Methoden en onderzoek
BEGRIPPENLIJST
Kwalitatief onderzoek – VDH
Kwalitatief onderzoek Wijze van onderzoek die zich richt op het
begrijpen van mensen en de aard van hun
handelingen in relatie met hun omgeving
Descriptief onderzoek Onderzoek om accuraat en systematisch een
populatie, situatie of fenomeen te beschrijven
Onderzoekspopulatie Groep mensen in een onderzoek met 1 of
meerdere gemeenschappelijke kenmerken
Data-saturatie Ik heb voldoende mensen toegevoegd aan mijn
onderzoek en ben klaar (geen nieuwe relevante
data over bepaalde categorie)
Theoretische-saturatie Antwoorden via bv interviews kunnen je geen
nieuwe informatie opleveren
Convenience sampling Keuze op basis van pragmatische argumentatie
Chain sampling Niet-willekeurige steekproefmethode,
deelnemers moeten nieuwe deelnemers
aanbevelen (steekproef groeit)
Emergent sampling Toevoegen van nieuwe cases aan steekproef
(door nieuwe opportuniteit of verandering in
omstandigheden bij datacollectie)
Zelfrapportage Informatie die de persoon zelf geeft
Dagboekstudie Studie die als doel had te begrijpen hoe
ervaringen en emoties over werken in bv
coronatijden waren
Observatie Informatie verzamelen door te kijken naar of
deel te nemen aan het dagelijkse leven van
informanten
Interview Vorm van gesprek tussen interviewer en
respondent
Transcriptie Op schrift stellen van de informatie uit
interviews
Coderen Descriptieve code categoriseert hoeveelheid
1
, tekstsegmenten
= dataorganisatie, reductie en interpretatie
Peer debriefing Voorleggen van onderzoek aan onafhankelijk
deskundig en kritische collega-onderzoeker die
alle aspecten en aannames van het onderzoek
bekijkt
Triangulatie Combineren van onderzoeksmogelijkheden
Member checking Bevragen bij participant of date interpretatie,
conclusies van onderzoeken kloppen
Credibility Geloofwaardigheid van de verkregen gegevens
Interbeoordelaars – betrouwbaarheid Categorieën is door verschillende beoordeelaars
hetzelfde begrepen
Afdekking Categorieën beschrijven groot deel van data
Theorievorming Categorie bieden inzicht in een fenomeen
Analytic effort = initiële analyse Stel jezelf een aantal vragen, dit is het kritisch
nalezen van je codes
Les 1: kwalitatief onderzoek – VDH
Leerdoelen
Wat onderzoekt het? Ervaringen, belevingen, tevredenheid
Wanneer is het gebruikt? Er is weinig bekend over het fenomeem/gebeurtenis en om meer begrip
in fenomeen te krijgen
We spreken over thema’s, NIET cijfers + niet objectiveren maar kijken naar individuele subjectieve
ervaring
Kwantitatief Kwalitatief
Deductief (hypothese gebaseerd op literatuur Inductief (data hypothesen)
toetsen)
Descriptief of toetsen Vaak exploratief
Grote steekproeven Kleine onderzoekspopulaties
Objectief Subjectief
Techniek: meetinstrumenten Techniek: observatie, interview
GETALLEN VERHALEN
Het onderzoeksproces
2
, 1)Probleemstelling, doelstelling en vraagstelling
P:
- Dingen die je zijn opgevallen
- Kennishiaten in literatuur
Voorbeeld: mensen zijn precies altijd kwaad in de praktijk
D: meer data verzamelen om betere inzichten te krijgen
- Wat wil je met je onderzoek bereiken?
