Les 1& 2 – Burgerlijk recht
1.Wat is recht?
Een geheel van bindende regels => waarin iedereen zich moet houden
Om de samenleving te ordenen en in stand te houden door een gezaghebbende overheid
Soorten:
1. Gebods – verbods en verlofbepalingen -> wat je moet, niet mag of mag doen
2. Regels toepasselijk na keuze of door aanvulling-> regels die gelden als er niets anders is
afgesproken tussen partijen
3. Ondersteunende regels -> regels die verduidelijken
4. Technische regels en formalisme -> regels die vormvereisten of procedures vastleggen
Wat als partijen afwijken van een regel van dwingend recht ( in ruime zin)?
Overeenkomst is dan:
- Absoluut nietig -> als het een Regel van openbare orde goede zeden betreft-> sanctie
- -nietigheid kan zowel door betrokken partij als rechter ingeroepen worden
- -nietigheid kan om elk moment gevraagd worden
- -overeenkomst kan nooit worden bevestigd
- Relatief nietigheid-> = Regels van dwingend recht (in de strikte zin) -> sanctie
- -kan enkel worden uitgesproken wanneer partij hierom verzoekt, rechter
kan dat niet zelf
- -overeenkomst kan worden bevestigd als zwakkere partij nietigheid niet
inroept
ð Zie dia 6
Het begrip ‘recht’
1
,Het is bedoelt om samenleving te ordenen en stand te houden
➢ Bestaande toestanden en handelingen bekrachtigen
➢ Morele regels doen naleven
➢ Doelstellingen realiseren, nieuwe toestanden scheppen
Opgelegd en afgedwongen door een gezaghebbende overheid
➢ Gezag om recht uit te vaardigen
= door het juiste orgaan, volgens de juiste procedure en rekening houdend met
Bevoegdheidsregels en hiërarchie van normen
➢ Gezag om recht af te dwingen
= het recht bevat tal van sancties om de naleving van de regels af te dwingen, meestal
Door de rechterlijke macht, maar ook door administratieve overheden (zonder
Voorafgaande tussenkomst van een rechter)
Voorbeelden:
2
,2.Indeling nationaal recht :
1) Privaatrecht
• Ordent de rechtsverhoudingen tussen burgers
• En tegenover publiekrechtelijke rechtspersonen
➔ als ze als de gewone burgers zijn en niet zoals de overheid
met machtsbevoegdheden aan het rechtsverkeer deelnemen.
2) Publiekrecht
• Regelt de inrichting, organisatie en werking
• van de staat.
• • Bepaalt de rechtsbetrekkingen van de staat,
• zijn onderdelen en organen tegenover elkaar,
• tegenover de burgers, tegenover andere
• staten…
• • In het publiekrecht komt het openbaar gezag
• aan bod.
• • Het publiekrecht bevat alle rechtsnormen die
• het openbaar belang / de openbare orde
• betreffen.
• (overeenkomsten in strijd met het publiek recht
• zijn daarom altijd absoluut nietig)
3) Gemengde rechtstakken
• Deze rechtstakken (of hun onderdelen) bevatten kenmerken
van zowel publiek- als privaatrecht
Oefening : publiekrecht of privaatrecht
1. Gemengd recht -> door faillissement
2. Privaat recht -> gaat over vaderschap
3. Publiekrecht-> openbare orde overheid tegenover burgers (oef over drug )
4. Privaat recht -> burgers geraken onederling niet uit
5. Burgerlijk recht en aanspraakelijkheid ( want wie is er in fout, wie vergoed de ongeval
ect..
