Genealogie = Wetenschappelijke onderzoeksdiscipline om inzicht te verwerven in de
samenleving door onderzoek te doen naar (familiaal) verwantschap.
(Familiewetenschap/ familiekunde)
Vierbronnentheorie = De theorie dat de eerste vijf boeken van de Bijbel (Genesis,
Exodus, Leviticus, Numeri en Deuteronomium) niet uitsluitend en alleen door Mozes
geschreven zijn (die stierf in 1451 voor Christus) maar ook door verschillende
auteurs/samenstellers die ná Mozes geleefd hebben.
Familiale verwantschap = Verwantschap kan op basis van juridische, sociale,
emotionele of biologische aspecten worden bekeken.
Eurocentrisch idee van verwantschap = Algoritmes van 23andMe gebaseerd op
Eurocentrische gegevens waarbij verticale relaties (familie) belangrijker zijn dan laterale
relaties (vrienden, leden van gemeenschap, geadopteerde familie).
Sociale constructie = Familiale verwantschap is een sociale constructie waarbij wij
onze genealogie en het traceren van onze voorouders zelf maken door de identificatie
van verwanten, verwante families, etnische groepen, naties en soorten. Zo kan het
dienen als emotioneel substraat.
Onderzoeksmethode = onderzoeksvraag -> doelstelling -> verkenning ->
bronnenonderzoek -> interpretatie & discussie -> eindresultaat
Hulpwetenschap = Een wetenschappelijke discipline die een bepaalde tak van
wetenschap ondersteunt.
Wapenkoningen/ wapenherauten = Eerste professionele genealogen.
Sibbekunde = De vorm van genealogie, met name in zwang onder nationaalsocialisten,
waarbij onderzoek gedaan wordt naar de gehele familieverwantschap, dus ook die in
vrouwelijke lijn. Sibbekunde was met name gericht op het onderzoek naar
'raszuiverheid'.
Familiegeheugen = Familieverhalen en ‘archief’ aanwezig binnen de familie met
intergenerationele dimensie.
Oral genealogy = Genealogie gebaseerd op oral history.
Oral history = Methode van wetenschappelijk onderzoek naar het verleden op basis van
mondelinge overlevering door dit systematisch te verzamelen en vast te leggen door
middel van interviews en transcripties.
(Inter)subjectiviteit = Het feit dat herinneringen veranderen, vergeten worden en dat
betekenisgeving verandert als deel van oral history.
Knekelput = Plek waar overgebleven sto^elijke resten worden bewaard na het
ondergronds ruimen van graven (ontknekelen)
, Graatgenealogie = Genealogisch onderzoek naar namen, datums
levensgebeurtenissen en verwantschap op basis van primaire data.
Genealogische documenten of akten = Originele documenten die meerdere
generaties omvatten.
Stamboom = Bevat alle naamdragers die afstammeling zijn van een bepaalde
voorvader, de stamvader tot en met vandaag.
Stamreeks = Een rechtstreekse afstammingslijn tussen twee personen zonder
uitwerking van gezinnen, uitsluitend in mannelijke of vrouwelijke afstammingslijn.
Afstammingsreeks = Een overzicht van de afstamming van een persoon uit een andere
persoon, wisselend in geslacht.
Kwartierstaat = Een overzicht van alle voorouders in zowel mannelijke en vrouwelijke
lijn van een bepaalde persoon (de proband).
Parentaties = Generaties voorouders van een proband.
Proband = Centrale persoon van waaruit kwartierstaat start.
Kekulesysteem = Vaste nummering voor voorouders in een kwartierstaat.
Kwartierherhaling (vooroudergelijkheid) = Wanneer men in verschillende takken
dezelfde voorouders aantreft. (inteelt in nabije graden)
Implex = De verhouding tussen het aantal theoretische en het aantal werkelijke
voorouders van een bepaald persoon. (hoger is meer variate)
Kwartierverlies = Wanneer onder de voorouders een onwettig of buitenechtelijk kind
voorkomt, van wie de vader onbekend is.
Gezinsreconstructie = reconstructie van het volledige gezin van een voorouder of
voorouderlijk koppel.
Parenteel = Een opsomming van alle afstammelingen, zowel in mannelijke als in
vrouwelijke lijn, van ene bepaald ouderpaar. (allerlei familienamen)
Verwantschapstabel/ consanguiniteitstabel = De combinatie van een kwartierstaat
van een persoon en de parentelen van alle voorouders uit deze staar.
Geneagram = Schema om verwantschap tussen twee of meer personen aan te tonen.
(nooit alle takken)
Dubbele neef/ nicht = Wanneer twee of meer broers/ zussen uit een gezin kinderen
krijgen met twee of meer broers/ zussen uit een ander gezin. (Allevier de grootouders
gemeenschappelijk)
Graad = De mate van bloedverwantschap. (orde van verwantschap)
samenleving door onderzoek te doen naar (familiaal) verwantschap.
