Verbintenissenrecht H4: Regels
gemeenschappelijk aan de verschillende
verbintenissen
Titel 3 Algemeen regime van de verbintenis;
bewijsrecht en bewijsmiddelen
art. 5.138 BW
Het bewijsrecht = NIET gelijk aan gelijk hebben
Materieel bewijsrecht:
Formeel bewijsrecht:
Waar te vinden:
Oud BW: 1315 – 1369 oud BW
Boek 8 BW (vanaf 1 nov 2020)
Algemene regels van het bewijsrecht – art 8.3 BW
Meeste regels = aanvullend recht – Art 8.2, een paar van dwingend recht
Art 8.4 BW: bewijslast
Medewerkingsplicht: alle partijen MOETEN meewerken aan de
bewijsvoering.
Bewijsrisico: bij twijfels wordt degene die moet bewijs voorleggen in zijn
ongelijk gesteld.
Verschil tussen wettelijk vermoeden en feitelijk vermoeden?
Wettelijk is vermoeden dat door een wetsbepaling met een zeker feit
verbonden is.
Feitelijk vermoeden (= rechterlijk vermoeden) is bewijsmiddel waar de
rechter de feiten uit afleidt.
Bewijsmiddelen – art. 8.8 BW
= methode om bewijs te leveren
Dat kan een ondertekend geschrift, getuigenis, feitelijk vermoeden,
bekentenis of eed zijn.
In ondernemingszaken kan dat de boekhouding of een factuur zijn.
Het bewijsrecht bepaalt onder welke voorwaarden het bewijsmiddel kan
voorgelegd worden staat vanaf 8.8 BW via vrij bewijsstelsel of
gereglementeerd bewijsstelsel
Vrije bewijswaarde = getuigenis
1
, Wettelijke bewijswaarde: bekentenis en eed
Bewijskracht = er mag aan een geschrift geen interpretatie gegevens worden die
onverzoenbaar is met de strekking van dat geschrift. Dit moet met alle
omstandigheden rekening houden. art. 5.64 eerste lid BW
Toelaatbaarheid van bewijsmiddelen
Hierarchie der bewijsmiddelen
Bewijsimddelen
die door de wet
zelf is voorzien -
tegenbewijs niet
mogelijk
(Bekentenis en
Bewijsmiddelen
eed) met
wettelijke bewijswaarde.
Rechter moet bewijs
aanvaarden.
(een authentiek akte of
onderhandse akte)
Bewijsmiddelen met vrije
bewijswaarde. is afhankelijk van
aanvaarding rechter
(getuigenissen en feitelijke
vermoedens)
I. Bekentenis en eed
II. Authentieke akte of onderhandse akte
III. Getuigenissen en feitelijke vermoedens
Tussen ondernemingen zijn ALLE bewijsmiddelen toegestaan.
Boekhouding kan worden ingeroepen als bewijs bij geschil tegen een
andere onderneming, NIET tegen een particulier.
Een particulier kan wel de boekhouding opvragen.
Factuur moet aanvaard zijn.
Uitzonderingen van het gereglementeerd bewijsstelsel Bewijs door en tegen
derden
tegenbewijs kan geleverd worden met alle bewijsmiddelen
De bewijsmiddelen
Het ondertekend geschrift: authentiek en onderhandse akte
Authentieke akte= geschrift dat is afgeleverd voor een ambtenaar.
2
gemeenschappelijk aan de verschillende
verbintenissen
Titel 3 Algemeen regime van de verbintenis;
bewijsrecht en bewijsmiddelen
art. 5.138 BW
Het bewijsrecht = NIET gelijk aan gelijk hebben
Materieel bewijsrecht:
Formeel bewijsrecht:
Waar te vinden:
Oud BW: 1315 – 1369 oud BW
Boek 8 BW (vanaf 1 nov 2020)
Algemene regels van het bewijsrecht – art 8.3 BW
Meeste regels = aanvullend recht – Art 8.2, een paar van dwingend recht
Art 8.4 BW: bewijslast
Medewerkingsplicht: alle partijen MOETEN meewerken aan de
bewijsvoering.
Bewijsrisico: bij twijfels wordt degene die moet bewijs voorleggen in zijn
ongelijk gesteld.
Verschil tussen wettelijk vermoeden en feitelijk vermoeden?
Wettelijk is vermoeden dat door een wetsbepaling met een zeker feit
verbonden is.
Feitelijk vermoeden (= rechterlijk vermoeden) is bewijsmiddel waar de
rechter de feiten uit afleidt.
Bewijsmiddelen – art. 8.8 BW
= methode om bewijs te leveren
Dat kan een ondertekend geschrift, getuigenis, feitelijk vermoeden,
bekentenis of eed zijn.
In ondernemingszaken kan dat de boekhouding of een factuur zijn.
Het bewijsrecht bepaalt onder welke voorwaarden het bewijsmiddel kan
voorgelegd worden staat vanaf 8.8 BW via vrij bewijsstelsel of
gereglementeerd bewijsstelsel
Vrije bewijswaarde = getuigenis
1
, Wettelijke bewijswaarde: bekentenis en eed
Bewijskracht = er mag aan een geschrift geen interpretatie gegevens worden die
onverzoenbaar is met de strekking van dat geschrift. Dit moet met alle
omstandigheden rekening houden. art. 5.64 eerste lid BW
Toelaatbaarheid van bewijsmiddelen
Hierarchie der bewijsmiddelen
Bewijsimddelen
die door de wet
zelf is voorzien -
tegenbewijs niet
mogelijk
(Bekentenis en
Bewijsmiddelen
eed) met
wettelijke bewijswaarde.
Rechter moet bewijs
aanvaarden.
(een authentiek akte of
onderhandse akte)
Bewijsmiddelen met vrije
bewijswaarde. is afhankelijk van
aanvaarding rechter
(getuigenissen en feitelijke
vermoedens)
I. Bekentenis en eed
II. Authentieke akte of onderhandse akte
III. Getuigenissen en feitelijke vermoedens
Tussen ondernemingen zijn ALLE bewijsmiddelen toegestaan.
Boekhouding kan worden ingeroepen als bewijs bij geschil tegen een
andere onderneming, NIET tegen een particulier.
Een particulier kan wel de boekhouding opvragen.
Factuur moet aanvaard zijn.
Uitzonderingen van het gereglementeerd bewijsstelsel Bewijs door en tegen
derden
tegenbewijs kan geleverd worden met alle bewijsmiddelen
De bewijsmiddelen
Het ondertekend geschrift: authentiek en onderhandse akte
Authentieke akte= geschrift dat is afgeleverd voor een ambtenaar.
2