Filosofie, Bachelor Rechten, 2025-26
Studiewijzer Hoofdstuk 4
Studeervragen
Vragen bij 4.1.1. Nieuwe filosofie en moderne cultuur (pp. 1 – 5)
1. Welk wetenschapsideaal koesterden zowel Bacon als Descartes?
Beide willen ze een nieuwe, betrouwbare wetenschap die de mens helpt de natuur te begrijpen
en vooruitgang mogelijk maakt (het moderne idee van vooruitgang)
- Bacons Novum Organum (1620)
- pleit voor empirisch onderzoek: wil dat wetenschap vertrekt van ervaring en
observatie (empirie), in plaats van oude theorieën en logica van Aristoteles en
(deductieve) scholastieke filosofen te volgen.
- Volgens hem zal de vooruitgang van de wetenschap de mens bevrijden van
beperkingen, de natuur beheersbaar maken en het leven verbeteren (wetenschap
als een middel tot emancipatie en vooruitgang.)
- metafoor: “Het schip van de vooruitgang, dat op het titelblad van het Novum
Organum van Bacon de wijdse zee opvaart, laverend tussen de zuilen van
Hercules aan weerszijden van de straat van Gibraltar, weet nog niet goed welke
nieuwe wereld wacht achter de horizon.” => Ondanks vertrouwen in
rationaliteit en wetenschap, waren filosofen vaak nog onzeker over de juiste
weg of methode van denken.
- Descartes’ Discours de la méthode (Over de methode, 1637)
- bepleit de nood aan een metafysica die via de methode van de wiskunde eerst
de grondslag levert (garandeert) voor zekere en ware kennis.
- optimistisch over de kracht van wetenschap
- kort:
- D: wiskundig, B: empirisch
- beide: in dienst van hetzelfde ideaal (scienza nuova en technische vooruitgang)
2. Welke ambitie hebben Descartes, Spinoza en Leibniz met hun ‘nieuwe metafysica’?
in de 17e eeuw willen zij een nieuwe metafysica ontwikkelen die aansluit bij het
mechanisch wereldbeeld van de moderne wetenschap (scienza nuova). Echter
interpreteren ze dit alle 3 verschillend.
, verschil in visies op: religie, politiek en ethiek vlak
- Descartes
- zijn scientia mirabilis wil de mens tot ‘heer en meester van de natuur’
maken (mens gaat niet langer op zoek naar God, maar gaat hij na hoe hij het
eigen lot kan verbeteren.). De emancipatie van de rede heeft de bevrijding
van de mensheid als goddelijke bestemming (4.1.5)
- Spinoza
-
- Leibniz
- ziet filosofie als ‘wetenschap van geluk’, doel van filosofie = kennis
gebruiken om mensen gelukkig te maken (4.1.5)
3. Waarom noemt Jonathan Israël Spinoza de gangmaker van de radicale Verlichting?
Volgens hem ontstond de moderne cultuur in een sfeer van ‘revolutie van de geest’, de
radicale verlichting. Men merkte plots dat de filosofie enorme invloed kreeg. Filosofie
en 'scienza nuova’ spelen een centrale rol in deze transformatie
Spinoza is voor hem de intellectuele spilfiguur. In Spinoza’s filosofie ziet Israel een
revolutionaire breuk met het traditionele wereldbeeld van die tijd. Israel noemt dit een
“revolutie van het denken”(revolutie die “als een bijtend zuur” het traditionele mens-en
wereldbeeld ondermijnt), omdat het de manier waarop mensen over de wereld, God, politiek
en samenleving dachten volledig veranderde.
Spinoza’s filosofie stimuleert individuele vrijheid en maatschappelijke emancipatie en
bekritiseert het kerkelijk en koninklijk gezag. Spinoza’s filosofie werd van begin af aan fel
tegengewerkt door religieuze en politieke autoriteiten. Na zijn dood verspreidde Spinoza’s
ideeën zich pas met een reputatie van subversieve en goddeloze denkbeelden.
Critici zijn het hier niet mee eens
4. Wat is het onderscheid tussen (i) de Verlichting als transformatie van het denken en de
cultuur en (ii) de Verlichting als periode van maatschappelijke hervorming en politieke
emancipatie en hervorming van de samenleving?
(i) de Verlichting als transformatie van het denken en de cultuur
- 17e eeuw
- Het gaat om een radicale verandering van het mens- en wereldbeeld, onder impuls van
de nieuwe filosofie en de wetenschappelijke revolutie. Denk aan Descartes, Bacon,
Spinoza: zij breken met het premoderne, op openbaring en traditie gebaseerde denken
en leggen de grondslag voor een cultuur waarin rede, empirisch onderzoek en
vooruitgang centraal staan. Deze transformatie is filosofisch en cultureel van aard en
werkt door tot in onze moderne en postmoderne cultuur.
