P6-26: zie samenva0ng vorig jaar (methodisch handelen + stappenplan klinisch onderzoek)
Aandoeningen schouder, vanuit kinesitherapeu6sch standpunt
a) Rotatorcuff gerelateerde schouderpijn (RCRSP) (H9) àlife@me prevalen@e: 70%
Vroeger: oorzaak RCRSP à impingement vd rotatorcuff onder schouderdak
Subacromiale ruimte:
- Bovengrens: acromion en ligamentum coracoacromialis
- Ondergrens: caput humeri
àhier lopen pezen door
Schouderimpingement syndroom: degenera@e en pijn door compressie v spieren en pezen die door
de vernauwde subacromiale ruimte lopen
MAAR à RCGSP is aRankelijk v meerdere factoren
RCGSP verwijst in grote mate naar tendinopathie (peesprobleem) vd rotatorcuff
- Overbelas@ng rotatorcuff
- Schouderinstabiliteit
- Verkleining v subacromiale ruimte
o Verschillende soorten vorm acromion (vlakke, gehoekte en gebogen type)
§ Hoek v acromion kan rotatorcuff irriteren, maar bewijs ontbreekt momenteel
o Osteofytvorming onder het acromion
o Bovengrens komt naar beneden, of ondergrens komt naar boven (of combina@e)
àVeel studies vinden geen verband tussen groo>e subacromiale ruimte en schouderpijn
- Scapulaire dyskinesie (bewegingsstoornis vd scapula)
o kan zowel de oorzaak als het gevolg v schouderpijn zijn
§ Spierac@viteit verandert bij pa@ënten als gevolg van de schouderpijn
- Onevenwicht MDBB-model
o Disbalans in wat gevraagd wordt v rotatorcuff en wat die aankan
o Alcohol, roken, hormonen, psychosociale factoren, gene@sche factoren, diabe@s,…
hebben allemaal een invloed op het ontstaan en in stand houden v RCRSP
Samenstelling rotatorcuffpeesweefsel:
- Water (70%)
- collageen type 1, gebonden door interfasciculaire matrix à zorgt voor structuur
cellen die in staan voor onderhoud vd pees:
- fibroblasen à aanmaak collageen en extracellulaire matrix
- chondrocyten
- tenoblasten
o houden a[raak en opbouw van de pezen in evenwicht
- tenocyten
o onvolgroeide cellen die in tenoblasten zullen veranderen
o gemobiliseerd bij waarneming trekkrachten op de pees
àtrekkrachten zorgen voor toename collageensynthese
-1-
,Hoe herken je RCGSP (H9)
àkomt vooral voor vanaf 50 jaar, bij mensen die vaak ac@viteiten boven het hoofd uivoeren
1) uitsluiten van een frozen shoulder
a. spontaan begin v schouderpijn, die gepaard gaat met beperkingen v ac@eve en
passieve schouderbewegingen
àwordt eerst vaak verward met diagnoses zoals artri@s, posterieure disloca@e, subacromiale
schouderpijn en postopera@eve schouderpijn
b. voorwaarde FS:
i. ROM minsten 25% beperkt in 2 bewegingsvlakken
ii. ROM minstens 50% beperkt in exorota@e (tov gezonde schouder)
iii. Klachten: minstens 1 maand gelijk of toenemend
2) uitsluiten v schouderpijn v cervicale oorsprong
a. ac@ef bewegingsonderzoek vd nek uitvoeren
b. neurologische onderzoek uitvoeren
3) uitsluiten v pijn secundair aan een trauma
a. wordt gedaan obv de anamnese
4) uitlokken van de typische pijn v RCRSP
a. heel veel verschillende tests, maar resultaten blijken niet veel te zeggen
i. klinische tests zijn allemaal posi@ef obv ‘pijn’ àzeer subjec@ef
ii. vaak gebruik v echografie, MRI of arthroscopie
àmaar: slechte rela@e tussen beeldvorming en klachten vd pa@ënt
iii. veranderingen in mechanosensi@viteit in de weke delen vd schouder
1. elke oorzaak ve schouderontsteking kan leiden tot een prikkelbaar
schoudergewricht àmoeilijk onderscheid tussen verschillende
schouderaandoeningen
b. symptoom-modifica@eprocedures
i. bv manueel corrigeren vd scapula @jdens de armbeweging, als de klacht
verminderd wordt de klacht toegeschreven aan de scapula
àzo bekom je een behandelbare grootheid
-2-
, b) Aandoeningen aan de bicepspees (H10)
Sommige onderzoekers beschouwen de LHBT onderdeel bij het pathologische beeld v RCRSP
- in vele gevallen:
o gelijk@jdige rotatorcuff pathologie met LHBT-tendinopathie
§ vooral associa@es met pees v M subscapularis
