Introductie in de bouwstenen
1. Sociaal werk als mensenrechten beroep
2. Een benadering van onderuit
→ duidelijk uitgesproken visie op de rol van sociaal werk bij de realisatie van mensenrechten
→ vertrekken vanuit leefwereld van mensen
→ positie waarbij het SW bouwt aan mensenrechten van onderuit vanuit de confrontatie met
onrechtvaardige situaties
- een ander startpunt dan dat van de formeel verankerde mensenrechten zoals
opgenomen in UVRM of nationale wetgeving
3. Mensenrechten als sociale constructies
De benadering van SW op mensenrechten van onderuit is een uitgesproken contextuele
kijk op de realisatie van mensenrechten
→ MR krijgen daarbij vorm in lokale contexten, in dagelijkse levenspraktijken van mensen
waarin zij worden geconfronteerd met ervaringen van mensonwaaardigheid of sociale
onrechtvaardigheid
- in die contexten gaan mensen weerstand bieden, bestaande machtsprocessen aan
de orde stellen
→ praktijken gaan VOORAF het verwerven van de rechten → vormen drijvende kracht
rechten = product van sociale strijd
mensenrechten ontstaan niet in eerst instantie bij gratie van erkende
mensenrechteninstrumenten, maar daar waar mensen worden geconfronteerd met
onwaardigheid en onrechtvaardigheid → in die contexten ontstaat er een tegenbeweging
→ MR worden geconstrueerd = gemaakt, vormgegegeven als reactie op ervaringen van
onrechtvaardigheid
(MR instrumenten bv. UVRM)
Zelfs wanneer claims voor MR worden omgezet in MR instrumenten → MR moeten nog
steeds vormgegeven worden of geconstrueerd worden
MR
- concrete vertaling naar leefwereld van mensen
- leefwereld kan verschillen afhankelijk plaats, wijk, buurtbewoners,
huisvesting, eigen sociaal-economische achtergrond, sociaal netwerk
→ MR moeten in elke context opnieuw worden geconstrueerd, gedeconstrueerd en
gereconstrueerd worden
= het voortdurend bekijken van Mr in hun context; ze in die context vormgeven, rekening
houden met contextfactoren; opnieuw evalueren wanneer contextfactoren veranderen, weer
vorm geven in overeenstemming met de veranderde contextfactoren
= mensenrechten werk van onderuit
- betrokkenheid in leefwereld
- nadruk op handelingsvermogen van SW’ers
1
,4. De sociale constructie van mensenrechten in SW: anything goes
zijn alle constructies van mensenrechten gerechtvaardigd, zolang ze maar voortkomen uit
de concrete leefwereld waarin ze zijn ingebed?
NEE
→ een anything-goes benadering is niet waar we voor staan
Moeilijk om een benedengrens/ondergrens te bepalen voor mensenrechten
→ idee van conflictueuze consensus
in een samenleving zijn er heel veel verschillende belangen → daarmee omgaan;
- consensus over basiswaarden bij het samenleven (W: vrijheid, gelijkheid,..)
