1. Het internationaal verdrag van de
rechten van het kind
Inleiding
54 artikelen: minimumeisen waaraan voldaan moet worden in de omgang
met en de zorg voor kinderen => 3 P’s
= kinderrechtenverdrag
= IVRK: 3 P’s: provision, protection, participation
Rechten: Burgerlijk, Politiek, Economisch, Sociaal, Cultureel
Kinderen en jongeren tot 18 jaar => van toepassing op elke minderjarige
+ op alle levensdomeinen.
Artikel 1: ieder mens jonger dan 18 jaar, tenzij volgens het op het kind van
toepassing zijnde recht de meerderjarigheid eerder wordt bereikt (niet van
toepassing in België => meerderjarigheid = 18 jaar zijn)
Het IVRK = een internationale overeenkomst die specifieke rechten voor
kinderen erkent, met name de burgerlijke, politieke, economische, sociale
en culturele. Het vedrag is juridisch bindend en heeft het leven van
kinderen over de hele wereld helpen veranderen.
4 belangrijke beginselen:
- Non-discriminatie (artikel 2)
- Het belang van het kind (artikel 3)
- Leven en ontwikkeling (artikel 6)
- Stem van het kind (artikel 12)
Kinderrechtenreflex = drijfveer om in het denken en handelen rekening te
houden met de rechten van kinderen en jongeren
1.1. Ontstaansgeschiedenis
1948: Universele Verklaring voor de Rechten van de mens
1958: Verklaring rechten van het kind => kinderen die specifieke
bescherming nodig hadden => kwetsbare positie
1
,1989: goedkeuring kinderrechtenverdrag door VN => erkenning van
kinderen als actieve rechtssubjecte, met participatiemogelijkheden =>
over en met kinderen praten over hun rechten => ondertekend door 196
landen
Wordt gecontroleerd door het Comité voor de rechten van het kind = een
comité van onafhankelijke experten
1.2. De inhoud van het verdrag
zie p25-27
1.2.1. De vier basisbeginselen
De basisbeginselen zijn geofmuleerd door het Comité voor de Rechten van
het Kind
Non-discriminatie: artikel 2
De Staten die partij zijn bij dit Verdrag, eerbiedigen en waarborgen de in
het verdrag beschreven rechten voor ieder kind onder hun
rechtsbevoegdheud zonder discriminatie van welke aard ook, ongeacht
ras, huidskleur, geslacht, taal, godsdienst, politieke of andere overtuiging,
nationale, etnische of maatschappelijke afkomst, welstand, handicap,
geboorte of andere omstandigheid van het kind of van zijn of haar ouder
of wettige voogd. De Staten die partij zijn, nemen alle passende
maatregelen om te waarborgen dat het kind wordt beschermd tegen alle
vormen van discriminatie of bestraffinf p hrodn van de status of de
activiteiten van, de meningen geuit door of de overtuigingen van de
ouders, wettige voogden of familieleden van het kind.
Belang van het kind: artikel 3
Bij alle maatregelen betreffende kinderen, ongeacht of deze worden
genomen door openbare of particuliere instellingen voor maatschappelijk
welzijn of door rechterlijke instanties, bestuurlijke autoriteiten of
wetgevende lichamen, vormen de belangen van het kind de eerste
overweging.
2.De Staten die partij zijn, verbinden zich ertoe het kind te verzekeren van
de bescherming en de zorg die nodig zijn voor zijn of haar welzijn,
rekening houdend met de rechten en plichten van zijn of haar ouders,
wettige voogden of anderen die wettelijk verantwoordelijk voor het kind
zijn, en nemen hiertoe alle passende wettelijke en bestuur maatregelen.
3. De Staten die partij zijn, waarborgen dat de instellingen, diensten en
voorzieningen die verantwoordelijk zijn voor de zorg voor of de
bescherming van kinderen voldoen aan de door de bevoegde autoriteiten
vastgestelde normen, met name ten aanzien van de veiligheid en
gezondheid, het aantal personeelsleden en hun geschiktheid, alsmede
bevoegd toezicht.
2
,Leven en ontwikkeling: artikel 6
De Staten die partij zijn, erkennen dat ieder kind het inherente recht op
leven heeft.
2.De Staten die partij zijn, waarborgen in de ruimst mogelijke mate de
mogelijkheden tot overleven en de ontwikkeling van het kind.
