Samenvatting farmaceutische analyse I
Elektrochemie
“relatie tussen chemische en elektrische eigenschappen”
Elektrode : een geleider dat in contact komt met oplossing ; ladingen in geleider bevinden zich aan
het oppervlak van de elektrode. In een geleider kunnen elektronen vrij bewegen = elektrische stroom
(enkel bij gesloten kring)
Bv. water vs geïoniseerd water (wel geleidend want ionen fungeren als ladingsdragers)
Spanning : verschil in potentiële energie tussen 2 punten, bij potentiaalverschil ontstaat ⃗
E
Elektrolyten : stoffen die splitsen in geladen deeltjes wanneer in oplossing gebracht
Redoxreactie
“verandering van OG”
Oxidatie : OG stijgt, geeft e- af en wordt positiever
Reductie : OG daalt, neemt e- op en wordt negatiever
Kathode – reductie
e- opnemen en OG daalt
negatieve oplossing – ladingsbalans neutralisatie via zoutbrug positieve
ionen in opl brengen
Anode – oxidatie
e- afstaan en OG stijgt
positieve oplossing – ladingsbalans neutralisatie via zoutbrug negatieve ionen in opl brengen
Redoxkoppel
Bv. Fe2+, Fe3+ of Sn2+,Sn4+
Zoutbrug
Zorgt voor elektronen neutraliteit ; compenseren het tekort aan positieve of negatieve ladingen
Elektrolytische cel 0 > E cel (negatief)
Niet-spontane chemische reactie, nood aan een externe bron die energie toevoegt aan systeem
Galvanische cel E cel > 0 (positief)
Spontane chemische reactie
, ( )
n−1
0,0592 X
E cel = E kathode - E anode E kathode/anode = E° - log n (wet van
n X
nernst)
E° positief : spontane reductie
E° negatief : spontane oxidatie
-> Als E positief is , gedraagt de elektrode in de cel zich als een kathode(reductie)
-> Als E negatief is, gedraagt de elektrode in de cel zich als een anode (oxidatie)
−¿¿
+ ¿+ 2ⅇ ¿
SHE = 0,00 V H 2 ⇔2 H
Redoxtitratie
Potentiaal meten tussen indicatorelektrode en referentie-elektrode
! er kan enkel evenwicht bestaan bij een redoxkoppel !
Dus als slechts 1 vd componenten van het redoxkoppel aanwezig is, dan is er geen evenwicht
Titratiecurve beïnvloeden?
Potentiaalsprong is groter of beter zichtbaar als de evenwichtsconstante groter is
Evenwichtsconstante is afhankelijk van het potentiaalverschil tussen de standaardpotentialen
Hoe groter verschil tussen E° (analyt) en E°(titrans) , hoe groter de sprong
Titratiecurve
1 EP of meerdere EP’s :
- de eerste is steeds het EP gevormd met het analyt dat de laagste E° heeft want deze heeft de
sterkste neiging/ wordt het makkelijkst geoxideerd
- ! ! pas op: er is steeds een reductiepotentiaal gegeven, dus de hoogste E° is diegene die het
meeste neiging heeft om te reduceren, dus als het analiet moet oxideren neem je diegene
met de laagste E°
Elektrolytische methoden
Elektrolytische processen zijn niet-spontane processen. Er is nood aan een externe bron die een
potentiaal tussen 2 elektroden oplegt. (E cel is negatief)
Kathode is werkelektrode
Anode is de hulpelektrode
Extra referentie elektrode (3e elektrode; potentiaal vd WE gemeten tov referentieelektrode)
Potentiaal meten tussen WE en AE , maar ook stroom meten tussen WE en AE kan
nuttig zijn : geeft hoeveelheid materiaal dat redox ondergaan is aan
Reductie vindt nog steeds plaats aan de kathode maar de afgelezen potentiaal = -E
Oxidatie vindt nog steeds plaats aan de anode maar de afgelezen potentiaal = + E
