WEST- EUROPA IN DE
VROEGE
MIDDELEEUWEN
,HOOFDSTUK 1 VAN ROMEINSE PROVINCIES
NAAR ‘BARBAARSE’ RIJKEN
Inleiding: de val van Rome?
Niet expliciet vermeld in vroegmiddeleeuwse of laatantieke bronnen
Gebaseerd op Edward Gibson, The history of the decline and fall of the
roman empire
Val en Verval = catastrofe
o Geeft negatief beeld over deze periode
Deel 1 De transformatie van het Romeinse Rijk
Nadruk transformatie en evolutie ipv radicale breuk en omwenteling
‘val van Rome’ is een constructie die reeks langdurige processen samenvat
tussen ca. 250 en 550
- 1.1 politieke en militaire transformatie
- 1.2 Bestuurlijke transformatie
- 1.3 socio-economische transformatie
- 1.4 religieuze transformatie
Politieke en militarie transformatie
Vroege keizertijd (27vC – 235 nC)
Principaat (Princeps = Keizer) ~ regeren in principe met senaat
- Interne stabiliteit
o Vlotte successieregeling 2de E: adoptiekeizers
o Keizers steeds vaker uit provincies buiten Italië
- Externe stabiliteit
o Oorlog vooral aan verre grenzen
o Hoogtepunt expansie (117) -> Trajanus
o Geen dreiging vanuit O
Vrede met Parthen
De derde-eewse crisis (235-284)
Einde principaat
o Keizer Alexander Severus vermoord door soldaten (235)
- Interne Instabiliteit
o Continue machtwissels (26 keizers op 50 jaar)
o ‘Soldatenkeizers’= Romeinse generaals uitgeroepen tot keizer door
troepen in provincies veel onderlinge strijd tussen Romeinse
generaals
o Toename invloed leger militarisering ‘staat’
- Externe instabiliteit
o Minder aandacht voor grensverdediging (Limes)
Te danken aan interne strijd tussen generaals
o ‘Barbaarse’ raids in Gallië en Balkan
o Succesvolle aanvallen door Sassaniden in Oosten (=nieuwe dynastie
vrede met Parthen geld niet)
, Romeinse keizer Valerianus gevangen en vermoord
Diocletianus en Constantijn (284-337) proberen verandering te
brengen
Diocletianus I (284-305)
- Grootschalige bestuurlijke hervormingen deelt rijk in 4
o Tetrarchie = Twee augustie (belangrijkste) en twee caesares (volgen
de augustie op), regeren elk over ‘prefectuur’: principe collegialiteit
<-> successieproblemen
o Doel: hechter patronagenetwerk voor provinciale elites
o Bestuurlijke opdeling: vier prefecturen diocesen provincies
civitates
Trier (Prefectuur van Gallie en Brittannie
Nicodemia (Prefectuur van het Oostelijke Middelandse
Zeegebied)
Sirmium (Prefectuur van de Balkan en Donnauprovincies)
Milaan (prefectuur van Spanje, Italie en Afrika)
niet Rome
- Belastingverhoging voor grensbewaking
- Sterke theocratische impuls keizerschap
o Vergoddelijking keizer (‘dominus et deus’ dominaat)
o Religieuze afwijkingen gelijkgesteld aan politieke oppositie (Pol =
Theocratie)
Christenvervolgingen (ander gelovigen zijn dissident en pol
vijand)
Constantijn de Grote (306-37)
- Nieuwe hoofdplaats: Constantinopel
o Byzantium = strategische locatie aan de Bosporus = ‘nieuwe rome’
Rome wordt minder belangrijk = Pol aandacht verschuift van
WO
o Gaandeweg: minder contacten met W O en W groeien uiteen
Zorgt voor minder volksverhuizingen in O
Laatste moment eenheid onder Theodosius I de Grote
o Promotie christendom
313: Edict van Milaan, religio licita = religieuze tolerantie
(geen Christenvervolgingen meer)
Constantijn liet zich dopen op zijn sterfbed
Het laatantieke Rijk (337-476) = ‘Late Oudheid’
Resultaat maatregelen? = Geen langdurig succesverhaal
Interne instabiliteit
- Tetrarchie snel in onbruik = erfopvolging onder Constantijn
o Afstamming Constantijn, Steun leger doorslaggevend!
