Information Essentials
Ontwerpprincipes
1. Punt, lijn en vlak
Punt, lijn en vlak vormen de fundamentele bouwstenen van grafisch ontwerp. Elk complex
ontwerp kan uiteindelijk worden teruggebracht tot interacties tussen punten, lijnen en vlakken.
• Het punt
Een punt markeert een positie in de ruimte (X en Y coördinaten).
Kleine punten van verschillende grootte creëren grijstinten.
• De lijn
Een lijn is een opeenvolging van punten. Geometrisch heeft een lijn lengte maar geen
breedte. Ze verbindt twee punten of volgt het pad van een bewegend punt.
Lijnen kunnen zichtbaar zijn (bv. getekend) of impliciet (bv. de rand van een object).
• Het vlak
Een vlak is een plat oppervlak met hoogte en breedte. Het ontstaat wanneer een lijn breedte
krijgt of zichzelf sluit tot een vorm.
• Ruimte en volume
Grafisch object dat driedimensionale ruimte omsluit, heeft volume: hoogte, breedte, diepte.
Conclusie: Punt, lijn en vlak vormen samen het alfabet van visuele communicatie. Door deze
elementen bewust te gebruiken, kunnen ontwerpers niet alleen esthetisch aantrekkelijke, maar
ook functioneel sterke ontwerpen creëren.
Pagina 1 van 61
,2. Ritme en balans
• De betekenis van evenwicht
In grafisch ontwerp verankert en activeert evenwicht de elementen in een compositie.
Bv. Wanneer een ontwerp onaf voelt of je oog blijft hangen op één plek, is dat vaak het gevolg van een
verstoorde verhouding of plaatsing van onderdelen ten opzichte van elkaar en de negatieve ruimte.
• Visueel evenwicht
Ontstaat wanneer het gewicht van elementen gelijkmatig of proportioneel over de ruimte
wordt verdeeld. Dit is vergelijkbaar met het inrichten van een kamer: we verschuiven objecten tot de
verhouding tussen vorm en ruimte goed aanvoelt. Grote objecten contrasteren met kleinere,
donkere met lichtere. Ontwerpers gebruiken afmetingen, textuur, kleur en vorm om het
gewicht van onderdelen te compenseren of te benadrukken. Zo ontstaat een dynamisch
evenwicht dat niet statisch is, maar levendig en in beweging.
• Symmetrie
Een symmetrisch ontwerp heeft dezelfde elementen aan weerszijden van een as.
Deze compositie is stabiel en vertrouwd, net zoals veel natuurlijke organismen symmetrisch
zijn om stabiel te bewegen of te groeien.
• Asymmetrie
Asymmetrisch ontwerp is actiever en spannender. Ontwerpers bereiken hierbij evenwicht
door contrasterende elementen strategisch te plaatsen. Het oog dwaalt langs de
compositie, maar ervaart toch een onderliggende stabiliteit.
• Ritme in visuele communicatie
Ritme ontstaat door herhaling, maar wordt interessant door variatie en onderbreking.
• Herhaling en verandering
Net zoals muziek speelt met consonantie en dissonantie, spelen ontwerpers met herhaling
en verandering om visuele contrasten en spanning op te roepen. Schoonheid ontstaat juist
door deze balans tussen structuur en verrassing.
• Ritme en tempo in meerledige ontwerpen
Wanneer ontwerpers werken aan een reeks pagina’s of schermen, hanteren ze een
onderliggend raster om samenhang te creëren.
Beeld, typografie, lijnen en kleurvlakken worden zorgvuldig geplaatst om de blik van de kijker
te leiden. Door subtiele variaties blijft het geheel verrassend en boeiend.
Pagina 2 van 61
,3. Schaal
= verwijst naar de grootte en verhoudingen van een ontwerp of object.
Schaal krijgt betekenis in zijn context.
• Schaalgevoeligheid ontwikkelen
Ontwerpers merken vaak dat hun werk er anders uitziet op papier dan op het scherm.
Het ontwikkelen van schaalgevoeligheid – het vermogen om de juiste verhoudingen en
afmetingen te kiezen – is daarom een continu leerproces.
• Schaal is relatief
De grootte van een grafisch element wordt beïnvloed door de elementen eromheen.
- Als alle onderdelen even groot zijn, oogt het ontwerp plat.
