Samenvatting toegepaste farmacologie: Deel 2 - geneesmiddelen in verband met het cardiovasculair
stelsel
Hoofdstuk 1: diuretica
Diuretica = stoffen die de snelheid van urinevorming verhogen
Belangrijkste indicatie mobilisatie van oedeem: het veroorzaken van negatieve
vochtbalans zodat het extracellulair volume normaliseert
Alle diuretica, behalve osmotische diuretica, werken rechtstreeks in op het epitheel van de
niertubuli gebeurt meestal specifiek op 1 plaats van de tubulus
Toch kan er ook op plaatsen waar geen specifieke inwerking gebeurt, een onrechtstreeks
effect zijn:
o Als 1 segment van het nefron beïnvloed wordt, zijn de omstandigheden voor de
volgende segmenten verschillend in serie geschakeld: impact van diureticum
proximaal gaat ook effect hebben op processen distaal doordat tubulair vocht anders
is samengesteld
o Het organisme reageert op de afname van het extracellulair volume en heeft de
neiging H2O en elektrolyten te bewaren
Alle diuretica hebben dus de neiging om de samenstelling van lichaamsvochten te
veranderen, en alle geven aanleiding tot verlies van H 2O en Na
1
,Samenvatting toegepaste farmacologie: Deel 2 - geneesmiddelen in verband met het cardiovasculair
stelsel
1) Koolzuuranhydrase-inhibitoren Inhiberen NaHCO3-reabsorptie thv de proximale
tubulus
2) Lisdiuretica Inhiberen selectief de Na+/K+/2Cl—carrier thv de
dikke opstijgende tak van de lis van Henle
3) Thiaziden Inhiberen NaCl-reabsorptie thv het distaal
kronkelbuisje
4) K+- sparende diuretica Inhiberen de Na+-absorptie en dus de K+-secretie
thv het verzamelbuisje
1.1. Koolzuuranhydrase-inhibitoren: acetazolamide
Afgeleid van sulfanilamide
o = oude AB belangrijk voor allergische reacties op deze AB
Netto-effect:
o Minder transport van NaHCO3 van lumen naar interstitium (vermindering van het
totale lichaamsbicarbonaat), gevolgd door H2O naar het interstitium (isotone
reabsorptie)
o Systemische acidose en meer alkalische urine: na 30min. Is urine meer alkalisch er
wordt minder natriumbicarbonaat gereabsorbeerd door lichaam (dus meer over in
urine)
Normaal komt dit niet in urine terecht, wordt door homeostase zo goed als
allemaal gereabsorbeerd in lichaam
o Beperkt diuretisch effect
1.1.1. Klinisch gebruik
Openhoek-glaucoom
o Verhoogde oogdruk oogdruk verlagen door betere afvloei, minder productie
oogvocht… koolzuuranhydrase in hoge mate aanwezig in oog en rol bij aanmaak
oogvocht koolzuuranhydrase-inhibitoren in oog druppelen op oogvocht-aanmaak
te verminderen
Alkalinisatie van de urine: zuren lossen beter op in alkalische urine bv. Cystine, urinezuur,
aspirine. Bij langdurig gebruik moet bicarbonaat per os worden genomen
Metabole alkalose tgv diureticagebruik bij iemand met zware hartdecompensatie
o Lisdiuretica: koolzuuranhydrase zorgen voor lichte acidose brengen alkalose terug
in balans
2
,Samenvatting toegepaste farmacologie: Deel 2 - geneesmiddelen in verband met het cardiovasculair
stelsel
‘acute mountain sickness’: door de productie en de pH van het cerebrospinaal vocht te
verlagen kan acetazolamide de symptomen verminderen (preventieve inname)
1.2. Thiaziden
Vooral in associatie met andere GM: sartanen (ACE-inhibitoren/ antihypertensivum) 2
actieve bestanddelen in 1 pil
Zijn goedkoop
Werken in distale tubulus (relatief achteraan in nefron) op plaats waar meeste reabsorptie al
gebeurd is
Verhogen de excretie van NaCl en van K + minder Na gereabsorbeerd er blijft meer Na in
het lumen distaal meer Na zorgt voor meer kaliumverlies
Niet effectief bij GFR < 30ml/min
o Normale GFR: 125 ml/min (180l/dag) enorm efficiënt reabsorptieproces
o Alle diuretica gaan interageren met reabsorptieproces je kan dus enorme
metabole homeostasestoornissen veroorzaken met diuretica (deshydratatie,
ionenstoornissen…)
1.2.1. Klinische indicaties
Eerstelijnsbehandeling
hypertensie
Mild hartfalen
Zijn zwak vasodilaterend
Onderhoudsbehandeling
congestief hartfalen
1.2.2. Bijwerkingen
Hypokaliëmie
Metabole alkalose
Hyperuricemie jicht(aanval)
Verminderde glucosetolerantie zorgt voor stijgen nuchtere glycemie (met als gevolg
verhogen insuline) betekent niet dat je GM niet mag geven aan diabetesptn wel
aanpassen diabetestherapie
3
, Samenvatting toegepaste farmacologie: Deel 2 - geneesmiddelen in verband met het cardiovasculair
stelsel
1.3. Lisdiuretica
Bv. Furosemide
Meest krachtige diuretica (vooral ook acuut gebruik)
Inhiberen selectief de reabsorptie van NaCl (+ dus ook minder water)
Leiden tot een verhoogde excretie van K+ (waardoor risico hypokaliëmie) en een verhoogde
excretie van Mg2+ en Ca2+.
