Zelfstudie 1
A. De vernieuwing: De Moderne Tijden (1450–1650)
1) Verklaar de term renaissance. Wat bracht de herbronning aan de
oppervlakte? Ligt het humanisme aan de basis van het westerse denken en hoe
kan het beschouwd worden?
Antwoord:
De renaissance betekent letterlijk wedergeboorte en verwijst naar de heropleving van
de klassieke oudheid (Griekenland en Rome) na de middeleeuwen.
Tijdens deze periode ontstonden nieuwe stromingen in kunst, literatuur, wetenschap en
denken.
De herbronning bracht de herontdekking van:
• klassieke teksten,
• Griekse en Latijnse kunstvormen,
• en klassieke filosofen (zoals Plato en Aristoteles).
Deze herbronning leidde tot nieuwe ideeën over:
• wijsheid,
• schoonheid,
• mens en samenleving,
• en meer democratische waarden.
Uit deze ontwikkeling ontstond het humanisme.
Het humanisme vormt, naast het joods-christelijke denken, de tweede grote
wereldbeschouwing die aan de basis ligt van het westerse denken.
Het kan beschouwd worden als een voorloper van het verlichtingsdenken.
2) Geef en bespreek de drie hoofdkenmerken van het humanisme.
Antwoord:
De drie hoofdkenmerken van het humanisme zijn:
1. Menselijke persoonlijkheid en waardigheid
Humanisten leggen ook de nadruk op de mens (naast God).
• De mens draagt zelf bij aan de ontwikkeling van zijn persoonlijkheid.
• Reactie tegen de middeleeuwen, waarin mensen vaak onmenselijk behandeld werden.
• Humanisten benadrukken dat men altijd rekening moet houden met de menselijke
waardigheid.
,Dit leidde tot meer menselijkheid in:
• de geneeskunde,
• het strafrecht,
• en de omgang in de samenleving.
Vandaag leeft dit verder in het recht op een menswaardig leven.
2. Menselijke creativiteit
• De mens bezit het vermogen om zelf te creëren, naast God.
• Renaissancekunst streeft naar een realistische weergave van mens en natuur.
• Groot contrast met de late middeleeuwen (fantasierijke, donkere, religieuze kunst).
Humanisten bleven christenen, maar geloofden dat de mens:
• zelfstandig kan denken,
• oordelen,
• en handelen.
Dit stimuleerde:
• de boekdrukkunst,
• wetenschappelijke vooruitgang,
• en het ontstaan van het protestantisme.
3. Herstel van de beschaving
Humanisten vonden dat de middeleeuwen de westerse beschaving hadden aangetast.
• De Kerk had klassieke kennis verwaarloosd.
• Kunst, wetenschap en waarden van de oudheid waren verloren gegaan.
Humanisten wilden de beschaving redden door:
• terug te grijpen naar de klassieke oudheid,
• via onderwijs (humaniora).
In de humaniora kregen leerlingen algemene kennis:
• theologie,
• filosofie,
• geschiedenis,
• natuurkunde,
• algebra,
• Grieks en Latijn,
• dichtkunst (poësis) en welsprekendheid (retorica).
, 3) Beschrijf de inhoud van Lof der Zotheid van Erasmus. Waarom trok
Erasmus de zotskap aan? Welke groepen bekritiseerde hij en welke schrijfstijl
gebruikte hij?
Antwoord:
Lof der Zotheid, geschreven door Erasmus, is een satirisch werk waarin de godin Zotheid
een lofrede op zichzelf houdt.
Zij stelt dat:
• zotten vrolijk, zorgeloos en gelukkig zijn,
• wijzen vaak somber, ongelukkig en humorloos zijn.
Erasmus trok de zotskap aan om:
• op een ongedwongen manier kritiek te leveren,
• zonder vervolgd te worden.
Hij bekritiseerde:
• rijke koningen die het algemeen belang negeerden,
• oorlogszuchtige pausen,
• inhalige bisschoppen,
• theologen die weigerden de Bijbel objectief te bestuderen.
Hij gebruikte satire als schrijfstijl, omdat die hem toeliet:
• spot te drijven met de elite,
• zonder openlijke confrontatie met de Kerk of machthebbers.
