Didactiek frans
1 LUISTERVAARDIGHEDEN
1.1 inleiding
Luisteren is een receptieve vaardigheid en een essentieel onderdeel in de verwerving
van een vreemde taal. Leerlingen bevinden zich vaker in een situatie waar ze de
Franse taal horen dan dat ze hem moeten spreken. Het is een bron van input die ze
gebruiken in productieve vaardigheden en kan zowel in een conversatie als in één
richting plaatsvinden. Het begrijpen van mondelinge boodschappen is een
struikelblok, want de Franse klanken en uitspraak vormen een extra moeilijkheid.
Leren luisteren moet stap voor stap gebeuren. Om het niet te moeilijk te maken kan je
de tekst van de luisteroefening aanbieden, maar dan oefen je eerder de
leesvaardigheid. In de realiteit heb je weinig uitgeschreven teksten bij een gesprek,
maar in de eerste fase van het leren kan dat wel.
Je kan de luistervaardigheid al oefenen via klasinstructies. Zo stimuleer je leerlingen
om zelf Frans te spreken, wat een positief effect heeft op hun spreekdurf. Het kan ook
gelinkt worden aan andere leergebieden.
1.1.1 hoe een goed luisterfragment kiezen
Tekstsoorten
Zorg voor verschillende tekstsoorten. Ook als je regelmatig naar andere realistische
fragmenten luistert hoor je verschillende tekstsoorten.
Zone van naaste ontwikkeling
Zorg ervoor dat het niveau van de tekst iets hoger ligt dan dat van de leerling. Schets
ook altijd aan de leerlingen waarom je een bepaalde luisterfragment aanbied, zodat
de taal een middel wordt en niet een doel op zich.
Authentieke fragmenten
Deze zijn bruikbaar, omdat ze veel herhaling bevatten. Ook het spreektempo en de
intonatie van de sprekers is niet te langzaam of te nadrukkelijk voorgelezen. Ze
wennen zo aan allerlei verschillende stemsoorten en accenten.
Scaffolding
De verwerkingsopdrachten hebben een invloed op de moeilijkheidsgraad. Open
vragen worden als moeilijker ervaren dan gesloten vragen waarbij lln moeten kiezen
voor de juiste optie.
,Als je als lkr zelf beslist om voor te lezen moet je opletten op een duidelijke uitspraak.
In principe kiezen we ook voor luisterteksten die functioneel kunnen zijn in het
dagdagelijkse leven.
1.2 doelen
1.2.1 het onderwerp in een tekst bepalen
Om het onderwerp te bepalen moeten lln de tekst globaal beluisteren. ze bepalen het
onderwerp in informatieve, narratieve en artistiek-literaire teksten.
1.2.2 de elementaire gedachtegang volgen
Ze moeten de elementaire gedachtegang kunnen volgen in prescriptieve en
narratieve teksten. Dit is ook globaal luisteren.
1.2.3 gevraagde informatie selecteren
Bij het selectief of gericht luisteren gaan de lln op zoek naar welbepaalde informatie.
De thema’s van de luisterteksten zijn concreet en behoren tot de leefwereld van de
lln.
1.3 strategieën
1.3.1 algemene strategie: zich blijven concentreren
Lln doen dit niet automatisch. Het moet expliciet aangeleerd worden hoe ze goed naar
een tekst kunnen luisteren. Je pakt dit stapsgewijs aan: direfasenmodel (sterke sturing
– gedeelde sturing – losse sturing). Je bereid hen als het ware voor op een bepaalde
situatie en hoe ze hiermee kunnen omgaan.
Voor lln is het niet evident om zich te blijven concentreren. Veel lln slaan dan ook in
paniek als ze een woord niet begrijpen. Dat is ook logisch en normaal dat ze niet ieder
woord begrijpen.
1.3.2 vooraf: zich oriënteren op de luisteropdracht (strategie 1)
Activeer de voorkennis van de lln. Maak een hypothese met de lln over de inhoud,
vraag hen op voorhand al wat zijn weten over het thema. Pauzeer de luistertekst af en
toe om het vervolg te voorspellen. Doe deze begripschecks in het Nederlands.
Hou het luisterdoel goed voor ogen, ga niet doelloos gaan luisteren. Formuleer het
doel voordat je de tekst gaat beluisteren.
