Macro-economie
Inleiding
De short run verwijst naar bewegingen over een beperkt aantal jaren, het is voornamelijk gedreven door
veranderingen in de vraag.
Bij medium run spreekt men over perioden van 10 jaar, de evolu<e van de economie wordt bepaald door
aanbodfactoren. Deze factoren kunnen de kapitaalvoorraad, het technologieniveau en de omvang of kwaliteit van
de beroepsbevolking zijn.
De long run verwijst naar een aantal perioden van 10 jaar of meer, de groei van de economie wordt bepaald door
factoren zoals het vermogen om te innoveren en nieuwe technologieën te introduceren, de hoeveelheid die
mensen sparen, de kwaliteit van het onderwijssysteem van het land en de kwaliteit van de overheid.
Een model van een bedrijfscyclus:
Er zijn fasen van expansie en van recessie. Als de pieken opeenvolgend in de
<jd steeds hoger liggen, spreken we van lange termijn groei. Een
economische cyclus is de periode tussen 2 pieken of tussen 2 dallen.
De output wordt gemeten aan de hand van het reële bruto binnenlands
product (bbp).
Een piek wordt “a boom” genoemd en een dal “a bust”.
Hoofdstuk 1: A tour of the world (korte termijn)
1.1 Huidige situa-e
Het IMF (Interna<onaal Monetair Fonds) publiceert elk jaar een onderzoek over de wereldwijde economische
ontwikkelingen op de korte en middellange termijn. Het geeO een overzicht en meer gedetailleerde analyse van
de wereldeconomie, gaan in op kwes<es die van invloed zijn op industriële landen, ontwikkelingslanden en
economieën in de overgang naar een markteconomie, en behandelen onderwerpen van actueel belang.
Deze cijfers zijn de voorspellingen van de economische groei per land. Uit de cijfers blijkt dat de economische
groei voor de meeste landen stabiel blijO of daalt.
1
,Deze grafiek van de ECB (Europese Centrale Bank) toont het verband tussen de olieprijzen en geopoli<eke risico’s
sinds 1990. Het gaat dus na of bijvoorbeeld de invasie in Irak en de terroris<sche aanslag in Londen een invloed
hebben op de olieprijzen.
De ECB zegt dat de rela<e tussen de geopoli<eke ontwikkelingen en de olieprijzen niet perfect in lijn is. Historisch
is er geen correla<e tussen de olieprijzen en geopoli<eke gebeurtenissen zoals spanningen tussen landen of
terroris<sche aanslagen. Maar geopoli<eke schokken kunnen wel een impact op de olieprijzen hebben door
lagere economische ac<viteit of een hoger risico voor de levering van grondstoffen.
1.2 De pandemie van 2020
De pandemie van 2020 was de ergste wereldwijde sanitaire crisis sinds de zogenaamde Spaanse griep in 1918 en
de ergste wereldwijde economische crisis sinds de Grote Depressie. Maar de coronacrisis was een heel ander
soort economische crisis vergeleken met andere recessies. De economische crisis als gevolg van de pandemie
wordt niet veroorzaakt door een onevenwicht in de economie, maar door een exogene en onverwachte schok.
Deze schok beïnvloedt de economie op drie manieren:
. Doorbreken van de produc<eketen: een nega<eve aanbodschok
. Beperking van de mobiliteit van werknemers: een nega<eve aanbodschok
. Daling van het inkomen: een nega<eve vraagschok
Wat was typisch aan de pandemie van 2020?
› Het antwoord moet de 3 schokken beva^en.
1.3 De crisis van 2008-2009
De aanleiding tot de crisis van 2008-2009 waren de dalende huisprijzen in de VS, dit leidde tot erns<ge problemen
in de financiële sector.
Dit verspreidde zich naar andere landen via
. Het handelskanaal: Er waren minder exportmogelijkheden naar de VS.
