Deel 1 : geest, gedrag en de psychologische wetenschap
Wat is psychologie : de wetenschap van gedrag en geestelijke processen
Gedrag : externe waarneembare processen à praten, lopen, kopen, pesten…
Geestelijke processen : interne geestelijke processen à denken, voelen, onthouden,
motivatie…
Kennis psychologie wordt gebruikt in
- Onderwijs : CLB
- Bedrijfsleven : advies aanwerven personeel
- Sport : mental coach
- Gevangenissen : adviseren over vrijlaten
- Politiek : voorspellen van stemgedrag
- Reclame : voorspellen hoe een campagne een bepaalde doelgroep bereikt
- Marketing : voorspellen koopgedrag
- Gezondheidszorg : diagnose en behandeling van geestesziekten
Bv J : horlogewijzers, Danone, Nike à eerder horloge kopen waarvan de wijzers een smiley
vormen à psychologie
Hypothese : als een kaart aan de ene kant een ster heeft, heeft hij aan de andere kant een even
getal à Welke 2 kaarten moet je omdraaien om te controleren of de regel waar is?
à Ster & 4: we proberen bevestiging te zoeken, maar het is veel slimmer om tegenbewijs te
zoeken. Maar het zit in onze natuur bevestiging te zoeken.
Pseudipsychologie (psychologisch gebabbel) : niet-onderbouwde psychologische aannamen
die als wetenschappelijke waarheden worden gepresenteerd (geen bewijs/tegenbewijs)
Bv : waarzeggers, horoscopen… à falsificieerbaarheid
à Psychologie vereist stevig wetenschappelijk bewijs als onderbouwing van beweringen.
à grens is vaag
Kritisch denken
- Wat is de bron van informatie?
- Hoe extreem is de bewering ?
- Wat is het bewijsmateriaal?
- Kan de bewering beïnvloed zijn door vooroordelen/denkfouten?
- Kan de bewering vanuit alternatieve invalshoeken beschouwd worden?
1
,Belangrijke perspectieven over geest & gedrag
1. Biologisch perspectief : aan de hand van biologische factoren. Wat zich afspeelt in de
hersenen & gedrag. = oudste perspectief
Voorbeelden :
- bij slaaptekort blijkt het brein sterker te reageren op mogelijke winst en zwakker te
reageren op mogelijk verlies
- iemand helpen zonder dat het je iets oplevert, is een typisch menselijke eigenschap
2. Cognitief perspectief : we gaan hier echt kijken naar het denken, gedrag wordt bepaald
door denken. à ontstaan psychologie en eerste psychologisch laboratorium.
Voorbeelden :
- Introspectie (1879) : mensen beschrijven hun directe zintuigelijke en emotionele
reacties op verschillende prikkels à oud machine
- Brain imaging (2015) : mensen vertonen belangrijke gelijkenissen in hun breinactiviteit
wanneer ze eenzelfde emotie ervaren
3. Behavioristisch perspectief : tegenreactie op cognitief perspectief à focus puur en
alleen op gedrag en hoe mensen reageren op prikkels in hun omgeving
Voorbeelden :
- Een werknemer gaat beter presteren wanneer hij beloond wordt met een
salarisverhoging voor goede prestaties op het werk
- Tijdens een kijkstage leert een student bij door te kijken hoe iemand iets doet en wat het
resultaat hiervan is
4. Gehele persoon perspectief : kijken naar de mens als een uniek geheel, in plaats van
alleen naar gedrag/biologie. Op zoek naar de verschillen tussen mensen
Voorbeeld : onderzoeksvraag : kan gedrag verklaard worden door iemands
persoonlijkheid? à veronderstelling : agressie (basketters) kan best voorspeld worden
door een meting van expliciete & impliciete persoonlijkheid te combineren.
à observatie van agressief gedrag tijdens een basketbalmatch
- Expliciete persoonlijkheid : ben jij iemand die snel boos wordt?
- Impliciete persoonlijkheid : reactie op een situatie observeren
5. Ontwikkelingsperspectief : combinatie cognitief & biologisch. Bv ontwikkeling taal.
Mensen gaan veranderen aan een vast patroon & zijn voorspelbaar.
Voorbeeld : hoe langer kinderen en ouders in lockdown hebben gezeten, hoe groter de
vertraging in hun cognitieve ontwikkeling (groei van het denken, leren, begrijpen).
6. Sociocultureel perspectief : gedrag wordt bepaald door de context & situatie waarin
een persoon zit. Het is niet het lichaam/hersenen maar sociale en culturele invloeden
Voorbeeld : bepaalde stijlen van leidinggeven zijn effectiever in bepaalde culturen.
