H6 Brandbestrijding
Inleiding & normering
4 verschillende types normen rond brandveiligheid:
- laagbouw <10m
- midden hoogbouw 10-x-25m
- hoogbouw >25m
- industriebouw
aparte norm voor:
-ziekenhuizen
- scholen
- rusthuizen
vtp op alle nieuwe gebouwen en alles met grote uitbreidingen, niet direct bij renovaties >1995
Preventie van brand door
1. passieve beveiliging
2. organisatie
3. actieve beveiliging:
▪ branddetectie & alarmsystemen
▪ blussystemen
▪ rook en warmafvoersysteem
▪ evacuatievoorzieningen
▪ in geval van brand moeten we deze gemakkelijk kunne verlaten
▪ voorzien van brandknoppen bij lift
Brandbestrijdingsmiddelen:
- Daagbare of mobile snelblussers
- Muurhaspels met axiale voeding
- Ondergrondse en bovengrondse hydranten
Type blusmiddelen:
• Automatisch
1. Sprinklers met water
2. Schuimgasinstallaties
3. Poederinstallaties
4. Blusinstallaties
• niet automatisch
1. draagbare middelen
▪ snel blustoestellen
2. mobiele middelen
▪ bluskarren
3. vaste middelen
▪ droge steigleiding
▪ natte leiding met muurhaspel en hydranten
, Eerste interventiemiddelen
= gene die we zelf kunnen bedienen in functie om eerste brand te gaan beperken
• worden ingezet na ontdekking van brand en eerste alarm
Hoeveelheid en type afh van bepaalde aspecten van /in de ruimte:
- zichtbaarheid
- de aanwezige materialen
- grote van ruimte
- weersgevoeligheid
- gezondheidsrisico
- nevenschade
- door wie wordt het gebouw gebruikt? → slapen ze daar, zijn ze daar actief?
keuze en plaatsing van blustoestellen
1. afh van het soort gebouw en de situatie heb je een andere aanpak voor het
bestrijden van brand (een school, ziekenhuis→ mensen nt goed te been…)
2. keuze wordt gedaan ook afh van risico analyse
3. keuze van soort blusmiddel afh van brandklasse
▪ klasse F = speviale klasse
▪ klasse A,B, C= standaard klasse
Mobiele niet-automatische blusmiddelen
• draagbare snelblussers:
1. niet auto:
▪ verstorven water
▪ water met schuim
▪ co2
2. het aantal hangt af van aantal verdiepingen, soorten ruimte → de activiteiten die er
door gaan
3. snelblussers moeten voorzien zijn van:
▪ een pictogram (aanduiden waar ze staan)
▪ noodverlichting
Inleiding & normering
4 verschillende types normen rond brandveiligheid:
- laagbouw <10m
- midden hoogbouw 10-x-25m
- hoogbouw >25m
- industriebouw
aparte norm voor:
-ziekenhuizen
- scholen
- rusthuizen
vtp op alle nieuwe gebouwen en alles met grote uitbreidingen, niet direct bij renovaties >1995
Preventie van brand door
1. passieve beveiliging
2. organisatie
3. actieve beveiliging:
▪ branddetectie & alarmsystemen
▪ blussystemen
▪ rook en warmafvoersysteem
▪ evacuatievoorzieningen
▪ in geval van brand moeten we deze gemakkelijk kunne verlaten
▪ voorzien van brandknoppen bij lift
Brandbestrijdingsmiddelen:
- Daagbare of mobile snelblussers
- Muurhaspels met axiale voeding
- Ondergrondse en bovengrondse hydranten
Type blusmiddelen:
• Automatisch
1. Sprinklers met water
2. Schuimgasinstallaties
3. Poederinstallaties
4. Blusinstallaties
• niet automatisch
1. draagbare middelen
▪ snel blustoestellen
2. mobiele middelen
▪ bluskarren
3. vaste middelen
▪ droge steigleiding
▪ natte leiding met muurhaspel en hydranten
, Eerste interventiemiddelen
= gene die we zelf kunnen bedienen in functie om eerste brand te gaan beperken
• worden ingezet na ontdekking van brand en eerste alarm
Hoeveelheid en type afh van bepaalde aspecten van /in de ruimte:
- zichtbaarheid
- de aanwezige materialen
- grote van ruimte
- weersgevoeligheid
- gezondheidsrisico
- nevenschade
- door wie wordt het gebouw gebruikt? → slapen ze daar, zijn ze daar actief?
keuze en plaatsing van blustoestellen
1. afh van het soort gebouw en de situatie heb je een andere aanpak voor het
bestrijden van brand (een school, ziekenhuis→ mensen nt goed te been…)
2. keuze wordt gedaan ook afh van risico analyse
3. keuze van soort blusmiddel afh van brandklasse
▪ klasse F = speviale klasse
▪ klasse A,B, C= standaard klasse
Mobiele niet-automatische blusmiddelen
• draagbare snelblussers:
1. niet auto:
▪ verstorven water
▪ water met schuim
▪ co2
2. het aantal hangt af van aantal verdiepingen, soorten ruimte → de activiteiten die er
door gaan
3. snelblussers moeten voorzien zijn van:
▪ een pictogram (aanduiden waar ze staan)
▪ noodverlichting