. Het financieringskanaal: Financiële producten uit de VS die weinig waard waren, werden verspreid over
het wereldwijde financiële systeem.
2
,Vergelijking van de coronacrisis met de crisis van ’08-‘09
Coronacrisis:
De oorzaak van de crisis was de daling van de produc<e als gevolg van de lockdown, de balansen van financiële
instellingen werden niet direct geraakt.
De overheid reageerde met:
. Gezondheidsinterven<es (mondmasker, lockdownregels...).
. Inkomenssteun zodat de consump<e niet zou instorten en bedrijven konden overleven.
Crisis van ’08-‘09
De financiële schok was rela<ef klein, maar de klap voor de balans van de banken was gelijk aan een beursdaling
van 4% omdat de financiële producten op de balans plots veel minder waard waren.
De financiële crisis in 2008 was zo slecht door:
. Onduidelijkheid: Niemand wist hoeveel de hypotheken van de banken waard waren.
. Versterking: Banken hadden te weinig kapitaal om verliezen op te vangen en ze verstrekten dus geen
leningen meer.
Om het probleem op te lossen, moesten banken worden gerepareerd en dat kost <jd
1.4 De Verenigde Staten
De verkiezingen die Trump heeO gewonnen zijn historisch omdat hij erin geslaagd is een trifecta te realiseren, dit
is een situa<e waar ook de meerderheid van de senaat en the house of representa<ves op dezelfde kandidaat
stemmen. Zo’n situa<e is al eerder voorgekomen bij Biden en Clinton, maar voor de republikeinen was dit al heel
lang geleden.
Een van de grootste zorgen in de EU en de VS is de produc<viteitsgroei. In de Verenigde Staten stelt men vast dat
de produc<viteitsgroei heel laag is, en daalt met de jaren. Zonder produc<viteitsgroei kan het inkomen per
persoon niet duurzaam s<jgen.
Dit roept mogelijk zorgen op, maar:
. Sommigen zeggen dat het een voorbijgaand fenomeen is, produc<viteitsgroei is namelijk veranderlijk.
. Sommigen geloven dat het te wijten is aan meetproblemen, het is niet simpel om produc<viteitsgroei te
meten. Verbeteringen van nieuwe technologie zijn moeilijker te waarderen, ook onderscha^en we het
misschien, vandaar de lage cijfers voor produc<viteitsgroei.
. Grote winsten zijn nu moeilijker te verkrijgen.
3
, 1.5 De Europese Unie en de eurozone
De Europese Unie (EU) is een groep van 27 Europese landen met eenzelfde markt. In 1999 heeO de EU een
gemeenschappelijke muntzone ingevoerd, de Eurozone. De gemeenschappelijke munteenheid, de Euro, vervangt
sinds 2002 alle na<onale munteenheden.
De grootste zorgen zijn:
. Werkloosheid reduceren.
. De vaardigheid om als een gemeenschappelijke valutazone te func<oneren.
3 criteria om landen of blokken met elkaar te vergelijken zijn:
. Groei van de output
. De werkloosheidgraad
. De infla<egraad
De Eurozone:
De VS:
De produc<egroei in de Eurozone ligt lager dan in de VS, de werkloosheidsgraad in de Eurozone ligt hoger dan in
de VS, en de infla<egraad is vergelijkbaar met elkaar.
Voordelen van een gemeenschappelijke munteenheid:
. Symbolisch belang.
. Er zijn geen veranderingen meer in wisselkoersen waar Europese bedrijven en consumenten zich zorgen
over moeten maken.
. Er is een grotere markt (schaalvoordelen).
Nadelen van een gemeenschappelijke munteenheid:
. Er is een gemeenschappelijk monetair beleid, maar de situa<es van landen zijn verschillend.
. Verlies van wisselkoers als aanpassingsinstrument.
1.6 China
China heeO een groeiende economie, maar de output per persoon is onder het niveau van de VS.
