Internationale bedrijfsomgeving
Les 1. Inleiding IBO
Multipolar world = dat er verschillende economische machten naast elkaar staan, waartussen weinig
handel optreed maar waarbinnen wel handel optreed.
Bv: China, die meer investeert in de buurlanden dan in het westen
Dus bepaalde regio’s krijgen meer investeringen, maar handelen niet perse veel met elkaar.
Geen vermindering van kapitaalstromen maar een verplaatsing van kapitaalstromen
Twee strategische concepten;
Strategisch autonoom
Handelsstromen verschuiven
Focus on Europe Export gericht op buurlanden (in alle sectoren)
Handelsbalans positiever geworden en grootste deel handel is intra Europa
Waar is Oost Europa?
Zie Toledo artikel: België 8e plaats trekt nog veel directe buitenlandse investeringen aan met
name uit USA, Duitsland en India en in machinerie en logistiek
Er wordt wel minder gehandeld met het Oosten van Europa, waardoor er voor België nog marge is
om in Oost Europese landen te investeren is
Les 2. Economische inrichting / 4 modellen
Het economisch systeem van Europa in de jaren 90
Twee soorten kapitalistische modellen:
Rijnlands model
Contrasterend model
Tegenwoordig 4 economische modellen:
Angelsaksische modellen (nederland)
Mediteraanse modellen (Spanje, Italië)
Rijnlands model (België, Duitsland)
Scandinavische modellen
Oost Europese landen hebben een ander model
Terwijl Polen sterkt groeit en een belangrijkere handelspartner wordt voor Belgie
Polen heeft als 25 jaar lang economische groei laten zien, heirdoor is de Poolse economie al groter
dan België geworden. Daarnaast is Polen een belangrijke handelspartner dan België
,De vier economische modellen in Europa:
Angelsaksisch Rijnlands Scandinavisch Mediteraans
Voorbeelden Ierland, UK, Duitsland, Denenmarken, Spanje,
Nederland België Zweden, Griekenland,
Finland Frankrijk
Overheidsinmenging Beperkte Inmenging Veel Grote overheid,
inmenging, gericht op bescherming, weinig
kleine overheid bescherming, hoge publieke investeringen in
hogere uitgaven R&D
publieke
uitgaven
Sociaal stelsel Gaat uit van Hogere Goede Hoge belastingdruk,
zelfredzaamheid, belastingen, collectieve veel
lage belastingen betere voorzieningen, arbeidsbescherming
collectieve hogere
voorzieningen belastingen
Ondernemersklimaa Dynamisch, Minder Veel grote Niet dynamisch,
t competitief, dynamisch bedrijven, weinig vrije markt,
shareholder lange termijn stakeholder inefficiënte markt
focus focus, focus, Midden- en
stakeholder beperkte kleinbedrijven
focus eigendom investeren weinig
schending,
efficiënte
markt.
Notities van tijdens de les:
Scandinavisch model: actieve overheid vooral in het beschermen van het sociale domein ,
sterke instituten, hoge belastingen om actieve overheid te financieren (onderwijs, zorg, …) ,
het zijn wel kleine landen die export georiënteerd zijn
Rijnlandse model: is liberaler, minder bescherming van de verzorgingsstaat (Noorse model),
overheid is kleiner
Mediterraans model: bedrijven worden niet geprikkeld om te ondernemen, bedrijven
hoeven niet te innoveren, werknemers kunnen vroeg op pensioen, overheid is er vooral voor
bureaucratie
Angelsaksisch model: kleine overheid
Zweden: Sociaal-Democratisch Model (Nordic Model)
Qua onvang economie en inwoners vergelijk met belgie , maar …
Overheidsrol: Grote, actieve overheid met sterke sociale voorzieningen (gezondheidszorg,
onderwijs, kinderopvang).
Belastingen: Hoge belastingen (inkomstenbelasting en BTW), maar met progressieve
tarieven.
Arbeidsmarkt: Flexicurity: flexibele arbeidscontracten gecombineerd met sterke sociale
zekerheid en actief arbeidsmarktbeleid.
Economie: Sterke focus op innovatie, duurzaamheid en export (bv. IKEA, Volvo, Ericsson).
Sterke rol voor vakbonden, NGO’s en institutionele overleggen tussen publiek en privaat,
In top 5 van innovatie hotspots en hoofdkantoren beleid in europa
,België: Sociaal Markteconomie (Rijnlands Model)
Welvaartgroei en transities worden belemert door complexe fedreale structuur
Overheidsrol: Sterke sociale zekerheid, maar minder efficiënt dan in Zweden door complexe
federale structuur.
