REVAKI NEUROLOGISCH
STELSEL SAMENVATTING
Gemaakt door ; Zoë de Kok
3e jaar bachelor revaki
Universiteit van Gent
0
,Inhoud
1. Neurologie algemeen........................................................................................... 1
1.1 Visie op bewegende en bewegingsherstellende mens.......................................3
1.2 plasticiteit.......................................................................................................... 3
1.3 cellulaire reactie op een letsel........................................................................... 4
1.4 plasticiteit van labo naar werkvloer...................................................................8
1.5 herstel perifeer zenuwstelsel............................................................................. 9
1.6 Herstelvermogen – CVA.................................................................................... 11
1.7 Genetica & BDNF en neurorevalidatie..............................................................17
1.8 evolutie in motorisch leren en gevolgen voor de neurorevalidatie...................19
2.0 Algemeen inleidende begrippen voor de praktijk.............................................24
2.1 deel 1 ; aanpak de start................................................................................... 24
2.2 Methoden in de neurorevalidatie en hun principes..........................................25
3.0 Cerebrovasculair accident................................................................................ 30
2.1 CVA deel 2........................................................................................................ 42
2.2 CVA deel 3........................................................................................................ 43
3.0 Dwarslaesie...................................................................................................... 45
3.1 Deel 1 primaire stoornissen............................................................................. 45
3.2 deel 2 complicaties.......................................................................................... 50
4.0 Ziekte van Parkinson........................................................................................ 59
4.1 Symptomatologie............................................................................................. 59
4.2 pathogenese.................................................................................................... 61
4.3 evaluatie.......................................................................................................... 64
4.4 Behandeling..................................................................................................... 65
4.5 parkinsonisme.................................................................................................. 67
1. Neurologie algemeen
Inleiding
Centraal zenuwstelsel (CZS)
1
, - Hersenen + kleine hersenen
- Hersenstam
- Ruggenmerg
Perifeer zenuwstelsel (PZS)
- Zenuwen buiten hersenen en ruggenmerg
Opvattingen over plasticiteit dringen nu door in medische
wereld wat leidt tot een positiever klimaat. zolang er
neuronen en synapsen zijn in het brein is (her) leren en
veranderen mogelijk.
1. Sensorische input -> informatie verzameling
- Om veranderingen binnen en buiten lichaam te
registreren
2. Integratie
- Om input te verwerken en te interpreteren teneinde
te beslissen of actie noodzakelijk is
3. Motorisch output
- Een respons op geïntegreerde stimuli
- De respons activeert spieren of klieren
Hersen functies ;
NAH = niet
aangeboren hersenletsel
- Niet progressief ; acuut bij kortdurende gebeurtenis
- Trauma, cva, metabole abnormaliteiten, infecties
Model reperatie concepten
2
, 1.1 Visie op bewegende en bewegingsherstellende
mens
Bij een enkeldistorsie is het motorische gedrag verstoord in zijn actie-component.
Maar bij een hersentrauma is het motorisch gedrag niet verstoord, maar is het
compleet gedesorganiseerd.
Aanpassen = het neurofysiologisch vermogen om gedrag te veranderen.
Indien het niet hersteld kan worden zoals het ervoor was reorganiseren is dan de
enige oplossing.
1.2 plasticiteit
= fysiologische basis functieherstel
Plasticiteit =
- basis eigenschap van ons zenuwstelsel
- intrinsiek potentieel gebonden aan neuronen
- complex
- veelzijdig met variabel verloop op korte en lange termijn.
Er zijn een groot aantal specifieke neuronen die bij iedereen op specifieke locaties
voorkomen. Elk van deze cellen heeft zijn eigen specifieke patroon van dendrieten
en axonale vertakkingen.
Genen kun je zien als algemene gidsen
zonder een vast stappenplan.
In de ontwikkeling zien we dat bijna alle
cellen verbonden zijn. Pas later in de
ontwikkeling zal aan de hand van
pruning (snoeiwerk) het gekende
centrale zenuwstelsel ontstaan.
Kind heeft veel connecties in de
hersenen maar dit zijn geen logische connecties daarom pruning.
Pruning = natuurlijk proces waarbij de
hersenen overtollige, zwakke of ongebruikte
verbindingen tussen synapsen verwijderen of
te wel snoeien. ‘de boom uitdunnen’
Door een lichaamsdeel vaker te prikkelen/ te
gebruiken krijgt een grotere sensomotorische
corticale representatie. kan dus leiden tot
een fijnere aansturing en een verbeterd
receptief gebruik van betreffende delen.
Plasticiteit heeft niks te maken met structurele anatomische veranderingen.
