100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4.2 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Volledige samenvatting van het vak Inleiding tot het economisch recht

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
68
Geüpload op
08-01-2026
Geschreven in
2023/2024

Dit is een volledige samenvatting met extra duiding van de slides voor het vak Inleiding tot het economisch recht gegeven in het eerste jaar TEW; door prof Terryn Evelyne. Op het examen en in de samenvattingen gewerkt met wetsartikels uit de Codex van Economisch recht (ISBN: 9789403038544)

Meer zien Lees minder











Oeps! We kunnen je document nu niet laden. Probeer het nog eens of neem contact op met support.

Documentinformatie

Geüpload op
8 januari 2026
Aantal pagina's
68
Geschreven in
2023/2024
Type
Samenvatting

Onderwerpen

Voorbeeld van de inhoud

Recht
Stappenplan oplossen casus:
1. Relevante feiten uit de casus filteren
2. Feiten juridisch kwalificeren
3. Vraag analyseren
4. Antwoord formuleren
a. Bepaal de rechtsfiguur waarover de casus gaat en verwijs naar de juiste rechtsbasis
Rechtsbasis = de wet waarin je die figuur terugvindt of, indien het om een algemeen rechtsbeginsel
gaat, de rechtszaak waarin het algemeen rechtsbeginsel ontwikkeld werd
b. Som de voorwaarden op voor de toepassing van de rechtsfiguur
c. Pas de voorwaarden toe op de casus
d. Bepaal de sanctie/remedie die voortvloeit uit de toepassing van de rechtsfiguur
e. Conclusie: geef een duidelijk antwoord op de vraag


Boek I. Recht en rechtstaat
Hoofdstuk I. Het begrip recht
Recht = geheel van regels voor uiterlijke gedragingen van mensen in de samenleving en georganiseerde ordening
daarvan
 Geheel van normen
 Uitwendig gedrag: enkel gedachten en gevoelens die veruitwendigd worden in materiële daden
 Maatschappelijk fenomeen: rechtsregels weerspiegelen de fundamentele kenmerken van een bepaalde
maatschappij -> gedragsregel moet dus maatschappelijk relevant zijn
 Recht en samenleving: de Staat
 Uitgevaardigd door een bevoegd orgaan
 Gedragsnormen zijn niet enkel bindend maar kunnen ook afgedwongen worden door een geheel van
sancties -> afdwingbaarheid nodig: effectief zal naleven
-> onderscheid met religieuze regel
Rechtssysteem = geheel van de in een bepaalde maatschappij geldende rechtsregels
Objectief recht = law: een gegeven dat op een bepaald moment aan het individu verschijnt, de inhoud uit de codex,
geheel van regels dat uiterlijke gedraging in een maatschappij regelt en dat afgedwongen wordt door de overheid ->
algemeen verbindende gedragsregels
Subjectief recht = right: gebruikt om de aanspraak te duiden die een bepaalde persoon aan het objectieve recht
ontleent -> aanspraken die uit de rechten of plichten vloeien
Positief recht = recht dat op een bepaald tijdstip en op een bepaald tijdstip geldt (‘lege lata’), zoals ze nu vandaag
staan, huidige regels
Gemeen recht = de uitdrukking van een algemene regel
<-> Bijzonder recht = rechtsnorm in een welbepaald bijzonder geval -> krijgt voorrang indien conflict
Materieel recht = de eigenlijke gedragsvoorschriften die het uiterlijke bedrag van personen regelt, het deel van het
recht waar de regels inhoudelijk worden bepaald
Formeel recht = procedureel recht = regelt hoe materiële rechtsregels tot stand komen en kunnen worden
afgedwongen (procesrecht)