2
, Biologisch Behavioristisch Ontwikkeling
Zenuwstelsel Leren Verandering in
Hormoonstelsel Stimuli & respons psychologisch
Genetica functioneren tijdens
het leven
Cognitief Gehele persoon Sociocultureel
à Mentale processen Onbewuste motivatie Sociale invloeden
De geest als Menselijk potentieel Culturele verschillen
computer persoonskenmerken
Voorbeeld : paniekaanval bij een examen
- Biologisch : zenuwstelsel gaat in overdrive, hartkloppingen…
- Behavioristisch : herexamen à gedrag herhaalt zich (paniekaanval bij eerste examen)
- Cognitief : je bent ervan overtuigd dat je het niet kan en vind het superbelangrijk
- Psychoanalyse (wat speelt onbewust mee) : in je jeugd als je niet goed presteerde kreeg
je agressie van je ouders.
- Socio-cultureel : we zitten in een prestatiemaatschappij (cultureel)
Kennis vergaren binnen de psychologie à via de wetenschappelijke methode
à 4 stappen-procedure via empirisch onderzoek (data verzamelen)
Empirisch onderzoek = elke onderzoeksactiviteit die directe of indirecte waarnemingen
gebruikt.
Hypothese = voorspelling van de uitkomst van een onderzoek
onderzoeksvraag : kan gedrag verklaard worden door iemands hormonen?
Veronderstelling : testosteron niveau hangt samen met (on)ethisch gedrag
(bv : gevonden portemonnee terugbrengen)
1. Hypothese ontwikkelen : precieze beschrijving van hoe de hypothese zal worden
onderzocht. Omschrijving van de variabelen in meetbare termen.
2. Objectieve data verzamelen : het toetsen van de hypothese op basis van empirie
(ervaring/data) = de stap die overgeslagen wordt bij pseudowetenschappen
5 technieken
o Experimenteren
o Correlatieonderzoek
o Surveys
o Natuurlijke observatie
o gevalstudies
3. Resultaten analyseren : met behulp van statische methoden berekenen of het
waargenomen effect niet door toeval is ontstaan maar door de onafhankelijke variabele
Onafhankelijke variabele : denken dat die afhankelijk is van de afhankelijke variabele
4. Resultaten publiceren, bekritiseren en repliceren
Wetenschappelijke resultaten zijn altijd voorlopig en lopen het risico door toekomstige
wetenschappelijke experimenten of observaties te worden achterhaald
3
Wat is psychologie : de wetenschap van gedrag en geestelijke processen
Gedrag : externe waarneembare processen à praten, lopen, kopen, pesten…
Geestelijke processen : interne geestelijke processen à denken, voelen, onthouden,
motivatie…
Kennis psychologie wordt gebruikt in
- Onderwijs : CLB
- Bedrijfsleven : advies aanwerven personeel
- Sport : mental coach
- Gevangenissen : adviseren over vrijlaten
- Politiek : voorspellen van stemgedrag
- Reclame : voorspellen hoe een campagne een bepaalde doelgroep bereikt
- Marketing : voorspellen koopgedrag
- Gezondheidszorg : diagnose en behandeling van geestesziekten
Bv J : horlogewijzers, Danone, Nike à eerder horloge kopen waarvan de wijzers een smiley
vormen à psychologie
Hypothese : als een kaart aan de ene kant een ster heeft, heeft hij aan de andere kant een even
getal à Welke 2 kaarten moet je omdraaien om te controleren of de regel waar is?
à Ster & 4: we proberen bevestiging te zoeken, maar het is veel slimmer om tegenbewijs te
zoeken. Maar het zit in onze natuur bevestiging te zoeken.
Pseudipsychologie (psychologisch gebabbel) : niet-onderbouwde psychologische aannamen
die als wetenschappelijke waarheden worden gepresenteerd (geen bewijs/tegenbewijs)
Bv : waarzeggers, horoscopen… à falsificieerbaarheid
à Psychologie vereist stevig wetenschappelijk bewijs als onderbouwing van beweringen.
à grens is vaag
Kritisch denken
- Wat is de bron van informatie?
- Hoe extreem is de bewering ?
- Wat is het bewijsmateriaal?
- Kan de bewering beïnvloed zijn door vooroordelen/denkfouten?
- Kan de bewering vanuit alternatieve invalshoeken beschouwd worden?
1
,Belangrijke perspectieven over geest & gedrag
1. Biologisch perspectief : aan de hand van biologische factoren. Wat zich afspeelt in de
hersenen & gedrag. = oudste perspectief
Voorbeelden :
- bij slaaptekort blijkt het brein sterker te reageren op mogelijke winst en zwakker te
reageren op mogelijk verlies
- iemand helpen zonder dat het je iets oplevert, is een typisch menselijke eigenschap
2. Cognitief perspectief : we gaan hier echt kijken naar het denken, gedrag wordt bepaald
door denken. à ontstaan psychologie en eerste psychologisch laboratorium.
