Jeugdrecht en jeugdbescherming
H1: Inleiding rond het ontstaan van de
jeugdbescherming in België
• rechten die kinderen en jongeren vandaag hebben zijn wettelijk geregeld in specifieke nationale en internationale wetgevingen
• recht dat vandaag kennen is het gevolg van verschillende processen en veranderingen in de maatschappij
• cultuur wordt overgedragen door 2 processen
1. socialisatie die processen zorgen ervoor dat veranderingen in de SL ontstaat → evolutie
2. sociale controle
socialisatie het zich eigen maken van waarden en normen die in een maatschappij aanwezig zijn en gelden
als de norm van die maatschappij
sociale controle straffen en bestraffen al s de norm van de maatschappij niet wordt nageleefd
1 JEUGDBESCHERMING IN BELGIË: HET ONTSTAAN VAN EEN CATEGORIAAL BELEID
1.1 EVOLUTIE VAN DE SOCIALISATIE
• kindbeeld en huidige opvattingen over socialisatie zijn een recente sociale constructie
o hoe men nu naar Ki kijkt is dus geëvolueerd o.b.v. inzichten die we in de loop van de geschiedenis kunnen duiden
Categoriaal beleid samenleving opdelen in categorieën, dus kinderen en volwassenen door socialisatie en door
sociale controle
1.1.1 Geen kindbeeld
• In vroegere tijden was er geen besef over het belang van kinderen
o voor leeftijd van 7 waren kinderen niet van belang
o hoge kindersterfte
o meisjes als minder waardig
o …
1.1.2 Een aanzet tot een kindbeeld
• 16e eeuw
o In rijkere milieus kregen jongens onderwijs, meisjes later pas
o mensbeelden op kind ontstonden
• 17-18e eeuw
o ontwikkelen van visies op kinderen die aantonen dat het kind genoeg een apart persoon was om over te gaan nadenken →
kind als gemeenschappelijk denkthema
1. moralisten
• kind is ‘slecht’ geboren en wordt door de opvoeding ‘goed’ gemaakt
2. romantici
• kind is ‘goed geboren’, maar wordt door buitenaf (samenleving) negatief beïnvloedt
• Bv: Rousseau
• Verlichting (18e eeuw)
o Ki meer en meer gezien als een aparte groep met eigen kenmerken en eigen gedragingen
o ontstaan van een tweedeling in de visie op de ontwikkeling van de mens
1. men moet ki opvoeden en afschermen van maatschappij. Ki dat onzeker, onschuldig,… is moet door fouten te
maken (trial and error) gevormd worden tot een volwassen persoon
2. volwassenen kent zijn rol en lot in SL
o visies zijn het gevolg door veranderingen in de SL die belang hechtte aan de apartstelling van Ki
▪ 1889: verbod op kinderarbeid
▪ 1914: wet op leerplicht
Sociogenese het afzonderlijk gaan zien van kinderen en volwassenen door maatschappelijke veranderingen
1
,Psychogenese het toeschrijven en overaccentueren van specifieke eigenschappen aan kinderen, wat
psychologische gevolgen voor hen heeft. Bv: koppigheidsfase
1.1.3 Het huidige kindbeeld
kindbeelden die verschillende visies die pedagogen hebben over een kind, maar waarbij ze wel allemaal
vertrekken vanuit het idee dat een kind een krachtig persoon is met eigen mogelijkheden
1.2 EVOLUTIE VAN DE SOCIALE CONTROLE
1.2.1 Vroegte tijden tot verlichting
• Oud Romeinse Rijk (500 n. Chr)
o begon men op andere manier naar ki te kijken
o ‘onmondige’ (te jong om te trouwen) ki kregen een andere straf dan volwassenen
o onderscheid tussen opzettelijke en niet- opzettelijke daden
o Rechters bepaalden of een kind wist wat goed of fout was (“oordeel des onderscheids”) → kan kind onderscheid maken
tussen goed en kwaad
o Leeftijd én intentie speelden een rol bij strafbaarheid
• Klassieke tijd (300 n. Chr)
o onderscheid tussen opzettelijke en niet- opzettelijke daden meer te verduidelijken door waarneembare gegevens, zoals