Belastingen: Hoge belastingen, vooral op arbeid (loonkosten zijn hoog).
Arbeidsmarkt: Sterke arbeidsbescherming, maar minder flexibel dan in Zweden of UK. Hoge
werkloosheidsuitkeringen.
Economie: Gemengde economie met sterke dienstensector en industrie (bv. farmacie, auto,
diamant).
Sterke rol van vakbonden
Spanje: Zuid-Europees Model
Grote economie, maar innovatie infra ontbreekt en te veel bureaucratie
Overheidsrol: Grote rol, maar minder efficiënt door bureaucratie en regionale verschillen.
Belastingen: Gemiddeld tot hoog, maar belastinginning is minder effectief (grote informele
economie).
Arbeidsmarkt: Sterke bescherming voor vaste contracten, maar veel tijdelijke contracten en
jeugdwerkloosheid.
Economie: Afhankelijk van toerisme, bouw en landbouw. Minder innovatief dan Noord-
Europa.
Klassieke indeling niet meer juist? België minder liberaal geworden en Nederland juist liberaler
België; Frankrijk en Finland hebben het minst
liberale karakter
Het contrast tussen België en Nederland is
groot
1-3: Mate van overheidsbemoeienis
In het Rijnlands model is de overheid
naast marktmeester ook verzorgen van basis voorzieningen
Angelsaksisch kenmerken zijn: lage overheid uitgaven, lage overheid investeringen en lage
collectieve uitgaven en hoge export en arbeidsparticipatie.
Punt 2: Frankrijk leent 150% BBP
Punt 3: Overheidsinvesteringen: Scandinavische landen geven veel uit aan R&D net zoals
Amerika, bij Rijnlandse landen is dit lager (2,8% BBP)
4-6: Sociaal stelsel van het land
Punt 4: Sociale zekerheid
Punt 5: Inkomens ongelijkheid: In Noorse en Rijnlandse modellen is er erg veel focus op
gelijkheid
Punt 6: inkomensscheefheid: Gaat over de top 10% rijkste mensen van een land en hoeveel
verschil daarin zit
, 7-9: Bedrijfssysteem
Punt 7: belastingafdrachten
Punt 8: Arbeidsparticipatie
Punt 9: Export
Duitsland is de grootste economie van Europa en gebaseerd op Rijnlandse inrichting, net als België
Dezelfde economische kenmerken als België +
Grootste investeerder in R&D in Europa, veel hoofdkantoren
Sterke relaties tussen banken, bedrijven en politici
Sterke focus op export (daardoor sterk afhankelijk van China)
◦Export-oriented
Gezamenlijke besluitvorming: vakbonden en management advies groepen op industrie
niveau
Consensus model: vermijden van disputen, hierarisch georganiseerd
Maar beperkte Investering in infrastructuur en digitalisatie
Duitsland heeft lang geen geld winnen lenen, hierdoor is er in de digitalisatie en infrastructuur sector
jaren lang niet geïnvesteerd geweest met belasting geld waardoor deze sectoren nu wat achter lopen
Welke invloed heeft de Rijnlandse economisch inrichting op de concurrentiepositie van
Volkswagen?
Sterke vakbonden kunnen voor minder vrijheid zorgen voor VW, daarentegen hebben Chinese
concurrenten dit niet waardoor zij meer vrijheid hebben
Hoge opleidingen, vakindustrie, vakmensen;
Invloed op de concurrentiepositie van Volkswagen
Sterke innovatiekracht
Door focus op vakmanschap en R&D kan Volkswagen blijven investeren in hoogwaardige
technologie (bijvoorbeeld elektrische mobiliteit en veiligheidssystemen). Dit versterkt hun
positie tegenover concurrenten.
Stabiele arbeidsrelaties
Dankzij medezeggenschap en overlegcultuur zijn er minder sociale conflicten. Dit verhoogt de
productiviteit en zorgt voor loyaliteit van werknemers, wat een voordeel kan zijn in een
competitieve sector.
Langetermijn concurrentiekracht
Het Rijnlandse model stimuleert duurzame investeringen (zoals vergroening en digitalisering),
wat Volkswagen helpt om zich voor te bereiden op toekomstige markt- en milieueisen.
Minder flexibiliteit op korte termijn
De keerzijde is dat besluitvorming trager verloopt (door overleg met veel stakeholders). Dit
kan een nadeel zijn in een snel veranderende, wereldwijde automarkt, waar Amerikaanse en
Aziatische concurrenten vaak sneller inspelen op trends.