Elektrochemie
“relatie tussen chemische en elektrische eigenschappen”
Elektrode : een geleider dat in contact komt met oplossing ; ladingen in geleider bevinden zich aan
het oppervlak van de elektrode. In een geleider kunnen elektronen vrij bewegen = elektrische stroom
(enkel bij gesloten kring)
Bv. water vs geïoniseerd water (wel geleidend want ionen fungeren als ladingsdragers)
Spanning : verschil in potentiële energie tussen 2 punten, bij potentiaalverschil ontstaat ⃗
E
Elektrolyten : stoffen die splitsen in geladen deeltjes wanneer in oplossing gebracht
Redoxreactie
“verandering van OG”
Oxidatie : OG stijgt, geeft e- af en wordt positiever
Reductie : OG daalt, neemt e- op en wordt negatiever
Kathode – reductie
e- opnemen en OG daalt
negatieve oplossing – ladingsbalans neutralisatie via zoutbrug positieve
ionen in opl brengen
Anode – oxidatie
e- afstaan en OG stijgt
positieve oplossing – ladingsbalans neutralisatie via zoutbrug negatieve ionen in opl brengen
Redoxkoppel
Bv. Fe2+, Fe3+ of Sn2+,Sn4+
Zoutbrug
Zorgt voor elektronen neutraliteit ; compenseren het tekort aan positieve of negatieve ladingen
Elektrolytische cel 0 > E cel (negatief)
Niet-spontane chemische reactie, nood aan een externe bron die energie toevoegt aan systeem
Galvanische cel E cel > 0 (positief)
Spontane chemische reactie
, ( )
n−1
0,0592 X
E cel = E kathode - E anode E kathode/anode = E° - log n (wet van
n X
nernst)
E° positief : spontane reductie
E° negatief : spontane oxidatie
-> Als E positief is , gedraagt de elektrode in de cel zich als een kathode(reductie)
-> Als E negatief is, gedraagt de elektrode in de cel zich als een anode (oxidatie)
−¿¿
+ ¿+ 2ⅇ ¿
SHE = 0,00 V H 2 ⇔2 H
Redoxtitratie
Potentiaal meten tussen indicatorelektrode en referentie-elektrode
! er kan enkel evenwicht bestaan bij een redoxkoppel !
Dus als slechts 1 vd componenten van het redoxkoppel aanwezig is, dan is er geen evenwicht
Titratiecurve beïnvloeden?
Potentiaalsprong is groter of beter zichtbaar als de evenwichtsconstante groter is
Evenwichtsconstante is afhankelijk van het potentiaalverschil tussen de standaardpotentialen
Hoe groter verschil tussen E° (analyt) en E°(titrans) , hoe groter de sprong
Titratiecurve
1 EP of meerdere EP’s :
- de eerste is steeds het EP gevormd met het analyt dat de laagste E° heeft want deze heeft de
sterkste neiging/ wordt het makkelijkst geoxideerd
- ! ! pas op: er is steeds een reductiepotentiaal gegeven, dus de hoogste E° is diegene die het
meeste neiging heeft om te reduceren, dus als het analiet moet oxideren neem je diegene
met de laagste E°
Elektrolytische methoden
Elektrolytische processen zijn niet-spontane processen. Er is nood aan een externe bron die een
potentiaal tussen 2 elektroden oplegt. (E cel is negatief)
Kathode is werkelektrode
Anode is de hulpelektrode
Extra referentie elektrode (3e elektrode; potentiaal vd WE gemeten tov referentieelektrode)
Potentiaal meten tussen WE en AE , maar ook stroom meten tussen WE en AE kan
nuttig zijn : geeft hoeveelheid materiaal dat redox ondergaan is aan
Reductie vindt nog steeds plaats aan de kathode maar de afgelezen potentiaal = -E
Oxidatie vindt nog steeds plaats aan de anode maar de afgelezen potentiaal = + E