INHOUDSOPGAVE DIVERSITEIT EN INCLUSIE
1
,KIJKEN NAAR DIVERSITEIT
DIVERSITEITSDENKEN GEBASEERD OP INTERSECTIONALITEIT
Model van intersectionaliteit:
= identiteit wordt getoond als een samenstelling van verschillende deelidentiteiten,
gevisualiseerd in verschillende secties of assen.
- Eigen identiteit bestaat op het kruispunt van verschillende secties.
- De andere persoon: iemand waarmee de eigen assen verschillen of net overeenkomen.
Helma Lutz: 14 dimensies van differentiatie in sociale leven
1. Geslacht
2. Seksuele oriëntatie
3. Huidskleur
4. Etniciteit
5. Nationaliteit
6. Klasse
7. Cultuur
8. Religie
9. Gezondheidssituatie
10.Leeftijd
11.Verblijfsstatuut
12.Bezit
13.Noord-Zuid/ Oost-West
14.Maatschappelijke ontwikkeling
Verschillende assen = sociale ordeningsprincipes of assen van identiteitsvorming
- Heersende normen bepalen impact van ordeningsprincipes
- Normdenken = gevormd door wat ons wordt aangeleerd
Andere behandeling obv assen niet iedereen dezelfde kansen
- Kenmerk wel/ niet beschikken impact op positie en kansen
- Machtsgeladen dimensies
- SL = georganiseerd langs die assen
Intersectionaliteit leidt tot kruispuntdenken
= manier van denken over verschil die vertrekt vanuit samenhang en verwevenheid
van kenmerken die mensen en groepen doen verschillen van elkaar.
Toegewezen maatschappelijke positie
- Door binair of-of denken worden veel assen genegeerd
- Kruispuntdenken wijst op belang van en-en denken = ons-denken, inclusief denken,
verbinding nastreven
Gangbaar denken Intersectioneel denken
2
,Binair Complementair
Hiërarchie Verweven en gelijktijdig
Uitsluiting en statisch (hokjesdenken) Insluiting en dynamisch (ruimte voor anders
zijn)
Eendimensionaal Multidimensionaal
SUPERDIVERSITEIT
KORTE GESCHIEDENIS VAN MIGRATIE IN BELGIË
Tijdlijn migratie en diversiteit in West-Europa
Na de Eerste Wereldoorlog (± 1918–1939)
Inzet van gastarbeiders voor de steenkoolmijnen.
Na de Tweede Wereldoorlog (± 1945–1960)
Sterke toename van gastarbeiders door de nood aan heropbouw.
Belangrijke herkomstlanden: Italië en Polen.
Periode van economische groei en technologische vooruitgang (± 1950–1960)
Economische veranderingen en technologische vooruitgang zorgen
voor arbeidstekorten.
Arbeiders worden aangetrokken uit Zuid-Europa.
Vrouwen treden in grotere aantallen toe tot de arbeidsmarkt.
Jaren 1960–begin jaren 1970
Tekorten in zwaar en laagbetaald werk worden opgevuld door gastarbeiders.
Nieuwe herkomstlanden: Marokko en Turkije.
Verdubbeling van het aantal vreemdelingen.
Veel gastarbeiders zien hun verblijf als tijdelijk → weinig investering in taalverwerving
en integratie.
Later volgt gezinsmigratie: gezinnen komen over.
Oliecrisis (± 1973)
Afnemende vraag naar arbeidskrachten.
Stijgende werkloosheid.
Actieve rekrutering van gastarbeiders stopt → migratiestop.
Vanaf midden jaren 1970–1980
Migratie blijft bestaan via andere kanalen:
o Gezinshereniging
o Politiek asiel
Ondanks migratiestop blijft het aantal migranten stijgen.
3
, Sinds 1990: kantelpunt naar superdiversiteit
Drie belangrijke ontwikkelingen:
1. Val van de Berlijnse Muur
2. Toenemende globalisering
3. Vluchtelingenstromen door oorlogen en conflicten
Heden: superdiversiteit
Diversiteit binnen de diversiteit.
Migratie uit Europese landen door vrij verkeer van werknemers.
Immigratie uit Afrika.
Toenemende immigratie uit Azië.
DIVERSITEIT IN DE DIVERSITEIT
Superdiversiteit ≠ multiculturele SL
3 dimensies superdiversiteit:
1. Kwalitatieve dimensie
2. Proces van normalisering
3. Groeiende diversiteit/ kwantitatieve dimensie
Transitie sterk stijgende etnisch-culturele diversiteit in heel Vlaanderen, vooral in steden
Kenmerken superdiversiteit:
- Groei op vlak van diversiteit
- Diversificatie van de diversiteit
o Groeiende diversiteit binnen diversiteit: groeiende versnippering van
achtergrond migranten op verschillende vlakken diversiteit tussen én binnen
groepen
o Majority-minority cities = meerderheid van inwoners heeft
migratieachtergrond, brede waaier aan verschillende minderheden
- Langzame processen van normalisering
o Minderheden worden uitzondering in superdiverse steden
o Normalisering ≠ rechtlijnig proces (wij-zij-denken)
Evolutie van of-of denken naar én-én-denken
- Complementaire en dubbele identiteitspatronen domineren
- Niet alleen personen met migratieachtergrond hebben meerlagige identiteitspatronen
(link met model van intersectionaliteit)
wij-zij-denken overstijgen
4
1
,KIJKEN NAAR DIVERSITEIT
DIVERSITEITSDENKEN GEBASEERD OP INTERSECTIONALITEIT
Model van intersectionaliteit:
= identiteit wordt getoond als een samenstelling van verschillende deelidentiteiten,
gevisualiseerd in verschillende secties of assen.