6. Maar ook kan straf recht want rijden onder invloed mag niet
7. OCMW -> publieke recht , want sociale zekerheidrecht (leefloon -> ocmw)
Oefening:
1: Huurder is zwakke partij
2: geldig want je kunt in koopovereenkomst bepalen wanneer prijs bepaalt wordt
3: Nee dat is illegaal
4: Geldig, als ze vooraf het niet hebben gekozen dan moet dat overeen gekomen zijn dat ze dat
niet willen
3
, 3.De bronnen van recht:
• Eerste mogelijkheid: bron = reden waarom de regel is
ontstaan = inspiratiebron
Aantal voorbeelden van materiele bronnen van het recht:
- Europeese verkiezingen > stemmen vanaf 16 jaar
- Afschaffing van de doodstraf
• Tweede mogelijkheid: bron = manier waarop de regel is ontstaan = reden waarom een
regel een rechtsregel is
Aantal voorbeelden van formele bronnen van het recht:
- Rechtspraak
- Gewoonte
- Billijkheid
4.Formele bronnen van het recht
4.1 Wetgeving
Vooraf: De staatsstructuur
1) Principes van het Belgisch staatsrecht -> basisregels die bepalen hoe België
bestuurd wordt.
2) Parlementaire democratie
- Het volk kiest vertegenwoordigers ( kamer +senaat)
- Burgers stemmen → parlement → parlement bepaalt regering
- De koning benoemt wel de ministers, maar slechts op basis van politieke afspraken.
3) Scheiding der machten
3 Machten:
I. Wetgevende macht
- Parlement maakt wetten en controleert regering
- De kamer van volksvertegenwoordigers
-> 150 leden die rechtsreeks worden verkozen
-> Om de 5 jaar verkiezingen
- Senaat
->60 leden
-> Niet rechtstreeks verkozen de meeste worden aangewezen door de
gemeenschappen en gewesten.
- Koning
->Kan wetsontwerpen indienen
-> Bekrachtigt de wetten
-> Beslist ook mee welke grondwetsartikelen herzien kunnen worden
II. Uitvoerende macht
• Voert de wetten uit en bestuurt het land
• Uitgeoefend door: Regering + Koning
• De koning staat boven de uitvoerende macht .
• Als de minister ontslag neemt dan valt de hele regering
Koning:
4
1.Wat is recht?
Een geheel van bindende regels => waarin iedereen zich moet houden
Om de samenleving te ordenen en in stand te houden door een gezaghebbende overheid
Soorten:
1. Gebods – verbods en verlofbepalingen -> wat je moet, niet mag of mag doen
2. Regels toepasselijk na keuze of door aanvulling-> regels die gelden als er niets anders is
afgesproken tussen partijen
3. Ondersteunende regels -> regels die verduidelijken
4. Technische regels en formalisme -> regels die vormvereisten of procedures vastleggen
Wat als partijen afwijken van een regel van dwingend recht ( in ruime zin)?
Overeenkomst is dan:
- Absoluut nietig -> als het een Regel van openbare orde goede zeden betreft-> sanctie
- -nietigheid kan zowel door betrokken partij als rechter ingeroepen worden
- -nietigheid kan om elk moment gevraagd worden
- -overeenkomst kan nooit worden bevestigd
- Relatief nietigheid-> = Regels van dwingend recht (in de strikte zin) -> sanctie
- -kan enkel worden uitgesproken wanneer partij hierom verzoekt, rechter
kan dat niet zelf
- -overeenkomst kan worden bevestigd als zwakkere partij nietigheid niet
inroept
ð Zie dia 6
Het begrip ‘recht’
1
,Het is bedoelt om samenleving te ordenen en stand te houden
➢ Bestaande toestanden en handelingen bekrachtigen
➢ Morele regels doen naleven
➢ Doelstellingen realiseren, nieuwe toestanden scheppen
Opgelegd en afgedwongen door een gezaghebbende overheid
➢ Gezag om recht uit te vaardigen
= door het juiste orgaan, volgens de juiste procedure en rekening houdend met
Bevoegdheidsregels en hiërarchie van normen
➢ Gezag om recht af te dwingen
= het recht bevat tal van sancties om de naleving van de regels af te dwingen, meestal
Door de rechterlijke macht, maar ook door administratieve overheden (zonder
Voorafgaande tussenkomst van een rechter)
Voorbeelden:
2
,2.Indeling nationaal recht :
1) Privaatrecht
• Ordent de rechtsverhoudingen tussen burgers
• En tegenover publiekrechtelijke rechtspersonen
➔ als ze als de gewone burgers zijn en niet zoals de overheid
met machtsbevoegdheden aan het rechtsverkeer deelnemen.