fysiologische toestand van ki. Bv: huwbare leeftijd, geslachtsrijpheid,…
• Val Romeinse Rijk
o beroep gedaan op familiale solidariteit → pater familias bepaald of er al dan niet een onderscheid moest gemaakt worden
tussen ki en volwassenen
• 11e eeuw
o heropflakkering Romeinse Rijk → opnieuw aandacht tussen verschil ki en volw
• 13e eeuw
o opkomst staten
▪ drang centralisatie, openbare orde en openbare rust → belang opsporen en bestraffen van misdrijven
• 1532
o eerste wettelijke verwijzing naar ‘oordeel des onderscheids’ waarin verzachting van straf voor ki werden ingevoerd
▪ belangrijk was: heeft ki gebruik gemaakt van zijn rede
1.2.2 De Verlichting
• 18e eeuw
• evolutie richting moderne visie (naar ki)
o mens maakt keuzes met verstand (rede)
o ki worden meer en meer gezien als niet volledig verantwoordelijke wezens
o basis gelegd voor latere jeugdbescherming en aangepaste straffen voor ki
1.2.3 Tendensen van de Verlichting
• 4 strafrechtelijke scholen:
1. klassieke criminologische school
2. positivisme
3. crimineel- antropologische school en crimineel- sociologische school
4. school van het sociaal verweer
1.2.3.1 De klassieke criminologische school (18e eeuw)
• school wilt een antwoord bieden aan de voorheen repressieve, onmenselijke en onrechtvaardige bestraffing van het ancien régime
o in AR was werden daders gezien als ‘bezeten door de duivel’
▪ straffen waren wreed, lichamelijk,…
• school wilde efficiënte, rechtvaardige, menselijke, rationele, onwillekeurige straffen vooropstellen
• filosofen spraken als eerst over ‘recht van de mens’ → nadenken over humanistischere visie rond straffen
• filosofen waren grondleggers van deze school die uitgaan van 5 axioma’s
2
,5 axioma’s van de klassieke criminologische school
1. Wilsautonomie de mens als rationeel wezen kiest bewust voor het goede of kwade. Ze wegen altijd de lusten
tegenover de lasten af
2. Morele aansprakelijkheid in die keuze tussen goed en kwaad is men persoonlijk en volledig verantwoordelijk
3. Legaliteitsbeginsel wil het strafrecht efficiënt en effectief zijn, dan moet men de strafbare feiten in een wet
vermelden en dus ook hun bijhorende straf
4. proportionaliteitsbeginsel straffen mogen niet zwaarder zijn dan noodzakelijk om de dader moreel te beïnvloeden. Dus
een zwaar feit verdient een zware straf, een licht feit een lichte straf
5. gelijkheidsbeginsel men moet het strafrecht toepassen op alle leden van de maatschappij ongeacht hun rang,
klasse of stand
3 functies van straffen
1. Vergelding (boeten) genoegdoening, lasten zijn zwaarder dan lusten
2. afschrikking andere misdrijven voorkomen
3. morele verbetering (bijleren) door de straf zou de dader tot inzicht komen en zijn gedrag veranderen
➔ kritiek op deze visie is dat er te weinig aandacht is voor de dader zelf, zoals leeftijd, achtergrond,…
gevolg van school voor jeugdcriminologie legaliteitsbeginsel en de morele aansprakelijkheid zorgden voor het invoeren van de
strafrechtelijke minderjarigheid. Als men ervan uitgaat dat er een morele
verantwoordelijkheid is en er daarin een verschil bestaat tussen volw en ki (= verlichtingsvisie)
dan moet men wettelijk een verschil zien te maken voor volw en ki
1.2.3.2 Het positivisme (19e eeuw)
• door geloof in de rede beheerst men de natuur meer en meer met wetmatigheden (wetenschap) en krachten
• ook sociale context (socialiteit) met zijn veranderende problematieken veranderde en men wilde die ook begrijpbaar/ verklaarbaar