,Wissel luisterdoelen ook af. Handleidingen zullen zich voornamelijk focussen op
selectief luisteren. Durf af te wijken en bevraag ook een globaal luisterdoel. Duid
indien nodig de kernwoorden uit de vraag/opdracht aan.
1.3.3 tijdens het beluisteren van het fragment (strategie 2)
De lln bevestigen hun hypothesen of sturen ze bij indien nodig. Pauzeer af en toe om
deze gedachtegang te stimuleren. Spoor lln aan om aandacht te hebben voor
intonatie, spreekritme en lichaamstaal van de spreker. Samen met hen kan je
betekenissen afleiden van woorden uit de bijhorende context.
Ook transparante woorden kunnen handig zijn -> woorden die leerlingen kunnen
herkennen uit het Nederlands.
Indien nodig kan je ook visuele ondersteuning bieden. Soms werken
achtergrondgeluiden storend, maar soms is het nuttige info over de context. We
moeten ze aanmoedigen om te focussen op de belangrijke informatie.
1.4 didactische principes en lesopbouw
1.4.1 oriënterend luisteren
Bij het begin van een luisteropdracht prikkel je de interesse en de nieuwsgierigheid
van de lln vooraleer je het fragment laat horen. Samen met de lln maak je een
hypothese en wek je zo hun voorkennis op.
Bereid hen voor op de context van de luisteroefening -> vertel hen over wat het zal
gaan. Toon enkele foto’s/prenten om de voorkennis te activeren.
Zorg er ook voor dat ze de betekenis van moeilijke woorden begrijpen. Vooral bij
belangrijke woorden, bied deze op voorhand aan. Dat geld enkel voor woorden die je
niet uit de context kan bepalen.
Ze verliezen zo de draad niet van het verhaal, kunnen ze hun aandacht blijven
richten op het begrijpen en blijven ze gemotiveerd luisteren.
Voordat je begint aan het fragment kan je al wat vragen stellen. Je gaat ook het
luisterdoel gaan bepalen. Moeten ze globaal of selectief gaan luisteren?
1.4.2 globaal luisteren
Globale doelen
Onderwerp bepalen
Hoofdgedachte achterhalen
Gedachtegang volgen
Hoe doen we dat?
, Hypothese verifiëren (was mijn veronderstelling over de tekst juist? Heb ik
gehoord wat ik dacht dat ik ging horen?)
Verloop reconstrueren (kan met afbeeldingen of zinnen)
Samenvatting laten schrijven
Zelf een samenvatting laten kiezen uit een gegeven tekst
1.4.3 selectief luisteren
Gerichte/selectieve doelen
Gevraagde informatie selecteren
Hoe doen we dat?
Ja/nee, meerkeuze, open, verbindings, juist/fout, … vragen
Mindmap
Doe opdrachten
Ontbrekende woorden in liedjestekst laten aanvullen
1.4.4 verwerkingsopdracht
Je kan na de luisteroefening andere vaardigheden gaan betrekken.
Zinvolle spreek/schrijfopdracht
Binnen hetzelfde thema
Met bouwstenen/structuren uit fragment/tekst
1.4.5 organisatie: werkvormen
We denken meestal aan een klassieke les. Maar we kunnen de klas ook verdelen in
drie of vier groepjes. Elk groepje krijgt een andere luisteropdracht. Zo focussen ze zich
op een bepaald aspect uit het fragment. Nadien vertellen ze aan elkaar wat ze
gevonden hebben.
Je kan werken met een binnen en buitenkring. De lln vormen twee cirkels. De
binnencirkel krijgt 1 minuut om te vertellen waar het fragment over ging. Na 1 minuut
vult de buitencirkel aan. Daarna schuift de buitencirkel een plaatsje op en begint het
opnieuw.
TPR: Total Physical Response
Dit is een veilige werkvorm om te zien of de lln het begrijpen. Je geeft eenvoudige
opdrachten en instructies aan de lln. Als ze die correct uitvoeren, kan je nagaan of ze
het begrepen hebben of niet zonder dit te verwoorden. Dit zorgt voor een veilige
leeromgeving. Ze maken gebruik van receptieve vaardigheden.
