SCOREN MET JE SCRIPTIE
ONDERDELEN
BEDRUKTE KAFT – BLANCO BLAD - TITELBLAD
Op de kaft staan:
Naam auteur (= jouw naam)
Naam van universiteit of de hogeschool (met logo)
Het academiejaar
Naam van promotor
Titel van je scriptie
Naam van de module
Als je zelf een titel moet formuleren, denk dan een deze tips:
Titel moet kort en krachtig zijn.
Bij voorkeur 2 titels: 1 die de aandacht trekt en 1 die uitleg geeft waarover het gaat.
Schrijf nooit afkortingen in een titel
Geen formules
TITELBLAD
Is een letterlijke kopie van de kaft. Kaft is geprint op gekleurd lichtkartonnen blad en titelblad op
normaal wit papier.
Dit telt mee voor de paginanummering, maar paginanummer wordt niet geplaatst.
WOORD VOORAF
Personen die je hert meest hebben ondersteund, bedank je als eerste.
(niet “Ik bedank” maar “ik wil mijn dank betuigen aan”
Onderaan schrijf je je naam, plaats en datum.
Is bij voorkeur kort, niet meer dan één pagina.
ABSTRACT
Je moet meestal een elektronisch ‘abstract’ indienen. Bij vb wetenschappelijke tijdschriften is het
vaste en zeker verplicht.
De abstract begint op een nieuwe rechterpagina.
, KERNWOORDEN
Onder de abstract staan vaak kernwoorden die de scriptie bepalen. De kernwoorden worden
elektronisch opgeslagen om scriptie eenvoudig terug te vinden. Daarom is het belangrijk dat de
juiste kernwoorden geformuleerd worden.
INHOUDSOPGAVE
Inhoudsopgave is beknopt en overzichtelijk als je deze tips volgt:
Plaats alle titels onder elkaar, op gelijke afstand van de linkermarge
Groter lettertype voor hoofdtitels
Hoofdtitels van hoofdstukken in VET en laat die beginnen met een witregel
Ga niet dieper van 4 niveau’s
Verwijs naar beginbladzijden, die altijd uitlijnen in rechtermarge (stippellijnen zijn handig
ertussen)
Bij papieren versie, dubbelzijdig printen. De nummering start altijd op de rechterpag.
Nummer titels en ondertitels decimaal (1 – 1.1 – 1.1.1)
Wat je niet moet nummeren is “woord vooraf”, “abstract”, “inhoudsopgave”, lijst met
figuren”, “lijst met tabellen”, “lijst met afkortingen”, “inleiding”, “besluit”, “referentielijst”.
LIJST MET FIGUREN
Alle figuren die in de bijlage(n) worden opgelijst, net als de paginanummers waar de figuren te
vinden zijn in de scriptie.
Lijst met figuren begint op een nieuwe rechterpagina!
Figuur 1: Belgische export …………………… 4
Figuur 2: Belgische import ………………….. 6
LIJST MET TABELLEN
Alle tabellen die in de bijlage(n) worden opgelijst, net als de paginanummers waar de figuren te
vinden zijn in de scriptie.
Lijst met tabellen begint op een nieuwe rechterpagina!
Tabel 1: Belgische export …………………… 4
Tabel 2: Belgische import ………………….. 6
ONDERDELEN
BEDRUKTE KAFT – BLANCO BLAD - TITELBLAD
Op de kaft staan:
Naam auteur (= jouw naam)
Naam van universiteit of de hogeschool (met logo)
Het academiejaar
Naam van promotor
Titel van je scriptie
Naam van de module
Als je zelf een titel moet formuleren, denk dan een deze tips:
Titel moet kort en krachtig zijn.
Bij voorkeur 2 titels: 1 die de aandacht trekt en 1 die uitleg geeft waarover het gaat.
Schrijf nooit afkortingen in een titel
Geen formules
TITELBLAD
Is een letterlijke kopie van de kaft. Kaft is geprint op gekleurd lichtkartonnen blad en titelblad op
normaal wit papier.
Dit telt mee voor de paginanummering, maar paginanummer wordt niet geplaatst.
WOORD VOORAF
Personen die je hert meest hebben ondersteund, bedank je als eerste.
(niet “Ik bedank” maar “ik wil mijn dank betuigen aan”
Onderaan schrijf je je naam, plaats en datum.
Is bij voorkeur kort, niet meer dan één pagina.
ABSTRACT
Je moet meestal een elektronisch ‘abstract’ indienen. Bij vb wetenschappelijke tijdschriften is het
vaste en zeker verplicht.
De abstract begint op een nieuwe rechterpagina.
, KERNWOORDEN
Onder de abstract staan vaak kernwoorden die de scriptie bepalen. De kernwoorden worden
elektronisch opgeslagen om scriptie eenvoudig terug te vinden. Daarom is het belangrijk dat de
juiste kernwoorden geformuleerd worden.
INHOUDSOPGAVE
Inhoudsopgave is beknopt en overzichtelijk als je deze tips volgt:
Plaats alle titels onder elkaar, op gelijke afstand van de linkermarge
Groter lettertype voor hoofdtitels
Hoofdtitels van hoofdstukken in VET en laat die beginnen met een witregel
Ga niet dieper van 4 niveau’s
Verwijs naar beginbladzijden, die altijd uitlijnen in rechtermarge (stippellijnen zijn handig
ertussen)
Bij papieren versie, dubbelzijdig printen. De nummering start altijd op de rechterpag.
Nummer titels en ondertitels decimaal (1 – 1.1 – 1.1.1)
Wat je niet moet nummeren is “woord vooraf”, “abstract”, “inhoudsopgave”, lijst met
figuren”, “lijst met tabellen”, “lijst met afkortingen”, “inleiding”, “besluit”, “referentielijst”.
LIJST MET FIGUREN
Alle figuren die in de bijlage(n) worden opgelijst, net als de paginanummers waar de figuren te
vinden zijn in de scriptie.
Lijst met figuren begint op een nieuwe rechterpagina!
Figuur 1: Belgische export …………………… 4
Figuur 2: Belgische import ………………….. 6
LIJST MET TABELLEN
Alle tabellen die in de bijlage(n) worden opgelijst, net als de paginanummers waar de figuren te
vinden zijn in de scriptie.
Lijst met tabellen begint op een nieuwe rechterpagina!
Tabel 1: Belgische export …………………… 4
Tabel 2: Belgische import ………………….. 6