A. De vernieuwing: De Moderne Tijden (1450–1650)
1) Verklaar de term renaissance. Wat bracht de herbronning aan de
oppervlakte? Ligt het humanisme aan de basis van het westerse denken en hoe
kan het beschouwd worden?
Antwoord:
De renaissance betekent letterlijk wedergeboorte en verwijst naar de heropleving van
de klassieke oudheid (Griekenland en Rome) na de middeleeuwen.
Tijdens deze periode ontstonden nieuwe stromingen in kunst, literatuur, wetenschap en
denken.
De herbronning bracht de herontdekking van:
• klassieke teksten,
• Griekse en Latijnse kunstvormen,
• en klassieke filosofen (zoals Plato en Aristoteles).
Deze herbronning leidde tot nieuwe ideeën over:
• wijsheid,
• schoonheid,
• mens en samenleving,
• en meer democratische waarden.
Uit deze ontwikkeling ontstond het humanisme.
Het humanisme vormt, naast het joods-christelijke denken, de tweede grote
wereldbeschouwing die aan de basis ligt van het westerse denken.
Het kan beschouwd worden als een voorloper van het verlichtingsdenken.
2) Geef en bespreek de drie hoofdkenmerken van het humanisme.
Antwoord:
De drie hoofdkenmerken van het humanisme zijn:
1. Menselijke persoonlijkheid en waardigheid
Humanisten leggen ook de nadruk op de mens (naast God).
• De mens draagt zelf bij aan de ontwikkeling van zijn persoonlijkheid.
• Reactie tegen de middeleeuwen, waarin mensen vaak onmenselijk behandeld werden.
• Humanisten benadrukken dat men altijd rekening moet houden met de menselijke
waardigheid.
,Dit leidde tot meer menselijkheid in:
• de geneeskunde,
• het strafrecht,
• en de omgang in de samenleving.
Vandaag leeft dit verder in het recht op een menswaardig leven.
2. Menselijke creativiteit
• De mens bezit het vermogen om zelf te creëren, naast God.
• Renaissancekunst streeft naar een realistische weergave van mens en natuur.
• Groot contrast met de late middeleeuwen (fantasierijke, donkere, religieuze kunst).
Humanisten bleven christenen, maar geloofden dat de mens:
• zelfstandig kan denken,
• oordelen,
• en handelen.
Dit stimuleerde:
• de boekdrukkunst,
• wetenschappelijke vooruitgang,
• en het ontstaan van het protestantisme.
3. Herstel van de beschaving
Humanisten vonden dat de middeleeuwen de westerse beschaving hadden aangetast.
• De Kerk had klassieke kennis verwaarloosd.
• Kunst, wetenschap en waarden van de oudheid waren verloren gegaan.
Humanisten wilden de beschaving redden door:
• terug te grijpen naar de klassieke oudheid,
• via onderwijs (humaniora).
In de humaniora kregen leerlingen algemene kennis:
• theologie,
• filosofie,
• geschiedenis,
• natuurkunde,
• algebra,
• Grieks en Latijn,
• dichtkunst (poësis) en welsprekendheid (retorica).
, 3) Beschrijf de inhoud van Lof der Zotheid van Erasmus. Waarom trok
Erasmus de zotskap aan? Welke groepen bekritiseerde hij en welke schrijfstijl
gebruikte hij?
Antwoord:
Lof der Zotheid, geschreven door Erasmus, is een satirisch werk waarin de godin Zotheid
een lofrede op zichzelf houdt.
Zij stelt dat:
• zotten vrolijk, zorgeloos en gelukkig zijn,
• wijzen vaak somber, ongelukkig en humorloos zijn.
Erasmus trok de zotskap aan om:
• op een ongedwongen manier kritiek te leveren,
• zonder vervolgd te worden.
Hij bekritiseerde:
• rijke koningen die het algemeen belang negeerden,
• oorlogszuchtige pausen,
• inhalige bisschoppen,
• theologen die weigerden de Bijbel objectief te bestuderen.
Hij gebruikte satire als schrijfstijl, omdat die hem toeliet:
• spot te drijven met de elite,
• zonder openlijke confrontatie met de Kerk of machthebbers.