CRK ademhalingskine
, Ademhalingskine
Obstructieve / restrictieve aandoeningen
Ademhalingssysteem
Longen, ribbenkast + centrale regulatiesystemen (in verlengde merg van hersenen)
Inhalatie van verse O2 rijke lucht naar longen en expiratie van CO2 rijke lucht uit de longen
De buik zet uit bij inademen → diafragma zakt → ingewanden moeten ergens naartoe
Wet van Boyle:
druk x volume = constant druk vergroot → volume verkleint
In rust vooral buikademhaling
- minder O2 en ATP verbruik
- diafragma = zuinige spier → borstademhaling bewaren voor inspanning
- borstademhaling → veel O2 voor intercostale spieren
- dysfunctionele ademhaling
- vaak bij hyperventileren / paniekaanvallen
- bij het uitademen gebruiken we intercostaalspieren, diafragma → vooral passief
zoals een ballon laten leeglopen
- oefentherapie voor buikspieren combineren met ademoefeningen
Met ademhalingsoefeningen willen we slijmen centraal brengen, niet van onder naar boven,
maar van de periferie naar centraal.
Diafragma is als de bodem van een vat → als de bodem zakt is er meer volume, minder
druk. Druk in de longen verkleint omdat volume toeneemt → lucht zal binnenstromen
2 manieren om meer volume te creëren
- diafragma laten zakken
- ribben uitzetten → intercostale spieren → handvat van een emmer
Longen volgen de thorax → komt door de pleura (longvliezen) → zitten zoals 2 zakjes tegen
elkaar
1
, Ademhalingskine
Thoraxvlies trekt longvlies mee → uitzetten → meer volume, minder druk → O2 stroomt
binnen
2 pleura krijg je alleen uit elkaar door de interpleurale ruimte te doorprikken → long valt naar
binnen
Structuur van de luchtwegen
Grote luchtwegen hebben kraakbeenringen (buitenkant) → hoofd buigen en draaien zonder
dat luchtpijp dichtvalt
Bij chronische hoest (COPD) zijn kraakbeenringen verzwakt → verlies van functie
23 niveaus, diameter wordt kleiner
1 hoofdbronchus, heel veel bronchioli → opgetelde diameter veel groter
→ hoe meer lucht je door een smalle doorgang wil duwen, hoe sneller het zal stromen
→ lucht sneller laten gaan → druk verlagen
vicieuze cirkel: snel blazen → luchtweg wil dichtklappen → lucht nog sneller stromen
PEEP = positive expiratory end pressure → zoals door een rietje uitademen → luchtwegen
blijven open en mucus kan erdoor zonder vernauwing (vernauwing door te snelle stroom)
Na inademen adempauze geven → verschillende delen in de long die niet goed ventileren
de tijd geven om zich te vullen → lucht is nodig om mucus los te maken
Gas circulatie: flow
→ losmaken
→ transporteren
2
, Ademhalingskine
Gas circulatie: flow or no flow
→ je hebt maar tot bepaald niveau luchtstroom
→ O2 in de kleinste bronchi verplaatst zich in de alveoli volgens Browniaanse beweging
Restrictief VS obstructief
restrictief: lucht in de longen krijgen
obstructief: lucht uit de longen krijgen
3
, Ademhalingskine
Obstructieve / restrictieve aandoeningen
Ademhalingssysteem
Longen, ribbenkast + centrale regulatiesystemen (in verlengde merg van hersenen)
Inhalatie van verse O2 rijke lucht naar longen en expiratie van CO2 rijke lucht uit de longen
De buik zet uit bij inademen → diafragma zakt → ingewanden moeten ergens naartoe
Wet van Boyle:
druk x volume = constant druk vergroot → volume verkleint
In rust vooral buikademhaling
- minder O2 en ATP verbruik
- diafragma = zuinige spier → borstademhaling bewaren voor inspanning
- borstademhaling → veel O2 voor intercostale spieren
- dysfunctionele ademhaling
- vaak bij hyperventileren / paniekaanvallen
- bij het uitademen gebruiken we intercostaalspieren, diafragma → vooral passief
zoals een ballon laten leeglopen
- oefentherapie voor buikspieren combineren met ademoefeningen
Met ademhalingsoefeningen willen we slijmen centraal brengen, niet van onder naar boven,
maar van de periferie naar centraal.
Diafragma is als de bodem van een vat → als de bodem zakt is er meer volume, minder
druk. Druk in de longen verkleint omdat volume toeneemt → lucht zal binnenstromen
2 manieren om meer volume te creëren
- diafragma laten zakken
- ribben uitzetten → intercostale spieren → handvat van een emmer
Longen volgen de thorax → komt door de pleura (longvliezen) → zitten zoals 2 zakjes tegen
elkaar
1
, Ademhalingskine
Thoraxvlies trekt longvlies mee → uitzetten → meer volume, minder druk → O2 stroomt
binnen
2 pleura krijg je alleen uit elkaar door de interpleurale ruimte te doorprikken → long valt naar
binnen
Structuur van de luchtwegen
Grote luchtwegen hebben kraakbeenringen (buitenkant) → hoofd buigen en draaien zonder
dat luchtpijp dichtvalt
Bij chronische hoest (COPD) zijn kraakbeenringen verzwakt → verlies van functie
23 niveaus, diameter wordt kleiner
1 hoofdbronchus, heel veel bronchioli → opgetelde diameter veel groter
→ hoe meer lucht je door een smalle doorgang wil duwen, hoe sneller het zal stromen
→ lucht sneller laten gaan → druk verlagen
vicieuze cirkel: snel blazen → luchtweg wil dichtklappen → lucht nog sneller stromen
PEEP = positive expiratory end pressure → zoals door een rietje uitademen → luchtwegen
blijven open en mucus kan erdoor zonder vernauwing (vernauwing door te snelle stroom)
Na inademen adempauze geven → verschillende delen in de long die niet goed ventileren
de tijd geven om zich te vullen → lucht is nodig om mucus los te maken
Gas circulatie: flow
→ losmaken
→ transporteren
2
, Ademhalingskine
Gas circulatie: flow or no flow
→ je hebt maar tot bepaald niveau luchtstroom
→ O2 in de kleinste bronchi verplaatst zich in de alveoli volgens Browniaanse beweging
Restrictief VS obstructief
restrictief: lucht in de longen krijgen
obstructief: lucht uit de longen krijgen
3