Les 1. Inleiding IBO
Multipolar world = dat er verschillende economische machten naast elkaar staan, waartussen weinig
handel optreed maar waarbinnen wel handel optreed.
Bv: China, die meer investeert in de buurlanden dan in het westen
Dus bepaalde regio’s krijgen meer investeringen, maar handelen niet perse veel met elkaar.
Geen vermindering van kapitaalstromen maar een verplaatsing van kapitaalstromen
Twee strategische concepten;
Strategisch autonoom
Handelsstromen verschuiven
Focus on Europe Export gericht op buurlanden (in alle sectoren)
Handelsbalans positiever geworden en grootste deel handel is intra Europa
Waar is Oost Europa?
Zie Toledo artikel: België 8e plaats trekt nog veel directe buitenlandse investeringen aan met
name uit USA, Duitsland en India en in machinerie en logistiek
Er wordt wel minder gehandeld met het Oosten van Europa, waardoor er voor België nog marge is
om in Oost Europese landen te investeren is
Les 2. Economische inrichting / 4 modellen
Het economisch systeem van Europa in de jaren 90
Twee soorten kapitalistische modellen:
Rijnlands model
Contrasterend model
Tegenwoordig 4 economische modellen:
Angelsaksische modellen (nederland)
Mediteraanse modellen (Spanje, Italië)
Rijnlands model (België, Duitsland)
Scandinavische modellen
Oost Europese landen hebben een ander model
Terwijl Polen sterkt groeit en een belangrijkere handelspartner wordt voor Belgie
Polen heeft als 25 jaar lang economische groei laten zien, heirdoor is de Poolse economie al groter
dan België geworden. Daarnaast is Polen een belangrijke handelspartner dan België
,De vier economische modellen in Europa:
Angelsaksisch Rijnlands Scandinavisch Mediteraans
Voorbeelden Ierland, UK, Duitsland, Denenmarken, Spanje,
Nederland België Zweden, Griekenland,
Finland Frankrijk
Overheidsinmenging Beperkte Inmenging Veel Grote overheid,
inmenging, gericht op bescherming, weinig
kleine overheid bescherming, hoge publieke investeringen in
hogere uitgaven R&D
publieke
uitgaven
Sociaal stelsel Gaat uit van Hogere Goede Hoge belastingdruk,
zelfredzaamheid, belastingen, collectieve veel
lage belastingen betere voorzieningen, arbeidsbescherming
collectieve hogere
voorzieningen belastingen
Ondernemersklimaa Dynamisch, Minder Veel grote Niet dynamisch,
t competitief, dynamisch bedrijven, weinig vrije markt,
shareholder lange termijn stakeholder inefficiënte markt
focus focus, focus, Midden- en
stakeholder beperkte kleinbedrijven
focus eigendom investeren weinig
schending,
efficiënte
markt.
Notities van tijdens de les:
Scandinavisch model: actieve overheid vooral in het beschermen van het sociale domein ,
sterke instituten, hoge belastingen om actieve overheid te financieren (onderwijs, zorg, …) ,
het zijn wel kleine landen die export georiënteerd zijn
Rijnlandse model: is liberaler, minder bescherming van de verzorgingsstaat (Noorse model),
overheid is kleiner
Mediterraans model: bedrijven worden niet geprikkeld om te ondernemen, bedrijven
hoeven niet te innoveren, werknemers kunnen vroeg op pensioen, overheid is er vooral voor
bureaucratie
Angelsaksisch model: kleine overheid
Zweden: Sociaal-Democratisch Model (Nordic Model)
Qua onvang economie en inwoners vergelijk met belgie , maar …
Overheidsrol: Grote, actieve overheid met sterke sociale voorzieningen (gezondheidszorg,
onderwijs, kinderopvang).
Belastingen: Hoge belastingen (inkomstenbelasting en BTW), maar met progressieve
tarieven.
Arbeidsmarkt: Flexicurity: flexibele arbeidscontracten gecombineerd met sterke sociale
zekerheid en actief arbeidsmarktbeleid.
Economie: Sterke focus op innovatie, duurzaamheid en export (bv. IKEA, Volvo, Ericsson).
Sterke rol voor vakbonden, NGO’s en institutionele overleggen tussen publiek en privaat,
In top 5 van innovatie hotspots en hoofdkantoren beleid in europa
,België: Sociaal Markteconomie (Rijnlands Model)
Welvaartgroei en transities worden belemert door complexe fedreale structuur
Overheidsrol: Sterke sociale zekerheid, maar minder efficiënt dan in Zweden door complexe
federale structuur.