- conflict omarmen over de manier waarop we die W concreet invullen, interpreteren of
construeren
→ invulling kan enorm verschillen afhankelijk van de belangen die bestaan in een
samenleving
VB: Vanuit beginsel van conflictueuze consensus
- aanvaarden dan mannen en vrouwen gelijk zijn
- aanvaarden dat er discussie bestaat over de invulling van die waarde
DUS
ondergrens moeilijk te bepalen op niveau van de invulling of interpretatie van
mensenrechten → in democratische samenlevingen moet
- voortdurend discussie mogelijk zijn
elke mogelijke constructie moet open staan voor kritiek, voor deconstructie en
reconstructie
Van gunst naar recht
5. Sociaal werk als mensenrechten beroep: Een handelingskader
het sociaal handelen is drieledig
1) relationeel handelen → in direct contact, in relatie met andere mensen
2) maatschappelijk handelen → SW’er werkt in een maatschappelijke context met soms
als doel die context te veranderen of verbeteren
3) rechtvaardig handelen → streven naar sociale rechtvaardigheid en menselijke
waardigheid in levens van mensen
2
,handelingskader dat SW’ers moet helpen om mensenrechten vorm te geven en te
construeren
systeemwereld gericht handelen
- verwijst naar de rollen, taken, opdrachten en mandaten van SW’ers bij het
vormgeven aan en het uitbouwen van maatschappelijke hulpbronnen
leefwereldgericht handelen
- veronderstelt dat je rekening houdt met de leefwereld van anderen, divers-sensitief
werken
participatief handelen
- zeggenschap van burgers, belang van democratisch dialoog
politiserend handelen
- normatief beroep
- bevragen en doorbreken van de dominante samenleving orde (doel)
ontgrenzend handelen
- samenwerken, discretionair handelen (de vrijheid om zelfstandig te oordelen of te
handelen)
Systeemwereldgericht handelen
De rollen, taken, opdrachten en mandaten van SW’ers bij het vormgeven aan
maatschappelijke hulpbronnen en het verder uitbouwen ervan (bv; wijkteam, OCMW)
primaire verantwoordelijkheid van de overheid → MR realiseren → sociaal beleid op te
zetten dat de uitbouw van de systeemwereld garandeert
- zorgen voor regelgevende, beleidsmatige en financiële kaders om maatschappelijke
hulpbronnen op te zetten
3
, MAAR de overheid trekt zich meer en meer terug → waardoor aanbod van maatschappelijke
hulpbronnen niet altijd kan worden gegarandeerd (bv; wachtrijen in jeugdhulp)
→ daardoor meer en meer beroep op sociale netwerk van mensen
1. Kerntaak bij systeemwereld gericht handelen: Garanderen van de toegankelijkheid
van maatschappelijke hulpbronnen
Er is een breed aanbod van sociale voorzieningen bv; welzijn, ouderenzorg, jeugdhulp…
→ dat aanbod is vaak ontoegankelijk voor mensen in een maatschappelijk kwetsbare positie
- geen of onvoldoende toegang hebben tot systeemwereld en dus tot
maatschappelijke hulpbronnen → risico: fundamentele rechten worden niet
gerealiseerd
onderbescherming
= geen gebruik maken van openbaar aanbod van rechten en diensten waar je wel
aanspraak op kan maken
- persoon schaamt zich
- niet op de hoogte
- denken niet in aanmerking te komen
- moeilijk met administratieve afhandeling
- regeling van organisatie te complex
PROBLEEM: onderbescherming verhoogt persoonlijke kosten (bv; iemand die ziek is stelt
doktersbezoek uit omdat ze niet op de hoogte zijn van bepaalde vergoedingen, kan de
ziekte verergeren en uiteindelijk nog duurder uitdraaien)
PROBLEEM: het creëert een onrechtvaardige ongelijkheid tussen burgers die gebruik
kunnen maken van een bepaald aanbod en zij voor wie het aanbod ontoegankelijk blijft
= Mattheuseffect
- burgers uit hogere inkomensgroepen relatief meer voordeel halen uit