- Contrast in grootte schept spanning, diepte en beweging.
- Kleine vormen trekken zich visueel terug; grote vormen treden naar voren.
Conclusie: Door bewust om te gaan met schaal kan je spanning, diepte en dynamiek in het
werk brengen en ervoor zorgen dat een ontwerp op elk formaat overtuigend blijft.
4. Textuur
= de tastbare of visuele korrel van oppervlakken en materialen.
Fysiek: het werkelijke oppervlak van een drukwerk of object.
Optisch: texturen die niet fysiek ervaren worden, maar een visuele
indruk geven van ruwheid, zachtheid, korreligheid, glans,…
• Textuur als vormgever van sfeer
Ontwerpers gebruiken textuur om stemming, karakter en fysieke aanwezigheid te creëren.
Ook de techniek waarmee een beeld ontstaat (handgetekend, gefotografeerd, digitaal,
geprogrammeerd,…) beïnvloedt de textuur en uitstraling.
Conclusie : Textuur is meer dan een decoratief detail: het is een fundamenteel ontwerpelement
dat fysieke en visuele ervaringen oproept. Door bewust om te gaan met keuzes, plaatsing en
combinatie van texturen kan ontwerper sfeer, betekenis en impact toevoegen aan elk ontwerp.
5. Kleur
• Kleurenwiel
In 1665 ontdekte Isaac Newton dat een prisma licht verdeelt in het spectrum van kleuren.
- Primaire kleuren: rood, geel en blauw; niet mengbaar uit andere kleuren.
- Secundaire kleuren: oranje, groen en paars; mengsels van twee primaire kleuren.
- Tertiaire kleuren: mengsels van een primaire en een secundaire kleur.
• Aspecten van kleur
- Kleurtoon (hue): plaats in het spectrum.
- Waarde (value): lichte of donkere karakter van een kleur, onafhankelijk van tint of intensiteit.
- Intensiteit/verzadiging: helderheid of dofheid; verlagen door toevoegen van grijs of neutraliseren.
- Tint: lichtere variatie door toevoegen van wit.
- Schaduw: donkere variatie door toevoegen van zwart.
Pagina 3 van 61
, Pagina 4 van 61
Ontwerpprincipes
1. Punt, lijn en vlak
Punt, lijn en vlak vormen de fundamentele bouwstenen van grafisch ontwerp. Elk complex
ontwerp kan uiteindelijk worden teruggebracht tot interacties tussen punten, lijnen en vlakken.
• Het punt
Een punt markeert een positie in de ruimte (X en Y coördinaten).
Kleine punten van verschillende grootte creëren grijstinten.
• De lijn
Een lijn is een opeenvolging van punten. Geometrisch heeft een lijn lengte maar geen
breedte. Ze verbindt twee punten of volgt het pad van een bewegend punt.
Lijnen kunnen zichtbaar zijn (bv. getekend) of impliciet (bv. de rand van een object).
• Het vlak
Een vlak is een plat oppervlak met hoogte en breedte. Het ontstaat wanneer een lijn breedte
krijgt of zichzelf sluit tot een vorm.
• Ruimte en volume
Grafisch object dat driedimensionale ruimte omsluit, heeft volume: hoogte, breedte, diepte.
Conclusie: Punt, lijn en vlak vormen samen het alfabet van visuele communicatie. Door deze
elementen bewust te gebruiken, kunnen ontwerpers niet alleen esthetisch aantrekkelijke, maar
ook functioneel sterke ontwerpen creëren.
Pagina 1 van 61
,2. Ritme en balans
• De betekenis van evenwicht
In grafisch ontwerp verankert en activeert evenwicht de elementen in een compositie.
Bv. Wanneer een ontwerp onaf voelt of je oog blijft hangen op één plek, is dat vaak het gevolg van een
verstoorde verhouding of plaatsing van onderdelen ten opzichte van elkaar en de negatieve ruimte.
• Visueel evenwicht
Ontstaat wanneer het gewicht van elementen gelijkmatig of proportioneel over de ruimte
wordt verdeeld. Dit is vergelijkbaar met het inrichten van een kamer: we verschuiven objecten tot de
verhouding tussen vorm en ruimte goed aanvoelt. Grote objecten contrasteren met kleinere,
donkere met lichtere. Ontwerpers gebruiken afmetingen, textuur, kleur en vorm om het
gewicht van onderdelen te compenseren of te benadrukken. Zo ontstaat een dynamisch
evenwicht dat niet statisch is, maar levendig en in beweging.