(ii) de Verlichting als periode van maatschappelijke hervorming en politieke emancipatie en
hervorming van de samenleving
Studiewijzer Hoofdstuk 4
Studeervragen
Vragen bij 4.1.1. Nieuwe filosofie en moderne cultuur (pp. 1 – 5)
1. Welk wetenschapsideaal koesterden zowel Bacon als Descartes?
Beide willen ze een nieuwe, betrouwbare wetenschap die de mens helpt de natuur te begrijpen
en vooruitgang mogelijk maakt (het moderne idee van vooruitgang)
- Bacons Novum Organum (1620)
- pleit voor empirisch onderzoek: wil dat wetenschap vertrekt van ervaring en
observatie (empirie), in plaats van oude theorieën en logica van Aristoteles en
(deductieve) scholastieke filosofen te volgen.
- Volgens hem zal de vooruitgang van de wetenschap de mens bevrijden van
beperkingen, de natuur beheersbaar maken en het leven verbeteren (wetenschap
als een middel tot emancipatie en vooruitgang.)
- metafoor: “Het schip van de vooruitgang, dat op het titelblad van het Novum
Organum van Bacon de wijdse zee opvaart, laverend tussen de zuilen van
Hercules aan weerszijden van de straat van Gibraltar, weet nog niet goed welke
nieuwe wereld wacht achter de horizon.” => Ondanks vertrouwen in
rationaliteit en wetenschap, waren filosofen vaak nog onzeker over de juiste
weg of methode van denken.
- Descartes’ Discours de la méthode (Over de methode, 1637)
- bepleit de nood aan een metafysica die via de methode van de wiskunde eerst
de grondslag levert (garandeert) voor zekere en ware kennis.
- optimistisch over de kracht van wetenschap
- kort:
- D: wiskundig, B: empirisch
- beide: in dienst van hetzelfde ideaal (scienza nuova en technische vooruitgang)
2. Welke ambitie hebben Descartes, Spinoza en Leibniz met hun ‘nieuwe metafysica’?
in de 17e eeuw willen zij een nieuwe metafysica ontwikkelen die aansluit bij het
mechanisch wereldbeeld van de moderne wetenschap (scienza nuova). Echter
interpreteren ze dit alle 3 verschillend.
, verschil in visies op: religie, politiek en ethiek vlak
- Descartes
- zijn scientia mirabilis wil de mens tot ‘heer en meester van de natuur’
maken (mens gaat niet langer op zoek naar God, maar gaat hij na hoe hij het
eigen lot kan verbeteren.). De emancipatie van de rede heeft de bevrijding
van de mensheid als goddelijke bestemming (4.1.5)
- Spinoza
-
- Leibniz
- ziet filosofie als ‘wetenschap van geluk’, doel van filosofie = kennis
gebruiken om mensen gelukkig te maken (4.1.5)
3. Waarom noemt Jonathan Israël Spinoza de gangmaker van de radicale Verlichting?
Volgens hem ontstond de moderne cultuur in een sfeer van ‘revolutie van de geest’, de
radicale verlichting. Men merkte plots dat de filosofie enorme invloed kreeg. Filosofie
en 'scienza nuova’ spelen een centrale rol in deze transformatie
Spinoza is voor hem de intellectuele spilfiguur. In Spinoza’s filosofie ziet Israel een
revolutionaire breuk met het traditionele wereldbeeld van die tijd. Israel noemt dit een
“revolutie van het denken”(revolutie die “als een bijtend zuur” het traditionele mens-en
wereldbeeld ondermijnt), omdat het de manier waarop mensen over de wereld, God, politiek
en samenleving dachten volledig veranderde.
Spinoza’s filosofie stimuleert individuele vrijheid en maatschappelijke emancipatie en
bekritiseert het kerkelijk en koninklijk gezag. Spinoza’s filosofie werd van begin af aan fel
tegengewerkt door religieuze en politieke autoriteiten. Na zijn dood verspreidde Spinoza’s
ideeën zich pas met een reputatie van subversieve en goddeloze denkbeelden.
Critici zijn het hier niet mee eens
4. Wat is het onderscheid tussen (i) de Verlichting als transformatie van het denken en de
cultuur en (ii) de Verlichting als periode van maatschappelijke hervorming en politieke
emancipatie en hervorming van de samenleving?
(i) de Verlichting als transformatie van het denken en de cultuur
- 17e eeuw
- Het gaat om een radicale verandering van het mens- en wereldbeeld, onder impuls van
de nieuwe filosofie en de wetenschappelijke revolutie. Denk aan Descartes, Bacon,
Spinoza: zij breken met het premoderne, op openbaring en traditie gebaseerde denken
en leggen de grondslag voor een cultuur waarin rede, empirisch onderzoek en
vooruitgang centraal staan. Deze transformatie is filosofisch en cultureel van aard en
werkt door tot in onze moderne en postmoderne cultuur.
(ii) de Verlichting als periode van maatschappelijke hervorming en politieke emancipatie en
hervorming van de samenleving