o Conflicten tussen troonpretendenten
Verzwakking grensverdediging
- Demografische crisis 4de E nood aan rekruten barbarisering leger en
legertop (overeenkomsten met ‘barbaren’ aan de grens)
, o Machtsconcentratie bij ‘barbaarse generaals’ (wegens goede
strijdvaardigheid) = magister militum
o Generaals behouden bestuursinstellingen (onderhandelen met
senaat)
o Keizer afhankelijk aan generaals = marionet (ook vaak minderjarig)
Behouden vooral voor legitimatie van hun acties
o Keizerlijk hof in Ravenna, aandacht generaals op provincies
- 476: Odoaker(O-Germaan) zet keizer de minderjarige Romulus Augustulus
af (niet vermoord) & installeert geen nieuwe keizer (Odoaker neemt zelf
leiding, alles gaat gwn verder) = ‘paleiscoup’ (niet opzienbarend)
o Trad in een formele cientrelatie met Constantinopel en kreeg
officiële titel ‘patriciër’
Externe instabiliteit
- Door interne stabiliteit en troonstrijd = grensverdediging verzwakt
o Druk barbaarse volkeren aan Donau, Rijn en Limes Brittannië
In 454: enkel Italië, deel Hispanië en Zuid-Gallië nog onder direct romeins
bewind
Bestuurlijke Transformatie
De vroege keizertijd
Productie wisselwerking tussen:
- Centrum/Rome (keizerlijke administratie): imperiale ambtenarij met focus
op Rome en Italië
o Kleine, geoliede administratie o.l.v. prefecten
o Senatoren verliezen gaandeweg invloed, vooral advies
- Provincies: competitie lokale elites in steden
o Opname openbaar, gesalarieerd mandaat in stedelijke senaat (curia
curialis)
o Curiales: vertegenwoordiger centraal bestuur en stad (zit in Rome)
O.a. inning belastingen voor imperiale financiën
o Actieve participatie in civiele cultuur met private middelen –
competitie voor carrière (om Romeinse burgerschap te verwerven)
Derde eeuw en late oudheid
- Centrum: imperiale bureaucratie breidt uit
o Inmiddels gigantisch bureaucratisch apparaat, lucratief
o Inmenging op lokale niveau van provincies (focus niet meer op
Rome)
- Provincies: minder participatie in civitates door lokale elites
o Carrière als curialis minder aantrekkelijk
212: Caracalla schenkt burgerschap aan alle vrije inwoners
(prikkel valt weg)
Meer fiscale eisen vanuit centrale bureaucratie (bijpassen
financiële tekorten)
o Minder privé-investering in publieke leven, wel in privé-gebouwen
, o Interessantere carrière-opties: imperiale bureaucratie, leger,
kerk(bisschoppen)
Gevolg?
- Imperiale bureaucratie wordt patronagenetwerk met keizer als manager
o Verlenen van ambten, privileges, gunsten op basis van persoonlijke
relaties (clientelisme)
o Succesvolle keizer = goede manager
o Vaak mismanagement (minderjarig, slechte adviseurs)
- ‘Provincialisering’ van RR en adel = schift van centrum naar provincies
o Verval van idee Romeinse participatie, burgerschap, loyauteit aan
abstractie notie ‘Staat’
Vroege keizertijd: ‘wat kan ik voor imperium doen’ <-> ‘wat
kan imperium voor mij doen’
~ vroege ME: persoonlijke loyauteit aan bepaald individu
o N-Gallië, Brittannië: opkomst lokale machthebbers = actief buiten
Rom Admin.
Duces, comites = legeraanvoerders die meerdere civitates
beheersten
Gemilitariseerde provinciale edellieden met privémilities
Socio-economische transformatie
Vroege keizertijd
- Economie in grote mate centraal gestuurd = sterke economie
o Bevoorrading leger en grensverdediging
o Romeinse administratie (gesalarieerde mandaten)
o Voedselvoorziening steden (annonae, graanvoorziening uit N-Afrika)
= perfectionistisch systeem
- Stimulans integratie handelsnetwerken MZ en bloei lokale handel en
nijverheid
o Ambachtelijke productie in Italië, export naar provincies
o Wegennet, eenheidsmunt, pol stabiliteit (iets wat er niet meer gaat
zijn tot de euro)
Crisis (vanaf 250)
- Terugval agrarische productie t.g.v. demografische achteruitval
o Daling fiscale inkomsten hogere belastingdruk
o Grotere druk op vrije (kleine) boeren: impact op vrijheid
Kunnen belastingen niet betalen
Verkopen eigendom worden pachters van
grootgrondbezitters (curiales)
Vrije boeren grondgebonden halfvrije pachters = coloni
= groot deel van hun vrijheid weg
- Handel en nijverheid
o Muntinflatie door herhaaldelijke ontwaardingen (minder edelmetalen
steken in munten)
, ruilhandel als alternatief
o terugval in internationale handel door politieke instabiliteit
o gedeeltelijke verschuiving ambachtelijke productie en luxeproducten
centrum provincies
steden villae op platteland (grote landgoederen van
de curiales)
o einde annonae-systeem in westen in 5de E invallen door Vandalen
in N-Afrika
De opmars van Kerk en Christendom
Voor Constantijn de Grote
