Hoofdstuk 2: de pedagogische blik
2.1 inleiding
De wereld
Alles wat een kind om zich heen ervaart tijdens het opgroeien: mensen, dingen, natuur
cultuur, technologie, gebouwen, …
Vanuit pedagogisch perspectief: de brede context waarin opvoeding plaatsvindt
Opvoeding: hoe kinderen zich verhouden tot de wereld (+ hun plaats in de
geschiedenis, ecologie en cultuur)
Opvoedingstriade: opvoedeling-opvoeder-wereld
De samenleving
Het geheel van mensen dat binnen een bepaald geografisch gebied samenleeft en
verbonden is in relaties en systemen
Relationele insteek
Vanuit pedagogisch perspectief: de sociale context waarin opvoeding gebeurt
Kinderen leren sociale normen, waarden en omgangsvormen
De maatschappij
Het georganiseerde geheel van instituties, regels, wetten en structuren die het
samenleven op grote schaal vormgeven
o Bv. onderwijs wordt georganiseerd via scholen, wetten, leerplannen en beleid
o Overheden en instellingen stellen regels en systemen op om te bepalen wat
kinderen leren, hoe dat gebeurt, wie les mag geven en welke doelen het
onderwijs mag nastreven
2.2 een interactioneel model
Bronfenbrenner
Theorie over ‘the ecology of human development’
→ Model waarmee we de ontwikkeling van individuen kunnen begrijpen vanuit de
systemen waarvan ze deel uitmaken
Heeft veel pedagogen geïnspireerd omdat het de culturele en sociologische rol in de
ontwikkeling (en de opvoeding) van kinderen benadrukt
In het centrum van het ui-model zit het individu, omringd door cirkels die de lagen van
systemen voorstellen die invloed hebben op de ontwikkeling van het individu
o Hoe dichter de laag bij het individu (centrum), hoe directer de invloed op de
ontwikkeling
Hellinkx heeft zich laten inspireren door het interactioneel model van Brofenbrenner
2.2.1 het microsysteem
De directe, nabije omgeving van het kind en de opvoeder waar dagelijks interpersoonlijke
interacties plaatsvinden. Het kind en de ouder participeren zelf aan deze relaties ->
wederkerige relatie met wederzijdse beïnvloeding.
Essentieel voor de ontwikkeling
o Directe ervaringen en relaties omvat die
het gedrag, de overtuigingen en de
waarden van het individu beïnvloeden
Kenmerken van individu (temprament, cognitieve vaardigheden, fysieke
eigenschappen, …) en de socio-economische status (familienetwerk en kwaliteit van de
buurt) spelen een rol
1
, We spreken daarom nu over het bio-ecologisch model van Bronfenbrenner
2.2.2 het mesosysteem
De interactie en verbindingen tussen de
verschillende microsystemen.
Relaties tussen familieleden,
leerkrachten, vrienden en andere sociale groepen
o Onderlinge relaties hebben ook een
impact op de ontwikkeling
2.2.3 het exosysteem
De bredere sociale omgeving waarin het individu niet
rechtstreeks participeert, maar wel een indirecte invloed op de
ontwikkeling.
Bv. werkschema van ouders
2.2.4 het macrosysteem
De systemen en organisaties/instituties die een weergave zijn van de cultuur of subcultuur.
Bv. onderwijs, economie, wetgeving, politiek, …
2.2.5 het chronosysteem
De verwevenheid van het individu met zijn tijd en veranderingen.
Tijdsgeest
Gebeurtenissen uit de geschiedenis hebben nog steeds een invloed op onze huidige
situatie (bv. opkomst anticonceptiepil of internet)
Persoonlijke gebeurtenissen in de tijd (bv. ouders scheiden
De verschillende systemen staan niet los van elkaar, ze beïnvloeden elkaar, overlappen en
zijn verbonden. Elk individu heeft een unieke mix van relaties en leefomgevingen. Dit bepaalt
mede welke kansen een individu in de samenleving krijgt.
