Psychisch welzijn
De psychische stoornis
Het begrip psychische stoornis wordt vaak verduidelijkt door het te plaatsen tegenover ofwel
zogenaamd normaal, ofwel psychisch gezond gedrag
Normaal gedrag
Normen verduidelijken welke gedragingen mensen moeten of juist niet mogen stellen en zijn
een criterium om het eigen gedrag en dat van anderen te beoordelen
→ psychisch gestoord gedrag voldoet meestal niet aan die normen
→ met gevolg ‘abnormaal of afwijkend’
Die normen ontstaan niet zomaar of hebben geen eeuwigdurende geldigheid
→ zijn de uitdrukking van evoluerende mens- en maatschappij opvattingen en van
machtsverhoudingen binnen een samenleving
→ abnormaliteit hoeft niet perse negatief te zijn
Psychische gezondheid
Andere benadering → stoornis als ziekte tegenover psychische gezondheid
De omschrijving van psychische gezondheid:
Een gezonde persoonlijkheid beantwoordt aan het leven zonder te grote inspanning. Zijn
ambities liggen binnen de speelruimte van de praktische verwerkelijking; hij heeft een scherp
en schrander inzicht in zijn eigen kracht en zwakte. Hij kan behulpzaam zijn, maar ook hulp
aannemen; hij is veerkrachtig bij mislukking en nuchter bij succes. Hij is in staat tot
vriendschap en agressiviteit wanneer dit nodig is. Het patroon van zijn gedrag heeft
vastheid, zodat hij trouw is aan zichzelf. Niemand zal ten opzichte van hem het gevoelen
hebben dat hij excessieve eisen stelt aan zijn omgeving. Zijn persoonlijk geloof en zijn
denken, het aanvaarde waardesysteem zijn een bron van kracht voor hem.
Psychische stoornis tegenover gezondheid plaats → men komt in de moeilijkheden
- veel mensen beantwoorden nauwelijks aan de criteria van psychische gezondheid,
maar kunnen niet bij psychisch gestoord worden ingedeeld
→ het probleem is dat de medische termen ‘ziek’ en ‘gezond’ zonder meer worden gebruikt
voor een totaal andere ervaringswijze, namelijk het psychische
→ in puur medische zin wordt iemand die niet ziek is, lichamelijk gezond genoemd, maar
deze eenvoudige indeling volstaat niet meer om het wezen van de psychische stoornis te
begrijpen
1
,De psychische stoornis
DSM-5 stelt dat het onmogelijk is om het begrip psychische stoornis te omschrijven:
! Een psychische stoornis is een betekenisvol gedrags- of psychologisch syndroom of
patroon dat bij een persoon voorkomt en dat gepaard gaat met een of meerdere van de
volgende verschijnselen
- leed (pijnlijke symptomen)
- onvermogen (aantasting van het functioneren van de persoon)
- duidelijk toegenomen kans op dood
- betekenisvol verlies van vrijheid
Bovendien mag dit syndroom of patroon geen te verwachten antwoord zijn op een specifieke
gebeurtenis zoals bv; de dood van een geliefd persoon.
Wat de oorspronkelijke oorzaak ook is, de stoornis moet gewoonlijk beschouwd worden als
een uiting van een psychologische, biologische of gedragsmatige disfunctie in de persoon
Stoornis / afwijkend gedrag / negatieve zelfbeleving → GEEN synoniemen
- bepaalde vormen van afwijkend gedrag zijn maatschappelijk niet aanvaard → niet
perse stoornis
- een negatieve zelfbeleving hoeft niet te betekenen dat de persoon gestoord is
Definitie van DSM-5
= een psychische stoornis is een syndroom
- gekenmerkt door een klinisch betekenisvolle verstoring van de cognitie, de
emotieregulering of van het gedrag
Dat een dysfunctie weerspiegelt in de psychologische, biologische of
ontwikkelingsprocessen die aan de basis liggen van het psychisch functioneren
- psychische stoornissen gaan gepaard met betekenisvol lijden of beperkingen in
sociale, beroepsmatige of andere belangrijke activiteiten
- een te verwachten of cultureel aanvaarde reactie op een gewone stressor of op een
verlies, zoals het overlijden van een geliefde, is geen psychische stoornis
- sociaal afwijkend gedrag (bv; politiek, religieus vlak) en conflicten tussen individu en
samenleving zijn geen psychische stoornissen, tenzij de afwijking of het conflict het
gevolg is van een disfunctie in de persoon
Obsessief-compulsieve en verwante stoornissen
Impulsen → prikkels die van binnenuit ons gedrag op gang brengen (doorgaans in de
