invaliditeit
1
, o Jaarlijkse vakantie
o (Gezinsbijslag)
Stelsel zelfstandigen (RSVZ)
Zelfstandige = iemand die een beroepsactiviteit uitoefent zonder verbonden te zijn met een
werkgever via een arbeidscontract
RSVZ = Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen
o Pensioenen
o Ziekte- en invaliditeit
o Moederschapsrust
o Overbruggings-recht
o (Gezinsbijslag)
Stelsel ambtenaren
Ambtenaar = iemand die onderworpen is aan het statuut van openbare dienst
Meer info: https://bosa.belgium.be/nl/themas/werken-bij-de-overheid
Doel
Bestaanszekerheid van een burger waarborgen
Wanneer komt dit in gedrang?
o Inkomen vermindert of valt weg (bv. ongeval, ziekte, zwangerschap, werkloosheid etc.)
o Uitgaven verhogen (bv. opvoeden van kinderen, ziekten)
De klassieke stelsels gaan over het veiligstellen van arbeidsinkomen
Wat gebeurt er als je geen beroep kan doen op de drie klassieke takken?
o Sociale bijstand = residuaire stelsels
Uitbreiding van de sociale bescherming van personen die niet in de andere drie takken
terecht kunnen
Het wordt niet zomaar toegekend, je moet het voldoende kunnen bewijzen
Maatschappelijke dienstverlening en integratie (OCMW-leefloon)
Inkomensgarantie voor ouderen (bv. pension is te laag)
Tegemoetkoming aan personen met een handicap
1.4. Contracten en tewerkstelling: verschil tussen werknemer en zelfstandigen
Tewerkstelling
In het kader van je beroep prestaties leveren en/of activiteiten uitvoeren tegen betaling:
Loontrekkende
o = contractueel
Ambtenaar
o = statutair
o Gebonden aan overheidsstatuut
Zelfstandige
o = aannemingsovereenkomst
Overeenkomsten
Algemeen
Overeenkomsten moeten beantwoorden aan de geldigheidsvoorwaarden van een burgerlijk
recht
Basisprincipes voor arbeidsovereenkomsten en aannemingsovereenkomsten:
o Consensueel: beide partijen moeten bekwaam zijn om een overeenkomst aan te gaan
(wilsbekwaamheid) EN moeten hun toestemming geldig geven (wilsovereenkomst)
o Geoorloofd: onderwerp/activiteit mag niet indruisen tegen de wet (bv. geen
overeenkomst afsluiten om drugs te leveren)
2
, o Taalwet dient gerespecteerd te worden: taal van de exploitatiezetel van de werkgever
! Basisrecht om de overeenkomst te ontbinden!
Verschillen loontrekkenden en zelfstandigen
Arbeidsovereenkomst (loontrekkenden)
Wat?
o Het verrichten van prestaties staat centraal
Arbeid van de werknemer
Het werk moet goed uitgevoerd worden, maar er hangt geen specifiek resultaat
aan vast
o Loon
Kan in natura, maar de waarde moet kunnen bepaald worden (bv. bedrijfswagen)
o (Juridisch) gezagsverband
Onder gezag van werkgever
Werkgever controleert niet constant, maar is wel altijd in staat om te controleren
Er bestaan regels op vlak van controle
Wie?
o Tussen de werkgever en werknemer
Betaaldocument: loonbrief
Inhouding en doorstorting van:
o RSZ
o Bedrijfsvoorheffing
o BBSZ (Bijzondere Bijdrage Sociale Zekerheid)
Aannemingsovereenkomst (zelfstandigen)
Wat?
o Leveren van goederen of presteren van diensten
Resultaat staat centraal
Wie?
o Tussen de klant en leverancier
o Tussen de aannemer en onderaannemer
Betaaldocument: factuur
Inhouding en doorstorting van:
o BTW
Kwartaalbijdragen betalen
Zelfstandigheid
Wat? Beroepsmatig karakter van de activiteit weegt door:
o Doel = winst maken
o Meerdere klanten
o Eigen beslissingsrecht
o Eigen materiaal
Criteria:
o Sociologisch: iemand die in België een beroepsactiviteit uitoefent zonder dat hij of zij
daarvoor gebonden is door een arbeidsovereenkomst of een statuut
o Fiscaal: aard van de inkomsten, bijvoorbeeld:
Winsten uit handels-, nijverheids- of landbouwbedrijf
Baten van een vrij beroep (paramedici, apothekers, boekhouders, advocaten,
artsen, enz.)
Bezoldiging van bedrijfsleiders
! Het fiscaal criterium kan weerlegd worden!
3