maatschappelijke dienstverlening dan burgers uit lagere inkomensgroepen
2. Toegankelijkheidsvraagstuk: 7 B’s van toegankelijkheid als referentiekader
1. Beschikbaarheid
= de mate waarin een bepaald aanbod aanwezig is en de vraag of dat aanbod voor de
burger toegankelijk is
PROBLEEM: lange wachtlijsten bv; sociale woningen → lange wachttijden door een grote
woningnood
- signaalfunctie opnemen (aan overheid, wat het probleem is en wat er nodig is om dat
aan te pakken)
- handelings- en discretionaire ruimte = de interpretatie die de SW’er geeft aan regels
of procedures, SW’ers zijn degene die nagaan of de VW zijn ingevuld
Aan sociale voorzieningen of maatschappelijke hulpbronnen zijn vaak voorwaarden
verbonden, in Vlaanderen zijn het de SW’ers die nagaan of de VW al dan niet zijn ingevuld,
daardoor hebben ze een grote handelings- of discretionaire ruimte in de realisatie van die
rechten
4
1. Sociaal werk als mensenrechten beroep
2. Een benadering van onderuit
→ duidelijk uitgesproken visie op de rol van sociaal werk bij de realisatie van mensenrechten
→ vertrekken vanuit leefwereld van mensen
→ positie waarbij het SW bouwt aan mensenrechten van onderuit vanuit de confrontatie met
onrechtvaardige situaties
- een ander startpunt dan dat van de formeel verankerde mensenrechten zoals
opgenomen in UVRM of nationale wetgeving
3. Mensenrechten als sociale constructies
De benadering van SW op mensenrechten van onderuit is een uitgesproken contextuele
kijk op de realisatie van mensenrechten
→ MR krijgen daarbij vorm in lokale contexten, in dagelijkse levenspraktijken van mensen
waarin zij worden geconfronteerd met ervaringen van mensonwaaardigheid of sociale
onrechtvaardigheid
- in die contexten gaan mensen weerstand bieden, bestaande machtsprocessen aan
de orde stellen
→ praktijken gaan VOORAF het verwerven van de rechten → vormen drijvende kracht
rechten = product van sociale strijd
mensenrechten ontstaan niet in eerst instantie bij gratie van erkende
mensenrechteninstrumenten, maar daar waar mensen worden geconfronteerd met
onwaardigheid en onrechtvaardigheid → in die contexten ontstaat er een tegenbeweging
→ MR worden geconstrueerd = gemaakt, vormgegegeven als reactie op ervaringen van
onrechtvaardigheid
(MR instrumenten bv. UVRM)
Zelfs wanneer claims voor MR worden omgezet in MR instrumenten → MR moeten nog
steeds vormgegeven worden of geconstrueerd worden
MR
- concrete vertaling naar leefwereld van mensen
- leefwereld kan verschillen afhankelijk plaats, wijk, buurtbewoners,
huisvesting, eigen sociaal-economische achtergrond, sociaal netwerk
→ MR moeten in elke context opnieuw worden geconstrueerd, gedeconstrueerd en
gereconstrueerd worden
= het voortdurend bekijken van Mr in hun context; ze in die context vormgeven, rekening
houden met contextfactoren; opnieuw evalueren wanneer contextfactoren veranderen, weer
vorm geven in overeenstemming met de veranderde contextfactoren
= mensenrechten werk van onderuit
- betrokkenheid in leefwereld
- nadruk op handelingsvermogen van SW’ers
1
,4. De sociale constructie van mensenrechten in SW: anything goes
zijn alle constructies van mensenrechten gerechtvaardigd, zolang ze maar voortkomen uit
de concrete leefwereld waarin ze zijn ingebed?
NEE
→ een anything-goes benadering is niet waar we voor staan
Moeilijk om een benedengrens/ondergrens te bepalen voor mensenrechten
→ idee van conflictueuze consensus
in een samenleving zijn er heel veel verschillende belangen → daarmee omgaan;
- consensus over basiswaarden bij het samenleven (W: vrijheid, gelijkheid,..)