1. Vb: Jacques a dit (Nederlandse versie : Jantje zegt)
1 LUISTERVAARDIGHEDEN
1.1 inleiding
Luisteren is een receptieve vaardigheid en een essentieel onderdeel in de verwerving
van een vreemde taal. Leerlingen bevinden zich vaker in een situatie waar ze de
Franse taal horen dan dat ze hem moeten spreken. Het is een bron van input die ze
gebruiken in productieve vaardigheden en kan zowel in een conversatie als in één
richting plaatsvinden. Het begrijpen van mondelinge boodschappen is een
struikelblok, want de Franse klanken en uitspraak vormen een extra moeilijkheid.
Leren luisteren moet stap voor stap gebeuren. Om het niet te moeilijk te maken kan je
de tekst van de luisteroefening aanbieden, maar dan oefen je eerder de
leesvaardigheid. In de realiteit heb je weinig uitgeschreven teksten bij een gesprek,
maar in de eerste fase van het leren kan dat wel.
Je kan de luistervaardigheid al oefenen via klasinstructies. Zo stimuleer je leerlingen
om zelf Frans te spreken, wat een positief effect heeft op hun spreekdurf. Het kan ook
gelinkt worden aan andere leergebieden.
1.1.1 hoe een goed luisterfragment kiezen
Tekstsoorten
Zorg voor verschillende tekstsoorten. Ook als je regelmatig naar andere realistische
fragmenten luistert hoor je verschillende tekstsoorten.
Zone van naaste ontwikkeling
Zorg ervoor dat het niveau van de tekst iets hoger ligt dan dat van de leerling. Schets
ook altijd aan de leerlingen waarom je een bepaalde luisterfragment aanbied, zodat
de taal een middel wordt en niet een doel op zich.
Authentieke fragmenten
Deze zijn bruikbaar, omdat ze veel herhaling bevatten. Ook het spreektempo en de
intonatie van de sprekers is niet te langzaam of te nadrukkelijk voorgelezen. Ze
wennen zo aan allerlei verschillende stemsoorten en accenten.
Scaffolding
De verwerkingsopdrachten hebben een invloed op de moeilijkheidsgraad. Open
vragen worden als moeilijker ervaren dan gesloten vragen waarbij lln moeten kiezen
voor de juiste optie.
,Als je als lkr zelf beslist om voor te lezen moet je opletten op een duidelijke uitspraak.
In principe kiezen we ook voor luisterteksten die functioneel kunnen zijn in het
dagdagelijkse leven.
1.2 doelen
1.2.1 het onderwerp in een tekst bepalen
Om het onderwerp te bepalen moeten lln de tekst globaal beluisteren. ze bepalen het
onderwerp in informatieve, narratieve en artistiek-literaire teksten.
1.2.2 de elementaire gedachtegang volgen
Ze moeten de elementaire gedachtegang kunnen volgen in prescriptieve en
narratieve teksten. Dit is ook globaal luisteren.
1.2.3 gevraagde informatie selecteren
Bij het selectief of gericht luisteren gaan de lln op zoek naar welbepaalde informatie.
De thema’s van de luisterteksten zijn concreet en behoren tot de leefwereld van de
lln.
1.3 strategieën
1.3.1 algemene strategie: zich blijven concentreren
Lln doen dit niet automatisch. Het moet expliciet aangeleerd worden hoe ze goed naar
een tekst kunnen luisteren. Je pakt dit stapsgewijs aan: direfasenmodel (sterke sturing
– gedeelde sturing – losse sturing). Je bereid hen als het ware voor op een bepaalde
situatie en hoe ze hiermee kunnen omgaan.
Voor lln is het niet evident om zich te blijven concentreren. Veel lln slaan dan ook in
paniek als ze een woord niet begrijpen. Dat is ook logisch en normaal dat ze niet ieder
woord begrijpen.
1.3.2 vooraf: zich oriënteren op de luisteropdracht (strategie 1)
Activeer de voorkennis van de lln. Maak een hypothese met de lln over de inhoud,
vraag hen op voorhand al wat zijn weten over het thema. Pauzeer de luistertekst af en
toe om het vervolg te voorspellen. Doe deze begripschecks in het Nederlands.
Hou het luisterdoel goed voor ogen, ga niet doelloos gaan luisteren. Formuleer het
doel voordat je de tekst gaat beluisteren.
