Personenbelasting
H1: Inleidende begrippen
Directe belastingen
1. Inkomstenbelastingen
- Persoonsbelasting
- Vennootschapsbelasting
- Rechtspersonenbelasting
- Belasting niet-inwoners
2. De met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen
- Verkeersbelasting
- Belasting op de spelen en weddenschappen
Indirecte belastingen
1. Indirecte belastingen op het verbruik van goederen
- Btw
- Douanerechten en accijnzen
2. Indirecte belastingen op het rechtsverkeer
- Registratiebelasting, erfbelasting
1.1 Begrip personenbelasting (PB)
= een belasting op het totale inkomen van inwoners van België
(rijksinwoners)
- PB behoort tot de categorie inkomstenbelastingen (Wetboek
van Inkomstenbelastingen (art 1, §1)
4 categorieën van belastbaar inkomen
- Onroerende inkomsten (OI): inkomsten die uitkomen door
onroerende goederen (vb: een huis, appartement…)
- Roerende inkomsten (RI): intresten en dividenden die u
ontvangt en kapitaal (vb: dividenden van aandelen, intresten
van spaarboekjes, obligaties, kasbons)
- Beroepsinkomsten (BI): inkomen uit arbeid (hebben meeste
mensen) (vb: lonen, pensioenen, vervangingsinkomen,
winst, baten)
- Diverse inkomsten (DI): alles wat niet onder de categorieën
past (vb: onderhoudsuitkeringen, meerwaarde op
(on)gebouwde onroerende goederen)
1.2 Wie is onderworpen aan PB?
Rijksinwoner =belastingplichtigen (art. 2 §1, 1° WIB)
Feitenkwestie
Of BP zijn woonplaats of zetel van fortuin in België heeft, wordt naar
de omstandigheden beoordeeld aan de hand van feitelijke gegevens
(zetel van fortuin= waar vermogen wordt beheerd)
1
, Twee wettelijke vermoedens in het WIB (art. 2 §1, 1° en 2°)
- Eerste vermoeden (weerlegbaar)
Woonplaats in België gevestigd: de natuurlijke personen die in
het rijksregister zijn ingeschreven
- Tweede vermoeden (onweerlegbaar)
àVoor gehuwde wordt de belastingwoonplaats bepaald door de
plaats waar het gezin is gevestigd
àDe wettelijke samenwonenden worden gelijkgesteld met een
echtgenoot
1.3 Belastbare inkomsten
- Rijksinwoner wordt belast op zijn totaal wereldwijd inkomen
(netto inkomen) à netto optellen= netto belastbaar inkomen
(NBI)
- 4 categorieën van inkomsten met elk specifieke regels voor
betaling netto-inkomen: OI, RI, BI, DI
Netto OI + Netto RI + Netto BI + Netto DI
= Netto belastbaar inkomen (NBI)
Gezamenlijk belastbaar inkomen (GBI)= Som van de Netto
belastbaar inkomen (NBI) bij gehuwden en wettelijk
samenwonenden
1.4 Belastbaar tijdperk en aanslagjaar
Belastbaar tijdperk
= jaar waarin de belastbare inkomsten zijn behaald
= kalenderjaar
Aanslagjaar (AJ)
= jaar waarin de inkomsten belast worden
= belastbaar tijdperk + 1
à altijd per kalenderjaar
1/1/2024à31/12/2024: beastbaar tijdperk (belast in aanslagjaar 2025)
1.5 Aangifteformulier personenbelasting
Vorm van de aangifte PB:
Aangifteformulier:
- Papieren aangifte
- Elektronische aangifte
- Voorstel van vereenvoudigde aangifte (deze krijgen
jobstudenten)
1.6 Gemeenschappelijk of afzonderlijk?
Gemeenschappelijke aanslag
2
, - Echtgenoten/gehuwden
Echtgenoten/wettelijk samenwonenden dienen een
gemeenschappelijke aangifte in
àin deze aangifte vermelden zij elk hun eigen inkomsten
à bij gehuwden worden dus twee aanslagbasissen bepaald
maar de gemeenschappelijke belastingaanslag wordt
gevestigd op de gehuwden samen
- Wettelijk samenwonenden
Samenwonenden worden op fiscaal gebied dus volledig
gelijkgeschakeld met de gehuwden
à 2 personen die bij de ambtenaar van de burgerlijke stand
van de gemeenschappelijke woonplaats een verklaring hebben
afgelegd
1 aangifte voor hun 2: de oudste partner vult de eerste
kolom in de jongste de tweede
1 aangifte maar wordt apart berekend en pas op het einde
samengesteld
Afzonderlijke aanslag ( zie voorbeelden ppt)
- Alleenstaande
- Feitelijk samenwonenden
- Het jaar van het huwelijk/WS
- Het jaar dat volgt op het jaar dat de feitelijke scheiding heeft
plaatsgevonden, voor zover die scheiding in het volgende
belastbare tijdperk niet ongedaan is gemaakt
- Het jaar van echtshceiding/beëindiging WS (Wettelijke
samenleving) –-> ingeschreven in register
- Jaar dat je trouwt of wettelijk samenwoont wordt nog als
alleenstaande beschouwd MAAR moet in register van
gemeente staan
- Het jaar van ontbinding van het huwelijk of de wettelijke
samenwoning door overlijden
1.7 Progressieve belasting
PB= Progressieve belasting
Inkomen hoogà belastingtarief hoog
- 25%: 0-15 200
- 40%: 15 200-26 830
- 45%: 26 830-46 440
- 50%: 46 500-…
De bedoeling van 50% is om de hoogste inkomens het meest te
laten bijdragen => veel inflatie, gevolg: midden klasse zitten ook
al bij de 50%
3
H1: Inleidende begrippen
Directe belastingen
1. Inkomstenbelastingen
- Persoonsbelasting
- Vennootschapsbelasting
- Rechtspersonenbelasting
- Belasting niet-inwoners
2. De met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen
- Verkeersbelasting
- Belasting op de spelen en weddenschappen
Indirecte belastingen
1. Indirecte belastingen op het verbruik van goederen
- Btw
- Douanerechten en accijnzen
2. Indirecte belastingen op het rechtsverkeer
- Registratiebelasting, erfbelasting
1.1 Begrip personenbelasting (PB)
= een belasting op het totale inkomen van inwoners van België
(rijksinwoners)
- PB behoort tot de categorie inkomstenbelastingen (Wetboek
van Inkomstenbelastingen (art 1, §1)
4 categorieën van belastbaar inkomen
- Onroerende inkomsten (OI): inkomsten die uitkomen door
onroerende goederen (vb: een huis, appartement…)
- Roerende inkomsten (RI): intresten en dividenden die u
ontvangt en kapitaal (vb: dividenden van aandelen, intresten
van spaarboekjes, obligaties, kasbons)
- Beroepsinkomsten (BI): inkomen uit arbeid (hebben meeste
mensen) (vb: lonen, pensioenen, vervangingsinkomen,
winst, baten)
- Diverse inkomsten (DI): alles wat niet onder de categorieën
past (vb: onderhoudsuitkeringen, meerwaarde op
(on)gebouwde onroerende goederen)
