Hoofdstuk 1: Statistiek
1.1. Empirisch wetenschappelijk onderzoek
Empirisch wetenschappelijk onderzoek houdt zich bezig met de werkelijkheid (empirie) van
de natuur, de mens en de maatschappij.
o Empirische wetenschappen: natuurkunde, biologie, psychologie en economie
o Niet-empirische wetenschappen: theologie, filosofie en literatuurwetenschap
Kenmerkend is dat de theorie wordt getoetst aan de feiten/ data
In de methodologie van de empirische wetenschappen speelt de statistiek een belangrijke rol
1.2. Regels voor onderzoek
Objectief: de onderzoeker moet integer zijn en hij moet alles doen om te vermijden dat zijn
vooroordelen of belangen de resultaten van het onderzoek vertekenen.
Openbaarheid: de resultaten van het onderzoek moeten openbaar zijn zodat anderen er
kritisch op kunnen reageren.
Toetsbaarheid: de resultaten van het onderzoek moeten zo worden gepresenteerd dat
anderen het onderzoek kunnen controleren, eventueel door het te herhalen.
1.3. Exploratief en inferentieel onderzoek
Exploratief Inferentieel
Heeft tot doel de werkelijkheid te Toetst of wetenschappelijke hypothesen en
verkennen om daarin wetmatigheden te theorieën al of niet in overeenstemming
ontdekken. zijn met de werkelijkheid.
De methode is inductief. ‘to infer’ ‘concluderen’
Centraal staat de vraag: wat is er aan de Centraal staat de vraag: klopt mijn
hand? (beschrijvende statistiek) verklaring? (inferentiële statistiek)
exploratief en inferentieel onderzoek vullen elkaar aan: wetmatigheden die bij exploratief
onderzoek worden ontdekt, leiden tot een wetenschappelijke theorie en vervolgens tot hypothesen,
die in inferentieel onderzoek worden getoetst op hun houdbaarheid.
1
,1.4. Empirisch wetenschappelijk onderzoek
Een goed onderzoek begint met een goede vraagstelling
Dataverzameling
o Data: feiten die verzameld worden om antwoord te kunnen geven op vragen die
gesteld worden. Synoniem: gegevens
o Data vormen de basis voor informatie. 2 belangrijke concepten:
1) onderzoekseenheden variabelen
Personen Geslacht, gewicht, leeftijd (epidemiologische
Dieren, planten studie)
Ziekenhuizen, patiënten Bloeddruk, cholesterol, hemoglobine
Studenten, docenten, onderwijsgroepen (klinische studie)
Risicovol gedrag, alcoholconsumptie
(verkeersongevallen)
Metingen van variabelen
- meting: een waarde/ getal of code die is
toegekend aan een variabele
1.5. Variabelen
Kwalitatieve
variabelen
Kwantitatieve Interval variabele: geen absoluut nulpunt
variabelen
Temperatuur: vandaag is de temperatuur in Leuven 20°C en in Ieper 10°C
o Is 20°C tweemaal zo warm als 10°C?
o Is 68°F tweemaal zo warm als 50°C?
Intelligentie: IQ scores
Ratio variabele: absoluut nulpunt
2
, Lengte: in cm of m
Gewicht: in gram of kilogram
Bloeddruk: in mmHg
Ratio variabelen hebben een absoluut nulpunt
o 200cm = 2 * 100cm
o 2m = 2*1m
1.6. Verschillende soorten variabelen
Nominale variabelen Zijn niet kwantitatief en kunnen niet Haarkleur: bruin – blond – zwart
gebruikt worden voor berekeningen
Wat is het gemiddelde van een
Ordinale variabelen lagere, middelbare of universitaire Opleiding: laag – midden - hoog
opleiding?
Wat is het gemiddelde van vrouwen
en mannen?
Interval Intervalniveau: variabelen kunnen gebruikt worden voor berekeningen, bv.
Gemiddelde, maar niet voor verhoudingen (ratios)
geen natuurlijk nulpunt
Bv. Temperatuur celsius
bv. Temperatuur fahrenheit
Ratio Rationiveau: variabelen kunnen gebruikt worden voor berekeningen, bv.
Gemiddelde
natuurlijk nulpunt
Bv. Lengte
3
, 1.6.1. Meetniveau van variabelen: overzicht
Ratio & interval Variabelen kunnen gebruikt worden voor berekeningen
bv. Gemiddelde
Interval Variabelen kunnen NIET gebruikt worden voor verhoudingen (ratios)
Nominale & ordinale Zijn NIET kwantitatief
variabelen
- wat is het gemiddelde van een lagere, middelbare en universitaire opleiding?
- wat is het gemiddelde van vrouwen en mannen?