- conflict omarmen over de manier waarop we die W concreet invullen, interpreteren of
construeren
→ invulling kan enorm verschillen afhankelijk van de belangen die bestaan in een
samenleving
VB: Vanuit beginsel van conflictueuze consensus
- aanvaarden dan mannen en vrouwen gelijk zijn
- aanvaarden dat er discussie bestaat over de invulling van die waarde
DUS
ondergrens moeilijk te bepalen op niveau van de invulling of interpretatie van
mensenrechten → in democratische samenlevingen moet
- voortdurend discussie mogelijk zijn
elke mogelijke constructie moet open staan voor kritiek, voor deconstructie en
reconstructie
Van gunst naar recht
5. Sociaal werk als mensenrechten beroep: Een handelingskader
het sociaal handelen is drieledig
1) relationeel handelen → in direct contact, in relatie met andere mensen
2) maatschappelijk handelen → SW’er werkt in een maatschappelijke context met soms
als doel die context te veranderen of verbeteren
3) rechtvaardig handelen → streven naar sociale rechtvaardigheid en menselijke
waardigheid in levens van mensen
2
,handelingskader dat SW’ers moet helpen om mensenrechten vorm te geven en te
construeren
systeemwereld gericht handelen
- verwijst naar de rollen, taken, opdrachten en mandaten van SW’ers bij het
vormgeven aan en het uitbouwen van maatschappelijke hulpbronnen
leefwereldgericht handelen
- veronderstelt dat je rekening houdt met de leefwereld van anderen, divers-sensitief
werken
participatief handelen
- zeggenschap van burgers, belang van democratisch dialoog
politiserend handelen
- normatief beroep
- bevragen en doorbreken van de dominante samenleving orde (doel)
ontgrenzend handelen
- samenwerken, discretionair handelen (de vrijheid om zelfstandig te oordelen of te
handelen)
Systeemwereldgericht handelen
De rollen, taken, opdrachten en mandaten van SW’ers bij het vormgeven aan
maatschappelijke hulpbronnen en het verder uitbouwen ervan (bv; wijkteam, OCMW)
primaire verantwoordelijkheid van de overheid → MR realiseren → sociaal beleid op te
zetten dat de uitbouw van de systeemwereld garandeert
- zorgen voor regelgevende, beleidsmatige en financiële kaders om maatschappelijke
hulpbronnen op te zetten
3
, MAAR de overheid trekt zich meer en meer terug → waardoor aanbod van maatschappelijke
hulpbronnen niet altijd kan worden gegarandeerd (bv; wachtrijen in jeugdhulp)
→ daardoor meer en meer beroep op sociale netwerk van mensen
1. Kerntaak bij systeemwereld gericht handelen: Garanderen van de toegankelijkheid
van maatschappelijke hulpbronnen
Er is een breed aanbod van sociale voorzieningen bv; welzijn, ouderenzorg, jeugdhulp…
→ dat aanbod is vaak ontoegankelijk voor mensen in een maatschappelijk kwetsbare positie
- geen of onvoldoende toegang hebben tot systeemwereld en dus tot
maatschappelijke hulpbronnen → risico: fundamentele rechten worden niet
gerealiseerd
onderbescherming
= geen gebruik maken van openbaar aanbod van rechten en diensten waar je wel
aanspraak op kan maken
- persoon schaamt zich
- niet op de hoogte
- denken niet in aanmerking te komen
- moeilijk met administratieve afhandeling
- regeling van organisatie te complex
PROBLEEM: onderbescherming verhoogt persoonlijke kosten (bv; iemand die ziek is stelt
doktersbezoek uit omdat ze niet op de hoogte zijn van bepaalde vergoedingen, kan de
ziekte verergeren en uiteindelijk nog duurder uitdraaien)
PROBLEEM: het creëert een onrechtvaardige ongelijkheid tussen burgers die gebruik
kunnen maken van een bepaald aanbod en zij voor wie het aanbod ontoegankelijk blijft
= Mattheuseffect
- burgers uit hogere inkomensgroepen relatief meer voordeel halen uit
maatschappelijke dienstverlening dan burgers uit lagere inkomensgroepen
2. Toegankelijkheidsvraagstuk: 7 B’s van toegankelijkheid als referentiekader
1. Beschikbaarheid
= de mate waarin een bepaald aanbod aanwezig is en de vraag of dat aanbod voor de
burger toegankelijk is
PROBLEEM: lange wachtlijsten bv; sociale woningen → lange wachttijden door een grote
woningnood
- signaalfunctie opnemen (aan overheid, wat het probleem is en wat er nodig is om dat
aan te pakken)
- handelings- en discretionaire ruimte = de interpretatie die de SW’er geeft aan regels
of procedures, SW’ers zijn degene die nagaan of de VW zijn ingevuld
Aan sociale voorzieningen of maatschappelijke hulpbronnen zijn vaak voorwaarden
verbonden, in Vlaanderen zijn het de SW’ers die nagaan of de VW al dan niet zijn ingevuld,
daardoor hebben ze een grote handelings- of discretionaire ruimte in de realisatie van die
rechten
4