Immaterieel erfgoed artikels
Hafstein – Cultural Heritage
Context
Hafstein wil uitleggen wat “cultureel erfgoed” vandaag eigenlijk is.
Niet: wat is erfgoed?
Maar: wat dóét het begrip erfgoed in de samenleving?
Kernidee
Erfgoed is geen neutrale overname van het verleden, maar een moderne manier om
met het verleden om te gaan.
Stap voor stap (logisch opgebouwd)
1. Dingen worden pas erfgoed wanneer we ze zo noemen
o Gebouwen, tradities of praktijken zijn niet “vanzelf” erfgoed.
o Ze worden dat door discours, beleid en emoties in het heden.
o Vaak gebeurt dit pas bij dreiging of verlies (bv. brand).
2. Erfgoed werkt als een machtig kader (patrimoniaal regime)
o Binnen dit kader is het moreel vanzelfsprekend dat erfgoed bewaard
moet worden.
o Wie dit in vraag stelt, lijkt automatisch tegen cultuur of identiteit te zijn.
o Erfgoed is dus politiek en normatief, niet neutraal.
3. Bewaren betekent altijd veranderen
o Zodra iets erfgoed wordt:
§ wordt het vastgelegd,
§ gereguleerd,
§ losgemaakt van het dagelijks leven.
o Daarom zegt Hafstein: alle erfgoed is verandering, ook al spreekt men
over behoud.
4. UNESCO versterkt dit proces
o Via conventies en vooral lijsten.
o Lijsten maken cultuur:
§ zichtbaar,
§ vergelijkbaar,
§ bestuurbaar.
o Zo wordt erfgoed een beleidsinstrument.
5. Erfgoed vormt mensen en gemeenschappen
o Mensen leren zichzelf zien als:
§ erfgoeddragers,
§ verantwoordelijken voor het verleden.
, o Erfgoed stuurt zo identiteit en gedrag.
6. Conclusie
o Erfgoed vertelt ons meer over het heden (waarden, angsten, politiek)
dan over hoe het verleden “echt was”.
è Hafstein toont dat cultureel erfgoed een modern, politiek en performatief proces
is dat het heden organiseert door het verleden te herdefiniëren.
Alivizatou – Intangible Heritage and Participation, hoofdstuk 1
Context
Alivizatou vertrekt van de vraag:
wat betekent “participatie” eigenlijk binnen immaterieel erfgoed, vooral sinds
UNESCO 2003?
Ze onderzoekt hoe participatie wordt begrepen, toegepast én beperkt in
erfgoedpraktijken.
Kernidee
Participatie is een centraal maar vaag en problematisch begrip binnen immaterieel
erfgoed: het wordt vaak gepromoot, maar zelden écht waargemaakt.
Stap voor stap
1. UNESCO 2003 zet participatie centraal
o Gemeenschappen moeten:
§ betrokken zijn bij identificatie,
§ safeguarding,
§ overdracht van immaterieel erfgoed.
o Participatie wordt voorgesteld als democratisch en emanciperend.
2. Maar “participatie” blijft onduidelijk
o UNESCO definieert niet concreet:
§ wie participeert,
§ hoe,
§ met hoeveel macht.
o Daardoor kan participatie:
§ symbolisch,
§ selectief,
§ of puur formeel zijn.
3. In de praktijk is participatie vaak top-down
o Experts, instellingen en staten:
§ bepalen kaders,
§ selecteren “gemeenschappen”,
, § sturen processen.
o Gemeenschappen worden vaak uitgenodigd, niet mede-beslissend.
4. Participatie kan ook instrumenteel zijn
o Wordt gebruikt om:
§ legitimiteit te creëren,
§ beleid te rechtvaardigen,
§ UNESCO-eisen af te vinken.
o Participatie ≠ automatisch empowerment.
5. Musea spelen een belangrijke rol
o Musea fungeren als:
§ experimenteerruimtes voor participatie,
§ maar blijven vaak institutioneel dominant.
o Participatieve projecten botsen op:
§ machtsverschillen,
§ representatieproblemen,
§ tijdelijkheid.
6. Conclusie
o Participatie is geen neutraal of vanzelfsprekend goed.
o Ze is:
§ contextafhankelijk,
§ politiek geladen,
§ en moet kritisch geëvalueerd worden.
è Alivizatou toont dat participatie in immaterieel erfgoed een normatief ideaal is
dat in de praktijk vaak vaag, ongelijk en institutioneel gestuurd blijft.
Tauschek – Cultural Property as Strategy (2009)
Context
Tauschek onderzoekt hoe “cultureel eigendom” (cultural property) strategisch wordt
ingezet door lokale gemeenschappen.
Hij doet dit via een case study van het carnaval van Binche (België).
Kernidee
Cultureel eigendom is geen vast juridisch gegeven, maar een strategie die actoren
gebruiken om macht, controle en erkenning te verkrijgen.
Stap voor stap
1. Van traditie naar cultureel eigendom
o Het carnaval van Binche was lange tijd een lokale traditie.