1.2 Wie is onderworpen aan PB?
Rijksinwoner =belastingplichtigen (art. 2 §1, 1° WIB)
Feitenkwestie
Of BP zijn woonplaats of zetel van fortuin in België heeft, wordt naar
de omstandigheden beoordeeld aan de hand van feitelijke gegevens
(zetel van fortuin= waar vermogen wordt beheerd)
1
, Twee wettelijke vermoedens in het WIB (art. 2 §1, 1° en 2°)
- Eerste vermoeden (weerlegbaar)
Woonplaats in België gevestigd: de natuurlijke personen die in
het rijksregister zijn ingeschreven
- Tweede vermoeden (onweerlegbaar)
àVoor gehuwde wordt de belastingwoonplaats bepaald door de
plaats waar het gezin is gevestigd
àDe wettelijke samenwonenden worden gelijkgesteld met een
echtgenoot
1.3 Belastbare inkomsten
- Rijksinwoner wordt belast op zijn totaal wereldwijd inkomen
(netto inkomen) à netto optellen= netto belastbaar inkomen
(NBI)
- 4 categorieën van inkomsten met elk specifieke regels voor
betaling netto-inkomen: OI, RI, BI, DI
Netto OI + Netto RI + Netto BI + Netto DI
= Netto belastbaar inkomen (NBI)
Gezamenlijk belastbaar inkomen (GBI)= Som van de Netto
belastbaar inkomen (NBI) bij gehuwden en wettelijk
samenwonenden
1.4 Belastbaar tijdperk en aanslagjaar
Belastbaar tijdperk
= jaar waarin de belastbare inkomsten zijn behaald
= kalenderjaar
Aanslagjaar (AJ)
= jaar waarin de inkomsten belast worden
= belastbaar tijdperk + 1
à altijd per kalenderjaar
1/1/2024à31/12/2024: beastbaar tijdperk (belast in aanslagjaar 2025)
1.5 Aangifteformulier personenbelasting
Vorm van de aangifte PB:
Aangifteformulier:
- Papieren aangifte
- Elektronische aangifte
- Voorstel van vereenvoudigde aangifte (deze krijgen
jobstudenten)
1.6 Gemeenschappelijk of afzonderlijk?
Gemeenschappelijke aanslag
2
, - Echtgenoten/gehuwden
Echtgenoten/wettelijk samenwonenden dienen een
gemeenschappelijke aangifte in
àin deze aangifte vermelden zij elk hun eigen inkomsten
à bij gehuwden worden dus twee aanslagbasissen bepaald
maar de gemeenschappelijke belastingaanslag wordt
gevestigd op de gehuwden samen
- Wettelijk samenwonenden
Samenwonenden worden op fiscaal gebied dus volledig
gelijkgeschakeld met de gehuwden
à 2 personen die bij de ambtenaar van de burgerlijke stand
van de gemeenschappelijke woonplaats een verklaring hebben
afgelegd
1 aangifte voor hun 2: de oudste partner vult de eerste
kolom in de jongste de tweede
1 aangifte maar wordt apart berekend en pas op het einde
samengesteld
Afzonderlijke aanslag ( zie voorbeelden ppt)
- Alleenstaande
- Feitelijk samenwonenden
- Het jaar van het huwelijk/WS
- Het jaar dat volgt op het jaar dat de feitelijke scheiding heeft
plaatsgevonden, voor zover die scheiding in het volgende
belastbare tijdperk niet ongedaan is gemaakt
- Het jaar van echtshceiding/beëindiging WS (Wettelijke
samenleving) –-> ingeschreven in register
- Jaar dat je trouwt of wettelijk samenwoont wordt nog als
alleenstaande beschouwd MAAR moet in register van
gemeente staan
- Het jaar van ontbinding van het huwelijk of de wettelijke
samenwoning door overlijden
1.7 Progressieve belasting
PB= Progressieve belasting
Inkomen hoogà belastingtarief hoog
- 25%: 0-15 200
- 40%: 15 200-26 830
- 45%: 26 830-46 440
- 50%: 46 500-…
De bedoeling van 50% is om de hoogste inkomens het meest te
laten bijdragen => veel inflatie, gevolg: midden klasse zitten ook
al bij de 50%
3