,Wissel luisterdoelen ook af. Handleidingen zullen zich voornamelijk focussen op
selectief luisteren. Durf af te wijken en bevraag ook een globaal luisterdoel. Duid
indien nodig de kernwoorden uit de vraag/opdracht aan.
1.3.3 tijdens het beluisteren van het fragment (strategie 2)
De lln bevestigen hun hypothesen of sturen ze bij indien nodig. Pauzeer af en toe om
deze gedachtegang te stimuleren. Spoor lln aan om aandacht te hebben voor
intonatie, spreekritme en lichaamstaal van de spreker. Samen met hen kan je
betekenissen afleiden van woorden uit de bijhorende context.
Ook transparante woorden kunnen handig zijn -> woorden die leerlingen kunnen
herkennen uit het Nederlands.
Indien nodig kan je ook visuele ondersteuning bieden. Soms werken
achtergrondgeluiden storend, maar soms is het nuttige info over de context. We
moeten ze aanmoedigen om te focussen op de belangrijke informatie.
1.4 didactische principes en lesopbouw
1.4.1 oriënterend luisteren
Bij het begin van een luisteropdracht prikkel je de interesse en de nieuwsgierigheid
van de lln vooraleer je het fragment laat horen. Samen met de lln maak je een
hypothese en wek je zo hun voorkennis op.
Bereid hen voor op de context van de luisteroefening -> vertel hen over wat het zal
gaan. Toon enkele foto’s/prenten om de voorkennis te activeren.
Zorg er ook voor dat ze de betekenis van moeilijke woorden begrijpen. Vooral bij
belangrijke woorden, bied deze op voorhand aan. Dat geld enkel voor woorden die je
niet uit de context kan bepalen.
Ze verliezen zo de draad niet van het verhaal, kunnen ze hun aandacht blijven
richten op het begrijpen en blijven ze gemotiveerd luisteren.
Voordat je begint aan het fragment kan je al wat vragen stellen. Je gaat ook het
luisterdoel gaan bepalen. Moeten ze globaal of selectief gaan luisteren?
1.4.2 globaal luisteren
Globale doelen
Onderwerp bepalen
Hoofdgedachte achterhalen
Gedachtegang volgen
Hoe doen we dat?
, Hypothese verifiëren (was mijn veronderstelling over de tekst juist? Heb ik
gehoord wat ik dacht dat ik ging horen?)
Verloop reconstrueren (kan met afbeeldingen of zinnen)
Samenvatting laten schrijven
Zelf een samenvatting laten kiezen uit een gegeven tekst
1.4.3 selectief luisteren
Gerichte/selectieve doelen
Gevraagde informatie selecteren
Hoe doen we dat?
Ja/nee, meerkeuze, open, verbindings, juist/fout, … vragen
Mindmap
Doe opdrachten
Ontbrekende woorden in liedjestekst laten aanvullen
1.4.4 verwerkingsopdracht
Je kan na de luisteroefening andere vaardigheden gaan betrekken.
Zinvolle spreek/schrijfopdracht
Binnen hetzelfde thema
Met bouwstenen/structuren uit fragment/tekst
1.4.5 organisatie: werkvormen
We denken meestal aan een klassieke les. Maar we kunnen de klas ook verdelen in
drie of vier groepjes. Elk groepje krijgt een andere luisteropdracht. Zo focussen ze zich
op een bepaald aspect uit het fragment. Nadien vertellen ze aan elkaar wat ze
gevonden hebben.
Je kan werken met een binnen en buitenkring. De lln vormen twee cirkels. De
binnencirkel krijgt 1 minuut om te vertellen waar het fragment over ging. Na 1 minuut
vult de buitencirkel aan. Daarna schuift de buitencirkel een plaatsje op en begint het
opnieuw.
TPR: Total Physical Response
Dit is een veilige werkvorm om te zien of de lln het begrijpen. Je geeft eenvoudige
opdrachten en instructies aan de lln. Als ze die correct uitvoeren, kan je nagaan of ze
het begrepen hebben of niet zonder dit te verwoorden. Dit zorgt voor een veilige
leeromgeving. Ze maken gebruik van receptieve vaardigheden.
1. Vb: Jacques a dit (Nederlandse versie : Jantje zegt)