o Calcium is niet zo erg: nog op andere plaatsen in nefron opgenomen
o Magnesium is delicater hypomagnesiëmie mogelijke bijwerking
Werken op proximale deel van lis van Henle
1.3.1. Indicaties/ klinisch gebruik
Onderhoudstherapie (PO) hartfalen
wanneer thiaziden onvoldoende
effect of wanneer GFR < 30ml/min
Bij acuut longoedeem: best IV geven
absorptie na perorale opname is
vaak slecht (verminderde perfusie)
Nierinsufficiëntie: veroorzaken vaak
retentie van water en zout en K+. als
GFR < 30ml/min zijn thiaziden niet
effectief, maar lisdiuretica vaak nog
wel + vaak ook hogere dosis nodig
naarmate nierfunctie afneemt om
nog zijn effect te bereiken
Niet enkel diuretisch effect, ook impact op graad van vasodilatatie in bepaalde zones
Lisdiuretica worden samen met zoutrestrictie en vaak ook samen met andere diuretica
gebruikt in behandeling van zout-en waterretentie die optreedt bij:
o Acuut longoedeem
o Chronisch hartfalen
o Levercirrose met ascites
o Nefrotisch syndroom
o Nierinsufficiëntie
hebben weinig effect wanneer pt veel zout inneemt
4
stelsel
Hoofdstuk 1: diuretica
Diuretica = stoffen die de snelheid van urinevorming verhogen
Belangrijkste indicatie mobilisatie van oedeem: het veroorzaken van negatieve
vochtbalans zodat het extracellulair volume normaliseert
Alle diuretica, behalve osmotische diuretica, werken rechtstreeks in op het epitheel van de
niertubuli gebeurt meestal specifiek op 1 plaats van de tubulus
Toch kan er ook op plaatsen waar geen specifieke inwerking gebeurt, een onrechtstreeks
effect zijn:
o Als 1 segment van het nefron beïnvloed wordt, zijn de omstandigheden voor de
volgende segmenten verschillend in serie geschakeld: impact van diureticum
proximaal gaat ook effect hebben op processen distaal doordat tubulair vocht anders
is samengesteld
o Het organisme reageert op de afname van het extracellulair volume en heeft de
neiging H2O en elektrolyten te bewaren
Alle diuretica hebben dus de neiging om de samenstelling van lichaamsvochten te
veranderen, en alle geven aanleiding tot verlies van H 2O en Na
1
,Samenvatting toegepaste farmacologie: Deel 2 - geneesmiddelen in verband met het cardiovasculair
stelsel
1) Koolzuuranhydrase-inhibitoren Inhiberen NaHCO3-reabsorptie thv de proximale
tubulus
2) Lisdiuretica Inhiberen selectief de Na+/K+/2Cl—carrier thv de
dikke opstijgende tak van de lis van Henle
3) Thiaziden Inhiberen NaCl-reabsorptie thv het distaal
kronkelbuisje
4) K+- sparende diuretica Inhiberen de Na+-absorptie en dus de K+-secretie
thv het verzamelbuisje
1.1. Koolzuuranhydrase-inhibitoren: acetazolamide
Afgeleid van sulfanilamide
o = oude AB belangrijk voor allergische reacties op deze AB
Netto-effect:
o Minder transport van NaHCO3 van lumen naar interstitium (vermindering van het
totale lichaamsbicarbonaat), gevolgd door H2O naar het interstitium (isotone
reabsorptie)
o Systemische acidose en meer alkalische urine: na 30min. Is urine meer alkalisch er
wordt minder natriumbicarbonaat gereabsorbeerd door lichaam (dus meer over in
urine)
Normaal komt dit niet in urine terecht, wordt door homeostase zo goed als
allemaal gereabsorbeerd in lichaam
o Beperkt diuretisch effect
1.1.1. Klinisch gebruik
Openhoek-glaucoom
o Verhoogde oogdruk oogdruk verlagen door betere afvloei, minder productie