Hafstein – Cultural Heritage
Context
Hafstein wil uitleggen wat “cultureel erfgoed” vandaag eigenlijk is.
Niet: wat is erfgoed?
Maar: wat dóét het begrip erfgoed in de samenleving?
Kernidee
Erfgoed is geen neutrale overname van het verleden, maar een moderne manier om
met het verleden om te gaan.
Stap voor stap (logisch opgebouwd)
1. Dingen worden pas erfgoed wanneer we ze zo noemen
o Gebouwen, tradities of praktijken zijn niet “vanzelf” erfgoed.
o Ze worden dat door discours, beleid en emoties in het heden.
o Vaak gebeurt dit pas bij dreiging of verlies (bv. brand).
2. Erfgoed werkt als een machtig kader (patrimoniaal regime)
o Binnen dit kader is het moreel vanzelfsprekend dat erfgoed bewaard
moet worden.
o Wie dit in vraag stelt, lijkt automatisch tegen cultuur of identiteit te zijn.
o Erfgoed is dus politiek en normatief, niet neutraal.
3. Bewaren betekent altijd veranderen
o Zodra iets erfgoed wordt:
§ wordt het vastgelegd,
§ gereguleerd,
§ losgemaakt van het dagelijks leven.
o Daarom zegt Hafstein: alle erfgoed is verandering, ook al spreekt men
over behoud.
4. UNESCO versterkt dit proces
o Via conventies en vooral lijsten.
o Lijsten maken cultuur:
§ zichtbaar,
§ vergelijkbaar,
§ bestuurbaar.
o Zo wordt erfgoed een beleidsinstrument.
5. Erfgoed vormt mensen en gemeenschappen
o Mensen leren zichzelf zien als:
§ erfgoeddragers,
§ verantwoordelijken voor het verleden.
, o Erfgoed stuurt zo identiteit en gedrag.
6. Conclusie
o Erfgoed vertelt ons meer over het heden (waarden, angsten, politiek)
dan over hoe het verleden “echt was”.
è Hafstein toont dat cultureel erfgoed een modern, politiek en performatief proces
is dat het heden organiseert door het verleden te herdefiniëren.
Alivizatou – Intangible Heritage and Participation, hoofdstuk 1
Context
Alivizatou vertrekt van de vraag:
wat betekent “participatie” eigenlijk binnen immaterieel erfgoed, vooral sinds
UNESCO 2003?
Ze onderzoekt hoe participatie wordt begrepen, toegepast én beperkt in
erfgoedpraktijken.
Kernidee
Participatie is een centraal maar vaag en problematisch begrip binnen immaterieel
erfgoed: het wordt vaak gepromoot, maar zelden écht waargemaakt.
Stap voor stap
1. UNESCO 2003 zet participatie centraal
o Gemeenschappen moeten:
§ betrokken zijn bij identificatie,
§ safeguarding,
§ overdracht van immaterieel erfgoed.
o Participatie wordt voorgesteld als democratisch en emanciperend.
2. Maar “participatie” blijft onduidelijk
o UNESCO definieert niet concreet:
§ wie participeert,
§ hoe,
§ met hoeveel macht.
o Daardoor kan participatie:
§ symbolisch,
§ selectief,
§ of puur formeel zijn.
3. In de praktijk is participatie vaak top-down
o Experts, instellingen en staten:
§ bepalen kaders,
§ selecteren “gemeenschappen”,
, § sturen processen.
o Gemeenschappen worden vaak uitgenodigd, niet mede-beslissend.
4. Participatie kan ook instrumenteel zijn
o Wordt gebruikt om:
§ legitimiteit te creëren,
§ beleid te rechtvaardigen,
§ UNESCO-eisen af te vinken.
o Participatie ≠ automatisch empowerment.
5. Musea spelen een belangrijke rol
o Musea fungeren als:
§ experimenteerruimtes voor participatie,
§ maar blijven vaak institutioneel dominant.
o Participatieve projecten botsen op:
§ machtsverschillen,
§ representatieproblemen,
§ tijdelijkheid.
6. Conclusie
o Participatie is geen neutraal of vanzelfsprekend goed.
o Ze is:
§ contextafhankelijk,
§ politiek geladen,
§ en moet kritisch geëvalueerd worden.
è Alivizatou toont dat participatie in immaterieel erfgoed een normatief ideaal is
dat in de praktijk vaak vaag, ongelijk en institutioneel gestuurd blijft.
Tauschek – Cultural Property as Strategy (2009)
Context
Tauschek onderzoekt hoe “cultureel eigendom” (cultural property) strategisch wordt
ingezet door lokale gemeenschappen.
Hij doet dit via een case study van het carnaval van Binche (België).
Kernidee
Cultureel eigendom is geen vast juridisch gegeven, maar een strategie die actoren
gebruiken om macht, controle en erkenning te verkrijgen.
Stap voor stap
1. Van traditie naar cultureel eigendom
o Het carnaval van Binche was lange tijd een lokale traditie.