Voorbeeld: waarom zijn ze altijd kwaad
V:
Voorbeeld: hoe komt het dat patiënten hier ontevreden weggaan
- Goede onderzoeksvraag = vraag, specifiek, afgebakend, duidelijk, eenvoudig, beperkt (hoe,
wat, welke)
2)Type onderzoeksdesign kiezen
Descriptief design (kwantitatief en kwalitatief)
(kan geen waarom vraag beantwoorden, kan wel wat- waar- hoe- vragen beantwoorden)
- Observeren centraal
- Ethnografisch onderzoek
- Thick discriptions = heel gedetailleerd en specifiek omschrijven van de situatie
- Participatie
Exploratief design (kwalitatief)
- Fenomeen waarover weinig geweten is in de diepte gaan begrijpen
- Start zonder duidelijke ideeën
- Waaromvragen
3)Identificeer populatie en kies steekproefmethode
Data-sat / theoret-sat
Kenmerken steekproeftrekking
- Gen random selectie
- Doelgerichte steekproeven (purposive)
- Eerder kleine steekproeven
- Emergent steekproeftrekking (bv na 3 onderzoeken eens opzoek gaan naar een ander profiel)
Grootte steekproef afhankelijk van
3
BEGRIPPENLIJST
Kwalitatief onderzoek – VDH
Kwalitatief onderzoek Wijze van onderzoek die zich richt op het
begrijpen van mensen en de aard van hun
handelingen in relatie met hun omgeving
Descriptief onderzoek Onderzoek om accuraat en systematisch een
populatie, situatie of fenomeen te beschrijven
Onderzoekspopulatie Groep mensen in een onderzoek met 1 of
meerdere gemeenschappelijke kenmerken
Data-saturatie Ik heb voldoende mensen toegevoegd aan mijn
onderzoek en ben klaar (geen nieuwe relevante
data over bepaalde categorie)
Theoretische-saturatie Antwoorden via bv interviews kunnen je geen
nieuwe informatie opleveren
Convenience sampling Keuze op basis van pragmatische argumentatie
Chain sampling Niet-willekeurige steekproefmethode,
deelnemers moeten nieuwe deelnemers
aanbevelen (steekproef groeit)
Emergent sampling Toevoegen van nieuwe cases aan steekproef
(door nieuwe opportuniteit of verandering in
omstandigheden bij datacollectie)
Zelfrapportage Informatie die de persoon zelf geeft
Dagboekstudie Studie die als doel had te begrijpen hoe
ervaringen en emoties over werken in bv
coronatijden waren
Observatie Informatie verzamelen door te kijken naar of
deel te nemen aan het dagelijkse leven van
informanten
Interview Vorm van gesprek tussen interviewer en
respondent
Transcriptie Op schrift stellen van de informatie uit
interviews
Coderen Descriptieve code categoriseert hoeveelheid
1
, tekstsegmenten
= dataorganisatie, reductie en interpretatie
Peer debriefing Voorleggen van onderzoek aan onafhankelijk
deskundig en kritische collega-onderzoeker die
alle aspecten en aannames van het onderzoek
bekijkt
Triangulatie Combineren van onderzoeksmogelijkheden
Member checking Bevragen bij participant of date interpretatie,
conclusies van onderzoeken kloppen
Credibility Geloofwaardigheid van de verkregen gegevens
Interbeoordelaars – betrouwbaarheid Categorieën is door verschillende beoordeelaars
hetzelfde begrepen
Afdekking Categorieën beschrijven groot deel van data
Theorievorming Categorie bieden inzicht in een fenomeen
Analytic effort = initiële analyse Stel jezelf een aantal vragen, dit is het kritisch
nalezen van je codes
Les 1: kwalitatief onderzoek – VDH
Leerdoelen
Wat onderzoekt het? Ervaringen, belevingen, tevredenheid
Wanneer is het gebruikt? Er is weinig bekend over het fenomeem/gebeurtenis en om meer begrip
in fenomeen te krijgen
We spreken over thema’s, NIET cijfers + niet objectiveren maar kijken naar individuele subjectieve
ervaring
Kwantitatief Kwalitatief
Deductief (hypothese gebaseerd op literatuur Inductief (data hypothesen)
toetsen)
Descriptief of toetsen Vaak exploratief
Grote steekproeven Kleine onderzoekspopulaties
Objectief Subjectief
Techniek: meetinstrumenten Techniek: observatie, interview
GETALLEN VERHALEN
Het onderzoeksproces
2
, 1)Probleemstelling, doelstelling en vraagstelling
P:
- Dingen die je zijn opgevallen
- Kennishiaten in literatuur
Voorbeeld: mensen zijn precies altijd kwaad in de praktijk
D: meer data verzamelen om betere inzichten te krijgen
- Wat wil je met je onderzoek bereiken?
Voorbeeld: waarom zijn ze altijd kwaad
V:
Voorbeeld: hoe komt het dat patiënten hier ontevreden weggaan
- Goede onderzoeksvraag = vraag, specifiek, afgebakend, duidelijk, eenvoudig, beperkt (hoe,
wat, welke)
2)Type onderzoeksdesign kiezen
Descriptief design (kwantitatief en kwalitatief)
(kan geen waarom vraag beantwoorden, kan wel wat- waar- hoe- vragen beantwoorden)
- Observeren centraal
- Ethnografisch onderzoek
- Thick discriptions = heel gedetailleerd en specifiek omschrijven van de situatie
- Participatie
Exploratief design (kwalitatief)
- Fenomeen waarover weinig geweten is in de diepte gaan begrijpen
- Start zonder duidelijke ideeën
- Waaromvragen
3)Identificeer populatie en kies steekproefmethode
Data-sat / theoret-sat
Kenmerken steekproeftrekking
- Gen random selectie
- Doelgerichte steekproeven (purposive)
- Eerder kleine steekproeven
- Emergent steekproeftrekking (bv na 3 onderzoeken eens opzoek gaan naar een ander profiel)
Grootte steekproef afhankelijk van
3