oogvocht… koolzuuranhydrase in hoge mate aanwezig in oog en rol bij aanmaak
oogvocht koolzuuranhydrase-inhibitoren in oog druppelen op oogvocht-aanmaak
te verminderen
Alkalinisatie van de urine: zuren lossen beter op in alkalische urine bv. Cystine, urinezuur,
aspirine. Bij langdurig gebruik moet bicarbonaat per os worden genomen
Metabole alkalose tgv diureticagebruik bij iemand met zware hartdecompensatie
o Lisdiuretica: koolzuuranhydrase zorgen voor lichte acidose brengen alkalose terug
in balans
2
,Samenvatting toegepaste farmacologie: Deel 2 - geneesmiddelen in verband met het cardiovasculair
stelsel
‘acute mountain sickness’: door de productie en de pH van het cerebrospinaal vocht te
verlagen kan acetazolamide de symptomen verminderen (preventieve inname)
1.2. Thiaziden
Vooral in associatie met andere GM: sartanen (ACE-inhibitoren/ antihypertensivum) 2
actieve bestanddelen in 1 pil
Zijn goedkoop
Werken in distale tubulus (relatief achteraan in nefron) op plaats waar meeste reabsorptie al
gebeurd is
Verhogen de excretie van NaCl en van K + minder Na gereabsorbeerd er blijft meer Na in
het lumen distaal meer Na zorgt voor meer kaliumverlies
Niet effectief bij GFR < 30ml/min
o Normale GFR: 125 ml/min (180l/dag) enorm efficiënt reabsorptieproces
o Alle diuretica gaan interageren met reabsorptieproces je kan dus enorme
metabole homeostasestoornissen veroorzaken met diuretica (deshydratatie,
ionenstoornissen…)
1.2.1. Klinische indicaties
Eerstelijnsbehandeling
hypertensie
Mild hartfalen
Zijn zwak vasodilaterend
Onderhoudsbehandeling
congestief hartfalen
1.2.2. Bijwerkingen
Hypokaliëmie
Metabole alkalose
Hyperuricemie jicht(aanval)
Verminderde glucosetolerantie zorgt voor stijgen nuchtere glycemie (met als gevolg
verhogen insuline) betekent niet dat je GM niet mag geven aan diabetesptn wel
aanpassen diabetestherapie
3
, Samenvatting toegepaste farmacologie: Deel 2 - geneesmiddelen in verband met het cardiovasculair
stelsel
1.3. Lisdiuretica
Bv. Furosemide
Meest krachtige diuretica (vooral ook acuut gebruik)
Inhiberen selectief de reabsorptie van NaCl (+ dus ook minder water)
Leiden tot een verhoogde excretie van K+ (waardoor risico hypokaliëmie) en een verhoogde
excretie van Mg2+ en Ca2+.
o Calcium is niet zo erg: nog op andere plaatsen in nefron opgenomen
o Magnesium is delicater hypomagnesiëmie mogelijke bijwerking
Werken op proximale deel van lis van Henle
1.3.1. Indicaties/ klinisch gebruik
Onderhoudstherapie (PO) hartfalen
wanneer thiaziden onvoldoende
effect of wanneer GFR < 30ml/min
Bij acuut longoedeem: best IV geven
absorptie na perorale opname is
vaak slecht (verminderde perfusie)
Nierinsufficiëntie: veroorzaken vaak
retentie van water en zout en K+. als
GFR < 30ml/min zijn thiaziden niet
effectief, maar lisdiuretica vaak nog
wel + vaak ook hogere dosis nodig
naarmate nierfunctie afneemt om
nog zijn effect te bereiken
Niet enkel diuretisch effect, ook impact op graad van vasodilatatie in bepaalde zones
Lisdiuretica worden samen met zoutrestrictie en vaak ook samen met andere diuretica
gebruikt in behandeling van zout-en waterretentie die optreedt bij:
o Acuut longoedeem
o Chronisch hartfalen
o Levercirrose met ascites
o Nefrotisch syndroom
o Nierinsufficiëntie
hebben weinig effect wanneer pt veel zout inneemt
4