- aan christelijke zijde
o Jezus gekruisigd i.o.v. Romeinse gouverneur Judea – ‘rebel tegen
Rom gezag’
o Eerste christenen: houding van samenwerking t.a.v. wereldlijke
overheden
o Anderzijds: spanning christenen tegen keizercultus
- Aan Romeinse zijde
o Tolerantie wegens syncretisme ( = bereidt om eigen
geloofsinstellingen te verander door opname van andere goden) in
Romeinse religieuze praktijk
o Sporadische vervolgingen, meestal regionaal (door gouverneur) en
kleinschalig
o Af en toe grootschalig (o.a. onder Nero en Diocletianus) geen
offeringen aan keizer die zichzelf als god ziet
o Wantrouwen wegens geheimzinnige en besloten sfeer (komen
samen in gesloten kringen) <-> RR: godsdienst is publiek gebeuren
= door staat georganiseerd
Vanaf Constantijn de Grote ( geen god maar plaatsvervanger van god)
Keizer als beschermer en patroon van de kerk
- Integratie kerk in RR: Administratief, Juridisch
o Religio licita onder Constantijn (Edict van Milaan, 313)
o Staatsgodsdienst onder Theodosius I de Grote (edict van
Thessaloniki, 380)
o Keizerschap krijgt sacraal, christelijk karakter, plaatsvervanger van
god op aarde
o Kerkelijke indeling geënt op R administratieve structuren
Patriarchen – aartsbisschoppen – bisschoppen
o Bisschoppen ontvangen rechterlijke macht in hun civitas en fiscale
immuniteit
Interessante carrièreperspectief voor magistraten
Laatste romeins gezag in 5de E
, - Inmenging in kerkelijke bestuur
Oecumenisch concilie van Nicea (325) over doctrinaire
probleem met arianen bevestiging van de Heilige
Drievuldigheid
- Strijd tegen ‘ketters’ en heidenen
- Bouw kerken (ontstaan kerkprovincies)
Deel 2 De ‘Barbaarse’ Volksverhuizingen
Definitie en afbakening
Migratie? Invasie? Verhuis?
- Soms invasie: raids, eventueel militaire overnamen door groep krijgers
- Soms migratie: mannen, vrouwen en kinderen (boerenkolonistie)
- Soms combinatie invasie en migratie (met fases)
- Meestal kleine groepen
o Vormen minderheid
- Vooral sedentaire volkeren
o Zoeken permanente nederzetting
Barbaren?
- Aanvankelijk: bevolking over grenzen RR
o Pejoratieve bijklank
o Ook bewondering over viriele, agrarische samenleving
- Gaandeweg: eerder culturele/retorische connotatie
o ‘barbarisering’ RR etnische scheiding vervaagt
o Tegenovergestelde van Romeinse identiteit
o Pejoratieve term Romeins leven niet omhelst
Volkeren?
- Invloed van de 19e E ‘nationale’ geschiedschrijving
- Echter geen natie, eengemaakt volk
- Meestal tijdelijke en heterogene groepen, multi-etnisch, confederaties,
allianties
Germanen?
- Verzamelnaam voor diverse, heterogene groepen van over de Rijn en
Donau
- Geen eengemaakte Germaanse natie of beschaving
Algemene kanttekeningen
- ‘Barbaren’ al grotendeels geïntegreerd in 5de E RR
o Bevochten Romeinen, maar ook in dienst van of in alliantie met
Romeinen (foederati < foedus = verdrag) bevochten andere
‘barbaren’
- Geen ‘opstandelingen’ die RR omverwerpen
o Vele confederaties en rijken zoeken duurzame integratie binnen Rijk
o Botsingen voornamelijk over de modaliteit van de verhoudingen
, o ‘barbaren’ beschouwen zich als erfgenamen of behouders RR
Periodisering
Ongeveer 200 jaar (ca. 370-568)
- Sedentaire volkeren van aan grenzen vestigen zich binnen Rijk
- Na 6de E conflicten en invallen vanuit periferie
o O.a. Noormannen, Saracenen en Magyaren
Verklaringsmodellen
Externe factoren Hunnen als katalysator voor plotse exogene shock
Kern: Romeinse rijk is gevallen door exogene shok van barbaarse invallers
veroorzaakt door de Hunnen
De hunnen:
- Groepen nomaden uit W-Euraziatische, Pontisch-Kaspische steppe
- Contacten met ORR: raids slaven, buit en tribuut, ook huurlingen
- Historische reputatie geweld, terreur Romeinen spreken er enorm
negatief over
Waar zaten de hunnen:
- Hunnenrijk in Euraziatische steppe
o 1e keer ten noorden van Donau in 370 tussen Zwarte Zee en
Hongarije
Mogelijks verplaatsing door klimaatveranderingen
o Begin 5de E: gebied tussen Baltische en Kaspische Zee
Raids, leven van buit en tribuut van ORR
- Korte passage in Gallië
o Inval onder Attila in 450 verslagen in 451 op Catalaunische velden
o Tegen coalitie van Franken, Goten en Romeinen o.l.v. Aetius
- Italiaanse campagne en einde
o 452, door N-Italië plundering van Rome verhinderd
Verhinderd door paus Leo I of epidemie (hadden problemen
met bevoorrading)
o Richting ORR maar Attila sterft (453) (door bloedneus op zijn
huwelijksnacht, wrs een hersenbloeding door te veel drank)
Heeft een zoon maar is niet waardig
Verdeeldheid vallen uiteen
Verslagen in 454 door barbaren
Impact?