Voorbeelden :
- Introspectie (1879) : mensen beschrijven hun directe zintuigelijke en emotionele
reacties op verschillende prikkels à oud machine
- Brain imaging (2015) : mensen vertonen belangrijke gelijkenissen in hun breinactiviteit
wanneer ze eenzelfde emotie ervaren
3. Behavioristisch perspectief : tegenreactie op cognitief perspectief à focus puur en
alleen op gedrag en hoe mensen reageren op prikkels in hun omgeving
Voorbeelden :
- Een werknemer gaat beter presteren wanneer hij beloond wordt met een
salarisverhoging voor goede prestaties op het werk
- Tijdens een kijkstage leert een student bij door te kijken hoe iemand iets doet en wat het
resultaat hiervan is
4. Gehele persoon perspectief : kijken naar de mens als een uniek geheel, in plaats van
alleen naar gedrag/biologie. Op zoek naar de verschillen tussen mensen
Voorbeeld : onderzoeksvraag : kan gedrag verklaard worden door iemands
persoonlijkheid? à veronderstelling : agressie (basketters) kan best voorspeld worden
door een meting van expliciete & impliciete persoonlijkheid te combineren.
à observatie van agressief gedrag tijdens een basketbalmatch
- Expliciete persoonlijkheid : ben jij iemand die snel boos wordt?
- Impliciete persoonlijkheid : reactie op een situatie observeren
5. Ontwikkelingsperspectief : combinatie cognitief & biologisch. Bv ontwikkeling taal.
Mensen gaan veranderen aan een vast patroon & zijn voorspelbaar.
Voorbeeld : hoe langer kinderen en ouders in lockdown hebben gezeten, hoe groter de
vertraging in hun cognitieve ontwikkeling (groei van het denken, leren, begrijpen).
6. Sociocultureel perspectief : gedrag wordt bepaald door de context & situatie waarin
een persoon zit. Het is niet het lichaam/hersenen maar sociale en culturele invloeden
Voorbeeld : bepaalde stijlen van leidinggeven zijn effectiever in bepaalde culturen.
2
, Biologisch Behavioristisch Ontwikkeling
Zenuwstelsel Leren Verandering in
Hormoonstelsel Stimuli & respons psychologisch
Genetica functioneren tijdens
het leven
Cognitief Gehele persoon Sociocultureel
à Mentale processen Onbewuste motivatie Sociale invloeden
De geest als Menselijk potentieel Culturele verschillen
computer persoonskenmerken
Voorbeeld : paniekaanval bij een examen
- Biologisch : zenuwstelsel gaat in overdrive, hartkloppingen…
- Behavioristisch : herexamen à gedrag herhaalt zich (paniekaanval bij eerste examen)
- Cognitief : je bent ervan overtuigd dat je het niet kan en vind het superbelangrijk
- Psychoanalyse (wat speelt onbewust mee) : in je jeugd als je niet goed presteerde kreeg
je agressie van je ouders.
- Socio-cultureel : we zitten in een prestatiemaatschappij (cultureel)
Kennis vergaren binnen de psychologie à via de wetenschappelijke methode
à 4 stappen-procedure via empirisch onderzoek (data verzamelen)
Empirisch onderzoek = elke onderzoeksactiviteit die directe of indirecte waarnemingen
gebruikt.
Hypothese = voorspelling van de uitkomst van een onderzoek
onderzoeksvraag : kan gedrag verklaard worden door iemands hormonen?
Veronderstelling : testosteron niveau hangt samen met (on)ethisch gedrag
(bv : gevonden portemonnee terugbrengen)
1. Hypothese ontwikkelen : precieze beschrijving van hoe de hypothese zal worden
onderzocht. Omschrijving van de variabelen in meetbare termen.
2. Objectieve data verzamelen : het toetsen van de hypothese op basis van empirie
(ervaring/data) = de stap die overgeslagen wordt bij pseudowetenschappen
5 technieken
o Experimenteren
o Correlatieonderzoek
o Surveys
o Natuurlijke observatie
o gevalstudies
3. Resultaten analyseren : met behulp van statische methoden berekenen of het
waargenomen effect niet door toeval is ontstaan maar door de onafhankelijke variabele
Onafhankelijke variabele : denken dat die afhankelijk is van de afhankelijke variabele
4. Resultaten publiceren, bekritiseren en repliceren
Wetenschappelijke resultaten zijn altijd voorlopig en lopen het risico door toekomstige
wetenschappelijke experimenten of observaties te worden achterhaald
3