Orthopedagogisch werken 1
Thema 1: De basis van het orthopedagogische werken
In dit thema worden deze elementen besproken:
- de fundamenten van het orthopedagogisch handelen
- de rollen van de orthopedagogisch begeleider
- de betekenis van ondersteuning en begeleiding
- de basishoudingen
- de verschillende hulpverleningsmodellen
1.1. De rollen van de orthopedagogisch begeleider
We hebben 4 centrale rollen maar in dit thema bespreken we
er 3:
- begeleider
- verbinder
- activator
1.1.1. De begeleider
Als OB begeleiden we deze mensen in hun dagelijks leven ->
we worden ook wel de expert van het dagelijks leven genoemd.
In de praktijk = ADL = Activiteiten Dagelijks Leven
Wat bieden we aan?
- een stimulerend leefklimaat
- ondersteuning op maat.
Bijvoorbeeld: Marian houdt enorm van gezelligheid, ze vindt het daarom
heel leuk dat de OB vrijdag even bij haar in de zetel komt zitten.
- we geven begeleiding waar nodig
Bijvoorbeeld: Thomas zet graag koffie maar de koffie is vaak te sterk,
na stapsgewijs met Thomas een aan leerprogramma “koffiezetten” in te
bouwen, en op de waterkan een zichtbaar stopstreep te zetten kan
Thomas koffie maken als de beste.
1
,We werken daarom met orthopedagogische werkvormen of methodieken, het
is belangrijk dat we niet zomaar intuïtief handelen maar
doelgericht met onze kennis handelen.
We werken altijd op:
- de maat van de cliënt
- we houden rekening met zijn interesses en
mogelijkheden
- hun talenten en beperkingen
Deze werkvormen stemmen we af op:
- het tempo
- de mogelijkheden
- de context
De begeleider is altijd bij de cliënt, het is de basis van de andere rollen. Ze
bieden:
- hulp
- doen de afwas
- hulp bij het dagelijks leven
- ,...
1.1.2. De verbinder
De verbinder heeft een paar belangrijke taken die te maken hebben met het
netwerk van de cliënt. Het netwerk van een cliënt is alles en iedereen die een
verbinding heeft met de cliënt bijvoorbeeld:
- de ouders
- de bakker om de hoek
- de grootouders
- de vriend/vriendin
- ,...
Wat doet de verbinder met het netwerk:
- Benutten: we benutten het netwerk om zo contact te leren hebben met
de mensen vanuit het netwerk en zo eventueel ondersteuning op te
roepen. Het contact met de buurvrouw kan zo groeien van een
2
, goeiedag tot een potje koffie tot iemand die boodschappen kan doen (->
ondersteuning).
- Versterken: we maken de huidige sociale contacten sterker en steviger,
daarom is het heel belangrijk dat we het netwerk actief betrekken.
Wanneer de kinderen in een leefgroep leven met allemaal nieuwe
mensen moet je de netwerken versterken zodat ze het zien zitten om
samen te leven.
- Creëren: we moedigen de cliënt aan om iets nieuws te doen. Zo
stimuleren we de cliënt bijvoorbeeld om naar de kapper te gaan, een
nieuwe hobby te zoeken,...
- Realiseren van maximale maatschappelijke participatie: mensen
hebben een intrinsieke nood om zich deel uit te laten maken van iets
groter -> mensen in kwetsbare situatie -> voelen zich meestal alleen en
hebben niet zo’n groot netwerk. Ze moeten dus het gevoel hebben dat
ze erbij horen in de maatschappij. Ze willen dus deelnemen aan de
samenleving en een actieve rol innemen in de maatschappij.
Voorbeeld van een begeleidingstaak:
Konekt: Deze organisatie biedt een cursus ‘co-begeleider in de kleuterklas’.
Jongeren met een beperking kunnen zo de kans krijgen om te ondersteunen
in een kleuterklas.
Voorbeeld van een ondersteuningstaak:
Nico gaat op woensdagmiddag altijd fietsen met een vrijwilliger. Hij geniet van
de buitenlucht maar kan niet zelfstandig door het verkeer. Vanaf volgende
week start een nieuwe vrijwilliger, de OB gaat eerst eens mee om alles goed
uit te leggen aan de nieuwe vrijwilliger.
1.1.3. Activator
We streven als OB meer en meer naar de zelfregie van onze cliënt. Dit wil
zeggen dat we streven naar dat de cliënt zo veel mogelijk zijn eigen keuzes
maakt, zo veel mogelijk eigen richting geeft in zijn leven en dus weet wat hij
belangrijk vindt.
Hoe streven we naar zelfregie:
- oog voor de krachten van de cliënt
3
, - rekening houden met hun kwetsbaarheden
Als OB moeten we soms keuzes maken voor onze cliënt, we doen dit zo veel
mogelijk in overleg met de cliënt zelf en zijn sociaal netwerk.
Wanneer een overleg niet mogelijk is gebruiken we ons:
- inlevingsvermogen
- kennis die we hebben over de cliënt
Voorbeeld van een begeleidingstaak:
Elena gaat zelfstandig wonen, haar begeleiders bereiden haar al maanden
voor op het zelfstandig wonen. Wanneer Elena haar
even onzeker voelt trekken haar begeleiders er haar
weer even door.
Voorbeeld van een ondersteuningstaak:
Gerda wil altijd haar krant kopen maar kan niet zo goed meer van het afstapje.
Begeleider helpt Gerda van het opstapje, wanneer ze er bijna is belt ze naar
de begeleider om haar weer even te helpen.
1.2. Ondersteuning en begeleiding
1.2.1. Ondersteuning
= alles wat zich afspeelt tussen 2 personen, de cliënt is hierbij enerzijds
afhankelijk van de begeleider. Aan de andere kant ontwikkelt de cliënt zich tot
een meer zelfstandig persoon.
De ondersteuning van de cliënt gaat dus steeds meer om in de vorm van een
dialoog.
In dialoog wordt de WAT? bepaald:
- cliënt heeft inspraak en kan zelf bespreken en beslissen
4
Thema 1: De basis van het orthopedagogische werken
In dit thema worden deze elementen besproken:
- de fundamenten van het orthopedagogisch handelen
- de rollen van de orthopedagogisch begeleider
- de betekenis van ondersteuning en begeleiding
- de basishoudingen
- de verschillende hulpverleningsmodellen
1.1. De rollen van de orthopedagogisch begeleider
We hebben 4 centrale rollen maar in dit thema bespreken we
er 3:
- begeleider
- verbinder
- activator
1.1.1. De begeleider
Als OB begeleiden we deze mensen in hun dagelijks leven ->
we worden ook wel de expert van het dagelijks leven genoemd.
In de praktijk = ADL = Activiteiten Dagelijks Leven
Wat bieden we aan?
- een stimulerend leefklimaat
- ondersteuning op maat.
Bijvoorbeeld: Marian houdt enorm van gezelligheid, ze vindt het daarom
heel leuk dat de OB vrijdag even bij haar in de zetel komt zitten.
- we geven begeleiding waar nodig
Bijvoorbeeld: Thomas zet graag koffie maar de koffie is vaak te sterk,
na stapsgewijs met Thomas een aan leerprogramma “koffiezetten” in te
bouwen, en op de waterkan een zichtbaar stopstreep te zetten kan
Thomas koffie maken als de beste.
1
,We werken daarom met orthopedagogische werkvormen of methodieken, het
is belangrijk dat we niet zomaar intuïtief handelen maar
doelgericht met onze kennis handelen.
We werken altijd op:
- de maat van de cliënt
- we houden rekening met zijn interesses en
mogelijkheden
- hun talenten en beperkingen
Deze werkvormen stemmen we af op:
- het tempo
- de mogelijkheden
- de context
De begeleider is altijd bij de cliënt, het is de basis van de andere rollen. Ze
bieden:
- hulp
- doen de afwas
- hulp bij het dagelijks leven
- ,...
1.1.2. De verbinder
De verbinder heeft een paar belangrijke taken die te maken hebben met het
netwerk van de cliënt. Het netwerk van een cliënt is alles en iedereen die een
verbinding heeft met de cliënt bijvoorbeeld:
- de ouders
- de bakker om de hoek
- de grootouders
- de vriend/vriendin
- ,...
Wat doet de verbinder met het netwerk:
- Benutten: we benutten het netwerk om zo contact te leren hebben met
de mensen vanuit het netwerk en zo eventueel ondersteuning op te
roepen. Het contact met de buurvrouw kan zo groeien van een
2
, goeiedag tot een potje koffie tot iemand die boodschappen kan doen (->
ondersteuning).
- Versterken: we maken de huidige sociale contacten sterker en steviger,
daarom is het heel belangrijk dat we het netwerk actief betrekken.
Wanneer de kinderen in een leefgroep leven met allemaal nieuwe
mensen moet je de netwerken versterken zodat ze het zien zitten om
samen te leven.
- Creëren: we moedigen de cliënt aan om iets nieuws te doen. Zo
stimuleren we de cliënt bijvoorbeeld om naar de kapper te gaan, een
nieuwe hobby te zoeken,...
- Realiseren van maximale maatschappelijke participatie: mensen
hebben een intrinsieke nood om zich deel uit te laten maken van iets
groter -> mensen in kwetsbare situatie -> voelen zich meestal alleen en
hebben niet zo’n groot netwerk. Ze moeten dus het gevoel hebben dat
ze erbij horen in de maatschappij. Ze willen dus deelnemen aan de
samenleving en een actieve rol innemen in de maatschappij.
Voorbeeld van een begeleidingstaak:
Konekt: Deze organisatie biedt een cursus ‘co-begeleider in de kleuterklas’.
Jongeren met een beperking kunnen zo de kans krijgen om te ondersteunen
in een kleuterklas.
Voorbeeld van een ondersteuningstaak:
Nico gaat op woensdagmiddag altijd fietsen met een vrijwilliger. Hij geniet van
de buitenlucht maar kan niet zelfstandig door het verkeer. Vanaf volgende
week start een nieuwe vrijwilliger, de OB gaat eerst eens mee om alles goed
uit te leggen aan de nieuwe vrijwilliger.
1.1.3. Activator
We streven als OB meer en meer naar de zelfregie van onze cliënt. Dit wil
zeggen dat we streven naar dat de cliënt zo veel mogelijk zijn eigen keuzes
maakt, zo veel mogelijk eigen richting geeft in zijn leven en dus weet wat hij
belangrijk vindt.
Hoe streven we naar zelfregie:
- oog voor de krachten van de cliënt
3
, - rekening houden met hun kwetsbaarheden
Als OB moeten we soms keuzes maken voor onze cliënt, we doen dit zo veel
mogelijk in overleg met de cliënt zelf en zijn sociaal netwerk.
Wanneer een overleg niet mogelijk is gebruiken we ons:
- inlevingsvermogen
- kennis die we hebben over de cliënt
Voorbeeld van een begeleidingstaak:
Elena gaat zelfstandig wonen, haar begeleiders bereiden haar al maanden
voor op het zelfstandig wonen. Wanneer Elena haar
even onzeker voelt trekken haar begeleiders er haar
weer even door.
Voorbeeld van een ondersteuningstaak:
Gerda wil altijd haar krant kopen maar kan niet zo goed meer van het afstapje.
Begeleider helpt Gerda van het opstapje, wanneer ze er bijna is belt ze naar
de begeleider om haar weer even te helpen.
1.2. Ondersteuning en begeleiding
1.2.1. Ondersteuning
= alles wat zich afspeelt tussen 2 personen, de cliënt is hierbij enerzijds
afhankelijk van de begeleider. Aan de andere kant ontwikkelt de cliënt zich tot
een meer zelfstandig persoon.
De ondersteuning van de cliënt gaat dus steeds meer om in de vorm van een
dialoog.
In dialoog wordt de WAT? bepaald:
- cliënt heeft inspraak en kan zelf bespreken en beslissen
4