2) Publiekrecht
• Regelt de inrichting, organisatie en werking
• van de staat.
• • Bepaalt de rechtsbetrekkingen van de staat,
• zijn onderdelen en organen tegenover elkaar,
• tegenover de burgers, tegenover andere
• staten…
• • In het publiekrecht komt het openbaar gezag
• aan bod.
• • Het publiekrecht bevat alle rechtsnormen die
• het openbaar belang / de openbare orde
• betreffen.
• (overeenkomsten in strijd met het publiek recht
• zijn daarom altijd absoluut nietig)
3) Gemengde rechtstakken
• Deze rechtstakken (of hun onderdelen) bevatten kenmerken
van zowel publiek- als privaatrecht
Oefening : publiekrecht of privaatrecht
1. Gemengd recht -> door faillissement
2. Privaat recht -> gaat over vaderschap
3. Publiekrecht-> openbare orde overheid tegenover burgers (oef over drug )
4. Privaat recht -> burgers geraken onederling niet uit
5. Burgerlijk recht en aanspraakelijkheid ( want wie is er in fout, wie vergoed de ongeval
ect..
6. Maar ook kan straf recht want rijden onder invloed mag niet
7. OCMW -> publieke recht , want sociale zekerheidrecht (leefloon -> ocmw)
Oefening:
1: Huurder is zwakke partij
2: geldig want je kunt in koopovereenkomst bepalen wanneer prijs bepaalt wordt
3: Nee dat is illegaal
4: Geldig, als ze vooraf het niet hebben gekozen dan moet dat overeen gekomen zijn dat ze dat
niet willen
3
, 3.De bronnen van recht:
• Eerste mogelijkheid: bron = reden waarom de regel is
ontstaan = inspiratiebron
Aantal voorbeelden van materiele bronnen van het recht:
- Europeese verkiezingen > stemmen vanaf 16 jaar
- Afschaffing van de doodstraf
• Tweede mogelijkheid: bron = manier waarop de regel is ontstaan = reden waarom een
regel een rechtsregel is
Aantal voorbeelden van formele bronnen van het recht:
- Rechtspraak
- Gewoonte
- Billijkheid
4.Formele bronnen van het recht
4.1 Wetgeving
Vooraf: De staatsstructuur
1) Principes van het Belgisch staatsrecht -> basisregels die bepalen hoe België
bestuurd wordt.
2) Parlementaire democratie
- Het volk kiest vertegenwoordigers ( kamer +senaat)
- Burgers stemmen → parlement → parlement bepaalt regering
- De koning benoemt wel de ministers, maar slechts op basis van politieke afspraken.
3) Scheiding der machten
3 Machten:
I. Wetgevende macht
- Parlement maakt wetten en controleert regering
- De kamer van volksvertegenwoordigers
-> 150 leden die rechtsreeks worden verkozen
-> Om de 5 jaar verkiezingen
- Senaat
->60 leden
-> Niet rechtstreeks verkozen de meeste worden aangewezen door de
gemeenschappen en gewesten.
- Koning
->Kan wetsontwerpen indienen
-> Bekrachtigt de wetten
-> Beslist ook mee welke grondwetsartikelen herzien kunnen worden
II. Uitvoerende macht
• Voert de wetten uit en bestuurt het land
• Uitgeoefend door: Regering + Koning
• De koning staat boven de uitvoerende macht .
• Als de minister ontslag neemt dan valt de hele regering
Koning:
4