Aurel Stein: expedities in Centraal Azië, ontdekte
in 1908 de Magao-grotten in Dunhuang – één van
de belangrijkste oasissen in China (Gobiwoestijn).
In de grotten ontdekte hij een ruimte van 30m³,
volledig gevuld met boekenrollen van 900j oud
Er waren in totaal 100den grotten van de 4de – 14de
eeuw, met in totaal 50 000 boekenrollen en 13 000
manuscripten. Ze dachten eerst dat het nep was,
want nog nooit was er zoiets groots gevonden op één plaats. Toch bevestigd dat het echt is
Aurel Stein vroeg een rekening voor de manuscripten en heeft ze meegenomen naar Engeland.
Later werd hij beschuldigd van diefstal maar kon de rekening als bewijs laten zijn. Albert van
Le Coq stond wel bekend voor het stelen van Chinese sites
De boekenrollen en manuscripten waren in het Tibetaans en Hebreeuws geschreven, kon
Aurel Stein niet lezen. Paul Pelliot sprak 12 talen, waaronder vloeiend Chinees. Pelliot kon de
teksten uiteindelijk wel elzen en plaatsen
Aurel Stein ontdekte ook de Diamantsoetra, hier vond hij een jaartekening van 5,3m lang op
perkament, met +6000 woorden
Boeddha Maitreya – grot 259, noordelijke Wei-dynastie: een beeld in Boeddhistische stijl. Na
Christus werden er verschillende stijlen gemengd, zoals de Griekse en Boeddhistische stijl.
Boeddha Maitreya had een mandala, van dubbele cirkels, rond haar. De dubbele cirkels wijzen
erop dat ze een heilige figuur is. De draak is het heilige symbool en beschermd de Boeddha,
hier is het gelinkt aan de Chinese interpretatie van de draak
Dit werk is typisch Chinees, en ga je nergens anders in Azië terugvinden
Na de ontdekkingen van Aurel Stein begonnen er meer archeologen de bewegingen en
objecten door Eurazië te traceren, er werd onderzoek gedaan naar de Zijderoute (UNESCO werelderfgoed). De traditionele
Zijderoute vertrok in Xi’an, de producten werden vandaaruit 2000km vervoerd naar Shanghai, daar werden ze in
zeecontainerschepen overgebracht en reisde zo naar Europa
Het idee van de Zijderoute was om menselijke interacties tussen Eurazië te creëren
Tot de 15de eeuw was Khorgos een belangrijk knooppunt van de Zijderoute, van hieruit vertakten de Zijderoute zich weer
In de eerste eeuw schreef Plinius de Oudere ‘de Chinezen zijn vermaand om een stof fijner dan wol te maken: zijde’.
Hierdoor werd de vraag naar zijde in het Romeinse Rijk heel groot. In ruil voor zijde exporteerden de Romeinen
pronkglazen. Een ander begeerd luxeartikel was byssus (mosselzijde), het transport hiervan was heel duur, riskant en
duurde 18maanden om vanuit China het Romeinse rijk te bereiken
Alexandrië was de grootste stad van Romeins-Egypte. In de 5de eeuw ontwikkelde Constantinopel een einden
zijdeproductie, hierdoor nam de Zijderoute erg af
,Via de traditionele Zijderoute waren producten 2
maanden onderweg, sinds 2013 bestaat de ‘nieuwe
zijderoute’, waarmee de producten met een
goederentrein maar 12 dagen onderweg zouden zijn. In
de ‘nieuwe zijderoute’ is het vertrekpunt Chongqing, ook
wel het centrum van de elektronische maakindustrie
genoemd. Tussen Eurazië en Sovjet-Rusland is er wel
een overslagstation, omdat de spoorlijnen in Eurazië
1,43m breed zijn, en in Sovjet-Rusland zijn ze 9cm
De belangrijkste reiziger was Marco Polo (handelaar). Hij ontdekte de ‘mooiste stad ter
wereld’: Quinzai, waar hij het gouden paleis van Koeblai Khan ontdekte. Koeblai Khan
was de machtigste ter machtigen en nam Polo als vertrouweling, Polo kreeg de taak om
het enorme rijk te bezetten en er verslag van uit te brengen. Zijn laatste reis voor Koeblai
Khan was in 1295
Daarna werd hij commandant op een schip, verloor in 1298 de zeeslag bij Curzola en
werd krijsgevangen genomen door de Genuezen, samen met Rustichello. Achter tralies
had hij tijd om zijn herinneringen op te halen, en schreef in 1300 een reisverslag van 234
hoofdstukken: ‘Wonderen van het Oriënt’. Er was een mengeling van vrees en fascinatie
voor de verhalen, er kwamen al snel kopieën van in de omloop (Marco Polo kreeg de
spotnaam ‘Il Milone’). Toen Polo stierf in 1324 zei hij ‘ik heb nog niet de helft verteld van
wat ik heb gezien)
50j voor Marco Polo was er een andere ontdekkingsreiziger: Willem van Rubroeck, die in contact kwam met de Mongolen
en er een reisverslag over schreef, dat geldt als tijdbeeld van hen
,Plaatsen aan de Zijderoute:
De tempel van Bel – Palmyra Registan – Samarkand, Oezbekistan
Sjeik Lutfallahmoskee – Iran Yazd- Iran
Nalanda – India Gansu – China Kailasatempel - India
, Botaj-cultuur
= een kopertijd cultuur, uit het 4de millennium vot. Het is de oudste
cultuur waar de domesticatie van het paard heeft plaatsgevonden (niet
het gewone paard, maar het Przewalskipaard)
Paarden verschenen eerder op de wereld dan de mensen, 55miljoen jaar
geleden waren ze klein en beweegden ze als honden – ‘dawn horses’.