richting van bevrediging van een of andere behoefte)
→ mens leert ze geleidelijk aan onder controle te krijgen
→ niet in staat? → probleem
- probleem van impulscontrole
2
,Stoornissen in de impulscontrole hebben volgende kenmerken gemeenschappelijk
1) de personen slagen er niet in om weerstand te bieden aan impulsen, driften of
verleidingen om een handeling te stellen die schadelijk is voor henzelf of voor
anderen → soms onderneemt de persoon wel pogingen om weerstand te bieden
2) vooraleer overgaan naar gedrag → persoon ervaart stijgende spanning
3) persoon ervaart genot, ontspanning en bevrediging als hij toegeeft aan impuls
4) soms spijt/schuld onmiddellijk na handeling
Obsessief compulsieve stoornis p219
Dwangneurose = oudere term
2 componenten
- een cognitieve → de dwanggedachten of obsessies
- een gedragsmatige → de dwanghandelingen of compulsies
→ meestal dwanggedachten voor dwanghandelingen een minderheid alleen last van
gedachten
Dwanggedachten (obsessies)
= steeds weerkerende en aanhoudende ideeën, gedachten, impulsen of beelden die de
persoon ervaart als ongewenst en opdringerig, veroorzaken angst/verdriet
= individuele pogingen om zulke gedachten, driften of beelden te negeren of onderdrukken
of om ze te neutraliseren met een andere gedachte
→ kunnen betrekking hebben op het anderen leed of schade berokkenen op het zelf vies
zijn of op het twijfelen aan het juist uitgevoerd hebben van een handeling
Dwanghandelingen
= de reactie op de obsessies → herhaalde, doelgerichte en bewuste gedragingen die de
persoon volgens bepaalde regels op een stereotiepe manier stelt als antwoord op een
obsessie
= als functie de spanning te neutraliseren of een vervelende situatie te voorkomen, gericht
op het voorkomen of verminderen van angst
obsessies en dwanghandelingen maken de persoon gespannen en nemen heel wat tijd in
beslag zodat het werk en de dagelijkse bezigheden eronder lijden
→ persoon geeft toe aan de obsessies & dwanghandelingen om angst en spanning te
vermijden zonder dat hij lust ervaart
→ als hij niet toegeeft = angst het resultaat
- angst kan wel verdwijnen als bv; iemand anders de verantwoordelijkheid overneemt
- bv; iemand ligt te piekeren in bed over of hij al dan niet de deur heeft
gesloten, als partner gaat kijken of het huis goed afgesloten is
3
, KENMERKEN
1) de persoon heeft dwanggedachten en dwanghandelingen
2) dwanggedachten (uitleg)
3) dwanghandelingen (uitleg)
4) de persoon zelf erkent in het verloop van de stoornis dat de obsessies en
compulsies buitensporig of onrealistisch zijn
5) de obsessies of compulsies veroorzaken duidelijke spanning, nemen tijd in beslag
of beperken het dagelijks sociaal of beroepsmatig functioneren
6) de stoornis is niet te wijten aan de fysiologische effecten van middelengebruik of
aan een andere medische conditie
7) als er nog een andere as-I-stoornis aanwezig is, hebben de obsessies en
compulsies geen betrekking op onderwerpen die kenmerkend zijn voor die andere
stoornis
Bijkomende kenmerken
1) Onderscheid met dwangmatige persoonlijkheidsstoornis
→ de dwangmatige persoonlijkheidsstoornis ervaart geen obsessies of compulsies, maar
wordt gekenmerkt door een overdreven mate van ordelijkheid en perfectionisme
2) Prevalentie*
→ deze stoornis komt ongeveer bij 1% vd. bevolking voor volgens het NEMESIS-onderzoek
3) Comorbiditeit**
→ deze stoornis komt regelmatig samen met andere stoornissen
→ ⅓ van deze personen voldoen aan de criteria van de depressieve stoornis (vaak gaat de
stoornis over in depressie)
→ ½ van deze personen heeft ook een andere persoonlijkheidsstoornis
4) Verloop
→ indien niet behandeld → verloopt ze chronisch
* het aantal gevallen per duizend of per honderdduizend op een specifiek moment in de
bevolking
**de aanwezigheid van een aandoening naast een primaire, centraal staande ziekte of
aandoening
Body dysmorphic disorder p237
Dysmorfe stoornis
= het bezig zijn (van een overigens normaal lijkende persoon) met een ingebeelde
onvolkomenheid aan het eigen uiterlijk
- het gelaat (bv; asymmetrie, acne,..)
