Termenlijst practicum 1:
1. wangepitheel
TERM EIG 1 EIG 2 FOTO
kern omgeven door een Opslag genetisch
kernenvelop materiaal
kernenvelop Omgeeft de kern Schermt het genetisch
materiaal af van de rest
van de celinhoud
cytoplasma Vloeibare matrix Transport van stoffen
binnen de cel
nucleolus Aanmaak RNA Assemblage ribosomale
sub eenheden
celmembraan Uitwendige cel fosfolipidendubbellaag
begrenzing
Zwarte puntjes Zijn bacteriën (mitochondrien niet
zichtbaar op microscoop)
epitheelcel Compacte rangschikking Kunnen voorzien zijn van
haren
2. bloedcel/bloedlichaampje mens: (intercellulaire stof = bloedplasma)
TERM EIG 1 EIG 2 FOTO
Erytrocyten Kernloos cellen Biconcave vorm =
(rode BC) aan beide zijden
ingedeukt
Leukocyten Gekernde cellen, Rol in
(witte Groter dan erytrocyt immuunsysteem
bloedcel)
Granulocyt Veellobbige kern Een belangrijke
En granula aanwezig rol bij
(korrelachtige immuniteitsreacti
structuur) es
Basofiel (type Bolvormige witte BC Niet gelobt tot
witte BC) tweelobbig
Onregelmatige
grove korrels
Eosinofiel Tweelobbige kern Cytoplasmatisch
(type witte (in vorm bril : lobben volgepropt met
BC) even groot + een grote granula
verbonden zoals bril)
,Neutrofiel Kern is gelobd, Lobben
(type witte #lobben afh v leeftijd/ verbonden met
BC) pathofysiologische kleine brugjes
omstandigheden
Korrels granuula
moeilijk zichtbaar
Agrunulocyt Geen granula, geen Belangrijke rol in
gelobde kern immuunreacties
Lymfocyt Kleinste leukocyten Ronde intense
kern
Smalle
cytoplasma band
Monocyt Grootste leukocyten Grote,
excentrische kern
MET indeuking
Trombocyt/ Vitale component in Bij de mens niet
bloedplaatje het gekernd
bloedstollingsmechani
sme HEEL klein
,Termenlijst practicum 2:
1. schildklier (Rattus)
TERM EIG 1 EIG 2 FOTO
P24
BEDEKKEND Inwendige en Weinig/geen Indeling morfologisch :
EPITHEEL uitwendige intercellulaire - #lagen :
oppervlakten stof éénlagig/meerlagig=gestratificeert/
bedekken pseudomeerlagig
- Vorm : plavei (afgeplat), cilindrisch, kubisch
Extracellulaire Bestaat uit Ondersteuning
ruimte vezels en van cellen
grondsubstanti
e
Arteriae Voeren bloed Type bloedvat
(type 1 weg van het Dikke wand
bloedvat) hart
Tunica intima Éénlagig Bij arteriën wordt
plavei epitheel deze laag
=endotheel afgegrensd door
een elastische
membraan
Tunica media Bestaat uit Één van de lagen
gladde in de
spiercellen, bloedvatenwand
collagene en
elastische
vezels
Tunica Bestaat uit Zonder scherp
adventitia collageen grens over in
bindweefsel omgevende
bindweefsel
, Venae Voeren bloed Type bloedvat
(type 2 naar het hart Dunne wand
bloedvat)
Capillairen= Tussen venen = haarvaten, type
haarvaten en arteriën bloedvat
(type 3 geschakeld
bloedvat)
Heel klein!