Stem van het kind: artikel 12
Het recht van het kind om zijn of haar mening te kennen te geven en het
recht op het feit dat met deze mening rekening wordt gehouden in elke
aangelegenheid of procedure die het kind betreft. De Staten die partij zijn,
verzekeren het kind dat in staat is zijn of haar eigen mening te vormen,
het recht die mening vrijelijk te uiten in alle aangelegenheden die het kind
betreffen, waarbij aan de mening van het kind passend belang wordt
gehecht in overeenstemming met zijn of haar leeftijd en rijpheid.
2.Hiertoe wordt het kind met name in de gelegenheid gesteld te worden
gehoord in iedere gerechtelijke en bestuurlijke procedure die het kind
betreft, hetzij rechtstreeks, hetzij door tussenkomst van een
vertegenwoordige of een daarvoor geschikte instelling, op een wijze die
verenigbaar is met de procedureregels van het nationale recht.
Dit artikel kent geen leeftijdsgrenzen. Het stelt ook geen limieten aan de
zaken waarover of de manier waarop een kind zijn of haar mening wenst
te uiten.
1.2.2. De drie P’s: leidende principes
Inhoudelijk worden de rechten gegroepeerd in 3 P’s: protection
(bescherming), provision (provisie of voorziening) en participation
(participatie).
Geen hiërarchie
Sterkte van kinderrechten: oog voor samenspel van de drie categorieën,
de ene P is onlosmakelijk verbonden met de andere.
De protectierechten (bescherm mij-recht)
Rechten komen voort uit specifieke behoeften van kinderen
= Specifieke rechten die de kinderen en jongeren beschermen tegen
geweld, mishandeling, oorlog, armoede, uitbuiting, schadelijke praktijken,
…
De provisierechten (geef mij toegang- rechten)
= Rechten die ervoor zorgen dat een kind alles krijgt dat het nodig heeft
om zich te ontwikkelen.
Gaan over: onderwijs, vrije tijd, rust en het recht om te hebben, te
ontvangen en toegang te hebben tot bepaalde diensten en voorzieningen.
Recht op: toegang tot aangepaste zorg op maat van de behoeften van
kinderen en jongeren
3
, De participatierechten (laat mij meedoen-rechten)
= Rechten die ervoor zorgen dat het kind gehoord wordt als volwaardige
burger: kinderen krijgen een stem, in beslissingen die over hen genomen
worden en die hun leven kunnen beïnvloeden
1.2.3. Draagwijdte van het IVRK
Na ratificatie is België juridisch verplicht alle artikelen uit het
Kinderrechtenverdrag en de bijbehorende protocollen na te leven en uit te
dragen.
Alle bestuursniveaus: verplicht => rechtstreeks toepasselijk
Rechtstreekse toepassing en directe werking: je kan als individu ieder
recht uit het verdrag inroepen voor een Belgische rechtbank of
gerechtelijke instantie.
Directe werking bij een internationale bepaling: bovenaan de
normenhiërarchie => voorrang op eventuele conflicterende interne
normen. Rechters bepalen of een artikel al dan niet directe werking heeft.
Kinderen en jongeren kunnen in België doorgaans geen zelfstandige
toegang krijgen tot de rechter = geen wettelijke bekwaamheid =>
procedures voor de rechtbank worden in naam van het kind gevoerd door
zijn of haar wettelijke vertegenwoordiger.
Internationale klachtenrecht bij het comité voor de rechten van het kind=
alternatieve route als de nationale rechtsmiddelen tekortschieten.
1.3. De actoren die toezien op de toepasing van het
IVRK
Een land bepaalt zelf hoe die toeziet op de toepassing van de
kinderrechten.
Op Vlaams niveau: Kinderrechtencommisariaat, de Kinderrechtencoalitie,
JoKER en tZitemzo
Federaal niveau: de Nationale Commissie voor de Rechten van het Kind
(NCRK) en het kenniscentrum Kinderrechten vzw (KeKi)
1.3.1. Het Internationaal Comité voor de Rechten van het
Kind
Artikel 43: van het IVRK stelt dat het Comité voor de Rechten van het Kind
toeziet op de naleving van het VN-kinderrechtenverdrag.
Taken:
- rapportages bestuderen
- aanbevelingen doen obv officiële en alternatieve rapporten
- buigen over klrachten die werden ingediend op grond van het derde
facultatieve protocol.