maken om oplossingen te vinden
o men was ervan overtuigd dat door de oorzaken van sociale problemen te vinden, men efficiënter kon ingrijpen en zo de
verlichte SL meer vorm kon geven
▪ sociale wetenschappen wouden hier een antwoord op geven
▪ antropologie (Darwin) kende een bloei en ging zich concerteren op de persoon als delinquent
• criminaliteit is een sociaal/ natuurlijk verschijnsel dat men langs de waarneming moet zien
• empirische criminologen hadden kritiek op het proportionaliteitsprincipe van de klassieke school: zij wilden de intentie van de dader
centraal stellen, niet de zwaarte van het feit
o het is dus het gedrag en handeling van een persoon dat men moet bekijken en niet de persoon op zich
• sociaal- darwinisme (ontstaan vanuit de evolutietheorie) stelt dat sociaal- culturele evolutie pas mogelijk is door de volgende 2
zaken:
1. struggle for life
2. survival of the fittest
o zoveel mogelijk mensen moeten dus aangepast worden een de veranderende SL, dus ook kinderen
▪ kinderen kunnen nog gemaakt, aangepast, gekneed,.. worden en dus is het belang dat men aandacht aan deze ki
besteedt
▪ ki worden zijn dus de rijkdom van de toekomst
3
, 1.2.3.3 Crimineel-antropologische en crimineel- sociologische scho ol
• Volgens deze 2 scholen is criminaliteit geen abstracte juridische constructie, maar wordt ze bepaald door de biologische/
antropologische eigenschappen van de dader en zijn sociale omgeving
1.2.3.3.1 Crimineel- antropologische school
• Lombroso is vertegenwoordiger
o ontkende vrije wil en kwam met deterministische beschrijving van delinquenten: ze worden zo geboren en gaan zo dood
▪ o.b.v. beschrijving van de schedel (frenologie) en primaire kenmerken van een persoon (atavisme) zoals
haargroei, scheve neus,… maakte hij lijsten van kenmerken die overeenkomen met typische delinquente
gedragingen
1.2.3.3.2 Crimineel- sociologische school
• Lacassagne is vertegenwoordiger
o beweerde dat de maatschappij criminelen maak
▪ het is de verantwoordelijkheid van de SL als er veel delinquenten zijn
o naar de dader kijken vanuit verschillende visies
1.2.3.4 School van het sociaal verweer (eind 19e – begin 20e eeuw)
• centraal staat het objectieve gevaar voor de SL: hoe gevaarlijk is iemand voor SL
o strafrecht moet ten dienste staan van de SL om ze te beschermen → maatregelingen treffen
o aard en duur van een straf moet dus afhangen van de graad van gevaarlijkheid/ antisocialiteit en niet van de ernst van een
feit
▪ hoe gevaarlijker een dader is, hoe zwaarder de straf (los van het gepleegde feit)
▪ nadenken over preventie
• school pleit dus voor onbepaalde maatregelen van onbepaalde duur i.p.v. straffen
o onbepaalde duur, omdat men de maatregelen pas kan opheffen als de antisocialiteit van gevaarlijkheid van een dader is
verminderd/ opgeheven
preventiegedachte hoe vroeger men ingrijpt, hoe minder kans op antisocialiteit. Het chronisch worden van
ongewenste handelingen bij kinderen kan men dus volgens deze school verminderen door zo
vroeg mogelijk in te grijpen a.d.h.v. preventieve acties
statusdelicten delicten die je alleen als minderjarige kunt plegen. Bv: spijbelen, weglopen van school. Voor
jongeren betekent dit dat deze handelingen zouden kunnen leiden tot criminaliteit.
predelinquentie toestanden voor de echte delinquentie die kunnen leiden tot criminaliteit, zoals weglopen van
huis als minderjarige. Deze feiten worden niet in wetten vermeld, dus ook hier wordt de
legaliteit tegenover misdrijven verlaten.