Lumen =lege ruimte
midden
P33
Endocrien Type epitheel Dicht Altijd 1 lagig door secrotische functie
KLIEREPITHEE naargelang opeengeplakte
L functie cellen Exocriene klieren: via afvoergang naar epitheel opp
(secretorisch) Endocriene klieren : direct in bloedbaan
Basale Tussen
membraan lobuli/kwabjes
(niet zien maar
wel aanduiden) Scheid epitheel
van
bindweefsel
Parafolliculaire = C-cellen Synthetiseren en
cellen secreteren
hormoon
calcitonine
1. wangepitheel
TERM EIG 1 EIG 2 FOTO
kern omgeven door een Opslag genetisch
kernenvelop materiaal
kernenvelop Omgeeft de kern Schermt het genetisch
materiaal af van de rest
van de celinhoud
cytoplasma Vloeibare matrix Transport van stoffen
binnen de cel
nucleolus Aanmaak RNA Assemblage ribosomale
sub eenheden
celmembraan Uitwendige cel fosfolipidendubbellaag
begrenzing
Zwarte puntjes Zijn bacteriën (mitochondrien niet
zichtbaar op microscoop)
epitheelcel Compacte rangschikking Kunnen voorzien zijn van
haren
2. bloedcel/bloedlichaampje mens: (intercellulaire stof = bloedplasma)
TERM EIG 1 EIG 2 FOTO
Erytrocyten Kernloos cellen Biconcave vorm =
(rode BC) aan beide zijden
ingedeukt
Leukocyten Gekernde cellen, Rol in
(witte Groter dan erytrocyt immuunsysteem
bloedcel)
Granulocyt Veellobbige kern Een belangrijke
En granula aanwezig rol bij
(korrelachtige immuniteitsreacti
structuur) es
Basofiel (type Bolvormige witte BC Niet gelobt tot
witte BC) tweelobbig
Onregelmatige
grove korrels
Eosinofiel Tweelobbige kern Cytoplasmatisch
(type witte (in vorm bril : lobben volgepropt met
BC) even groot + een grote granula
verbonden zoals bril)
,Neutrofiel Kern is gelobd, Lobben
(type witte #lobben afh v leeftijd/ verbonden met
BC) pathofysiologische kleine brugjes
omstandigheden
Korrels granuula
moeilijk zichtbaar
Agrunulocyt Geen granula, geen Belangrijke rol in
gelobde kern immuunreacties
Lymfocyt Kleinste leukocyten Ronde intense
kern
Smalle
cytoplasma band
Monocyt Grootste leukocyten Grote,
excentrische kern
MET indeuking
Trombocyt/ Vitale component in Bij de mens niet
bloedplaatje het gekernd
bloedstollingsmechani
sme HEEL klein
,Termenlijst practicum 2:
1. schildklier (Rattus)
TERM EIG 1 EIG 2 FOTO
P24
BEDEKKEND Inwendige en Weinig/geen Indeling morfologisch :
EPITHEEL uitwendige intercellulaire - #lagen :
oppervlakten stof éénlagig/meerlagig=gestratificeert/
bedekken pseudomeerlagig
- Vorm : plavei (afgeplat), cilindrisch, kubisch
Extracellulaire Bestaat uit Ondersteuning
ruimte vezels en van cellen
grondsubstanti
e
Arteriae Voeren bloed Type bloedvat
(type 1 weg van het Dikke wand
bloedvat) hart
Tunica intima Éénlagig Bij arteriën wordt
plavei epitheel deze laag
=endotheel afgegrensd door
een elastische
membraan
Tunica media Bestaat uit Één van de lagen
gladde in de
spiercellen, bloedvatenwand
collagene en
elastische
vezels
Tunica Bestaat uit Zonder scherp
adventitia collageen grens over in
bindweefsel omgevende
bindweefsel
, Venae Voeren bloed Type bloedvat
(type 2 naar het hart Dunne wand
bloedvat)
Capillairen= Tussen venen = haarvaten, type
haarvaten en arteriën bloedvat
(type 3 geschakeld
bloedvat)
Heel klein!
Lumen =lege ruimte
midden
P33
Endocrien Type epitheel Dicht Altijd 1 lagig door secrotische functie
KLIEREPITHEE naargelang opeengeplakte
L functie cellen Exocriene klieren: via afvoergang naar epitheel opp
(secretorisch) Endocriene klieren : direct in bloedbaan
Basale Tussen
membraan lobuli/kwabjes
(niet zien maar
wel aanduiden) Scheid epitheel
van
bindweefsel
Parafolliculaire = C-cellen Synthetiseren en
cellen secreteren
hormoon
calcitonine