• Symmetrie
Een symmetrisch ontwerp heeft dezelfde elementen aan weerszijden van een as.
Deze compositie is stabiel en vertrouwd, net zoals veel natuurlijke organismen symmetrisch
zijn om stabiel te bewegen of te groeien.
• Asymmetrie
Asymmetrisch ontwerp is actiever en spannender. Ontwerpers bereiken hierbij evenwicht
door contrasterende elementen strategisch te plaatsen. Het oog dwaalt langs de
compositie, maar ervaart toch een onderliggende stabiliteit.
• Ritme in visuele communicatie
Ritme ontstaat door herhaling, maar wordt interessant door variatie en onderbreking.
• Herhaling en verandering
Net zoals muziek speelt met consonantie en dissonantie, spelen ontwerpers met herhaling
en verandering om visuele contrasten en spanning op te roepen. Schoonheid ontstaat juist
door deze balans tussen structuur en verrassing.
• Ritme en tempo in meerledige ontwerpen
Wanneer ontwerpers werken aan een reeks pagina’s of schermen, hanteren ze een
onderliggend raster om samenhang te creëren.
Beeld, typografie, lijnen en kleurvlakken worden zorgvuldig geplaatst om de blik van de kijker
te leiden. Door subtiele variaties blijft het geheel verrassend en boeiend.
Pagina 2 van 61
,3. Schaal
= verwijst naar de grootte en verhoudingen van een ontwerp of object.
Schaal krijgt betekenis in zijn context.
• Schaalgevoeligheid ontwikkelen
Ontwerpers merken vaak dat hun werk er anders uitziet op papier dan op het scherm.
Het ontwikkelen van schaalgevoeligheid – het vermogen om de juiste verhoudingen en
afmetingen te kiezen – is daarom een continu leerproces.
• Schaal is relatief
De grootte van een grafisch element wordt beïnvloed door de elementen eromheen.
- Als alle onderdelen even groot zijn, oogt het ontwerp plat.
- Contrast in grootte schept spanning, diepte en beweging.
- Kleine vormen trekken zich visueel terug; grote vormen treden naar voren.
Conclusie: Door bewust om te gaan met schaal kan je spanning, diepte en dynamiek in het
werk brengen en ervoor zorgen dat een ontwerp op elk formaat overtuigend blijft.
4. Textuur
= de tastbare of visuele korrel van oppervlakken en materialen.
Fysiek: het werkelijke oppervlak van een drukwerk of object.
Optisch: texturen die niet fysiek ervaren worden, maar een visuele
indruk geven van ruwheid, zachtheid, korreligheid, glans,…
• Textuur als vormgever van sfeer
Ontwerpers gebruiken textuur om stemming, karakter en fysieke aanwezigheid te creëren.
Ook de techniek waarmee een beeld ontstaat (handgetekend, gefotografeerd, digitaal,
geprogrammeerd,…) beïnvloedt de textuur en uitstraling.
Conclusie : Textuur is meer dan een decoratief detail: het is een fundamenteel ontwerpelement
dat fysieke en visuele ervaringen oproept. Door bewust om te gaan met keuzes, plaatsing en
combinatie van texturen kan ontwerper sfeer, betekenis en impact toevoegen aan elk ontwerp.
5. Kleur
• Kleurenwiel
In 1665 ontdekte Isaac Newton dat een prisma licht verdeelt in het spectrum van kleuren.
- Primaire kleuren: rood, geel en blauw; niet mengbaar uit andere kleuren.
- Secundaire kleuren: oranje, groen en paars; mengsels van twee primaire kleuren.
- Tertiaire kleuren: mengsels van een primaire en een secundaire kleur.
• Aspecten van kleur
- Kleurtoon (hue): plaats in het spectrum.
- Waarde (value): lichte of donkere karakter van een kleur, onafhankelijk van tint of intensiteit.
- Intensiteit/verzadiging: helderheid of dofheid; verlagen door toevoegen van grijs of neutraliseren.
- Tint: lichtere variatie door toevoegen van wit.
- Schaduw: donkere variatie door toevoegen van zwart.
Pagina 3 van 61
, Pagina 4 van 61