- Directe impact: beperkt
o Nooit significante dreiging
o In Donau-bekken nemen andere volkeren plaats in
Pannonia, Moesia( Ostrogoten), Dacia(Gepiden)
, Velen sluiten Foedus met ORR
- Indirecte impact: Val WRR?
o Domino-effect: jhunnen drijven andere confederaties voor zich uit?
Germanen bang van hunnen gaan grens oversteken naar
RR
o Rome niet bestand tegen exogene shock van voortgedreven
volkeren
Barbaren beter en sterker georganiseerd dan hun
voorgangers (darwinistische evolutie)
o Eco kwetsbaarheid verergerd door plunderingen en geweld
Konden het leger niet meer deftig financieren
Kritiek op verklaring
- Rome als een passief en weerloos slachtoffer
- Negatie van integratie ‘barbaren’ in het RR
o Vaak met toelating van RR
- Negatie van transformatie van het RR
o miskent transformatie en flexibiliteit in hun omgang met barbaarse
volkeren
- Overschatting van exogene shock van invallers
Model staat hand in hand met het ‘catastrofe model’ = bruuske implosie
na verval
Interne factoren transformatie van het Rijk en gewijzigde interacties met
barbaren
Wat?
- Volksverhuizingen en barbaarse rijken zijn het gevolg van gewijzigde
interacties
- Politieke transformaties binnen volkeren zelf (ontstaan grotere
confederaties)
o Meer druk zetten wegens meer manschappen
- Verschillende vormen van leiderschap
o Verschillende termen onduidelijk verschil
Warlords (kort termijn) = autoriteit berust op succes op
slagveld & uitwisselen van gunsten en giften
Sacrale leider (lang termijn) = autoriteit berust op
bovennatuurlijke
o Via verkiezingen, loting of overerving
Wie?
- Reeks koninkrijkjes aan grenzen
o Afhankelijk (deels) <-> autonoom
Wanneer?
, - Vroege keizertijd:
o Fragmentatie volkeren door stabiele en proactieve Romeinse
grensverdediging
- Crisis derde eeuw
o Minder waakzaam & grotere confederaties steken vaker grens
over
Grenzen zijn geen ondoordringbare barrières, veel culturele ‘osmose’
Hoe? gewijzigde interacties tussen barbaren aan grenzen en Rome
- Tribuut (3e en 4e E): conflicten aan de grens afkopen
o Politieke crisis 3e E: verzwakte grensverdediging raids onrust
aan de Romeinse top
o Schenking door Rom overheden van kostbare voorwerpen aan lokale
barbaarse leiders (tribuut)
o Gevolg: accumulatie rijkdom & machtsconsolidatie barbaarse leiders
meer krijgers begunstigen en verzekeren van hun loyauteit
Ontstaan grotere confederaties kunnen meer druk zetten
Toch afhankelijk geworden van influx rijkdommen
- Foedus (2 helft 4e en 5e E): bewuste Rom strategie van integratie van
e
specifieke groepen barbaren in rijk
o Verdrag (=foedus) tussen een barbaarse confederatie en RR:
vesteging in RR en verdediging grenzen tegen andere barbaren
o Onderhandeling, soms dispuut over modaliteit (: kwaliteit land,
soldij, bevoorrading en status leider
o Voor Rom keizers en pretendenten: nood aan rekruten leger en
bondgenoten in strijd keizerschap
Ookal niet altijd even loyaal wegens eigen agenda
o Voor provinciale elites: barbaarse machthebbers nabijer en
toegankelijker dan imperiale bureaucratie
Crisis aan de grenzen (380-420)
Noordoostelijke periferie: de Rijn
- 388: Dood Magnus Maximus (WRR) = Spaanse generaal en keizer-
pretendent, grijpt macht in W na verdrijven van Valentianus II
o Verslagen door Theodosius de Grote (388), keizer ORR verenigd met
WRR onder 1 keizer
o Uitkomst? = verzwakking en terugtrekken van R aanwezigheid in N-
Gallië en Brittannië
Bloedige campagnes decimering legers van Maximus
Disruptieve impact op grensverdediging (veel legioenen
weggehaald)
machtsvacuüm
Romeinse ambtenaren vluchten naar Z, hoofdplaats Gallië
van Trier naar Arles
einde Rom bestuurlijke en militaire aanwezigheid in Brittannië en
N-Gallië
- 406: oversteek barbaren aan de rijn bij Mainz
VROEGE
MIDDELEEUWEN
,HOOFDSTUK 1 VAN ROMEINSE PROVINCIES
NAAR ‘BARBAARSE’ RIJKEN
Inleiding: de val van Rome?
