Financiële administratie
Hoofdstuk 3: keuze ondernemingsvormen
1. eenmanszaak versus vennootschap
Startende ondernemer kan kiezen:
Eenmanszaak: natuurlijke persoon die zijn activiteiten als zelfstandige onderbrengen
o Zelfstandige: persoon die beroepsactiviteit uitvoert zonder gebonden te zijn aan
arbeidsovereenkomst
Ondernemers en ambulante activiteiten
Vrije beroepers (architecten, advocaten,…)
Landbouwers, veehouders
Publieke mandatarissen
o Basisvoorwaarde: meerderjarigheid
Vennootschap: nieuwe rechtspersoon die activiteit zal uitvoeren
1.1 verschillen tussen vennootschap en eenmanszaak
Eenmanszaak:
geen onderscheid tussen het vermogen van de natuurlijke persoon en dat van de zaak
vereenvoudigde boekhouding: enkel financieel, aankoop en verkoopdagboek
geen openbaarmakingsverplichtingen
Vennootschap:
rechtspersoonlijkheid (eigen rechten en verplichtingen, eigen vermogen)
geldmiddelen van de vennootschap kunnen niet zomaar opgeëist worden
structuur of organisatie van de onderneming te optimaliseren
o exploitatievennootschap: voert de handelsactiviteiten uit
o patrimoniumvennootschap: beheert de (im)materiële vaste activa
o holding: overkoepelende eigenaar van de aandelen van de vennootschappen
1.2 overdracht van vennootschap naar privé
aantal technieken om vermogen over te dragen naar het privévermogen:
vennootschap loon uitkeert aan de vennoten of aandeelhouders
o wordt als aftrekbare kost beschouwd (belastbaar resultaat vermindert)
uitkering van een dividend
o alle vennoten of aandeelhouders krijgen een dividend ongeacht ze actief zijn in de
onderneming of niet
dividend: vergoeding voor de inbreng van kapitaal (geen aftrekbare kost,
wordt berekend vanuit de winst na belastingen)
1
,vennoot/aandeelhouder kan ook geld opnemen uit de vennootschap wordt beschouwd als een
lening van de vennootschap aan de zaakvoerder als natuurlijke persoon spreken van rekening-
courant (in principe rente verschuldigd à vennootschap)
hoofdstuk 4: jaarrekening
1. inleiding
Jaarrekening verplicht voor ondernemingen met beperkte aansprakelijkheid
opstellen op 31 december, binnen 7 maanden neerleggen (ten laatste 31 juli)
Rapporteringsverschil naargelang grootte van de onderneming
Grote onderneming volledig model
o Moet voldoen aan 2 van de 3 criteria om groot te zijn
Personeelsbestand van 50 voltijdse eenheden (VTE)
Omzet van 9 miljoen euro
Balanstotaal van 4,5 miljoen euro
Ondernemingen die maximaal 1 van de 3 criteria hebben verkort model (omzet moet niet
worden weergegeven wel de toegevoegde waarde)
Klassieke jaarrekening bestaat uit 4 belangrijke delen:
De balans
De resultatenrekening
De toelichting en waarderingsregels
Vennootschappen die personeel tewerkstellen vanaf 20 VTE de sociale balans
Voor grote en zeergrote ondernemingen jaarverslag van het bestuursorgaan en het
commissarisverslag
Balans + resultatenrekening kasplanning: basis van de financiële planning
2. de balans
= overzicht van alle bezittingen van de onderneming en hoe deze gefinancierd zijn activa en
passiva
2.1 de activa
Vaste activa langer dan 1 jaar bezitten
Materiële VA
o Bureelmateriaal
o Gebouwen
o Machines
Immateriële VA
o Licenties
2
, o Octrooien/ goodwill
Financiële VA
o Deelnemingen en vorderingen in de onderneming waarmee het bedrijf een
duurzame band heeft
o Vb. deelnemingen: bedrijf dat aandelen van een ander bedrijf heeft om langdurig in
de onderneming te blijven
Vlottende activa activa die in de loop van het jaar telkens veranderen
Voorraden
Vorderingen
Liquide middelen en geldbeleggingen op KT
2.2 de passiva: financiering van de activa
= geeft aan bij wie de onderneming geld heeft gehaald om de verschillende activa te bekostigen
Eigen vermogen:
Onderneming wordt opgesteld op basis van geld dat door oprichters wordt ter beschikking
gesteld
o Kapitaal (NV)
o Aanvangsvermogen (BV of CV)
Winst kan worden overgedragen naar eigen vermogen overgedragen winst of reserves
Vreemd vermogen:
Financiële schulden:
o Financiële schuld op LT Meestal de bank die 1 of meerdere kredieten verleent à
de onderneming (die pas na 1 jaar moeten worden terugbetaald)
o Financiële schuld op KT: schuld moet binnen 1 jaar worden terugbetaald worden
op financiële schulden is er meestal rente op verschuldigd
Niet-financiële schulden:
o Handelsschulden: als onderneming nog bepaalde activa betalen à de leveranciers,