4
Inleiding
De short run verwijst naar bewegingen over een beperkt aantal jaren, het is voornamelijk gedreven door
veranderingen in de vraag.
Bij medium run spreekt men over perioden van 10 jaar, de evolu<e van de economie wordt bepaald door
aanbodfactoren. Deze factoren kunnen de kapitaalvoorraad, het technologieniveau en de omvang of kwaliteit van
de beroepsbevolking zijn.
De long run verwijst naar een aantal perioden van 10 jaar of meer, de groei van de economie wordt bepaald door
factoren zoals het vermogen om te innoveren en nieuwe technologieën te introduceren, de hoeveelheid die
mensen sparen, de kwaliteit van het onderwijssysteem van het land en de kwaliteit van de overheid.
Een model van een bedrijfscyclus:
Er zijn fasen van expansie en van recessie. Als de pieken opeenvolgend in de
<jd steeds hoger liggen, spreken we van lange termijn groei. Een
economische cyclus is de periode tussen 2 pieken of tussen 2 dallen.
De output wordt gemeten aan de hand van het reële bruto binnenlands
product (bbp).
Een piek wordt “a boom” genoemd en een dal “a bust”.
Hoofdstuk 1: A tour of the world (korte termijn)
1.1 Huidige situa-e
Het IMF (Interna<onaal Monetair Fonds) publiceert elk jaar een onderzoek over de wereldwijde economische
ontwikkelingen op de korte en middellange termijn. Het geeO een overzicht en meer gedetailleerde analyse van
de wereldeconomie, gaan in op kwes<es die van invloed zijn op industriële landen, ontwikkelingslanden en
economieën in de overgang naar een markteconomie, en behandelen onderwerpen van actueel belang.
Deze cijfers zijn de voorspellingen van de economische groei per land. Uit de cijfers blijkt dat de economische
groei voor de meeste landen stabiel blijO of daalt.
1
,Deze grafiek van de ECB (Europese Centrale Bank) toont het verband tussen de olieprijzen en geopoli<eke risico’s
sinds 1990. Het gaat dus na of bijvoorbeeld de invasie in Irak en de terroris<sche aanslag in Londen een invloed
hebben op de olieprijzen.
De ECB zegt dat de rela<e tussen de geopoli<eke ontwikkelingen en de olieprijzen niet perfect in lijn is. Historisch
is er geen correla<e tussen de olieprijzen en geopoli<eke gebeurtenissen zoals spanningen tussen landen of
terroris<sche aanslagen. Maar geopoli<eke schokken kunnen wel een impact op de olieprijzen hebben door
lagere economische ac<viteit of een hoger risico voor de levering van grondstoffen.
1.2 De pandemie van 2020
De pandemie van 2020 was de ergste wereldwijde sanitaire crisis sinds de zogenaamde Spaanse griep in 1918 en
de ergste wereldwijde economische crisis sinds de Grote Depressie. Maar de coronacrisis was een heel ander
soort economische crisis vergeleken met andere recessies. De economische crisis als gevolg van de pandemie
wordt niet veroorzaakt door een onevenwicht in de economie, maar door een exogene en onverwachte schok.
Deze schok beïnvloedt de economie op drie manieren:
. Doorbreken van de produc<eketen: een nega<eve aanbodschok
. Beperking van de mobiliteit van werknemers: een nega<eve aanbodschok
. Daling van het inkomen: een nega<eve vraagschok
Wat was typisch aan de pandemie van 2020?
› Het antwoord moet de 3 schokken beva^en.
1.3 De crisis van 2008-2009
De aanleiding tot de crisis van 2008-2009 waren de dalende huisprijzen in de VS, dit leidde tot erns<ge problemen
in de financiële sector.
Dit verspreidde zich naar andere landen via
. Het handelskanaal: Er waren minder exportmogelijkheden naar de VS.