Niet expliciet vermeld in vroegmiddeleeuwse of laatantieke bronnen
Gebaseerd op Edward Gibson, The history of the decline and fall of the
roman empire
Val en Verval = catastrofe
o Geeft negatief beeld over deze periode
Deel 1 De transformatie van het Romeinse Rijk
Nadruk transformatie en evolutie ipv radicale breuk en omwenteling
‘val van Rome’ is een constructie die reeks langdurige processen samenvat
tussen ca. 250 en 550
- 1.1 politieke en militaire transformatie
- 1.2 Bestuurlijke transformatie
- 1.3 socio-economische transformatie
- 1.4 religieuze transformatie
Politieke en militarie transformatie
Vroege keizertijd (27vC – 235 nC)
Principaat (Princeps = Keizer) ~ regeren in principe met senaat
- Interne stabiliteit
o Vlotte successieregeling 2de E: adoptiekeizers
o Keizers steeds vaker uit provincies buiten Italië
- Externe stabiliteit
o Oorlog vooral aan verre grenzen
o Hoogtepunt expansie (117) -> Trajanus
o Geen dreiging vanuit O
Vrede met Parthen
De derde-eewse crisis (235-284)
Einde principaat
o Keizer Alexander Severus vermoord door soldaten (235)
- Interne Instabiliteit
o Continue machtwissels (26 keizers op 50 jaar)
o ‘Soldatenkeizers’= Romeinse generaals uitgeroepen tot keizer door
troepen in provincies veel onderlinge strijd tussen Romeinse
generaals
o Toename invloed leger militarisering ‘staat’
- Externe instabiliteit
o Minder aandacht voor grensverdediging (Limes)
Te danken aan interne strijd tussen generaals
o ‘Barbaarse’ raids in Gallië en Balkan
o Succesvolle aanvallen door Sassaniden in Oosten (=nieuwe dynastie
vrede met Parthen geld niet)
, Romeinse keizer Valerianus gevangen en vermoord
Diocletianus en Constantijn (284-337) proberen verandering te
brengen
Diocletianus I (284-305)
- Grootschalige bestuurlijke hervormingen deelt rijk in 4
o Tetrarchie = Twee augustie (belangrijkste) en twee caesares (volgen
de augustie op), regeren elk over ‘prefectuur’: principe collegialiteit
<-> successieproblemen
o Doel: hechter patronagenetwerk voor provinciale elites
o Bestuurlijke opdeling: vier prefecturen diocesen provincies
civitates
Trier (Prefectuur van Gallie en Brittannie
Nicodemia (Prefectuur van het Oostelijke Middelandse
Zeegebied)
Sirmium (Prefectuur van de Balkan en Donnauprovincies)
Milaan (prefectuur van Spanje, Italie en Afrika)
niet Rome
- Belastingverhoging voor grensbewaking
- Sterke theocratische impuls keizerschap
o Vergoddelijking keizer (‘dominus et deus’ dominaat)
o Religieuze afwijkingen gelijkgesteld aan politieke oppositie (Pol =
Theocratie)
Christenvervolgingen (ander gelovigen zijn dissident en pol
vijand)
Constantijn de Grote (306-37)
- Nieuwe hoofdplaats: Constantinopel
o Byzantium = strategische locatie aan de Bosporus = ‘nieuwe rome’
Rome wordt minder belangrijk = Pol aandacht verschuift van
WO
o Gaandeweg: minder contacten met W O en W groeien uiteen
Zorgt voor minder volksverhuizingen in O
Laatste moment eenheid onder Theodosius I de Grote
o Promotie christendom
313: Edict van Milaan, religio licita = religieuze tolerantie
(geen Christenvervolgingen meer)
Constantijn liet zich dopen op zijn sterfbed
Het laatantieke Rijk (337-476) = ‘Late Oudheid’
Resultaat maatregelen? = Geen langdurig succesverhaal
Interne instabiliteit
- Tetrarchie snel in onbruik = erfopvolging onder Constantijn
o Afstamming Constantijn, Steun leger doorslaggevend!