worden op KT betaald
Overige schulden
o Schulden m.b.t dividenden die zijn toegerekend à aandeelhouders
o Aandeelhouders hebben geld voorgeschoten à de onderneming, onderneming moet
dit nog terugbetalen schuld rekening courant
Financiële nettoschuld = financiële schulden – cashpositie (liquide middelen en geldbeleggingen)
kan negatief zijn indien de cashmiddelen van de onderneming de schulden overtreffen
2.3 toepassing op de case
Zie p. 60 en 61 voorbeeld
3
, 3. De resultatenrekening
= inzicht in de evolutie in de loop van het jaar alle kosten en opbrengsten die dat jaar werden
gerealiseerd
Kost gebeurtenis die waarde van de onderneming vermindert
Opbrengst die de waarde van de onderneming doet toenemen
Opbrengst > kosten positief resultaat
3.1 de algemene voorstelling van de resultatenrekening
Indeling van de kosten:
De recurrente en niet-recurrente operationele of bedrijfskosten
De recurrente en niet-recurrente financiële kosten o.a. interesten, valutaverschillen enz
De belastingen
Meeste kosten vallen onder operationele of bedrijfskosten:
Klasse 60: verkochte handelsgoederen en verbruikte grondstoffen en hulpstoffen
Klasse 61: diensten en diverse goederen
Klasse 62: personeelskosten
Klasse 63: niet-kaskosten afschrijvingen, waardeverminderingen en voorzieningen
geven op KT geen gelduitgave met zich mee
Klasse 64: overige bedrijfskosten
Niet kas kosten:
Afschrijving:
o Jaarlijkse waardevermindering voor een VA
o Bv machine wordt niet onmiddellijk in kosten genomen resultaat van
onderneming te sterk beïnvloeden (machine blijft meerdere jaren in onderneming)
elk jaar waarde VA verminderen geen uitgave maar boekhoudkundige kost
(uitgave al plaatsgevonden bij de aanschaffing)
Voorzieningen:
o Kosten die zich in de toekomst waarschijnlijk tot zeker zullen voordoen, maar
waarvan het juiste bedrag nog niet vaststaat
Waardeverminderingen:
o Als activa op balans in waarde verminderen
EBITDA (of brutobedrijfsresultaat): (Earnings Before Interest, Taxes, Depreciation and amortization)
Enkel rekening houden met operationele kosten en opbrengsten die ook daadwerkelijk
worden geïnd
Geen rekening houden met niet kas kosten (afschrijvingen en waardeverminderingen)
4
Hoofdstuk 3: keuze ondernemingsvormen
1. eenmanszaak versus vennootschap
Startende ondernemer kan kiezen:
Eenmanszaak: natuurlijke persoon die zijn activiteiten als zelfstandige onderbrengen
o Zelfstandige: persoon die beroepsactiviteit uitvoert zonder gebonden te zijn aan
arbeidsovereenkomst
Ondernemers en ambulante activiteiten
Vrije beroepers (architecten, advocaten,…)
Landbouwers, veehouders
Publieke mandatarissen
o Basisvoorwaarde: meerderjarigheid
Vennootschap: nieuwe rechtspersoon die activiteit zal uitvoeren
1.1 verschillen tussen vennootschap en eenmanszaak
Eenmanszaak:
geen onderscheid tussen het vermogen van de natuurlijke persoon en dat van de zaak
vereenvoudigde boekhouding: enkel financieel, aankoop en verkoopdagboek
geen openbaarmakingsverplichtingen
Vennootschap:
rechtspersoonlijkheid (eigen rechten en verplichtingen, eigen vermogen)
geldmiddelen van de vennootschap kunnen niet zomaar opgeëist worden
structuur of organisatie van de onderneming te optimaliseren
o exploitatievennootschap: voert de handelsactiviteiten uit
o patrimoniumvennootschap: beheert de (im)materiële vaste activa
o holding: overkoepelende eigenaar van de aandelen van de vennootschappen
1.2 overdracht van vennootschap naar privé
aantal technieken om vermogen over te dragen naar het privévermogen:
vennootschap loon uitkeert aan de vennoten of aandeelhouders
o wordt als aftrekbare kost beschouwd (belastbaar resultaat vermindert)
uitkering van een dividend
o alle vennoten of aandeelhouders krijgen een dividend ongeacht ze actief zijn in de
onderneming of niet
dividend: vergoeding voor de inbreng van kapitaal (geen aftrekbare kost,
wordt berekend vanuit de winst na belastingen)
1
,vennoot/aandeelhouder kan ook geld opnemen uit de vennootschap wordt beschouwd als een
lening van de vennootschap aan de zaakvoerder als natuurlijke persoon spreken van rekening-
courant (in principe rente verschuldigd à vennootschap)
hoofdstuk 4: jaarrekening
1. inleiding
Jaarrekening verplicht voor ondernemingen met beperkte aansprakelijkheid
opstellen op 31 december, binnen 7 maanden neerleggen (ten laatste 31 juli)
Rapporteringsverschil naargelang grootte van de onderneming