1

, Bv. materiële strafrecht: welke gedragingen misdrijven zijn en met welke straffen
formele strafrecht: hoe misdadigers vervolgd en bestraft worden (en hoe)
Aanvullend recht = regels die van toepassing zijn indien partijen niets anders zijn overeengekomen
 Partijen kunnen vrij ervan afwijken (in een overeenkomst)
 De aanvullende regels verbinden de partijen weldegelijk indien geen overeenkomst
 Doel: partijen hoeven zelf niet alle details van de overeenkomst uit te werken
 Geen sanctie, want afwijking is mogelijk
 “behoudens andersluidende overeenkomsten”, “tenzij het tegendeel is bedongen”
Opm. privaatrecht -> aanvullend (vooral het BW)
publiekrecht -> dwingend (vooral het WER)
Dwingend recht = beschermen van zuiver particuliere belangen, private belangen
 Bv. bescherming huurders, werknemers, consumenten,…
 Afstand mogelijk nadat het recht verworven is
 Sanctie: relatieve nietigheid
 “ongeacht andersluidende bedingen”, “op straffe van nietigheid”, “andersluidende bedingen worden voor
niet-geschreven behouden”
Dwingend recht van openbare orde = beschermen van het algemeen belang
 Overstijgen het particuliere belang
 Afstand is niet mogelijk
 Sanctie: absolute nietigheid
 De goede zeden (dezelfde aard): moraal dat in onze maatschappij niet mag worden overschreden,
minimumnorm

Hoofdstuk II. De indeling van het objectief recht
Privaatrecht = regelt de relaties tussen de burgers onderling (vooral aanvullend)
Publiekrecht = regels die de organisatie en de werking van de overheidsinstellingen betreffen en die de
verhoudingen tussen de burgers en de overheid beheersen (vooral dwingend)
Rechtstakken publiekrecht
 Grondwettelijk recht
 Administratief recht
 Straf-en strafprocesrecht
 Fiscaal recht
 Gerechtelijk privaatrecht (burgerlijk procesrecht)
Rechtstakken privaatrecht
 Burgerlijk recht
o Vermogensrecht: verbintenissenrecht en goederenrecht
o Personen- en familierecht
o Familiaal vermogensrecht (erfenissen en huwelijksgoederen)
 Vennootschapsrecht
=> Onderscheid wordt steeds moeilijker: rechtstakken waarin deze rechtsregels nauw met elkaar verbonden zijn =
gemengde rechtstakken
 Economisch recht
 Ondernemingsrecht (ongeveer hetzelfde, synoniem als economisch recht)
2

,  Sociaal recht (arbeids-en socialezekerheidsrecht)

Hoofdstuk III. De rechtsstaat

Rechtstaat = de Staat -> is aan het recht onderworpen, de politieke vorm van de democratie
Fundamenteel charter -> bevat de basisorganisatie van de Staat en de fundamentele rechten van de burgers
tegenover de overheid (de Grondwet in materiële zin)
Democratie -> deelname van het volk aan de machtsoefening
Scheiding der machten:
uitvaardigen, toepassen en doen naleven van rechtsregels aan verschillende instanties toevertrouwen -> moeten elk
aan toepasselijke rechtsregels houden, waarbij de Grondwet als hoogste geldt
 Doel: te grote machtsconcentraties vermijden en een systeem van wederzijdse controle
 Wetgevende macht (art. 36 GW): Koning, Kamer en Senaat
 Uitvoerende macht (art. 37 GW): berust bij Koning (maar art. 88, 106 GW: ministers)
 Rechterlijke macht (art. 40 GW): hoven en rechtbanken
-> Montesquieu: pourqu’on puisse abuser du pouvoir, il faut que par la disposition des choses, le pouvoir arête le
pouvoir (niet alle machten concentreren)

Hoofdstuk IV. De Bronnen van het recht
Formele bronnen van het recht: de herkomst van de regel is bepalend om aan een regel het karakter van een
rechtsregel te geven
 De wet in materiële zin: algemene rechtsregel met een onpersoonlijk karakter, inhoudelijk criterium,
gedragsregel, van wie deze regels uitgaan speelt geen rol
(<-> formele wet: beslissing van de wetgevende macht, organiek criterium = van wie gaat de wet uit?,
processen, zowel federaal als regionaal)
 Gewoonterecht: bindende kracht vloeit voort uit de traditie, belang van deze rechtsbron neemt af maar
door gewoonte
 Algemene rechtsbeginselen: ongeschreven fundamentele normen, binden omdat ze op een bepaald
ogenblik wezenlijk worden geacht voor de samenleving
 Rechtspraak: geheel van uitspraken van rechtscolleges, geen algemene werking: enkel voor de partijen die
bij het geschil waren betrokken
 Rechtsleer: (doctrine), geheel van wetenschappelijke teksten over het recht (van juristen), niet bindend,
kunnen de rechtspraak beïnvloeden of de wetgever inspireren