o Conflicten tussen troonpretendenten
Verzwakking grensverdediging
- Demografische crisis 4de E nood aan rekruten barbarisering leger en
legertop (overeenkomsten met ‘barbaren’ aan de grens)
, o Machtsconcentratie bij ‘barbaarse generaals’ (wegens goede
strijdvaardigheid) = magister militum
o Generaals behouden bestuursinstellingen (onderhandelen met
senaat)
o Keizer afhankelijk aan generaals = marionet (ook vaak minderjarig)
Behouden vooral voor legitimatie van hun acties
o Keizerlijk hof in Ravenna, aandacht generaals op provincies
- 476: Odoaker(O-Germaan) zet keizer de minderjarige Romulus Augustulus
af (niet vermoord) & installeert geen nieuwe keizer (Odoaker neemt zelf
leiding, alles gaat gwn verder) = ‘paleiscoup’ (niet opzienbarend)
o Trad in een formele cientrelatie met Constantinopel en kreeg
officiële titel ‘patriciër’
Externe instabiliteit
- Door interne stabiliteit en troonstrijd = grensverdediging verzwakt
o Druk barbaarse volkeren aan Donau, Rijn en Limes Brittannië
In 454: enkel Italië, deel Hispanië en Zuid-Gallië nog onder direct romeins
bewind
Bestuurlijke Transformatie
De vroege keizertijd
Productie wisselwerking tussen:
- Centrum/Rome (keizerlijke administratie): imperiale ambtenarij met focus
op Rome en Italië
o Kleine, geoliede administratie o.l.v. prefecten
o Senatoren verliezen gaandeweg invloed, vooral advies
- Provincies: competitie lokale elites in steden
o Opname openbaar, gesalarieerd mandaat in stedelijke senaat (curia
curialis)
o Curiales: vertegenwoordiger centraal bestuur en stad (zit in Rome)
O.a. inning belastingen voor imperiale financiën
o Actieve participatie in civiele cultuur met private middelen –
competitie voor carrière (om Romeinse burgerschap te verwerven)
Derde eeuw en late oudheid
- Centrum: imperiale bureaucratie breidt uit
o Inmiddels gigantisch bureaucratisch apparaat, lucratief
o Inmenging op lokale niveau van provincies (focus niet meer op
Rome)
- Provincies: minder participatie in civitates door lokale elites
o Carrière als curialis minder aantrekkelijk
212: Caracalla schenkt burgerschap aan alle vrije inwoners
(prikkel valt weg)
Meer fiscale eisen vanuit centrale bureaucratie (bijpassen
financiële tekorten)
o Minder privé-investering in publieke leven, wel in privé-gebouwen
, o Interessantere carrière-opties: imperiale bureaucratie, leger,
kerk(bisschoppen)
Gevolg?
- Imperiale bureaucratie wordt patronagenetwerk met keizer als manager
o Verlenen van ambten, privileges, gunsten op basis van persoonlijke
relaties (clientelisme)
o Succesvolle keizer = goede manager
o Vaak mismanagement (minderjarig, slechte adviseurs)
- ‘Provincialisering’ van RR en adel = schift van centrum naar provincies
o Verval van idee Romeinse participatie, burgerschap, loyauteit aan
abstractie notie ‘Staat’
Vroege keizertijd: ‘wat kan ik voor imperium doen’ <-> ‘wat
kan imperium voor mij doen’
~ vroege ME: persoonlijke loyauteit aan bepaald individu
o N-Gallië, Brittannië: opkomst lokale machthebbers = actief buiten
Rom Admin.
Duces, comites = legeraanvoerders die meerdere civitates
beheersten
Gemilitariseerde provinciale edellieden met privémilities
Socio-economische transformatie
Vroege keizertijd
- Economie in grote mate centraal gestuurd = sterke economie
o Bevoorrading leger en grensverdediging
o Romeinse administratie (gesalarieerde mandaten)
o Voedselvoorziening steden (annonae, graanvoorziening uit N-Afrika)
= perfectionistisch systeem
- Stimulans integratie handelsnetwerken MZ en bloei lokale handel en
nijverheid
o Ambachtelijke productie in Italië, export naar provincies
o Wegennet, eenheidsmunt, pol stabiliteit (iets wat er niet meer gaat
zijn tot de euro)
Crisis (vanaf 250)
- Terugval agrarische productie t.g.v. demografische achteruitval
o Daling fiscale inkomsten hogere belastingdruk
o Grotere druk op vrije (kleine) boeren: impact op vrijheid
Kunnen belastingen niet betalen
Verkopen eigendom worden pachters van
grootgrondbezitters (curiales)
Vrije boeren grondgebonden halfvrije pachters = coloni
= groot deel van hun vrijheid weg
- Handel en nijverheid
o Muntinflatie door herhaaldelijke ontwaardingen (minder edelmetalen
steken in munten)
, ruilhandel als alternatief
o terugval in internationale handel door politieke instabiliteit
o gedeeltelijke verschuiving ambachtelijke productie en luxeproducten
centrum provincies
steden villae op platteland (grote landgoederen van
de curiales)
o einde annonae-systeem in westen in 5de E invallen door Vandalen
in N-Afrika
De opmars van Kerk en Christendom
Voor Constantijn de Grote