Grote onderneming volledig model
o Moet voldoen aan 2 van de 3 criteria om groot te zijn
Personeelsbestand van 50 voltijdse eenheden (VTE)
Omzet van 9 miljoen euro
Balanstotaal van 4,5 miljoen euro
Ondernemingen die maximaal 1 van de 3 criteria hebben verkort model (omzet moet niet
worden weergegeven wel de toegevoegde waarde)
Klassieke jaarrekening bestaat uit 4 belangrijke delen:
De balans
De resultatenrekening
De toelichting en waarderingsregels
Vennootschappen die personeel tewerkstellen vanaf 20 VTE de sociale balans
Voor grote en zeergrote ondernemingen jaarverslag van het bestuursorgaan en het
commissarisverslag
Balans + resultatenrekening kasplanning: basis van de financiële planning
2. de balans
= overzicht van alle bezittingen van de onderneming en hoe deze gefinancierd zijn activa en
passiva
2.1 de activa
Vaste activa langer dan 1 jaar bezitten
Materiële VA
o Bureelmateriaal
o Gebouwen
o Machines
Immateriële VA
o Licenties
2
, o Octrooien/ goodwill
Financiële VA
o Deelnemingen en vorderingen in de onderneming waarmee het bedrijf een
duurzame band heeft
o Vb. deelnemingen: bedrijf dat aandelen van een ander bedrijf heeft om langdurig in
de onderneming te blijven
Vlottende activa activa die in de loop van het jaar telkens veranderen
Voorraden
Vorderingen
Liquide middelen en geldbeleggingen op KT
2.2 de passiva: financiering van de activa
= geeft aan bij wie de onderneming geld heeft gehaald om de verschillende activa te bekostigen
Eigen vermogen:
Onderneming wordt opgesteld op basis van geld dat door oprichters wordt ter beschikking
gesteld
o Kapitaal (NV)
o Aanvangsvermogen (BV of CV)
Winst kan worden overgedragen naar eigen vermogen overgedragen winst of reserves
Vreemd vermogen:
Financiële schulden:
o Financiële schuld op LT Meestal de bank die 1 of meerdere kredieten verleent à
de onderneming (die pas na 1 jaar moeten worden terugbetaald)
o Financiële schuld op KT: schuld moet binnen 1 jaar worden terugbetaald worden
op financiële schulden is er meestal rente op verschuldigd
Niet-financiële schulden:
o Handelsschulden: als onderneming nog bepaalde activa betalen à de leveranciers,
worden op KT betaald
Overige schulden
o Schulden m.b.t dividenden die zijn toegerekend à aandeelhouders
o Aandeelhouders hebben geld voorgeschoten à de onderneming, onderneming moet
dit nog terugbetalen schuld rekening courant
Financiële nettoschuld = financiële schulden – cashpositie (liquide middelen en geldbeleggingen)
kan negatief zijn indien de cashmiddelen van de onderneming de schulden overtreffen
2.3 toepassing op de case
Zie p. 60 en 61 voorbeeld
3
, 3. De resultatenrekening
= inzicht in de evolutie in de loop van het jaar alle kosten en opbrengsten die dat jaar werden
gerealiseerd
Kost gebeurtenis die waarde van de onderneming vermindert
Opbrengst die de waarde van de onderneming doet toenemen
Opbrengst > kosten positief resultaat
3.1 de algemene voorstelling van de resultatenrekening
Indeling van de kosten:
De recurrente en niet-recurrente operationele of bedrijfskosten
De recurrente en niet-recurrente financiële kosten o.a. interesten, valutaverschillen enz
De belastingen
Meeste kosten vallen onder operationele of bedrijfskosten:
Klasse 60: verkochte handelsgoederen en verbruikte grondstoffen en hulpstoffen
Klasse 61: diensten en diverse goederen
Klasse 62: personeelskosten
Klasse 63: niet-kaskosten afschrijvingen, waardeverminderingen en voorzieningen
geven op KT geen gelduitgave met zich mee
Klasse 64: overige bedrijfskosten
Niet kas kosten:
Afschrijving:
o Jaarlijkse waardevermindering voor een VA
o Bv machine wordt niet onmiddellijk in kosten genomen resultaat van
onderneming te sterk beïnvloeden (machine blijft meerdere jaren in onderneming)
elk jaar waarde VA verminderen geen uitgave maar boekhoudkundige kost
(uitgave al plaatsgevonden bij de aanschaffing)
Voorzieningen:
o Kosten die zich in de toekomst waarschijnlijk tot zeker zullen voordoen, maar
waarvan het juiste bedrag nog niet vaststaat
Waardeverminderingen:
o Als activa op balans in waarde verminderen
EBITDA (of brutobedrijfsresultaat): (Earnings Before Interest, Taxes, Depreciation and amortization)
Enkel rekening houden met operationele kosten en opbrengsten die ook daadwerkelijk
worden geïnd
Geen rekening houden met niet kas kosten (afschrijvingen en waardeverminderingen)
4