• Sociaal verweer en zijn visie rond maatregelen, straffen,… had een grote invloed op latere wetgeving t.o.v. jongeren:
o 1912: idee rond predelinquentie opgenomen in de wet, waardoor kinder- en jeugdrechter kon tussenkomen
o 1965: in de wet op de jeugdbescherming wordt ‘predelinquentie’ verandert naar ‘kind in gevaar’
o 1990: ‘kind in gevaar’ verandert naar ‘kind in problematische opvoedingssituatie (POS)’
o 2013: in het huidige decreet Integrale Jeugdhulp spreekt men over VOS i.p.v. POS
2 HISTORISCH OVERZICHT VAN DE JEUGDBESCHERMING IN HET BELGISCHE RECHT
2.1 KINDERBESCHERMINGSWET 1912
• De eerste Kinderbeschermingswet van 15 mei 1912 werd voorbereid door Jules Lejeune (1889), maar werd goedgekeurd onder
minister Carton de Wiart in 1912
o Hierood wordt ze soms de Wet Carton de Wiart genoemd
Doel wet Duidelijk onderscheid maken tussen kinderen en volwassenen in justitie
4
H1: Inleiding rond het ontstaan van de
jeugdbescherming in België
• rechten die kinderen en jongeren vandaag hebben zijn wettelijk geregeld in specifieke nationale en internationale wetgevingen
• recht dat vandaag kennen is het gevolg van verschillende processen en veranderingen in de maatschappij
• cultuur wordt overgedragen door 2 processen
1. socialisatie die processen zorgen ervoor dat veranderingen in de SL ontstaat → evolutie
2. sociale controle
socialisatie het zich eigen maken van waarden en normen die in een maatschappij aanwezig zijn en gelden
als de norm van die maatschappij
sociale controle straffen en bestraffen al s de norm van de maatschappij niet wordt nageleefd
1 JEUGDBESCHERMING IN BELGIË: HET ONTSTAAN VAN EEN CATEGORIAAL BELEID
1.1 EVOLUTIE VAN DE SOCIALISATIE
• kindbeeld en huidige opvattingen over socialisatie zijn een recente sociale constructie
o hoe men nu naar Ki kijkt is dus geëvolueerd o.b.v. inzichten die we in de loop van de geschiedenis kunnen duiden
Categoriaal beleid samenleving opdelen in categorieën, dus kinderen en volwassenen door socialisatie en door
sociale controle
1.1.1 Geen kindbeeld
• In vroegere tijden was er geen besef over het belang van kinderen
o voor leeftijd van 7 waren kinderen niet van belang
o hoge kindersterfte
o meisjes als minder waardig
o …
1.1.2 Een aanzet tot een kindbeeld
• 16e eeuw
o In rijkere milieus kregen jongens onderwijs, meisjes later pas
o mensbeelden op kind ontstonden
• 17-18e eeuw
o ontwikkelen van visies op kinderen die aantonen dat het kind genoeg een apart persoon was om over te gaan nadenken →
kind als gemeenschappelijk denkthema
1. moralisten
• kind is ‘slecht’ geboren en wordt door de opvoeding ‘goed’ gemaakt
2. romantici
• kind is ‘goed geboren’, maar wordt door buitenaf (samenleving) negatief beïnvloedt
• Bv: Rousseau
• Verlichting (18e eeuw)
o Ki meer en meer gezien als een aparte groep met eigen kenmerken en eigen gedragingen
o ontstaan van een tweedeling in de visie op de ontwikkeling van de mens
1. men moet ki opvoeden en afschermen van maatschappij. Ki dat onzeker, onschuldig,… is moet door fouten te
maken (trial and error) gevormd worden tot een volwassen persoon
2. volwassenen kent zijn rol en lot in SL
o visies zijn het gevolg door veranderingen in de SL die belang hechtte aan de apartstelling van Ki
▪ 1889: verbod op kinderarbeid
▪ 1914: wet op leerplicht
Sociogenese het afzonderlijk gaan zien van kinderen en volwassenen door maatschappelijke veranderingen
1
,Psychogenese het toeschrijven en overaccentueren van specifieke eigenschappen aan kinderen, wat
psychologische gevolgen voor hen heeft. Bv: koppigheidsfase
1.1.3 Het huidige kindbeeld
kindbeelden die verschillende visies die pedagogen hebben over een kind, maar waarbij ze wel allemaal
vertrekken vanuit het idee dat een kind een krachtig persoon is met eigen mogelijkheden
1.2 EVOLUTIE VAN DE SOCIALE CONTROLE
1.2.1 Vroegte tijden tot verlichting
• Oud Romeinse Rijk (500 n. Chr)
o begon men op andere manier naar ki te kijken
o ‘onmondige’ (te jong om te trouwen) ki kregen een andere straf dan volwassenen
o onderscheid tussen opzettelijke en niet- opzettelijke daden