Belastingen: Hoge belastingen, vooral op arbeid (loonkosten zijn hoog).
Arbeidsmarkt: Sterke arbeidsbescherming, maar minder flexibel dan in Zweden of UK. Hoge
werkloosheidsuitkeringen.
Economie: Gemengde economie met sterke dienstensector en industrie (bv. farmacie, auto,
diamant).
Sterke rol van vakbonden
Spanje: Zuid-Europees Model
Grote economie, maar innovatie infra ontbreekt en te veel bureaucratie
Overheidsrol: Grote rol, maar minder efficiënt door bureaucratie en regionale verschillen.
Belastingen: Gemiddeld tot hoog, maar belastinginning is minder effectief (grote informele
economie).
Arbeidsmarkt: Sterke bescherming voor vaste contracten, maar veel tijdelijke contracten en
jeugdwerkloosheid.
Economie: Afhankelijk van toerisme, bouw en landbouw. Minder innovatief dan Noord-
Europa.
Klassieke indeling niet meer juist? België minder liberaal geworden en Nederland juist liberaler
België; Frankrijk en Finland hebben het minst
liberale karakter
Het contrast tussen België en Nederland is
groot
1-3: Mate van overheidsbemoeienis
In het Rijnlands model is de overheid
naast marktmeester ook verzorgen van basis voorzieningen
Angelsaksisch kenmerken zijn: lage overheid uitgaven, lage overheid investeringen en lage
collectieve uitgaven en hoge export en arbeidsparticipatie.
Punt 2: Frankrijk leent 150% BBP
Punt 3: Overheidsinvesteringen: Scandinavische landen geven veel uit aan R&D net zoals
Amerika, bij Rijnlandse landen is dit lager (2,8% BBP)
4-6: Sociaal stelsel van het land
Punt 4: Sociale zekerheid
Punt 5: Inkomens ongelijkheid: In Noorse en Rijnlandse modellen is er erg veel focus op
gelijkheid
Punt 6: inkomensscheefheid: Gaat over de top 10% rijkste mensen van een land en hoeveel
verschil daarin zit
, 7-9: Bedrijfssysteem
Punt 7: belastingafdrachten
Punt 8: Arbeidsparticipatie
Punt 9: Export
Duitsland is de grootste economie van Europa en gebaseerd op Rijnlandse inrichting, net als België
Dezelfde economische kenmerken als België +
Grootste investeerder in R&D in Europa, veel hoofdkantoren
Sterke relaties tussen banken, bedrijven en politici
Sterke focus op export (daardoor sterk afhankelijk van China)
◦Export-oriented
Gezamenlijke besluitvorming: vakbonden en management advies groepen op industrie
niveau
Consensus model: vermijden van disputen, hierarisch georganiseerd
Maar beperkte Investering in infrastructuur en digitalisatie
Duitsland heeft lang geen geld winnen lenen, hierdoor is er in de digitalisatie en infrastructuur sector
jaren lang niet geïnvesteerd geweest met belasting geld waardoor deze sectoren nu wat achter lopen
Welke invloed heeft de Rijnlandse economisch inrichting op de concurrentiepositie van
Volkswagen?
Sterke vakbonden kunnen voor minder vrijheid zorgen voor VW, daarentegen hebben Chinese
concurrenten dit niet waardoor zij meer vrijheid hebben
Hoge opleidingen, vakindustrie, vakmensen;
Invloed op de concurrentiepositie van Volkswagen
Sterke innovatiekracht
Door focus op vakmanschap en R&D kan Volkswagen blijven investeren in hoogwaardige
technologie (bijvoorbeeld elektrische mobiliteit en veiligheidssystemen). Dit versterkt hun
positie tegenover concurrenten.
Stabiele arbeidsrelaties
Dankzij medezeggenschap en overlegcultuur zijn er minder sociale conflicten. Dit verhoogt de
productiviteit en zorgt voor loyaliteit van werknemers, wat een voordeel kan zijn in een
competitieve sector.
Langetermijn concurrentiekracht
Het Rijnlandse model stimuleert duurzame investeringen (zoals vergroening en digitalisering),
wat Volkswagen helpt om zich voor te bereiden op toekomstige markt- en milieueisen.
Minder flexibiliteit op korte termijn
De keerzijde is dat besluitvorming trager verloopt (door overleg met veel stakeholders). Dit
kan een nadeel zijn in een snel veranderende, wereldwijde automarkt, waar Amerikaanse en
Aziatische concurrenten vaak sneller inspelen op trends.