(Familiewetenschap/ familiekunde)
Vierbronnentheorie = De theorie dat de eerste vijf boeken van de Bijbel (Genesis,
Exodus, Leviticus, Numeri en Deuteronomium) niet uitsluitend en alleen door Mozes
geschreven zijn (die stierf in 1451 voor Christus) maar ook door verschillende
auteurs/samenstellers die ná Mozes geleefd hebben.
Familiale verwantschap = Verwantschap kan op basis van juridische, sociale,
emotionele of biologische aspecten worden bekeken.
Eurocentrisch idee van verwantschap = Algoritmes van 23andMe gebaseerd op
Eurocentrische gegevens waarbij verticale relaties (familie) belangrijker zijn dan laterale
relaties (vrienden, leden van gemeenschap, geadopteerde familie).
Sociale constructie = Familiale verwantschap is een sociale constructie waarbij wij
onze genealogie en het traceren van onze voorouders zelf maken door de identificatie
van verwanten, verwante families, etnische groepen, naties en soorten. Zo kan het
dienen als emotioneel substraat.
Onderzoeksmethode = onderzoeksvraag -> doelstelling -> verkenning ->
bronnenonderzoek -> interpretatie & discussie -> eindresultaat
Hulpwetenschap = Een wetenschappelijke discipline die een bepaalde tak van
wetenschap ondersteunt.
Wapenkoningen/ wapenherauten = Eerste professionele genealogen.
Sibbekunde = De vorm van genealogie, met name in zwang onder nationaalsocialisten,
waarbij onderzoek gedaan wordt naar de gehele familieverwantschap, dus ook die in
vrouwelijke lijn. Sibbekunde was met name gericht op het onderzoek naar
'raszuiverheid'.
Familiegeheugen = Familieverhalen en ‘archief’ aanwezig binnen de familie met
intergenerationele dimensie.
Oral genealogy = Genealogie gebaseerd op oral history.
Oral history = Methode van wetenschappelijk onderzoek naar het verleden op basis van
mondelinge overlevering door dit systematisch te verzamelen en vast te leggen door
middel van interviews en transcripties.
(Inter)subjectiviteit = Het feit dat herinneringen veranderen, vergeten worden en dat
betekenisgeving verandert als deel van oral history.
Knekelput = Plek waar overgebleven sto^elijke resten worden bewaard na het
ondergronds ruimen van graven (ontknekelen)
, Graatgenealogie = Genealogisch onderzoek naar namen, datums
levensgebeurtenissen en verwantschap op basis van primaire data.
Genealogische documenten of akten = Originele documenten die meerdere
generaties omvatten.
Stamboom = Bevat alle naamdragers die afstammeling zijn van een bepaalde
voorvader, de stamvader tot en met vandaag.
Stamreeks = Een rechtstreekse afstammingslijn tussen twee personen zonder
uitwerking van gezinnen, uitsluitend in mannelijke of vrouwelijke afstammingslijn.
Afstammingsreeks = Een overzicht van de afstamming van een persoon uit een andere
persoon, wisselend in geslacht.
Kwartierstaat = Een overzicht van alle voorouders in zowel mannelijke en vrouwelijke
lijn van een bepaalde persoon (de proband).
Parentaties = Generaties voorouders van een proband.
Proband = Centrale persoon van waaruit kwartierstaat start.
Kekulesysteem = Vaste nummering voor voorouders in een kwartierstaat.
Kwartierherhaling (vooroudergelijkheid) = Wanneer men in verschillende takken
dezelfde voorouders aantreft. (inteelt in nabije graden)
Implex = De verhouding tussen het aantal theoretische en het aantal werkelijke
voorouders van een bepaald persoon. (hoger is meer variate)
Kwartierverlies = Wanneer onder de voorouders een onwettig of buitenechtelijk kind
voorkomt, van wie de vader onbekend is.
Gezinsreconstructie = reconstructie van het volledige gezin van een voorouder of
voorouderlijk koppel.
Parenteel = Een opsomming van alle afstammelingen, zowel in mannelijke als in
vrouwelijke lijn, van ene bepaald ouderpaar. (allerlei familienamen)
Verwantschapstabel/ consanguiniteitstabel = De combinatie van een kwartierstaat
van een persoon en de parentelen van alle voorouders uit deze staar.
Geneagram = Schema om verwantschap tussen twee of meer personen aan te tonen.
(nooit alle takken)
Dubbele neef/ nicht = Wanneer twee of meer broers/ zussen uit een gezin kinderen
krijgen met twee of meer broers/ zussen uit een ander gezin. (Allevier de grootouders
gemeenschappelijk)
Graad = De mate van bloedverwantschap. (orde van verwantschap)