- Eigen identiteit bestaat op het kruispunt van verschillende secties.
- De andere persoon: iemand waarmee de eigen assen verschillen of net overeenkomen.
Helma Lutz: 14 dimensies van differentiatie in sociale leven
1. Geslacht
2. Seksuele oriëntatie
3. Huidskleur
4. Etniciteit
5. Nationaliteit
6. Klasse
7. Cultuur
8. Religie
9. Gezondheidssituatie
10.Leeftijd
11.Verblijfsstatuut
12.Bezit
13.Noord-Zuid/ Oost-West
14.Maatschappelijke ontwikkeling
Verschillende assen = sociale ordeningsprincipes of assen van identiteitsvorming
- Heersende normen bepalen impact van ordeningsprincipes
- Normdenken = gevormd door wat ons wordt aangeleerd
Andere behandeling obv assen niet iedereen dezelfde kansen
- Kenmerk wel/ niet beschikken impact op positie en kansen
- Machtsgeladen dimensies
- SL = georganiseerd langs die assen
Intersectionaliteit leidt tot kruispuntdenken
= manier van denken over verschil die vertrekt vanuit samenhang en verwevenheid
van kenmerken die mensen en groepen doen verschillen van elkaar.
Toegewezen maatschappelijke positie
- Door binair of-of denken worden veel assen genegeerd
- Kruispuntdenken wijst op belang van en-en denken = ons-denken, inclusief denken,
verbinding nastreven
Gangbaar denken Intersectioneel denken
2
,Binair Complementair
Hiërarchie Verweven en gelijktijdig
Uitsluiting en statisch (hokjesdenken) Insluiting en dynamisch (ruimte voor anders
zijn)
Eendimensionaal Multidimensionaal
SUPERDIVERSITEIT
KORTE GESCHIEDENIS VAN MIGRATIE IN BELGIË
Tijdlijn migratie en diversiteit in West-Europa
Na de Eerste Wereldoorlog (± 1918–1939)
Inzet van gastarbeiders voor de steenkoolmijnen.
Na de Tweede Wereldoorlog (± 1945–1960)
Sterke toename van gastarbeiders door de nood aan heropbouw.
Belangrijke herkomstlanden: Italië en Polen.
Periode van economische groei en technologische vooruitgang (± 1950–1960)
Economische veranderingen en technologische vooruitgang zorgen
voor arbeidstekorten.
Arbeiders worden aangetrokken uit Zuid-Europa.
Vrouwen treden in grotere aantallen toe tot de arbeidsmarkt.
Jaren 1960–begin jaren 1970
Tekorten in zwaar en laagbetaald werk worden opgevuld door gastarbeiders.
Nieuwe herkomstlanden: Marokko en Turkije.
Verdubbeling van het aantal vreemdelingen.
Veel gastarbeiders zien hun verblijf als tijdelijk → weinig investering in taalverwerving
en integratie.
Later volgt gezinsmigratie: gezinnen komen over.
Oliecrisis (± 1973)
Afnemende vraag naar arbeidskrachten.
Stijgende werkloosheid.
Actieve rekrutering van gastarbeiders stopt → migratiestop.
Vanaf midden jaren 1970–1980
Migratie blijft bestaan via andere kanalen:
o Gezinshereniging
o Politiek asiel
Ondanks migratiestop blijft het aantal migranten stijgen.
3
, Sinds 1990: kantelpunt naar superdiversiteit
Drie belangrijke ontwikkelingen:
1. Val van de Berlijnse Muur
2. Toenemende globalisering
3. Vluchtelingenstromen door oorlogen en conflicten
Heden: superdiversiteit
Diversiteit binnen de diversiteit.
Migratie uit Europese landen door vrij verkeer van werknemers.
Immigratie uit Afrika.
Toenemende immigratie uit Azië.
DIVERSITEIT IN DE DIVERSITEIT
Superdiversiteit ≠ multiculturele SL
3 dimensies superdiversiteit:
1. Kwalitatieve dimensie
2. Proces van normalisering
3. Groeiende diversiteit/ kwantitatieve dimensie
Transitie sterk stijgende etnisch-culturele diversiteit in heel Vlaanderen, vooral in steden
Kenmerken superdiversiteit:
- Groei op vlak van diversiteit
- Diversificatie van de diversiteit
o Groeiende diversiteit binnen diversiteit: groeiende versnippering van
achtergrond migranten op verschillende vlakken diversiteit tussen én binnen
groepen
o Majority-minority cities = meerderheid van inwoners heeft
migratieachtergrond, brede waaier aan verschillende minderheden
- Langzame processen van normalisering
o Minderheden worden uitzondering in superdiverse steden
o Normalisering ≠ rechtlijnig proces (wij-zij-denken)
Evolutie van of-of denken naar én-én-denken
- Complementaire en dubbele identiteitspatronen domineren
- Niet alleen personen met migratieachtergrond hebben meerlagige identiteitspatronen
(link met model van intersectionaliteit)
wij-zij-denken overstijgen
4