=>Evaluatie naleving kinderrechten in elk land
4
rechten van het kind
Inleiding
54 artikelen: minimumeisen waaraan voldaan moet worden in de omgang
met en de zorg voor kinderen => 3 P’s
= kinderrechtenverdrag
= IVRK: 3 P’s: provision, protection, participation
Rechten: Burgerlijk, Politiek, Economisch, Sociaal, Cultureel
Kinderen en jongeren tot 18 jaar => van toepassing op elke minderjarige
+ op alle levensdomeinen.
Artikel 1: ieder mens jonger dan 18 jaar, tenzij volgens het op het kind van
toepassing zijnde recht de meerderjarigheid eerder wordt bereikt (niet van
toepassing in België => meerderjarigheid = 18 jaar zijn)
Het IVRK = een internationale overeenkomst die specifieke rechten voor
kinderen erkent, met name de burgerlijke, politieke, economische, sociale
en culturele. Het vedrag is juridisch bindend en heeft het leven van
kinderen over de hele wereld helpen veranderen.
4 belangrijke beginselen:
- Non-discriminatie (artikel 2)
- Het belang van het kind (artikel 3)
- Leven en ontwikkeling (artikel 6)
- Stem van het kind (artikel 12)
Kinderrechtenreflex = drijfveer om in het denken en handelen rekening te
houden met de rechten van kinderen en jongeren
1.1. Ontstaansgeschiedenis
1948: Universele Verklaring voor de Rechten van de mens
1958: Verklaring rechten van het kind => kinderen die specifieke
bescherming nodig hadden => kwetsbare positie
1
,1989: goedkeuring kinderrechtenverdrag door VN => erkenning van
kinderen als actieve rechtssubjecte, met participatiemogelijkheden =>
over en met kinderen praten over hun rechten => ondertekend door 196
landen
Wordt gecontroleerd door het Comité voor de rechten van het kind = een
comité van onafhankelijke experten
1.2. De inhoud van het verdrag
zie p25-27
1.2.1. De vier basisbeginselen
De basisbeginselen zijn geofmuleerd door het Comité voor de Rechten van
het Kind
Non-discriminatie: artikel 2
De Staten die partij zijn bij dit Verdrag, eerbiedigen en waarborgen de in
het verdrag beschreven rechten voor ieder kind onder hun
rechtsbevoegdheud zonder discriminatie van welke aard ook, ongeacht
ras, huidskleur, geslacht, taal, godsdienst, politieke of andere overtuiging,
nationale, etnische of maatschappelijke afkomst, welstand, handicap,
geboorte of andere omstandigheid van het kind of van zijn of haar ouder
of wettige voogd. De Staten die partij zijn, nemen alle passende
maatregelen om te waarborgen dat het kind wordt beschermd tegen alle
vormen van discriminatie of bestraffinf p hrodn van de status of de
activiteiten van, de meningen geuit door of de overtuigingen van de
ouders, wettige voogden of familieleden van het kind.
Belang van het kind: artikel 3
Bij alle maatregelen betreffende kinderen, ongeacht of deze worden
genomen door openbare of particuliere instellingen voor maatschappelijk
welzijn of door rechterlijke instanties, bestuurlijke autoriteiten of
wetgevende lichamen, vormen de belangen van het kind de eerste
overweging.
2.De Staten die partij zijn, verbinden zich ertoe het kind te verzekeren van
de bescherming en de zorg die nodig zijn voor zijn of haar welzijn,
rekening houdend met de rechten en plichten van zijn of haar ouders,
wettige voogden of anderen die wettelijk verantwoordelijk voor het kind
zijn, en nemen hiertoe alle passende wettelijke en bestuur maatregelen.
3. De Staten die partij zijn, waarborgen dat de instellingen, diensten en
voorzieningen die verantwoordelijk zijn voor de zorg voor of de
bescherming van kinderen voldoen aan de door de bevoegde autoriteiten
vastgestelde normen, met name ten aanzien van de veiligheid en
gezondheid, het aantal personeelsleden en hun geschiktheid, alsmede
bevoegd toezicht.
2
,Leven en ontwikkeling: artikel 6
De Staten die partij zijn, erkennen dat ieder kind het inherente recht op
leven heeft.
2.De Staten die partij zijn, waarborgen in de ruimst mogelijke mate de
mogelijkheden tot overleven en de ontwikkeling van het kind.