- grootte van lichaamsdelen
- …
4
De psychische stoornis
Het begrip psychische stoornis wordt vaak verduidelijkt door het te plaatsen tegenover ofwel
zogenaamd normaal, ofwel psychisch gezond gedrag
Normaal gedrag
Normen verduidelijken welke gedragingen mensen moeten of juist niet mogen stellen en zijn
een criterium om het eigen gedrag en dat van anderen te beoordelen
→ psychisch gestoord gedrag voldoet meestal niet aan die normen
→ met gevolg ‘abnormaal of afwijkend’
Die normen ontstaan niet zomaar of hebben geen eeuwigdurende geldigheid
→ zijn de uitdrukking van evoluerende mens- en maatschappij opvattingen en van
machtsverhoudingen binnen een samenleving
→ abnormaliteit hoeft niet perse negatief te zijn
Psychische gezondheid
Andere benadering → stoornis als ziekte tegenover psychische gezondheid
De omschrijving van psychische gezondheid:
Een gezonde persoonlijkheid beantwoordt aan het leven zonder te grote inspanning. Zijn
ambities liggen binnen de speelruimte van de praktische verwerkelijking; hij heeft een scherp
en schrander inzicht in zijn eigen kracht en zwakte. Hij kan behulpzaam zijn, maar ook hulp
aannemen; hij is veerkrachtig bij mislukking en nuchter bij succes. Hij is in staat tot
vriendschap en agressiviteit wanneer dit nodig is. Het patroon van zijn gedrag heeft
vastheid, zodat hij trouw is aan zichzelf. Niemand zal ten opzichte van hem het gevoelen
hebben dat hij excessieve eisen stelt aan zijn omgeving. Zijn persoonlijk geloof en zijn
denken, het aanvaarde waardesysteem zijn een bron van kracht voor hem.
Psychische stoornis tegenover gezondheid plaats → men komt in de moeilijkheden
- veel mensen beantwoorden nauwelijks aan de criteria van psychische gezondheid,
maar kunnen niet bij psychisch gestoord worden ingedeeld
→ het probleem is dat de medische termen ‘ziek’ en ‘gezond’ zonder meer worden gebruikt
voor een totaal andere ervaringswijze, namelijk het psychische
→ in puur medische zin wordt iemand die niet ziek is, lichamelijk gezond genoemd, maar
deze eenvoudige indeling volstaat niet meer om het wezen van de psychische stoornis te
begrijpen
1
,De psychische stoornis
DSM-5 stelt dat het onmogelijk is om het begrip psychische stoornis te omschrijven:
! Een psychische stoornis is een betekenisvol gedrags- of psychologisch syndroom of
patroon dat bij een persoon voorkomt en dat gepaard gaat met een of meerdere van de
volgende verschijnselen
- leed (pijnlijke symptomen)
- onvermogen (aantasting van het functioneren van de persoon)
- duidelijk toegenomen kans op dood
- betekenisvol verlies van vrijheid
Bovendien mag dit syndroom of patroon geen te verwachten antwoord zijn op een specifieke
gebeurtenis zoals bv; de dood van een geliefd persoon.
Wat de oorspronkelijke oorzaak ook is, de stoornis moet gewoonlijk beschouwd worden als
een uiting van een psychologische, biologische of gedragsmatige disfunctie in de persoon
Stoornis / afwijkend gedrag / negatieve zelfbeleving → GEEN synoniemen
- bepaalde vormen van afwijkend gedrag zijn maatschappelijk niet aanvaard → niet
perse stoornis
- een negatieve zelfbeleving hoeft niet te betekenen dat de persoon gestoord is
Definitie van DSM-5
= een psychische stoornis is een syndroom
- gekenmerkt door een klinisch betekenisvolle verstoring van de cognitie, de
emotieregulering of van het gedrag
Dat een dysfunctie weerspiegelt in de psychologische, biologische of
ontwikkelingsprocessen die aan de basis liggen van het psychisch functioneren
- psychische stoornissen gaan gepaard met betekenisvol lijden of beperkingen in
sociale, beroepsmatige of andere belangrijke activiteiten
- een te verwachten of cultureel aanvaarde reactie op een gewone stressor of op een
verlies, zoals het overlijden van een geliefde, is geen psychische stoornis
- sociaal afwijkend gedrag (bv; politiek, religieus vlak) en conflicten tussen individu en
samenleving zijn geen psychische stoornissen, tenzij de afwijking of het conflict het
gevolg is van een disfunctie in de persoon
Obsessief-compulsieve en verwante stoornissen
Impulsen → prikkels die van binnenuit ons gedrag op gang brengen (doorgaans in de