Toen in het 4de millennium het steppeklimaat vochtiger werd, werden de
open wei-landschappen grote bossen. De ‘dawn horses’ hebben zich
toen ontwikkeld tot grote, gespierde en snelle paarden
In 1980 werd een Botaj-nederzetting ontdekt door Viktor Seibert, omdat hij cirkels op de grond ontdekte. De nederzetting
was 15hc groot op een vlakke ondergrond. Er waren 153 kuilwoningen, 300 artefacten en 100 000 dierlijke beenderen
teruggevonden (99,9% van de beenderen waren van paarden). Het aardewerk van de Botaj was grijs en ongeglazuurd
Door de ontdekking van de paardenbeenderen weten we dat Botaj paardenvlees aten want paarden waren makkelijk om
op te jagen (ze hadden niet zo een scherpe tanden). Voor 20 000j lang lokte mensen de paarden in een cul-de-sac
(doodlopende weg), en doodde ze dan met een speer en gebruikte ze de paarden als voedsel. Ze werden niet alleen als
voedsel gebruikt
Antropologen David en Dorcas Brown dachten al langer dat de Botaj de paarden domesticeerde en ze bereed. Adhv oude
schedels en tanden zijn ze erachter gekomen dat veel paarden een bit droegen, dat zat in de mond van het paard. Als de
bestuurder aan het tuig trok, dat vastzat aan het bit, wist het paard welke richting het uit moest gaan. Archeologen vonden
ook grote concentraties paardenmest terug, wat erop wijst ze de Botaj de paarden in een soort omheining hielden. Door de
omheining werd het nog makkelijker om voedsel te voorzien
Archeoloog Alan Ultram onderzocht of de Botaj de paarden melkten, als dat waar was dan waren de paarden 100%
gedomesticeerd. Als ze paardenmelk gebruikten, zou er melkvet op oude scherven te vinden zijn. Er wordt een isotopische
analyse verschillende scherven uitgevoerd, dit doen ze door:
− Oppervlakte vijlen om een frisse oppervlakte te vertonen
− Scherven in een stamper grinden tot ze poeder zijn, zo komen de poriën vrij
− Poeder werd vloeibaar gemaakt en in een machine geplaatst die het gaat verhitten en gaat analyseren om te kijken
of de signaturen van de paardenmensen matchen
Er was dierlijk vet geanalyseerd maar dat is nog niet zeker melkvet, want het kan ook carcasvet zijn (komt vrij bij
kookprocessen). Uit een ander onderzoek is wel gebleken dat ze Botaj hun paarden melkten, wat een moeilijk proces was
omdat de merrie moet denken dat haat baby de melk aan het drinken is
Domesticateiproces van paarden: ze benaderden een paard, als het niet wegrende en toenadering zocht kon je het paard
domesticeren, anders niet. De allereerste rijders werden als snel van hun paard gegooid, maar eens ze het onder de knie
hadden konden ze snel, lange afstanden afleggen met de paarden
Alan Ultram vindt nog een andere belangrijke vondst: redelijk intact skelet van de Botaj, het DNA van dit skelet leidde tot
latere populaties van de Botaj. Het herstellen van oud DNA is erg moeilijk, maar Eske Willerslev heeft een reputatie om
oud DNA te kunnen linken aan de voorouders. Hij nam een tand en gehoorbeentje van het skelet, want het DNA op de tand
blijft goed bewaard door de buitenste laag glazuur. Het gehoorbeentje is het dunste botje in het menselijk lichaam en
bewaar DNA het beste