. Het financieringskanaal: Financiële producten uit de VS die weinig waard waren, werden verspreid over
het wereldwijde financiële systeem.
2
,Vergelijking van de coronacrisis met de crisis van ’08-‘09
Coronacrisis:
De oorzaak van de crisis was de daling van de produc<e als gevolg van de lockdown, de balansen van financiële
instellingen werden niet direct geraakt.
De overheid reageerde met:
. Gezondheidsinterven<es (mondmasker, lockdownregels...).
. Inkomenssteun zodat de consump<e niet zou instorten en bedrijven konden overleven.
Crisis van ’08-‘09
De financiële schok was rela<ef klein, maar de klap voor de balans van de banken was gelijk aan een beursdaling
van 4% omdat de financiële producten op de balans plots veel minder waard waren.
De financiële crisis in 2008 was zo slecht door:
. Onduidelijkheid: Niemand wist hoeveel de hypotheken van de banken waard waren.
. Versterking: Banken hadden te weinig kapitaal om verliezen op te vangen en ze verstrekten dus geen
leningen meer.
Om het probleem op te lossen, moesten banken worden gerepareerd en dat kost <jd
1.4 De Verenigde Staten
De verkiezingen die Trump heeO gewonnen zijn historisch omdat hij erin geslaagd is een trifecta te realiseren, dit
is een situa<e waar ook de meerderheid van de senaat en the house of representa<ves op dezelfde kandidaat
stemmen. Zo’n situa<e is al eerder voorgekomen bij Biden en Clinton, maar voor de republikeinen was dit al heel
lang geleden.
Een van de grootste zorgen in de EU en de VS is de produc<viteitsgroei. In de Verenigde Staten stelt men vast dat
de produc<viteitsgroei heel laag is, en daalt met de jaren. Zonder produc<viteitsgroei kan het inkomen per
persoon niet duurzaam s<jgen.
Dit roept mogelijk zorgen op, maar:
. Sommigen zeggen dat het een voorbijgaand fenomeen is, produc<viteitsgroei is namelijk veranderlijk.
. Sommigen geloven dat het te wijten is aan meetproblemen, het is niet simpel om produc<viteitsgroei te
meten. Verbeteringen van nieuwe technologie zijn moeilijker te waarderen, ook onderscha^en we het
misschien, vandaar de lage cijfers voor produc<viteitsgroei.
. Grote winsten zijn nu moeilijker te verkrijgen.
3
, 1.5 De Europese Unie en de eurozone
De Europese Unie (EU) is een groep van 27 Europese landen met eenzelfde markt. In 1999 heeO de EU een
gemeenschappelijke muntzone ingevoerd, de Eurozone. De gemeenschappelijke munteenheid, de Euro, vervangt
sinds 2002 alle na<onale munteenheden.
De grootste zorgen zijn:
. Werkloosheid reduceren.
. De vaardigheid om als een gemeenschappelijke valutazone te func<oneren.
3 criteria om landen of blokken met elkaar te vergelijken zijn:
. Groei van de output
. De werkloosheidgraad
. De infla<egraad
De Eurozone:
De VS:
De produc<egroei in de Eurozone ligt lager dan in de VS, de werkloosheidsgraad in de Eurozone ligt hoger dan in
de VS, en de infla<egraad is vergelijkbaar met elkaar.
Voordelen van een gemeenschappelijke munteenheid:
. Symbolisch belang.
. Er zijn geen veranderingen meer in wisselkoersen waar Europese bedrijven en consumenten zich zorgen
over moeten maken.
. Er is een grotere markt (schaalvoordelen).
Nadelen van een gemeenschappelijke munteenheid:
. Er is een gemeenschappelijk monetair beleid, maar de situa<es van landen zijn verschillend.
. Verlies van wisselkoers als aanpassingsinstrument.
1.6 China
China heeO een groeiende economie, maar de output per persoon is onder het niveau van de VS.
4