Stem van het kind: artikel 12
Het recht van het kind om zijn of haar mening te kennen te geven en het
recht op het feit dat met deze mening rekening wordt gehouden in elke
aangelegenheid of procedure die het kind betreft. De Staten die partij zijn,
verzekeren het kind dat in staat is zijn of haar eigen mening te vormen,
het recht die mening vrijelijk te uiten in alle aangelegenheden die het kind
betreffen, waarbij aan de mening van het kind passend belang wordt
gehecht in overeenstemming met zijn of haar leeftijd en rijpheid.
2.Hiertoe wordt het kind met name in de gelegenheid gesteld te worden
gehoord in iedere gerechtelijke en bestuurlijke procedure die het kind
betreft, hetzij rechtstreeks, hetzij door tussenkomst van een
vertegenwoordige of een daarvoor geschikte instelling, op een wijze die
verenigbaar is met de procedureregels van het nationale recht.
Dit artikel kent geen leeftijdsgrenzen. Het stelt ook geen limieten aan de
zaken waarover of de manier waarop een kind zijn of haar mening wenst
te uiten.
1.2.2. De drie P’s: leidende principes
Inhoudelijk worden de rechten gegroepeerd in 3 P’s: protection
(bescherming), provision (provisie of voorziening) en participation
(participatie).
Geen hiërarchie
Sterkte van kinderrechten: oog voor samenspel van de drie categorieën,
de ene P is onlosmakelijk verbonden met de andere.
De protectierechten (bescherm mij-recht)
Rechten komen voort uit specifieke behoeften van kinderen
= Specifieke rechten die de kinderen en jongeren beschermen tegen
geweld, mishandeling, oorlog, armoede, uitbuiting, schadelijke praktijken,
…
De provisierechten (geef mij toegang- rechten)
= Rechten die ervoor zorgen dat een kind alles krijgt dat het nodig heeft
om zich te ontwikkelen.
Gaan over: onderwijs, vrije tijd, rust en het recht om te hebben, te
ontvangen en toegang te hebben tot bepaalde diensten en voorzieningen.
Recht op: toegang tot aangepaste zorg op maat van de behoeften van
kinderen en jongeren
3
, De participatierechten (laat mij meedoen-rechten)
= Rechten die ervoor zorgen dat het kind gehoord wordt als volwaardige
burger: kinderen krijgen een stem, in beslissingen die over hen genomen
worden en die hun leven kunnen beïnvloeden
1.2.3. Draagwijdte van het IVRK
Na ratificatie is België juridisch verplicht alle artikelen uit het
Kinderrechtenverdrag en de bijbehorende protocollen na te leven en uit te
dragen.
Alle bestuursniveaus: verplicht => rechtstreeks toepasselijk
Rechtstreekse toepassing en directe werking: je kan als individu ieder
recht uit het verdrag inroepen voor een Belgische rechtbank of
gerechtelijke instantie.
Directe werking bij een internationale bepaling: bovenaan de
normenhiërarchie => voorrang op eventuele conflicterende interne
normen. Rechters bepalen of een artikel al dan niet directe werking heeft.
Kinderen en jongeren kunnen in België doorgaans geen zelfstandige
toegang krijgen tot de rechter = geen wettelijke bekwaamheid =>
procedures voor de rechtbank worden in naam van het kind gevoerd door
zijn of haar wettelijke vertegenwoordiger.
Internationale klachtenrecht bij het comité voor de rechten van het kind=
alternatieve route als de nationale rechtsmiddelen tekortschieten.
1.3. De actoren die toezien op de toepasing van het
IVRK
Een land bepaalt zelf hoe die toeziet op de toepassing van de
kinderrechten.
Op Vlaams niveau: Kinderrechtencommisariaat, de Kinderrechtencoalitie,
JoKER en tZitemzo
Federaal niveau: de Nationale Commissie voor de Rechten van het Kind
(NCRK) en het kenniscentrum Kinderrechten vzw (KeKi)
1.3.1. Het Internationaal Comité voor de Rechten van het
Kind
Artikel 43: van het IVRK stelt dat het Comité voor de Rechten van het Kind
toeziet op de naleving van het VN-kinderrechtenverdrag.
Taken:
- rapportages bestuderen
- aanbevelingen doen obv officiële en alternatieve rapporten
- buigen over klrachten die werden ingediend op grond van het derde
facultatieve protocol.
=>Evaluatie naleving kinderrechten in elk land
4