- aan christelijke zijde
o Jezus gekruisigd i.o.v. Romeinse gouverneur Judea – ‘rebel tegen
Rom gezag’
o Eerste christenen: houding van samenwerking t.a.v. wereldlijke
overheden
o Anderzijds: spanning christenen tegen keizercultus
- Aan Romeinse zijde
o Tolerantie wegens syncretisme ( = bereidt om eigen
geloofsinstellingen te verander door opname van andere goden) in
Romeinse religieuze praktijk
o Sporadische vervolgingen, meestal regionaal (door gouverneur) en
kleinschalig
o Af en toe grootschalig (o.a. onder Nero en Diocletianus) geen
offeringen aan keizer die zichzelf als god ziet
o Wantrouwen wegens geheimzinnige en besloten sfeer (komen
samen in gesloten kringen) <-> RR: godsdienst is publiek gebeuren
= door staat georganiseerd
Vanaf Constantijn de Grote ( geen god maar plaatsvervanger van god)
Keizer als beschermer en patroon van de kerk
- Integratie kerk in RR: Administratief, Juridisch
o Religio licita onder Constantijn (Edict van Milaan, 313)
o Staatsgodsdienst onder Theodosius I de Grote (edict van
Thessaloniki, 380)
o Keizerschap krijgt sacraal, christelijk karakter, plaatsvervanger van
god op aarde
o Kerkelijke indeling geënt op R administratieve structuren
Patriarchen – aartsbisschoppen – bisschoppen
o Bisschoppen ontvangen rechterlijke macht in hun civitas en fiscale
immuniteit
Interessante carrièreperspectief voor magistraten
Laatste romeins gezag in 5de E
, - Inmenging in kerkelijke bestuur
Oecumenisch concilie van Nicea (325) over doctrinaire
probleem met arianen bevestiging van de Heilige
Drievuldigheid
- Strijd tegen ‘ketters’ en heidenen
- Bouw kerken (ontstaan kerkprovincies)
Deel 2 De ‘Barbaarse’ Volksverhuizingen
Definitie en afbakening
Migratie? Invasie? Verhuis?
- Soms invasie: raids, eventueel militaire overnamen door groep krijgers
- Soms migratie: mannen, vrouwen en kinderen (boerenkolonistie)
- Soms combinatie invasie en migratie (met fases)
- Meestal kleine groepen
o Vormen minderheid
- Vooral sedentaire volkeren
o Zoeken permanente nederzetting
Barbaren?
- Aanvankelijk: bevolking over grenzen RR
o Pejoratieve bijklank
o Ook bewondering over viriele, agrarische samenleving
- Gaandeweg: eerder culturele/retorische connotatie
o ‘barbarisering’ RR etnische scheiding vervaagt
o Tegenovergestelde van Romeinse identiteit
o Pejoratieve term Romeins leven niet omhelst
Volkeren?
- Invloed van de 19e E ‘nationale’ geschiedschrijving
- Echter geen natie, eengemaakt volk
- Meestal tijdelijke en heterogene groepen, multi-etnisch, confederaties,
allianties
Germanen?
- Verzamelnaam voor diverse, heterogene groepen van over de Rijn en
Donau
- Geen eengemaakte Germaanse natie of beschaving
Algemene kanttekeningen
- ‘Barbaren’ al grotendeels geïntegreerd in 5de E RR
o Bevochten Romeinen, maar ook in dienst van of in alliantie met
Romeinen (foederati < foedus = verdrag) bevochten andere
‘barbaren’
- Geen ‘opstandelingen’ die RR omverwerpen
o Vele confederaties en rijken zoeken duurzame integratie binnen Rijk
o Botsingen voornamelijk over de modaliteit van de verhoudingen
, o ‘barbaren’ beschouwen zich als erfgenamen of behouders RR
Periodisering
Ongeveer 200 jaar (ca. 370-568)
- Sedentaire volkeren van aan grenzen vestigen zich binnen Rijk
- Na 6de E conflicten en invallen vanuit periferie
o O.a. Noormannen, Saracenen en Magyaren
Verklaringsmodellen
Externe factoren Hunnen als katalysator voor plotse exogene shock
Kern: Romeinse rijk is gevallen door exogene shok van barbaarse invallers
veroorzaakt door de Hunnen
De hunnen:
- Groepen nomaden uit W-Euraziatische, Pontisch-Kaspische steppe
- Contacten met ORR: raids slaven, buit en tribuut, ook huurlingen
- Historische reputatie geweld, terreur Romeinen spreken er enorm
negatief over
Waar zaten de hunnen:
- Hunnenrijk in Euraziatische steppe
o 1e keer ten noorden van Donau in 370 tussen Zwarte Zee en
Hongarije
Mogelijks verplaatsing door klimaatveranderingen
o Begin 5de E: gebied tussen Baltische en Kaspische Zee
Raids, leven van buit en tribuut van ORR
- Korte passage in Gallië
o Inval onder Attila in 450 verslagen in 451 op Catalaunische velden
o Tegen coalitie van Franken, Goten en Romeinen o.l.v. Aetius
- Italiaanse campagne en einde
o 452, door N-Italië plundering van Rome verhinderd
Verhinderd door paus Leo I of epidemie (hadden problemen
met bevoorrading)
o Richting ORR maar Attila sterft (453) (door bloedneus op zijn
huwelijksnacht, wrs een hersenbloeding door te veel drank)
Heeft een zoon maar is niet waardig
Verdeeldheid vallen uiteen
Verslagen in 454 door barbaren
Impact?