1.7. Beschrijvende statistiek VS inferentiële statistiek
Beschrijvende statistiek Inferentiële statistiek
De analyse begint vaak met de Doet kwantitatieve uitspraken over de
samenvatting en beschrijving van de data eigenschappen van een populatie op basis
van de uitkomsten van
De oorspronkelijke uitkomsten worden steekproefonderzoek
samengevat, waardoor details verloren
gaan, maar overzicht en inzicht worden Toetst van wetenschappelijke hypothesen
gewonnen en theorieën
Verzamelen, classificeren en presenteren Conclusie trekken
van data
4
1.1. Empirisch wetenschappelijk onderzoek
Empirisch wetenschappelijk onderzoek houdt zich bezig met de werkelijkheid (empirie) van
de natuur, de mens en de maatschappij.
o Empirische wetenschappen: natuurkunde, biologie, psychologie en economie
o Niet-empirische wetenschappen: theologie, filosofie en literatuurwetenschap
Kenmerkend is dat de theorie wordt getoetst aan de feiten/ data
In de methodologie van de empirische wetenschappen speelt de statistiek een belangrijke rol
1.2. Regels voor onderzoek
Objectief: de onderzoeker moet integer zijn en hij moet alles doen om te vermijden dat zijn
vooroordelen of belangen de resultaten van het onderzoek vertekenen.
Openbaarheid: de resultaten van het onderzoek moeten openbaar zijn zodat anderen er
kritisch op kunnen reageren.
Toetsbaarheid: de resultaten van het onderzoek moeten zo worden gepresenteerd dat
anderen het onderzoek kunnen controleren, eventueel door het te herhalen.
1.3. Exploratief en inferentieel onderzoek
Exploratief Inferentieel
Heeft tot doel de werkelijkheid te Toetst of wetenschappelijke hypothesen en
verkennen om daarin wetmatigheden te theorieën al of niet in overeenstemming
ontdekken. zijn met de werkelijkheid.
De methode is inductief. ‘to infer’ ‘concluderen’
Centraal staat de vraag: wat is er aan de Centraal staat de vraag: klopt mijn
hand? (beschrijvende statistiek) verklaring? (inferentiële statistiek)
exploratief en inferentieel onderzoek vullen elkaar aan: wetmatigheden die bij exploratief
onderzoek worden ontdekt, leiden tot een wetenschappelijke theorie en vervolgens tot hypothesen,
die in inferentieel onderzoek worden getoetst op hun houdbaarheid.
1
,1.4. Empirisch wetenschappelijk onderzoek
Een goed onderzoek begint met een goede vraagstelling
Dataverzameling
o Data: feiten die verzameld worden om antwoord te kunnen geven op vragen die
gesteld worden. Synoniem: gegevens
o Data vormen de basis voor informatie. 2 belangrijke concepten:
1) onderzoekseenheden variabelen
Personen Geslacht, gewicht, leeftijd (epidemiologische
Dieren, planten studie)
Ziekenhuizen, patiënten Bloeddruk, cholesterol, hemoglobine
Studenten, docenten, onderwijsgroepen (klinische studie)
Risicovol gedrag, alcoholconsumptie
(verkeersongevallen)
Metingen van variabelen
- meting: een waarde/ getal of code die is
toegekend aan een variabele
1.5. Variabelen
Kwalitatieve
variabelen
Kwantitatieve Interval variabele: geen absoluut nulpunt
variabelen
Temperatuur: vandaag is de temperatuur in Leuven 20°C en in Ieper 10°C
o Is 20°C tweemaal zo warm als 10°C?
o Is 68°F tweemaal zo warm als 50°C?
Intelligentie: IQ scores
Ratio variabele: absoluut nulpunt
2
, Lengte: in cm of m
Gewicht: in gram of kilogram
Bloeddruk: in mmHg
Ratio variabelen hebben een absoluut nulpunt
o 200cm = 2 * 100cm
o 2m = 2*1m
1.6. Verschillende soorten variabelen
Nominale variabelen Zijn niet kwantitatief en kunnen niet Haarkleur: bruin – blond – zwart
gebruikt worden voor berekeningen
Wat is het gemiddelde van een
Ordinale variabelen lagere, middelbare of universitaire Opleiding: laag – midden - hoog
opleiding?
Wat is het gemiddelde van vrouwen
en mannen?
Interval Intervalniveau: variabelen kunnen gebruikt worden voor berekeningen, bv.
Gemiddelde, maar niet voor verhoudingen (ratios)
geen natuurlijk nulpunt
Bv. Temperatuur celsius
bv. Temperatuur fahrenheit
Ratio Rationiveau: variabelen kunnen gebruikt worden voor berekeningen, bv.
Gemiddelde
natuurlijk nulpunt
Bv. Lengte
3
, 1.6.1. Meetniveau van variabelen: overzicht
Ratio & interval Variabelen kunnen gebruikt worden voor berekeningen
bv. Gemiddelde
Interval Variabelen kunnen NIET gebruikt worden voor verhoudingen (ratios)
Nominale & ordinale Zijn NIET kwantitatief
variabelen
- wat is het gemiddelde van een lagere, middelbare en universitaire opleiding?
- wat is het gemiddelde van vrouwen en mannen?
1.7. Beschrijvende statistiek VS inferentiële statistiek
Beschrijvende statistiek Inferentiële statistiek
De analyse begint vaak met de Doet kwantitatieve uitspraken over de
samenvatting en beschrijving van de data eigenschappen van een populatie op basis
van de uitkomsten van
De oorspronkelijke uitkomsten worden steekproefonderzoek
samengevat, waardoor details verloren
gaan, maar overzicht en inzicht worden Toetst van wetenschappelijke hypothesen
gewonnen en theorieën
Verzamelen, classificeren en presenteren Conclusie trekken
van data
4