o Rechters bepaalden of een kind wist wat goed of fout was (“oordeel des onderscheids”) → kan kind onderscheid maken
tussen goed en kwaad
o Leeftijd én intentie speelden een rol bij strafbaarheid
• Klassieke tijd (300 n. Chr)
o onderscheid tussen opzettelijke en niet- opzettelijke daden meer te verduidelijken door waarneembare gegevens, zoals
fysiologische toestand van ki. Bv: huwbare leeftijd, geslachtsrijpheid,…
• Val Romeinse Rijk
o beroep gedaan op familiale solidariteit → pater familias bepaald of er al dan niet een onderscheid moest gemaakt worden
tussen ki en volwassenen
• 11e eeuw
o heropflakkering Romeinse Rijk → opnieuw aandacht tussen verschil ki en volw
• 13e eeuw
o opkomst staten
▪ drang centralisatie, openbare orde en openbare rust → belang opsporen en bestraffen van misdrijven
• 1532
o eerste wettelijke verwijzing naar ‘oordeel des onderscheids’ waarin verzachting van straf voor ki werden ingevoerd
▪ belangrijk was: heeft ki gebruik gemaakt van zijn rede
1.2.2 De Verlichting
• 18e eeuw
• evolutie richting moderne visie (naar ki)
o mens maakt keuzes met verstand (rede)
o ki worden meer en meer gezien als niet volledig verantwoordelijke wezens
o basis gelegd voor latere jeugdbescherming en aangepaste straffen voor ki
1.2.3 Tendensen van de Verlichting
• 4 strafrechtelijke scholen:
1. klassieke criminologische school
2. positivisme
3. crimineel- antropologische school en crimineel- sociologische school
4. school van het sociaal verweer
1.2.3.1 De klassieke criminologische school (18e eeuw)
• school wilt een antwoord bieden aan de voorheen repressieve, onmenselijke en onrechtvaardige bestraffing van het ancien régime
o in AR was werden daders gezien als ‘bezeten door de duivel’
▪ straffen waren wreed, lichamelijk,…
• school wilde efficiënte, rechtvaardige, menselijke, rationele, onwillekeurige straffen vooropstellen
• filosofen spraken als eerst over ‘recht van de mens’ → nadenken over humanistischere visie rond straffen
• filosofen waren grondleggers van deze school die uitgaan van 5 axioma’s
2
,5 axioma’s van de klassieke criminologische school
1. Wilsautonomie de mens als rationeel wezen kiest bewust voor het goede of kwade. Ze wegen altijd de lusten
tegenover de lasten af
2. Morele aansprakelijkheid in die keuze tussen goed en kwaad is men persoonlijk en volledig verantwoordelijk
3. Legaliteitsbeginsel wil het strafrecht efficiënt en effectief zijn, dan moet men de strafbare feiten in een wet
vermelden en dus ook hun bijhorende straf
4. proportionaliteitsbeginsel straffen mogen niet zwaarder zijn dan noodzakelijk om de dader moreel te beïnvloeden. Dus
een zwaar feit verdient een zware straf, een licht feit een lichte straf
5. gelijkheidsbeginsel men moet het strafrecht toepassen op alle leden van de maatschappij ongeacht hun rang,
klasse of stand
3 functies van straffen
1. Vergelding (boeten) genoegdoening, lasten zijn zwaarder dan lusten
2. afschrikking andere misdrijven voorkomen
3. morele verbetering (bijleren) door de straf zou de dader tot inzicht komen en zijn gedrag veranderen
➔ kritiek op deze visie is dat er te weinig aandacht is voor de dader zelf, zoals leeftijd, achtergrond,…
gevolg van school voor jeugdcriminologie legaliteitsbeginsel en de morele aansprakelijkheid zorgden voor het invoeren van de
strafrechtelijke minderjarigheid. Als men ervan uitgaat dat er een morele
verantwoordelijkheid is en er daarin een verschil bestaat tussen volw en ki (= verlichtingsvisie)
dan moet men wettelijk een verschil zien te maken voor volw en ki
1.2.3.2 Het positivisme (19e eeuw)
• door geloof in de rede beheerst men de natuur meer en meer met wetmatigheden (wetenschap) en krachten
• ook sociale context (socialiteit) met zijn veranderende problematieken veranderde en men wilde die ook begrijpbaar/ verklaarbaar
maken om oplossingen te vinden
o men was ervan overtuigd dat door de oorzaken van sociale problemen te vinden, men efficiënter kon ingrijpen en zo de
verlichte SL meer vorm kon geven
▪ sociale wetenschappen wouden hier een antwoord op geven
▪ antropologie (Darwin) kende een bloei en ging zich concerteren op de persoon als delinquent