richting van bevrediging van een of andere behoefte)
→ mens leert ze geleidelijk aan onder controle te krijgen
→ niet in staat? → probleem
- probleem van impulscontrole
2
,Stoornissen in de impulscontrole hebben volgende kenmerken gemeenschappelijk
1) de personen slagen er niet in om weerstand te bieden aan impulsen, driften of
verleidingen om een handeling te stellen die schadelijk is voor henzelf of voor
anderen → soms onderneemt de persoon wel pogingen om weerstand te bieden
2) vooraleer overgaan naar gedrag → persoon ervaart stijgende spanning
3) persoon ervaart genot, ontspanning en bevrediging als hij toegeeft aan impuls
4) soms spijt/schuld onmiddellijk na handeling
Obsessief compulsieve stoornis p219
Dwangneurose = oudere term
2 componenten
- een cognitieve → de dwanggedachten of obsessies
- een gedragsmatige → de dwanghandelingen of compulsies
→ meestal dwanggedachten voor dwanghandelingen een minderheid alleen last van
gedachten
Dwanggedachten (obsessies)
= steeds weerkerende en aanhoudende ideeën, gedachten, impulsen of beelden die de
persoon ervaart als ongewenst en opdringerig, veroorzaken angst/verdriet
= individuele pogingen om zulke gedachten, driften of beelden te negeren of onderdrukken
of om ze te neutraliseren met een andere gedachte
→ kunnen betrekking hebben op het anderen leed of schade berokkenen op het zelf vies
zijn of op het twijfelen aan het juist uitgevoerd hebben van een handeling
Dwanghandelingen
= de reactie op de obsessies → herhaalde, doelgerichte en bewuste gedragingen die de
persoon volgens bepaalde regels op een stereotiepe manier stelt als antwoord op een
obsessie
= als functie de spanning te neutraliseren of een vervelende situatie te voorkomen, gericht
op het voorkomen of verminderen van angst
obsessies en dwanghandelingen maken de persoon gespannen en nemen heel wat tijd in
beslag zodat het werk en de dagelijkse bezigheden eronder lijden
→ persoon geeft toe aan de obsessies & dwanghandelingen om angst en spanning te
vermijden zonder dat hij lust ervaart
→ als hij niet toegeeft = angst het resultaat
- angst kan wel verdwijnen als bv; iemand anders de verantwoordelijkheid overneemt
- bv; iemand ligt te piekeren in bed over of hij al dan niet de deur heeft
gesloten, als partner gaat kijken of het huis goed afgesloten is
3
, KENMERKEN
1) de persoon heeft dwanggedachten en dwanghandelingen
2) dwanggedachten (uitleg)
3) dwanghandelingen (uitleg)
4) de persoon zelf erkent in het verloop van de stoornis dat de obsessies en
compulsies buitensporig of onrealistisch zijn
5) de obsessies of compulsies veroorzaken duidelijke spanning, nemen tijd in beslag
of beperken het dagelijks sociaal of beroepsmatig functioneren
6) de stoornis is niet te wijten aan de fysiologische effecten van middelengebruik of
aan een andere medische conditie
7) als er nog een andere as-I-stoornis aanwezig is, hebben de obsessies en
compulsies geen betrekking op onderwerpen die kenmerkend zijn voor die andere
stoornis
Bijkomende kenmerken
1) Onderscheid met dwangmatige persoonlijkheidsstoornis
→ de dwangmatige persoonlijkheidsstoornis ervaart geen obsessies of compulsies, maar
wordt gekenmerkt door een overdreven mate van ordelijkheid en perfectionisme
2) Prevalentie*
→ deze stoornis komt ongeveer bij 1% vd. bevolking voor volgens het NEMESIS-onderzoek
3) Comorbiditeit**
→ deze stoornis komt regelmatig samen met andere stoornissen
→ ⅓ van deze personen voldoen aan de criteria van de depressieve stoornis (vaak gaat de
stoornis over in depressie)
→ ½ van deze personen heeft ook een andere persoonlijkheidsstoornis
4) Verloop
→ indien niet behandeld → verloopt ze chronisch
* het aantal gevallen per duizend of per honderdduizend op een specifiek moment in de
bevolking
**de aanwezigheid van een aandoening naast een primaire, centraal staande ziekte of
aandoening
Body dysmorphic disorder p237
Dysmorfe stoornis
= het bezig zijn (van een overigens normaal lijkende persoon) met een ingebeelde
onvolkomenheid aan het eigen uiterlijk
- het gelaat (bv; asymmetrie, acne,..)
- grootte van lichaamsdelen
- …
4