Wereldoriëntatie 1 – planten
Planten les 1:
Uit ppt samenv bord leerkracht:
1. Planten zijn de basis… (alle dieren hebben planten nodig om te overleven)
2. Meercellig -> 30 biljoen cellen
3. Korstmos: alg + schimmel
4. Fotosynthese
5. Celwand
6. Autoroof – heteroroof
Korstmos:
➔ Geen plant, groot dooiermos
➔ Alg en paddenstoel gaan
samenwerken en creëren korstmos.
Paardenbloem:
➔ Één steek, holle stengel en komt melksap uit.
Niet alle planten hebben wortels, stammen en bladeren.
Fotosynthese:
Een plant heeft nodig:
- Koolstofdioxide (uit de lucht)
- Zon
- Water
Er wordt een ‘machine’ geactiveerd en er ontstaat
glucose (suiker) → die wij als basisvoeding opeten.
Er ontstaat ook zuurstof → dat ademen wij in.
!! Fotosynthese → loopt ook in tegenovergestelde
richting: celademhaling
Kunnen dieren zelf hun voedsel aanmaken?
- NEE, dieren hebben planten nodig.
1
,Zeeslak:
- Leeft van fotosynthese
- Verteert bladgroenkorrels van zijn voedsel
(groenwier) niet. Wanneer hij er heel veel
heeft opgeslagen in zijn lichaam leeft hij een
tijdje van fotosynthese.
Celwand:
• Planten hebben een celwand
• → Nodig om recht op te staan
• Bescherming tegen indringers
Bestaat uit:
- Cellulose
- Lignine
- → Zorgt ervoor dat ze sterk zijn
Wat maakt een plant tot een plant?
• Fotosynthese – bladgroen
• Celwand
• Autoroof = planten maken zelf hun voedsel
• Celkern en celorganellen
Plantaardige cel → bladgroenkorrels, celwanden
2
, Evolutie → planten en dieren passen zich aan, aan de tijd.
Niet alle planten hebben bloemen want bloemen is een recente evolutie.
Planten → complexer door de tijd.
Mos is simpeler dan bloemen.
Naaktzadigen = die liggen bloot op dennenappel van dennenboom (als je ermee schud
vallen de zaden er af)
Bedektzadige = zaad zie je niet zitten langs de buitenkant.
Bedektzadige → appel, kiwi, paprika, snoepkomkommer, (witloof → kan door schieten
tot een plant met bedekte zaden, zelf geen zaden)
3
Planten les 1:
Uit ppt samenv bord leerkracht:
1. Planten zijn de basis… (alle dieren hebben planten nodig om te overleven)
2. Meercellig -> 30 biljoen cellen
3. Korstmos: alg + schimmel
4. Fotosynthese
5. Celwand
6. Autoroof – heteroroof
Korstmos:
➔ Geen plant, groot dooiermos
➔ Alg en paddenstoel gaan
samenwerken en creëren korstmos.
Paardenbloem:
➔ Één steek, holle stengel en komt melksap uit.
Niet alle planten hebben wortels, stammen en bladeren.
Fotosynthese:
Een plant heeft nodig:
- Koolstofdioxide (uit de lucht)
- Zon
- Water
Er wordt een ‘machine’ geactiveerd en er ontstaat
glucose (suiker) → die wij als basisvoeding opeten.
Er ontstaat ook zuurstof → dat ademen wij in.
!! Fotosynthese → loopt ook in tegenovergestelde
richting: celademhaling
Kunnen dieren zelf hun voedsel aanmaken?
- NEE, dieren hebben planten nodig.
1
,Zeeslak:
- Leeft van fotosynthese
- Verteert bladgroenkorrels van zijn voedsel
(groenwier) niet. Wanneer hij er heel veel
heeft opgeslagen in zijn lichaam leeft hij een
tijdje van fotosynthese.
Celwand:
• Planten hebben een celwand
• → Nodig om recht op te staan
• Bescherming tegen indringers
Bestaat uit:
- Cellulose
- Lignine
- → Zorgt ervoor dat ze sterk zijn
Wat maakt een plant tot een plant?
• Fotosynthese – bladgroen
• Celwand
• Autoroof = planten maken zelf hun voedsel
• Celkern en celorganellen
Plantaardige cel → bladgroenkorrels, celwanden
2
, Evolutie → planten en dieren passen zich aan, aan de tijd.
Niet alle planten hebben bloemen want bloemen is een recente evolutie.
Planten → complexer door de tijd.
Mos is simpeler dan bloemen.
Naaktzadigen = die liggen bloot op dennenappel van dennenboom (als je ermee schud
vallen de zaden er af)
Bedektzadige = zaad zie je niet zitten langs de buitenkant.
Bedektzadige → appel, kiwi, paprika, snoepkomkommer, (witloof → kan door schieten
tot een plant met bedekte zaden, zelf geen zaden)
3