3
STELSEL SAMENVATTING
Gemaakt door ; Zoë de Kok
3e jaar bachelor revaki
Universiteit van Gent
0
,Inhoud
1. Neurologie algemeen........................................................................................... 1
1.1 Visie op bewegende en bewegingsherstellende mens.......................................3
1.2 plasticiteit.......................................................................................................... 3
1.3 cellulaire reactie op een letsel........................................................................... 4
1.4 plasticiteit van labo naar werkvloer...................................................................8
1.5 herstel perifeer zenuwstelsel............................................................................. 9
1.6 Herstelvermogen – CVA.................................................................................... 11
1.7 Genetica & BDNF en neurorevalidatie..............................................................17
1.8 evolutie in motorisch leren en gevolgen voor de neurorevalidatie...................19
2.0 Algemeen inleidende begrippen voor de praktijk.............................................24
2.1 deel 1 ; aanpak de start................................................................................... 24
2.2 Methoden in de neurorevalidatie en hun principes..........................................25
3.0 Cerebrovasculair accident................................................................................ 30
2.1 CVA deel 2........................................................................................................ 42
2.2 CVA deel 3........................................................................................................ 43
3.0 Dwarslaesie...................................................................................................... 45
3.1 Deel 1 primaire stoornissen............................................................................. 45
3.2 deel 2 complicaties.......................................................................................... 50
4.0 Ziekte van Parkinson........................................................................................ 59
4.1 Symptomatologie............................................................................................. 59
4.2 pathogenese.................................................................................................... 61
4.3 evaluatie.......................................................................................................... 64
4.4 Behandeling..................................................................................................... 65
4.5 parkinsonisme.................................................................................................. 67
1. Neurologie algemeen
Inleiding
Centraal zenuwstelsel (CZS)
1
, - Hersenen + kleine hersenen
- Hersenstam
- Ruggenmerg
Perifeer zenuwstelsel (PZS)
- Zenuwen buiten hersenen en ruggenmerg
Opvattingen over plasticiteit dringen nu door in medische
wereld wat leidt tot een positiever klimaat. zolang er
neuronen en synapsen zijn in het brein is (her) leren en
veranderen mogelijk.
1. Sensorische input -> informatie verzameling
- Om veranderingen binnen en buiten lichaam te
registreren
2. Integratie
- Om input te verwerken en te interpreteren teneinde
te beslissen of actie noodzakelijk is
3. Motorisch output
- Een respons op geïntegreerde stimuli
- De respons activeert spieren of klieren
Hersen functies ;
NAH = niet
aangeboren hersenletsel
- Niet progressief ; acuut bij kortdurende gebeurtenis
- Trauma, cva, metabole abnormaliteiten, infecties
Model reperatie concepten
2
, 1.1 Visie op bewegende en bewegingsherstellende
mens
Bij een enkeldistorsie is het motorische gedrag verstoord in zijn actie-component.
Maar bij een hersentrauma is het motorisch gedrag niet verstoord, maar is het
compleet gedesorganiseerd.
Aanpassen = het neurofysiologisch vermogen om gedrag te veranderen.
Indien het niet hersteld kan worden zoals het ervoor was reorganiseren is dan de
enige oplossing.
1.2 plasticiteit
= fysiologische basis functieherstel
Plasticiteit =
- basis eigenschap van ons zenuwstelsel
- intrinsiek potentieel gebonden aan neuronen
- complex
- veelzijdig met variabel verloop op korte en lange termijn.
Er zijn een groot aantal specifieke neuronen die bij iedereen op specifieke locaties
voorkomen. Elk van deze cellen heeft zijn eigen specifieke patroon van dendrieten
en axonale vertakkingen.
Genen kun je zien als algemene gidsen
zonder een vast stappenplan.
In de ontwikkeling zien we dat bijna alle
cellen verbonden zijn. Pas later in de
ontwikkeling zal aan de hand van
pruning (snoeiwerk) het gekende
centrale zenuwstelsel ontstaan.
Kind heeft veel connecties in de
hersenen maar dit zijn geen logische connecties daarom pruning.
Pruning = natuurlijk proces waarbij de
hersenen overtollige, zwakke of ongebruikte
verbindingen tussen synapsen verwijderen of
te wel snoeien. ‘de boom uitdunnen’
Door een lichaamsdeel vaker te prikkelen/ te
gebruiken krijgt een grotere sensomotorische
corticale representatie. kan dus leiden tot
een fijnere aansturing en een verbeterd
receptief gebruik van betreffende delen.
Plasticiteit heeft niks te maken met structurele anatomische veranderingen.
3