- Directe impact: beperkt
o Nooit significante dreiging
o In Donau-bekken nemen andere volkeren plaats in
Pannonia, Moesia( Ostrogoten), Dacia(Gepiden)
, Velen sluiten Foedus met ORR
- Indirecte impact: Val WRR?
o Domino-effect: jhunnen drijven andere confederaties voor zich uit?
Germanen bang van hunnen gaan grens oversteken naar
RR
o Rome niet bestand tegen exogene shock van voortgedreven
volkeren
Barbaren beter en sterker georganiseerd dan hun
voorgangers (darwinistische evolutie)
o Eco kwetsbaarheid verergerd door plunderingen en geweld
Konden het leger niet meer deftig financieren
Kritiek op verklaring
- Rome als een passief en weerloos slachtoffer
- Negatie van integratie ‘barbaren’ in het RR
o Vaak met toelating van RR
- Negatie van transformatie van het RR
o miskent transformatie en flexibiliteit in hun omgang met barbaarse
volkeren
- Overschatting van exogene shock van invallers
Model staat hand in hand met het ‘catastrofe model’ = bruuske implosie
na verval
Interne factoren transformatie van het Rijk en gewijzigde interacties met
barbaren
Wat?
- Volksverhuizingen en barbaarse rijken zijn het gevolg van gewijzigde
interacties
- Politieke transformaties binnen volkeren zelf (ontstaan grotere
confederaties)
o Meer druk zetten wegens meer manschappen
- Verschillende vormen van leiderschap
o Verschillende termen onduidelijk verschil
Warlords (kort termijn) = autoriteit berust op succes op
slagveld & uitwisselen van gunsten en giften
Sacrale leider (lang termijn) = autoriteit berust op
bovennatuurlijke
o Via verkiezingen, loting of overerving
Wie?
- Reeks koninkrijkjes aan grenzen
o Afhankelijk (deels) <-> autonoom
Wanneer?
, - Vroege keizertijd:
o Fragmentatie volkeren door stabiele en proactieve Romeinse
grensverdediging
- Crisis derde eeuw
o Minder waakzaam & grotere confederaties steken vaker grens
over
Grenzen zijn geen ondoordringbare barrières, veel culturele ‘osmose’
Hoe? gewijzigde interacties tussen barbaren aan grenzen en Rome
- Tribuut (3e en 4e E): conflicten aan de grens afkopen
o Politieke crisis 3e E: verzwakte grensverdediging raids onrust
aan de Romeinse top
o Schenking door Rom overheden van kostbare voorwerpen aan lokale
barbaarse leiders (tribuut)
o Gevolg: accumulatie rijkdom & machtsconsolidatie barbaarse leiders
meer krijgers begunstigen en verzekeren van hun loyauteit
Ontstaan grotere confederaties kunnen meer druk zetten
Toch afhankelijk geworden van influx rijkdommen
- Foedus (2 helft 4e en 5e E): bewuste Rom strategie van integratie van
e
specifieke groepen barbaren in rijk
o Verdrag (=foedus) tussen een barbaarse confederatie en RR:
vesteging in RR en verdediging grenzen tegen andere barbaren
o Onderhandeling, soms dispuut over modaliteit (: kwaliteit land,
soldij, bevoorrading en status leider
o Voor Rom keizers en pretendenten: nood aan rekruten leger en
bondgenoten in strijd keizerschap
Ookal niet altijd even loyaal wegens eigen agenda
o Voor provinciale elites: barbaarse machthebbers nabijer en
toegankelijker dan imperiale bureaucratie
Crisis aan de grenzen (380-420)
Noordoostelijke periferie: de Rijn
- 388: Dood Magnus Maximus (WRR) = Spaanse generaal en keizer-
pretendent, grijpt macht in W na verdrijven van Valentianus II
o Verslagen door Theodosius de Grote (388), keizer ORR verenigd met
WRR onder 1 keizer
o Uitkomst? = verzwakking en terugtrekken van R aanwezigheid in N-
Gallië en Brittannië
Bloedige campagnes decimering legers van Maximus
Disruptieve impact op grensverdediging (veel legioenen
weggehaald)
machtsvacuüm
Romeinse ambtenaren vluchten naar Z, hoofdplaats Gallië
van Trier naar Arles
einde Rom bestuurlijke en militaire aanwezigheid in Brittannië en
N-Gallië
- 406: oversteek barbaren aan de rijn bij Mainz