2.3 opvoeding: hier en nu
Bronfenbrenner maakt duidelijk hoe contextueel opvoeding is
Ouders worden geconfronteerd met nieuwe uitdagingen
o Komen voort uit lokale, nationale, Europese en mondiale politiek en
beleidsvoering
o Hangen samen met veranderende sociaal-economische en sociaal-culturele
omstandigheden en met de beschikbaarheid van kennis
Groot deel van pedagogische, psychologische en sociaalwetenschappelijke kennis is
gebaseerd op onderzoek in onze WEIRD (Western, Educated, Industrialized, Rich, Democratic)
-wereld
Mogelijk niet representatief voor de wereldbevolking als geheel
Het benadrukt dat veel van wat we weten over menselijk gedrag gebaseerd is op
studies met deelnemers die afkomstig zijn van WEIRD – samenlevingen
Niet in valkuil van overgeneralisatie van westerse denken vallen
o Bv. beeld van ‘het witte kind’ -> blank, blond, Belgisch
Domineert ons denken over opvoeding
2
2.1 inleiding
De wereld
Alles wat een kind om zich heen ervaart tijdens het opgroeien: mensen, dingen, natuur
cultuur, technologie, gebouwen, …
Vanuit pedagogisch perspectief: de brede context waarin opvoeding plaatsvindt
Opvoeding: hoe kinderen zich verhouden tot de wereld (+ hun plaats in de
geschiedenis, ecologie en cultuur)
Opvoedingstriade: opvoedeling-opvoeder-wereld
De samenleving
Het geheel van mensen dat binnen een bepaald geografisch gebied samenleeft en
verbonden is in relaties en systemen
Relationele insteek
Vanuit pedagogisch perspectief: de sociale context waarin opvoeding gebeurt
Kinderen leren sociale normen, waarden en omgangsvormen
De maatschappij
Het georganiseerde geheel van instituties, regels, wetten en structuren die het
samenleven op grote schaal vormgeven
o Bv. onderwijs wordt georganiseerd via scholen, wetten, leerplannen en beleid
o Overheden en instellingen stellen regels en systemen op om te bepalen wat
kinderen leren, hoe dat gebeurt, wie les mag geven en welke doelen het
onderwijs mag nastreven
2.2 een interactioneel model
Bronfenbrenner
Theorie over ‘the ecology of human development’
→ Model waarmee we de ontwikkeling van individuen kunnen begrijpen vanuit de
systemen waarvan ze deel uitmaken
Heeft veel pedagogen geïnspireerd omdat het de culturele en sociologische rol in de
ontwikkeling (en de opvoeding) van kinderen benadrukt
In het centrum van het ui-model zit het individu, omringd door cirkels die de lagen van
systemen voorstellen die invloed hebben op de ontwikkeling van het individu
o Hoe dichter de laag bij het individu (centrum), hoe directer de invloed op de
ontwikkeling
Hellinkx heeft zich laten inspireren door het interactioneel model van Brofenbrenner
2.2.1 het microsysteem
De directe, nabije omgeving van het kind en de opvoeder waar dagelijks interpersoonlijke
interacties plaatsvinden. Het kind en de ouder participeren zelf aan deze relaties ->
wederkerige relatie met wederzijdse beïnvloeding.
Essentieel voor de ontwikkeling
o Directe ervaringen en relaties omvat die
het gedrag, de overtuigingen en de
waarden van het individu beïnvloeden
Kenmerken van individu (temprament, cognitieve vaardigheden, fysieke
eigenschappen, …) en de socio-economische status (familienetwerk en kwaliteit van de
buurt) spelen een rol
1
, We spreken daarom nu over het bio-ecologisch model van Bronfenbrenner
2.2.2 het mesosysteem
De interactie en verbindingen tussen de
verschillende microsystemen.
Relaties tussen familieleden,
leerkrachten, vrienden en andere sociale groepen
o Onderlinge relaties hebben ook een
impact op de ontwikkeling
2.2.3 het exosysteem
De bredere sociale omgeving waarin het individu niet
rechtstreeks participeert, maar wel een indirecte invloed op de
ontwikkeling.
Bv. werkschema van ouders
2.2.4 het macrosysteem
De systemen en organisaties/instituties die een weergave zijn van de cultuur of subcultuur.
Bv. onderwijs, economie, wetgeving, politiek, …
2.2.5 het chronosysteem
De verwevenheid van het individu met zijn tijd en veranderingen.
Tijdsgeest
Gebeurtenissen uit de geschiedenis hebben nog steeds een invloed op onze huidige
situatie (bv. opkomst anticonceptiepil of internet)
Persoonlijke gebeurtenissen in de tijd (bv. ouders scheiden
De verschillende systemen staan niet los van elkaar, ze beïnvloeden elkaar, overlappen en
zijn verbonden. Elk individu heeft een unieke mix van relaties en leefomgevingen. Dit bepaalt
mede welke kansen een individu in de samenleving krijgt.
2.3 opvoeding: hier en nu
Bronfenbrenner maakt duidelijk hoe contextueel opvoeding is
Ouders worden geconfronteerd met nieuwe uitdagingen
o Komen voort uit lokale, nationale, Europese en mondiale politiek en
beleidsvoering
o Hangen samen met veranderende sociaal-economische en sociaal-culturele
omstandigheden en met de beschikbaarheid van kennis
Groot deel van pedagogische, psychologische en sociaalwetenschappelijke kennis is
gebaseerd op onderzoek in onze WEIRD (Western, Educated, Industrialized, Rich, Democratic)
-wereld
Mogelijk niet representatief voor de wereldbevolking als geheel
Het benadrukt dat veel van wat we weten over menselijk gedrag gebaseerd is op
studies met deelnemers die afkomstig zijn van WEIRD – samenlevingen
Niet in valkuil van overgeneralisatie van westerse denken vallen
o Bv. beeld van ‘het witte kind’ -> blank, blond, Belgisch
Domineert ons denken over opvoeding
2