o geïsoleerde scheuren M supraspinatus en M subscapularis gevonden in combina@e
met LHBT instabiliteit
o meer rotatorcuffscheuren bij afwezigheid LHBT (aangeboren aandoening)
veel onderzoeken beweren dat de LHBT een rol speelt bij schouderbewegingen vanaf 90° abduc@e
volgens verschillende onderzoeken heej de LHBT een ondersteunende rol bij schouderinstabiliteit
à maar… weinig direct bewijs
Wat is LHBT
Meest voorkomende pathologiën die in verband staan met de LHBT:
- peesinstabiliteit
o veel voorkomende oorzaak v schouderpijn
o LHBT maakt een scherpe bocht wnr deze uit de intertuberculaire groeve komt
§ Ondersteund door de capsuloligamenteuze sling:
• Superieure glenohumerale ligament (SGHL)
• Coracohumerale ligament (CHL)
§ Subscapularispees: belangrijke rol bij behoud v integriteit v LHBT
àvoorkomen v antero-mediale verplaatsing LHBT
o Eerste tekenen: kan sub@el zijn met een lichte mediale verplaatsing vd LHBT
à maar ook erns@ge (sub)luxa@es: gemakkelijk vast te stellen met beeldvorming
- tendinopathie
- peesrupturen
- supraglenoidale labrumletsels (SLAP)
Hoe herken je LHBT
à net zoals bij RCRSP beperkte diagnos@sche waarde
- pa@ënt heej steeds pijn aan de anterieure zijde van de schouder
o reac@eve fase: klachten kunnen ’s nachts fel en scherp v aard zijn
o chronische fase: eerder een afgevlakte doffe pijn
à in beide fases is uitstraling langs anterieure/laterale zijde v bovenarm mogelijk
- Er zijn 2 mogelijke orthopedische tests:
o Yergason test
§ Vooral nu0g bij een posi@eve test
o Uppercut maneuver
§ Nu0g bij zowel een posi@eve als nega@eve test
àklinemetrische eigenschappen v beide testen zijn niet geweldig, ook een
combina@e van de 2 verhoogt deze eigenschap niet
-3-
, Labrumletsel (H11)
Labrum glenoidalis à vezelige, kraakbenige, ovale structuur
- ‘kleej’ grotendeels aan de rand vh glenoid
- LHBT hecht aan de tuberculum supraglenoidale
- Func@e: passieve stabilisa@e om subluxa@e vd humeruskop te voorkomen
ontstaan van een labrumletsel:
- Compressietraume door caput humeri tegen het labrum
- Zwaar @llen
- Repe@@eve overhead bewegingen (trac@e-trauma)
- Micro-trauma vanwege peel-backposi@e
Wat is een labrumletsel (ingedeeld in 6 labrale regio’s)
à vaak gekoppeld aan problemen met LHBT
- Labrumscheur in sector 1 (SLAP laesies) à 80-90% vd labrumletsels
o SLAP: superior labrum v anterieur naar posterieur (Meestal andersom)
§ Komt zelden geïsoleerd voor (vaak samen met RC-scheuren/instabiliteit)
o Letsels in het complex vh labrum met de LHBT
o Onderverdeeld in 8 types (degenera@eve letsels tot verschillende soorten scheuren)
- Labrumscheur in sector 2
o Labrumscheuren in het anterieure gedeelte, meestal vergezeld door een scheur vh
mediaal glenohumeraal ligament
- Labrumscheur in sector 3 en 4
o Labrumscheuren in het anterieure en inferieure gedeelte, met vaak geassocieerde
scheuren vh inferieure of mediale glenohumerale ligament
o Vaak door anterieure schouderinstabiliteit
o Soms ook een GLAD-letsel (gleno labral ar@cular distrup@on)
§ Inpactletsel op de anterieure rand vh glenoid
o Bankart-letsel (losla@ng vh anterieure labrum), kan reiken tot aan een SLAP-laesie
- Labrumscheur in sector 5
o Klassiek bij posterieure instabiliteit (zeldzamer)
o ‘omgekeerde bankart-letsles’
o Kan opnieuw samengaan met een kraakbenig deficit
- Labrumscheur in sector 6
o Labrumscheuren in het posterieure gedeelte, minder frequent
o Kan superieur reiken tot aan een SLAP-laesie
o Komt vooral bij bovenhandse werpers voor
§ Vanwege ‘peel-back-fenomeen’ in een abduc@e exo-rota@eposi@e
§ Verklaring pijn: inklemming vh posterieure labrum
Hoe herken je een labrumletsel?
- Klinisch beeld ve pa@ënt met een labrumletsel kan heel variabel zijn en ze komen vaak in
combina@e met andere schouderpathologieën
àuitdaging om SLAP-laesies te diagnos@ceren
-4-