Motorisch leren
LOBR 2 | Toon Dehandschutter
H1: Effectief leren bewegen: de rol van de leraar en vakkennis
Na het studeren van dit hoofdstuk kan je:
Definiëren en toelichten wat lerareneffectiviteit en adaptieve competentie is en daarbij minstens drie
concrete voorbeelden (vb. differentiëren, foutenanalyse, aanpassing van oefening) geven.
Het onderscheid aangeven tussen algemene vakkennis (CCK), specifieke vakkennis (SCK) en vakdidactische
kennis (PCK) en voor elk kennisdomein minimaal één toepassingsvoorbeeld in een les lichamelijke
opvoeding formuleren.
Onderzoek van Hattie (2008), Ward (2009) en Iserbyt et al. (2015) interpreteren over de relatie tussen
vakkennis, vakdidactiek en motorisch leren, en hiervan de implicaties voor effectief lesgeven samenvatten.
Reflecteren over de rol van motorisch leren en motorische controle in lichamelijke opvoeding en verklaren
hoe didactische keuzes (feedback, aandacht, taakprogressie) het leerproces van leerlingen beïnvloeden.
Lerareneffectiviteit
- Inzicht in de complexiteit van motorische leerprocessen en bewegingscontrole
- Adaptieve competentie: het vermogen om tijdens de les voortdurend accurate
beslissingen te nemen op basis van observatie en interpretatie van leerlinggedrag
Iserbyt et al. (2015): De kwaliteit van didactiek wordt vooral bepaald door inzichten in
foutenanalyse, remediëring en taakprogressie.
1
,Te veel algemene vakkennis in lerarenopleiding ipv specifieke vakkennis
Spreiding van cursusmateriaal over de verschillende kennisdomeinen
Conclusies uit internationaal onderzoek LER LO
- Algemene vakkennis > Specifieke vakkennis
- Focus op techniek en tactiek is het hoogst
- SCK: minimaal aanwezig (weinig of geen focus op foutenanalyse en progressies)
- Geen match tussen cursusmateriaal en rapportering van instellingen
- Kritische bedenking op examenvragen in eigen opleiding?
2
, H2: Motorisch leren
- Inzicht verwerven in de complexiteit van het leerproces.
- Het onderscheid kunnen definiëren tussen prestatie en leren.
- Prestatiekarakteristieken kunnen identificeren die men kan waarnemen wanneer leren optreedt.
- Verschillende methoden kunnen omschrijven om het leerproces te beoordelen.
- De theorieën van motorisch leren van Fitts & Posner en Gentile kunnen bespreken.
- De verschillende fasen in het leerproces kunnen beschrijven en herkennen in de onderwijsleersituatie.
- Uitvoeringskarakteristieken kunnen aangeven die samengaan met deze fasen in het leerproces.
- Verschillen tussen experts en niet-experts kunnen aangeven.
- Transfer leren kunnen definiëren en het belang ervan aangeven voor het leren van motorische vaardigheden
enerzijds en de consequenties ervan voor het lesgeven anderzijds.
1. Wat is leren? Het onderscheid tussen leren en presteren
Prestatie Leren
Definitie Het observeerbare gedrag op Een relatief blijvende verandering in het
een bepaald moment. vermogen om een vaardigheid uit te voeren,
als gevolg van oefening.
Aard Tijdelijk; beïnvloed door factoren Niet direct observeerbaar; duurzaam;
zoals stress, vermoeidheid of afleiden uit de prestaties van de uitvoerder
motivatie.
Vier algemene prestatiekarakteristieken observeren
Prestaties verbeteren
- Uitvoerder wordt beter: sneller, preciezer of vloeiender
- Maakt vorderingen
- Resultaat van oefenen of ervaring
- Feedback is noodzakelijk
- Vb. beginnende badmintonspeler raakt shuttle eerst sporadisch, maar na enkele lessen
slaat die bijna altijd terug over het net
Prestaties zijn consistent of stabiel
- De uitvoering is minder wisselvallig
- Vb. lln kan meerdere keren na elkaar een stabiele handstand uitvoeren
3
, Prestaties zijn duurzaam
- Blijvend of relatief permanent
- Eens men vaardigheid geleerd heeft, bezit men ze voor ‘altijd’
- Vb. leerling die maanden na turnles nog steeds moeiteloos een rad kan maken, heeft die
vaardigheid echt geleerd.
Prestatie is aanpasbaar
- Uitvoerder kan vaardigheid toepassen in verschillende contexten zonder dat prestatie fel
achteruitgaat
- Vb. als een bepaalde vaardigheid lukt zoals salto op airtrack, dan lukt dat ook op verende
vloer en ook op de grond
Beoordeling van het Leerproces:
Lineaire curve Prestatie verbetert gestaag: elke
oefening levert ongeveer
evenveel winst op.
Vb. iemand leert jongleren en
maakt na elke sessie telkens
een langere reeks van
opeenvolgende worpen
Negatieve Vooruitgang is in het begin groot,
versnellingscurve maar vlakt later af.
Vb. bij leren fietsen of skiën zie
je eerst een spectaculaire
vooruitgang, daarna wordt
verschil tussen sessies kleiner.
Positieve Vooruitgang komt traag op gang,
versnellingscurve maar versnelt later.