• criminaliteit is een sociaal/ natuurlijk verschijnsel dat men langs de waarneming moet zien
• empirische criminologen hadden kritiek op het proportionaliteitsprincipe van de klassieke school: zij wilden de intentie van de dader
centraal stellen, niet de zwaarte van het feit
o het is dus het gedrag en handeling van een persoon dat men moet bekijken en niet de persoon op zich
• sociaal- darwinisme (ontstaan vanuit de evolutietheorie) stelt dat sociaal- culturele evolutie pas mogelijk is door de volgende 2
zaken:
1. struggle for life
2. survival of the fittest
o zoveel mogelijk mensen moeten dus aangepast worden een de veranderende SL, dus ook kinderen
▪ kinderen kunnen nog gemaakt, aangepast, gekneed,.. worden en dus is het belang dat men aandacht aan deze ki
besteedt
▪ ki worden zijn dus de rijkdom van de toekomst
3
, 1.2.3.3 Crimineel-antropologische en crimineel- sociologische scho ol
• Volgens deze 2 scholen is criminaliteit geen abstracte juridische constructie, maar wordt ze bepaald door de biologische/
antropologische eigenschappen van de dader en zijn sociale omgeving
1.2.3.3.1 Crimineel- antropologische school
• Lombroso is vertegenwoordiger
o ontkende vrije wil en kwam met deterministische beschrijving van delinquenten: ze worden zo geboren en gaan zo dood
▪ o.b.v. beschrijving van de schedel (frenologie) en primaire kenmerken van een persoon (atavisme) zoals
haargroei, scheve neus,… maakte hij lijsten van kenmerken die overeenkomen met typische delinquente
gedragingen
1.2.3.3.2 Crimineel- sociologische school
• Lacassagne is vertegenwoordiger
o beweerde dat de maatschappij criminelen maak
▪ het is de verantwoordelijkheid van de SL als er veel delinquenten zijn
o naar de dader kijken vanuit verschillende visies
1.2.3.4 School van het sociaal verweer (eind 19e – begin 20e eeuw)
• centraal staat het objectieve gevaar voor de SL: hoe gevaarlijk is iemand voor SL
o strafrecht moet ten dienste staan van de SL om ze te beschermen → maatregelingen treffen
o aard en duur van een straf moet dus afhangen van de graad van gevaarlijkheid/ antisocialiteit en niet van de ernst van een
feit
▪ hoe gevaarlijker een dader is, hoe zwaarder de straf (los van het gepleegde feit)
▪ nadenken over preventie
• school pleit dus voor onbepaalde maatregelen van onbepaalde duur i.p.v. straffen
o onbepaalde duur, omdat men de maatregelen pas kan opheffen als de antisocialiteit van gevaarlijkheid van een dader is
verminderd/ opgeheven
preventiegedachte hoe vroeger men ingrijpt, hoe minder kans op antisocialiteit. Het chronisch worden van
ongewenste handelingen bij kinderen kan men dus volgens deze school verminderen door zo
vroeg mogelijk in te grijpen a.d.h.v. preventieve acties
statusdelicten delicten die je alleen als minderjarige kunt plegen. Bv: spijbelen, weglopen van school. Voor
jongeren betekent dit dat deze handelingen zouden kunnen leiden tot criminaliteit.
predelinquentie toestanden voor de echte delinquentie die kunnen leiden tot criminaliteit, zoals weglopen van
huis als minderjarige. Deze feiten worden niet in wetten vermeld, dus ook hier wordt de
legaliteit tegenover misdrijven verlaten.
• Sociaal verweer en zijn visie rond maatregelen, straffen,… had een grote invloed op latere wetgeving t.o.v. jongeren:
o 1912: idee rond predelinquentie opgenomen in de wet, waardoor kinder- en jeugdrechter kon tussenkomen
o 1965: in de wet op de jeugdbescherming wordt ‘predelinquentie’ verandert naar ‘kind in gevaar’
o 1990: ‘kind in gevaar’ verandert naar ‘kind in problematische opvoedingssituatie (POS)’
o 2013: in het huidige decreet Integrale Jeugdhulp spreekt men over VOS i.p.v. POS
2 HISTORISCH OVERZICHT VAN DE JEUGDBESCHERMING IN HET BELGISCHE RECHT
2.1 KINDERBESCHERMINGSWET 1912
• De eerste Kinderbeschermingswet van 15 mei 1912 werd voorbereid door Jules Lejeune (1889), maar werd goedgekeurd onder
minister Carton de Wiart in 1912
o Hierood wordt ze soms de Wet Carton de Wiart genoemd
Doel wet Duidelijk onderscheid maken tussen kinderen en volwassenen in justitie
4