Samenvatting praktijk:
Manuele therapie onderste lidmaat
PR 1 MT OL
Examenvorm: totaalpunt
- 30% op theorie
- 70% op praktijk (25% voor een techniek)
- Casus: klinisch redeneren
- 2 technieken
Inleidende theorie LWZ
1. Arthrokinematica
- Anatomie
A. Vertebrae
a. Bewegen
b. Dragen
B. Discus
a. Krachten verdelen
b. Beweging toestaan
c. Scheiding 2 wervels
C. Ligamenten
a. Stabiliteit
b. Ondersteunen beweging
1
, - Oriëntatie gewrichtsvlakken
- Lumbaal is er heel weinig rotatie
- Oriëntatie gewrichtsvlakken lumbaal: superieure facetten
staan naar posterieur-mediaal-(craniaal)
- Koppeling beweging lumbaal
- Arthrokinematica facetgewricht lumbaal
- Beweging van onder naar boven uit bekijken
- Vb: extensie = indaling van de bovenste wervel tov onderste
Definities:
1. Indalen = Bewegingen waarbij de gewrichtsvlakken zoveel mogelijk
parallel tov elkaar bewegen, maar bij indalen is er zoveel mogelijk
parallelle beweging naar extensie toe.
2. Compressie = zoveel mogelijk contact (met extensie)
3. Homoniem = gelijkgerichte beweging
4. Heteroniem = tegengestelde beweging
5. Verglijden = Bewegingen waarbij de gewrichtsvlakken zoveel mogelijk
parallel tov elkaar bewegen, maar bij verglijden is er zoveel mogelijk
parallelle naar flexie toe.
6. Maximale verglijding is het omgekeerde van maximale rek.
7. Samenhorende termen: flexie + verglijden + rek
8. Samenhorende termen: extensie + compressie + indalen
Voorbeeld:
- Maximale verglijding opzoeken: Flexie (verglijding), linker lateroflexie
(zorgt voor meer verglijding langs rechts), en dan rotatie naar links voor
maximale verglijding of rotatie naar rechts om maximale rek te krijgen.
2
,- Cockpit model
- Graden van mobiliteit
- Kaltenborn zegt dat er manipulatie is op graad 4
- Maitland zegt dat er een manipulatie is op graad 5
3
, 2. Gezondheidsprofiel (GHP)
A. Persoonsgegevens patiënt
B. Verwijsgegevens arts
C. Anamnese: Inventarisatie van de klachten/status praesens
a. VALTIS: Voorgeschiedenis, Aard, Lokalisatie, Tijd, Intensiteit, Samenhang
Tijdslijn: beloop in de tijd (korte: 24 uur en lange tijdslijn: vanaf ontstaan)
Provocerende en reducerende factoren Medicatie Beeldvorming
D. Inschatting herstelbelemmerende factoren (negatief prognostisch)
E. Inschatting herstelbevorderende factoren (positief prognostisch)
F. Type en ernst van beperkingen in functies en activiteiten
G. Mate van beperking in participatie
H. Samenhang tussen
a. Stoornissen onderling (oa segmentale stoornissen)
b. Beperkingen onderling
c. Stoornissen, beperkingen en participatie
I. Belasting-Belastbaarheidsanalyse (inschatting van het probleem door de
kinesitherapeut, hoe is het met het lokaal en algemeen adaptief vermogen?)
J. Hulpvraag (verwachting van de therapie door de patiënt)
K. Manueeltherapeutische werkdiagnose
L. Indicatie voor manuele therapie in enge of ruime zin?
Gebruik bijvoorbeeld het MCTF als een gezondheidsprofiel.
4
Manuele therapie onderste lidmaat
PR 1 MT OL
Examenvorm: totaalpunt
- 30% op theorie
- 70% op praktijk (25% voor een techniek)
- Casus: klinisch redeneren
- 2 technieken
Inleidende theorie LWZ
1. Arthrokinematica
- Anatomie
A. Vertebrae
a. Bewegen
b. Dragen
B. Discus
a. Krachten verdelen
b. Beweging toestaan
c. Scheiding 2 wervels
C. Ligamenten
a. Stabiliteit
b. Ondersteunen beweging
1
, - Oriëntatie gewrichtsvlakken
- Lumbaal is er heel weinig rotatie
- Oriëntatie gewrichtsvlakken lumbaal: superieure facetten
staan naar posterieur-mediaal-(craniaal)
- Koppeling beweging lumbaal
- Arthrokinematica facetgewricht lumbaal
- Beweging van onder naar boven uit bekijken
- Vb: extensie = indaling van de bovenste wervel tov onderste
Definities:
1. Indalen = Bewegingen waarbij de gewrichtsvlakken zoveel mogelijk
parallel tov elkaar bewegen, maar bij indalen is er zoveel mogelijk
parallelle beweging naar extensie toe.
2. Compressie = zoveel mogelijk contact (met extensie)
3. Homoniem = gelijkgerichte beweging
4. Heteroniem = tegengestelde beweging
5. Verglijden = Bewegingen waarbij de gewrichtsvlakken zoveel mogelijk
parallel tov elkaar bewegen, maar bij verglijden is er zoveel mogelijk
parallelle naar flexie toe.
6. Maximale verglijding is het omgekeerde van maximale rek.
7. Samenhorende termen: flexie + verglijden + rek
8. Samenhorende termen: extensie + compressie + indalen
Voorbeeld:
- Maximale verglijding opzoeken: Flexie (verglijding), linker lateroflexie
(zorgt voor meer verglijding langs rechts), en dan rotatie naar links voor
maximale verglijding of rotatie naar rechts om maximale rek te krijgen.
2
,- Cockpit model
- Graden van mobiliteit
- Kaltenborn zegt dat er manipulatie is op graad 4
- Maitland zegt dat er een manipulatie is op graad 5
3
, 2. Gezondheidsprofiel (GHP)
A. Persoonsgegevens patiënt
B. Verwijsgegevens arts
C. Anamnese: Inventarisatie van de klachten/status praesens
a. VALTIS: Voorgeschiedenis, Aard, Lokalisatie, Tijd, Intensiteit, Samenhang
Tijdslijn: beloop in de tijd (korte: 24 uur en lange tijdslijn: vanaf ontstaan)
Provocerende en reducerende factoren Medicatie Beeldvorming
D. Inschatting herstelbelemmerende factoren (negatief prognostisch)
E. Inschatting herstelbevorderende factoren (positief prognostisch)
F. Type en ernst van beperkingen in functies en activiteiten
G. Mate van beperking in participatie
H. Samenhang tussen
a. Stoornissen onderling (oa segmentale stoornissen)
b. Beperkingen onderling
c. Stoornissen, beperkingen en participatie
I. Belasting-Belastbaarheidsanalyse (inschatting van het probleem door de
kinesitherapeut, hoe is het met het lokaal en algemeen adaptief vermogen?)
J. Hulpvraag (verwachting van de therapie door de patiënt)
K. Manueeltherapeutische werkdiagnose
L. Indicatie voor manuele therapie in enge of ruime zin?
Gebruik bijvoorbeeld het MCTF als een gezondheidsprofiel.
4