Vb. bij het leren van een
moeilijke danscombinatie lukt
het eerst nauwelijks, maar na
een tijd valt alles plots samen
4
LOBR 2 | Toon Dehandschutter
H1: Effectief leren bewegen: de rol van de leraar en vakkennis
Na het studeren van dit hoofdstuk kan je:
Definiëren en toelichten wat lerareneffectiviteit en adaptieve competentie is en daarbij minstens drie
concrete voorbeelden (vb. differentiëren, foutenanalyse, aanpassing van oefening) geven.
Het onderscheid aangeven tussen algemene vakkennis (CCK), specifieke vakkennis (SCK) en vakdidactische
kennis (PCK) en voor elk kennisdomein minimaal één toepassingsvoorbeeld in een les lichamelijke
opvoeding formuleren.
Onderzoek van Hattie (2008), Ward (2009) en Iserbyt et al. (2015) interpreteren over de relatie tussen
vakkennis, vakdidactiek en motorisch leren, en hiervan de implicaties voor effectief lesgeven samenvatten.
Reflecteren over de rol van motorisch leren en motorische controle in lichamelijke opvoeding en verklaren
hoe didactische keuzes (feedback, aandacht, taakprogressie) het leerproces van leerlingen beïnvloeden.
Lerareneffectiviteit
- Inzicht in de complexiteit van motorische leerprocessen en bewegingscontrole
- Adaptieve competentie: het vermogen om tijdens de les voortdurend accurate
beslissingen te nemen op basis van observatie en interpretatie van leerlinggedrag
Iserbyt et al. (2015): De kwaliteit van didactiek wordt vooral bepaald door inzichten in
foutenanalyse, remediëring en taakprogressie.
1
,Te veel algemene vakkennis in lerarenopleiding ipv specifieke vakkennis
Spreiding van cursusmateriaal over de verschillende kennisdomeinen
Conclusies uit internationaal onderzoek LER LO
- Algemene vakkennis > Specifieke vakkennis
- Focus op techniek en tactiek is het hoogst
- SCK: minimaal aanwezig (weinig of geen focus op foutenanalyse en progressies)
- Geen match tussen cursusmateriaal en rapportering van instellingen
- Kritische bedenking op examenvragen in eigen opleiding?
2
, H2: Motorisch leren
- Inzicht verwerven in de complexiteit van het leerproces.
- Het onderscheid kunnen definiëren tussen prestatie en leren.
- Prestatiekarakteristieken kunnen identificeren die men kan waarnemen wanneer leren optreedt.
- Verschillende methoden kunnen omschrijven om het leerproces te beoordelen.
- De theorieën van motorisch leren van Fitts & Posner en Gentile kunnen bespreken.
- De verschillende fasen in het leerproces kunnen beschrijven en herkennen in de onderwijsleersituatie.
- Uitvoeringskarakteristieken kunnen aangeven die samengaan met deze fasen in het leerproces.
- Verschillen tussen experts en niet-experts kunnen aangeven.
- Transfer leren kunnen definiëren en het belang ervan aangeven voor het leren van motorische vaardigheden
enerzijds en de consequenties ervan voor het lesgeven anderzijds.
1. Wat is leren? Het onderscheid tussen leren en presteren
Prestatie Leren
Definitie Het observeerbare gedrag op Een relatief blijvende verandering in het
een bepaald moment. vermogen om een vaardigheid uit te voeren,
als gevolg van oefening.
Aard Tijdelijk; beïnvloed door factoren Niet direct observeerbaar; duurzaam;
zoals stress, vermoeidheid of afleiden uit de prestaties van de uitvoerder
motivatie.
Vier algemene prestatiekarakteristieken observeren
Prestaties verbeteren
- Uitvoerder wordt beter: sneller, preciezer of vloeiender
- Maakt vorderingen
- Resultaat van oefenen of ervaring
- Feedback is noodzakelijk
- Vb. beginnende badmintonspeler raakt shuttle eerst sporadisch, maar na enkele lessen
slaat die bijna altijd terug over het net
Prestaties zijn consistent of stabiel
- De uitvoering is minder wisselvallig
- Vb. lln kan meerdere keren na elkaar een stabiele handstand uitvoeren
3
, Prestaties zijn duurzaam
- Blijvend of relatief permanent
- Eens men vaardigheid geleerd heeft, bezit men ze voor ‘altijd’
- Vb. leerling die maanden na turnles nog steeds moeiteloos een rad kan maken, heeft die
vaardigheid echt geleerd.
Prestatie is aanpasbaar
- Uitvoerder kan vaardigheid toepassen in verschillende contexten zonder dat prestatie fel
achteruitgaat
- Vb. als een bepaalde vaardigheid lukt zoals salto op airtrack, dan lukt dat ook op verende
vloer en ook op de grond
Beoordeling van het Leerproces:
Lineaire curve Prestatie verbetert gestaag: elke
oefening levert ongeveer
evenveel winst op.
Vb. iemand leert jongleren en
maakt na elke sessie telkens
een langere reeks van
opeenvolgende worpen
Negatieve Vooruitgang is in het begin groot,
versnellingscurve maar vlakt later af.
Vb. bij leren fietsen of skiën zie
je eerst een spectaculaire
vooruitgang, daarna wordt
verschil tussen sessies kleiner.
Positieve Vooruitgang komt traag op gang,
versnellingscurve maar versnelt later.
Vb. bij het leren van een
moeilijke danscombinatie lukt
het eerst nauwelijks, maar na
een tijd valt alles plots samen
4