Hoofdstuk V. De totstandkoming van de wetgeving
Hiërarchie van de rechtsbronnen:
 Internationaal recht
 Supranationaal recht
 Nationaal recht
 Grondwet
 Formele wetten
Wet  Koninklijke, regerings- en ministeriële besluiten
 Provinciale reglementen en besluiten
 Gemeentelijke reglementen en besluiten
 Gewoonte / ARB
 Rechtspraak/ Rechtsleer

3

, Totstandkoming van de wetgeving -> niet volledig overzicht
1. Federale wetgeving
- Grondwet :het geheel van rechtsregels die een bijzonder gezag genieten en die in een plechtige tekst zijn
gebundeld waarvan de goedkeuring en wijziging aan strakkere regels is gebonden dan bij gewone wetten
- Formele wetten: beslissing van de wetgevende macht -> deze bestaat op federaal niveau uit drie instellingen
(Kamer, Senaat, Koning => art 36 GW)
 Kamer + Senaat = parlement of de wetgevende kamers
 Alle Belgische formele wetten staan op gelijke hoogte in de hiërarchie der normen
 Bevoegdheden van de senaat werden ingeperkt -> moeten niet meer deelnemen zodat een wet wordt
aangenomen (door Vlinderakkoord ’11)
 Volledig bicamerale procedure: wetgevende macht bestaat dan uit Kamer, Senaat en Koning
o meerdere leden van de Kamer of de Senaat kunnen initiatief nemen om een wet aan te nemen =
wetsvoorstel
o alleen als een voorstel duidelijk strijdig is met openbare orde of tegen de grondrechten, wordt dit
soms geweigerd
o de regering of bevoegd minister (Koning) kan ook initiatief nemen om een wet aan te nemen =
wetsvoorwerp -> wordt ingediend bij Kamer of Senaat
o de tekst die door het parlement is aangenomen, moet nu nog door de Koning worden bekrachtigd
en afgekondigd
o de wet wordt bekendgemaakt: dan bindend, en treedt in principe in werking de tiende dag na de
bekendmaking
 Optioneel bicamerale procedure: Senaat heeft evocatierecht (= treedt enkel op wanneer het daartoe
beslist) en heeft functie van reflectiekamer
o optreden is aan strikte termijnen gebonden
o Kamer behoudt het laatste woord
 Monocamerale procedure: vroeger de uitzondering en nu de standaardprocedure (sinds ’14)
o ook hier enkel de Kamer en Koning initiatiefrecht (laatste woord)
o Senaat noch initiatiefrecht, noch enige bevoegdheid
- Koninklijke en ministeriële besluiten:
 KB: koninklijk besluit = rechtshandeling waarbij de Koning een algemene maatregel (= materiële wet) of een
individuele overheidshandeling stelt (= beschikkend besluit)
o Reglementair besluit: formuleert een rechtsregel, algemene draagwijdte en dus een materiële wet
o Organiek besluit: organiseert een openbare dienst
o Beschikkend besluit: past een rechtsregel toe in een concreet geval
 Ministeriële besluiten: rechtshandeling waarbij een minister een algemene bestuurlijke maatregel of een
individuele overheidshandeling stelt (=materiële wet)
2. Regionale wetgevingfor
Achtergrond van de huidige staatstructuur
- Oprichting: territoriaal gedecentraliseerde eenheidsstaat = centrale overheid hoogste gezag over het gehele
grondgebied, lokale overheden krijgen zekere autonomie
- Centraal gezag = federale overheid, lokale overheden = gemeenten en provincies => dan ook deelstaten
(Gemeenschappen en Gewesten)
- Twee soorten deelstaten:
 Gemeenschappen: naar Vlaamse verlangen: sociocultureel vlak -> persoonsgebonden
Voor onderwijs, cultuur,…
4
€10,96
Krijg toegang tot het volledige document:

100% tevredenheidsgarantie
Direct beschikbaar na je betaling
Lees online óf als PDF
Geen vaste maandelijkse kosten

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
ninawyseur

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
ninawyseur Katholieke Universiteit Leuven
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
2
Lid sinds
2 dagen
Aantal volgers
0
Documenten
18
Laatst verkocht
1 dag geleden

0,0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen