BASIS VAN DE MOLECULAIRE
BIOLOGIE
H1: GRONDLEGGERS VAN DE MOLECULAIRE BIOLOGIE
Moleculaire biologie = studie v/h leven op moleculair niveau
DNA
1.1 INZICHTEN IN DE NATUUR VAN HET ERFELIJK MATERIAAL
1.1.1 DE WETTEN VAN MENDEL
Gregor Mendel: patroon overerving bij erwten overerfbare partikels:
dominant/recessief
EXP: monohybride kruising: gladde/gerimpelde zaden
P-generatie: zuivere lijn: zelfbestuiving erwten, F1-generatie: 100% dominant, F2-
generatie: 3/1
Uniformiteitswet
Splitsingswet = wet der segregatie
Onafhankelijkheidswet
Gen
1.1.2 CHROMOSOMEN ZIJN DE DRAGERS VAN ERFELIJKE KENMERKEN
THEORIE VAN CHROMOSOMALE OVERERVING
Walther Flemming: beschrijving mitose en chromosomen (chromatine) EXP:
kleuringen
Chromosomen tijdens celdeling gesplitst en verdeeld over dochtercellen
Theodor Boveri en Walter Sutton: beschrijving meiose EXP:
spoelworm, sprinkhanen
Splitsing homologe chromosomen segregatie allelen (Mendel)
Onafhankelijke overeving indien kenmerken op verschillende
chromosomen zitten (positionering homologe chromosomen willekeurig,
onafh genetische variatie
Gameten: haploid; volledige chromosomenset: diploid (na bevruchting)
Afwijking normaal aantal chromosomen ontwikkelingsdefecten
Herontdekking Mendel’s werk
Thomas Hunt Morgan: ontdekking mutatie EXP: fruitvliegjes
Genen zitten op chromosomen (chromosomen zijn fysische drager van
erfelijke info)
1.1.3 DNA IS HET “TRANSFORMING PRINCIPLE”
,Friedrich Miescher: chemische samenstelling celkern EXP: witte
bloedcellen
Celkern: 1/3 nucleïne, 2/3 eiwit
Nucleïne: veel P, geen S, resistent tegen proteolyse
Phoebus Levene: tetranucleotide hypothese
DNA: nucleotide bouwsteen: suiker + base (A, C, G, T) + fosfaatgroep
,Frederick Griffith: “transforming principle”
EXP: 2 bacteriestammen: R = niet-virulent, S = longontsteking; injectie in muis
Levende R bacteriën muis overleeft
Levende S bacteriën muis sterft
Dode S bacteriën muis overleeft
Dode S en levende R bacteriën muis sterft transformerende factor
Avery, McCarthy, McLeod: DNA is transforming principle
EXP: S bacteriën in vitro groeien en doden
suikers en vetten verwijderen
gedode bacteriën met protease, ribonuclease, desoxyribonucleasen
combineren met levende R bacteriën
levende S cellen in proteinase- en ribonuclease-behandelde S-cellen,
niet in deoxyribonuclease
DNA = transformerende factor
Alfred Hershey en Martha Chase: DNA is transforming principle
EXP: bacteriofaag = virus die bacteriën infecteert (injectie van substantie) en
instrueert nieuwe faagpartikels aan te maken (bevat genetisch materiaal van
bacteriofaag)
Bacteriofaag opgebouwd uit eiwit en DNA radioisotopen: S = faageiwitten, P =
DNA
Bacterie infecteren door gemerkte bacteriofaag
bacteriën en fagen in blender van elkaar scheiden
centrifuge v/h mengsel bacteriën en fagen (zwaar gepelleteerd, lichtere
fagen in oplossing)
S: enkel in fagen, P: in bacterie en fagen
DNA = transformerende factor = erfelijkheidsdrager
1.2 EEN MODEL VOOR DE STRUCTUUR VAN DNA
Erwin Chargaff: de regel van Chargaff
Hoeveelheid verschillende basen verschilt tussen individuen van
verschillende soorten, maar niet tussen individuen van dezelfde soort
Hoeveelheid A = T, hoeveelheid C = G regel van chargaff
Hoeveelheid purines = pyrimidines
Linus Pauling: 3D-model obv gekende moleculaire afstanden en bindingshoeken
(fout)
Rosalind Franklin en Maurice Wilkins: X-straaldiffractie
James Watson en Francis Crick: DNA-structuur = dubbele helix (door
Rosalind en Chargaff)
1.3 HET CENTRALE DOGMA
DNA RNA eiwit; eens info in eiwit zit, kan het er niet meer uit (paar uitz)
Replicatie = exacte DNA kopie van originele DNA matrijs
, Transcriptie = DNA gekopieerd naar enkelstrengig DNA met dezelfde
sequentie
Translatie = RNA omgezet in eiwit
BIOLOGIE
H1: GRONDLEGGERS VAN DE MOLECULAIRE BIOLOGIE
Moleculaire biologie = studie v/h leven op moleculair niveau
DNA
1.1 INZICHTEN IN DE NATUUR VAN HET ERFELIJK MATERIAAL
1.1.1 DE WETTEN VAN MENDEL
Gregor Mendel: patroon overerving bij erwten overerfbare partikels:
dominant/recessief
EXP: monohybride kruising: gladde/gerimpelde zaden
P-generatie: zuivere lijn: zelfbestuiving erwten, F1-generatie: 100% dominant, F2-
generatie: 3/1
Uniformiteitswet
Splitsingswet = wet der segregatie
Onafhankelijkheidswet
Gen
1.1.2 CHROMOSOMEN ZIJN DE DRAGERS VAN ERFELIJKE KENMERKEN
THEORIE VAN CHROMOSOMALE OVERERVING
Walther Flemming: beschrijving mitose en chromosomen (chromatine) EXP:
kleuringen
Chromosomen tijdens celdeling gesplitst en verdeeld over dochtercellen
Theodor Boveri en Walter Sutton: beschrijving meiose EXP:
spoelworm, sprinkhanen
Splitsing homologe chromosomen segregatie allelen (Mendel)
Onafhankelijke overeving indien kenmerken op verschillende
chromosomen zitten (positionering homologe chromosomen willekeurig,
onafh genetische variatie
Gameten: haploid; volledige chromosomenset: diploid (na bevruchting)
Afwijking normaal aantal chromosomen ontwikkelingsdefecten
Herontdekking Mendel’s werk
Thomas Hunt Morgan: ontdekking mutatie EXP: fruitvliegjes
Genen zitten op chromosomen (chromosomen zijn fysische drager van
erfelijke info)
1.1.3 DNA IS HET “TRANSFORMING PRINCIPLE”
,Friedrich Miescher: chemische samenstelling celkern EXP: witte
bloedcellen
Celkern: 1/3 nucleïne, 2/3 eiwit
Nucleïne: veel P, geen S, resistent tegen proteolyse
Phoebus Levene: tetranucleotide hypothese
DNA: nucleotide bouwsteen: suiker + base (A, C, G, T) + fosfaatgroep
,Frederick Griffith: “transforming principle”
EXP: 2 bacteriestammen: R = niet-virulent, S = longontsteking; injectie in muis
Levende R bacteriën muis overleeft
Levende S bacteriën muis sterft
Dode S bacteriën muis overleeft
Dode S en levende R bacteriën muis sterft transformerende factor
Avery, McCarthy, McLeod: DNA is transforming principle
EXP: S bacteriën in vitro groeien en doden
suikers en vetten verwijderen
gedode bacteriën met protease, ribonuclease, desoxyribonucleasen
combineren met levende R bacteriën
levende S cellen in proteinase- en ribonuclease-behandelde S-cellen,
niet in deoxyribonuclease
DNA = transformerende factor
Alfred Hershey en Martha Chase: DNA is transforming principle
EXP: bacteriofaag = virus die bacteriën infecteert (injectie van substantie) en
instrueert nieuwe faagpartikels aan te maken (bevat genetisch materiaal van
bacteriofaag)
Bacteriofaag opgebouwd uit eiwit en DNA radioisotopen: S = faageiwitten, P =
DNA
Bacterie infecteren door gemerkte bacteriofaag
bacteriën en fagen in blender van elkaar scheiden
centrifuge v/h mengsel bacteriën en fagen (zwaar gepelleteerd, lichtere
fagen in oplossing)
S: enkel in fagen, P: in bacterie en fagen
DNA = transformerende factor = erfelijkheidsdrager
1.2 EEN MODEL VOOR DE STRUCTUUR VAN DNA
Erwin Chargaff: de regel van Chargaff
Hoeveelheid verschillende basen verschilt tussen individuen van
verschillende soorten, maar niet tussen individuen van dezelfde soort
Hoeveelheid A = T, hoeveelheid C = G regel van chargaff
Hoeveelheid purines = pyrimidines
Linus Pauling: 3D-model obv gekende moleculaire afstanden en bindingshoeken
(fout)
Rosalind Franklin en Maurice Wilkins: X-straaldiffractie
James Watson en Francis Crick: DNA-structuur = dubbele helix (door
Rosalind en Chargaff)
1.3 HET CENTRALE DOGMA
DNA RNA eiwit; eens info in eiwit zit, kan het er niet meer uit (paar uitz)
Replicatie = exacte DNA kopie van originele DNA matrijs
, Transcriptie = DNA gekopieerd naar enkelstrengig DNA met dezelfde
sequentie
Translatie = RNA omgezet in eiwit